Voor elk kind een autozitje op maat

Laatst bijgewerkt: oktober 2012
baby-auto-170_400_09.jpg

nieuws Welk autozitje u moet gebruiken, is vooral afhankelijk van het gewicht van het kind. Er bestaan verschillende categorieën van babyzitjes, naargelang het gewicht van het kind.
Vermijd zitjes die bestemd zijn voor verschillende leeftijdscategorieën (bijvoorbeeld zowel voor pasgeborenen als voor kinderen tot 18 kg). Kleine baby’s zitten hierin niet vast genoeg en voor oudere kinderen laat het comfort van deze zitjes te wensen over. Uw kind heeft op elke leeftijd een geschikt zitje nodig.

1. De juiste maat
Groep 0: voor baby’s van 0 tot 10 kg. Dit zijn de reiswiegen voor in de wagen en bepaalde modellen van babyzitjes tegen de rijrichting in.
Een reiswieg moet een homologatielabel hebben dat garandeert dat ze geschikt zijn voor de auto. Deze wiegen hebben een speciaal systeem om baby’s in de wieg vast te maken en om de wieg te bevestigen op de achterbank van de wagen. De reiswieg moet steeds op de achterbank geplaatst worden, met het hoofd van de baby naar de binnenkant van de wagen. Een reiswieg in de auto beschermt baby’s minder goed bij een ongeval, zelfs als deze een homologatielabel draagt en goed vastgemaakt wordt in de wagen. Ze nemen ook meer plaats in beslag.
De reiswieg is aanbevolen voor vroeggeborenen en kan handig zijn voor heel jonge baby’s. Als de baby de leeftijd bereikt heeft van 5 of 6 maanden, zal hij te groot zijn voor de reiswieg. Aangezien hij dan nog te klein is om in de rijrichting te reizen, moet u toch nog enkele maanden gebruik maken van een zitje tegen de rijrichting in.

Groep 0+: babyzitjes tegen de rijrichting in voor kinderen vanaf de geboorte tot 13 kg.
Groep I: voor kinderen van 9 tot 18 kg. Het betreft kinderzitjes die (meestal) in de rijrichting staan en waarin het kind meestal wordt vastgemaakt met 5 riempjes.
Groep II & III: voor de groep 15-25 kg en voor 22-36 kg. In de praktijk worden deze twee groepen vaak gecombineerd: het zijn de verhogingskussens (15-36 kg). Plaats nooit een kind op een verhogingskussen als hij/zij minder dan 15 kg weegt.
Het kind wordt op het verhogingskussen geplaatst en vastgeklikt met de gewone driepuntsgordel van de wagen. Er bestaan modellen met of zonder ruggensteun. Voor jongere kinderen is een verhogingskussen met rugsteun aangeraden. De rugsteun zorgt ervoor dat de gordel correct over de schouder loopt en biedt ook een goede zijdelingse bescherming, vooral ter hoogte van het hoofd. Een verhogingskussen met rugsteun en zijdelingse bescherming is comfortabeler en veiliger wanneer het kind in slaap valt. De rugsteun is dubbel aan te raden als de zetel van de wagen geen hoofdsteun heeft.
Een verhogingskussen kan enkel correct gebruikt worden in combinatie met een driepuntsgordel. Het mag niet gebruikt worden in combinatie met een heupgordel (2puntsgordel).

2. Zo lang mogelijk in babyzitje tegen rijrichting
Ouders stappen te vroeg over van een babyautostoeltje dat tegen de rijrichting in staat (groep 0+) op een kinderautostoeltje (groep 1) dat niet tegen de rijrichting in staat. Dat is niet veilig, blijkt uit onderzoek in Zweden. Ook grotere kinderen worden het beste tegen de rijrichting in vervoerd. Bij een aanrijding wordt het kind dan met zijn rug en hoofdje in het stoeltje gedrukt. De impact van een schok wordt dan verdeeld over de hele rug. Dat is belangrijk want de nek van jonge kinderen is nog niet genoeg ontwikkeld om zo’n schok op te kunnen vangen. Wanneer een baby in de rijrichting meerijdt (dit wil zeggen in dezelfde richting als de bestuurder), zal zijn hoofd bij een frontale botsing hard naar voren geslingerd worden. Zijn weinig ontwikkelde nekspieren kunnen onmogelijk verhinderen dat het hoofd naar voren schokt. Dit kan dodelijk zijn of leiden tot verlamming.
Wacht dus zo lang mogelijk met overstappen van een babyautostoeltje op een kinderautostoeltje: tot de leeftijd van 2 à 3 jaar of 13 kg (of tot zijn hoofd boven de rand van het zitje uitsteekt) is het aangeraden kinderen te vervoeren tegen de rijrichting in. Dit geldt zowel voor zitjes die u voor- als achteraan plaatst.

Jonger dan één jaar:
Altijd een zitje tegen rijrichting.

Ouder dan één jaar:
Een zitje in rijrichting kan, maar het is beter om zo lang mogelijk een zitje tegen rijrichting te gebruiken.

Minder dan 13 kg:
Altijd een zitje tegen rijrichting

Meer dan 13 kg
Geen probleem voor zitje in rijrichting.

Meer dan 15 kg
Dan kan u een verhogingskussen gebruiken, bij voorkeur met rugsteun.

