Stotteren: belangrijk om het snel te ontdekken

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws Stotteren is blijven haperen bij het spreken. Kinderen die stotteren herhalen lettergrepen of woorden en blijven hangen bij een klinker of medeklinker. 5 % van de kinderen stottert in zekere mate voor dat ze negen jaar zijn. Een kind op de honderd krijgt er problemen mee. Vijf keer meer jongens dan meisjes.
Stotteren ontstaat tussen het tweede en het vijfde levensjaar. Stotteren is waarschijnlijk een combinatie van genetische, fysieke en psychologische factoren. U hebt twee keer meer kans op stotteren als een van uw ouders stottert.
Stotteren kunt u o.a. herkennen aan de veelvuldige herhalingen en het verlengen van klanken; de spanningen en bijbewegingen in het gezicht of van het lichaam - trillingen in mond en kaak, spanning in borst of armen - en aan spreekangst en vermijdingsgedrag. Dit laatste kan zich uiten in bijvoorbeeld het gebruiken van andere woorden of zelfs het weigeren antwoord te geven of iets te zeggen.
Met vroegtijdige signalering en behandeling (vanaf het 2de en vóór het 7e jaar) zijn veel problemen op latere leeftijd te voorkomen. Door een vroegtijdige signalering kan de invloed van uitlokkende factoren zo veel mogelijk beperkt worden waardoor het stotteren vermindert. De kans is dan het grootst dat de problemen door rijping afnemen of zelfs verdwijnen.

Hebt u twijfels over het spreken van uw kind. Met behulp van de Screeningslijst voor stotteren, die u in kunt vullen wanneer uw kind 2 -7 jaar oud is, kunt u nagaan hoe serieus u de haperingen moet nemen. Deze interactieve test berekent de totaalscore en vertelt u wat u kunt doen.

KADER

Onderdeel A Op welke manier hapert het kind of heeft het kind gehaperd?
1
Niet van toepassing. Het kind herhaalt alleen zinnen of hele woorden.
2
Het kind herhaalt de eerste klanken (letters) van een woord 2 of 3 maal zonder spanning.
3
Het kind herhaalt klank(en) (letters) 4 maal of meer.
4
Het kind heeft een gespannen stem bij het herhalen.
5
Vastzitten op een woord (klank/letter).

Onderdeel B Wat voor reacties heeft het kind tijdens het haperen?
1
Er zijn geen reacties bij het kind merkbaar.
2
Het kind zoekt andere woorden uit angst voor stotteren.
3
Het kind worstelt om het woord eruit te krijgen, zoals te zien is aan spanning in gezicht en/of handen.

Onderdeel C Hoe vaak hapert het kind opvallend?
1
Het kind hapert niet opvallend.
2
Het kind hapert niet vaak (minder dan 2%, oftewel in minder dan 2 op de 100 zinnen).
3
Het kind hapert vaak (1 keer per 2 of 3 zinnen).
4
Het kind hapert heel vaak (1 of meer keren per zin).

Onderdeel D Merkt het kind dat het hapert?
1
Niet van toepassing. Het kind lijkt niets te merken.
2
Het merkt het op, doet moeite en blijft het proberen.
3
Het kind vindt het lastig, geeft pogingen op, zwijgt, of zegt: "Het lukt niet".

Onderdeel E Hoe reageren andere mensen op het haperen?
1
Niet van toepassing. Niemand stoort zich eraan.
2
U bent bang dat uw kind er niet vanzelf overheen zal groeien.
3
Het kind raakt van streek door plagerijen of andere reacties van luisteraars.

Onderdeel F Hoe lang geleden is het haperen u voor het eerst opgevallen?
1
Niet van toepassing. Niet gemerkt.
2
Het begon minder dan 4 maanden geleden.
3
Het begon 4 tot 12 maanden geleden.
4
Het begon meer dan 12 maanden geleden.

Totaal-score lager dan 11.
Bij een score tussen 8 en 11 kunt u de screening over 3 maanden herhalen. Bij een score onder de 8 hoeft u niets te doen.

Totaal-score hoger dan 11.
Vraag uw huisarts om een verwijzing naar een logopedist/stottertherapeut.


bron: http://www.stotteren.nl
verschenen op : 21/11/2012 , bijgewerkt op 13/08/2019


pub