3. Wanneer overschakelen naar grotere maat?
Voor de veiligheid van uw kind is het aangeraden om zolang mogelijk een zitje van een lagere categorie te gebruiken. Schakel dus niet te snel over naar een "groter" zitje, maar wacht tot uw kind het maximumgewicht van het zitje heeft bereikt, of tot het hoofd over de rand van het zitje komt. Pas dan schakelt u over naar een volgende categorie. Is uw baby zo gegroeid dat zijn voetjes over de rand van het zitje komen? Dit is niet erg. Gebruik het zitje verder totdat hij het aangeduide maximumgewicht heeft bereikt.

4. Het ECE-keurmerk
Alle kinderzitjes die in België verkocht worden, moeten gehomologeerd zijn volgens de Europese norm (ECE).
Het keurmerk heeft een roodoranje kleur en draagt het nummer 03 of 04. Pas op: oudere keurmerken, met het nummer 02, voldoen niet meer aan de veiligheidsnormen.

De hoofdletter ‘E’ gevolgd door een nummer geeft het land aan dat het keurmerk verleende (bv. 1 voor Duitsland, 6 voor België, 11 voor Engeland). Alleen de nummers 1, 2, 3, 4, 5 en 11 zijn in orde, omdat deze landen over een testlaboratorium beschikken om een goedkeuring te geven.
De gewichtsklasse staat vermeld op het label, bv. 0-10 kg, 8-18 kg, enz.

Sommige fabrikanten vermelden een uniek serienummer. Zo kunnen ze nagaan welk model bij welke klant terechtkwam.
Een ‘Y’ wil zeggen dat het zitje voorzien is van een tussenbeengordel.
Een ‘S’ wil zeggen dat het zitje aangepast is voor een kind met een handicap.

5. Kinderzitje moet aangepast zijn aan uw auto
• Kies een autostoeltje dat bij uw auto past. Hebt u achteraan bijvoorbeeld geen driepuntsgordel op de middenstoel, dan koopt u het best een stoeltje dat u met een heupgordel kan vastmaken. Als de auto uitgerust is met een derde verankeringpunt, dan kan een erkende dealer de heupgordel achterin vervangen door een driepuntsgordel.
Beschikt uw wagen niet over gordels op elke zitplaats? Als de auto voorzien is van verankeringspunten, kan u een driepuntsgordel laten monteren door een erkende dealer.
• Is uw wagen voorzien van het Isofix-systeem, dan kan u een Isofix-zitje kopen dat wordt vastgemaakt zonder de autogordel te gebruiken.
Als uw auto niet is uitgerust met isofix-bevestigingspunten, heeft het weinig zin om een (duurder) isofix-zitje te kopen.
Isofix is een systeem waarbij het zitje wordt vastgemaakt aan de binnenstructuur van de wagen. Het heeft twee sluitingen achteraan die worden vastgeklikt in de Isofix-bevestigingspunten. Deze bevestigingspunten zijn haken die zich bevinden in de holte tussen de rugleuning en de zitbank van de wagen. Soms is er een derde bevestigingspunt voorzien bovenaan het zitje of onderaan het zitje (vb. een steunpoot).
U kan het Isofix-systeem enkel gebruiken in wagens die uitgerust zijn met Isofix-bevestigingspunten.
Voordeel is dat het zitje eenvoudig en snel kan worden bevestigd en dat er niks kan mislopen.
• Vooraleer u een autozitje koopt, is het aan te raden om het uit te proberen in uw wagen. In sommige auto's zijn de gordels te kort om een babyzitje correct vast te maken. Als dit zo is, kan u beter een ander model van zitje kopen. Er bestaan ook modellen van babyzitjes met een apart onderstel. U maakt het onderstel vast met de gordel van de wagen of met het Isofix-system, en klikt het zitje erin. Deze modellen kunnen soms een oplossing bieden als de gordel van de wagen te kort is om het zitje tegen de rijrichting correct vast te maken, of wanneer u enkel een heupgordel hebt om het zitje vast te maken.

6. Comfort en gebruiksgemak
• De heupriem loopt over de heupen van het kind en niet over de buik.
• Een goede zijdelingse bescherming (vooral voor het hoofd).
• Een zitje dat breed genoeg is met een voldoende hoge rugsteun voor een langdurig gebruik.
• De lengte van de riempjes kan eenvoudig en snel worden aangepast.
• Goede kinderzitjes in de rijrichting hebben 5 riempjes. Het riempje tussen de benen zorgt ervoor dat de heupriem netjes om de heupen blijft en belet dat deze op de buik schuift. Dit riempje tussen de beentjes moet dus zo kort mogelijk zijn.
• Het zitje beweegt niet als men het naar voren of opzij trekt (momenteel bestaan er op de markt zitjes met een blokkeersysteem voor de veiligheidsgordel). Voor een kinderzitje in rijrichting (groep 1 van 9-18 kg) kiest u bij voorkeur een zitje met een systeem om de gordel extra aan te spannen. Dit systeem zorgt ervoor dat de autostoel goed vastzit, wat veiliger is.
• Voor pasgeborenen is het aan te raden om een speciaal kussentje te gebruiken dat meer steun geeft aan het hoofd (meestal meegeleverd met het zitje).
• Moet het zitje regelmatig in een andere wagen worden gebruikt? Kies dan voor een relatief licht, eenvoudig te installeren zitje.

7. Koop geen tweedehands zitje
Koop liever geen tweedehands zitje als u niet zeker weet wat ermee is gebeurd. Een autozitje dat al een ongeval heeft meegemaakt, zal uw kind niet meer beschermen zoals het hoort.


bron: Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) - www.bivv.be - www.kinderenindeauto.be/ - www.kindengezin.be
verschenen op : 10/10/2012


pub