Genetische manipulatie & Nieuwe voedingsmiddelen: reden tot paniek?

Laatst bijgewerkt: november 2015

dossier Over de mogelijke gezondheidsrisico’s van genetisch gewijzigde voedingswaren circuleren de wildste verhalen. Maar volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zijn genetisch gewijzigde planten die voldoen aan de wettelijke normen voor registratie minstens even veilig als de bestaande voedingsmiddelen.

Het ‘manipuleren’ van de natuur is al zo oud als de mensheid zelf. Het fokken van vee voor een betere melkproductie of voor meer trekkracht en het kruisen van gewassen voor een betere opbrengst, wordt reeds toegepast sinds de mens zich vestigde als landbouwer.
Het klassieke veredelen is echter een tijdrovende en vaak onzekere zaak. Bovendien kunnen alleen variëteiten die nauw met elkaar verwant zijn, gekruist worden, zodat de mogelijkheden beperkt zijn.

genet-manip-tomaat.jpg
Door middel van de genetische modificatie is het mogelijk om heel gericht een erfelijke eigenschap die opgeslagen is in enkele genen, bijvoorbeeld de eigenschap ‘grote vruchten’, in een plant in te bouwen.
Een andere mogelijkheid is het uitschakelen van een vervelende eigenschap, zoals bv. ‘gevoeligheid voor een bepaald insect’. Het is zelfs mogelijk om de erfelijke eigenschappen van een niet-verwante soort in een organisme te brengen. Zo kunnen eigenschappen van schimmels, bacteriën, insecten, planten en dieren onderling worden uitgewisseld. Vergeleken met de klassieke veredeling, waarbij enkel soortgelijke organismen vruchtbare nakomelingen kunnen produceren, is dit een ware revolutie.

Zo kan men bv. aardappelen of maïs uitrusten met het genetisch materiaal van een bacterie zodat deze beter bestand zijn tegen bepaalde insekten. De mogelijkheden zijn eindeloos. Wat dacht u van plantaardig vet dat minder schadelijke verzadigde en meer onverzadigde vetzuren bevat, groenten die even smakelijk zijn maar langer houdbaar, granen die geen allergieën veroorzaken of koffie zonder cafeïne...

Miniem verschil

Vermits de gentechnologie zich beperkt tot het inbrengen van één of een paar genen, is het verschil met het "oorspronkelijk" organisme miniem. Zo bevat een aardappelplant ongeveer 40.000 genen. Om deze plant resistent te maken tegen infecties worden twee, drie of vier genen toegevoegd. De gewijzigde aardappel is bijgevolg voor meer dan 99,9% de oude. Deze biotechnologische ingreep wijzigt het genetisch materiaal zelfs minder drastisch en veel selectiever dan de klassieke veredelingstechnieken.

Om het transgeen (genetisch gemanipuleerd) organisme te herkennen - het verschilt uiterlijk in niets van het gewone product - wordt samen met het gewenste gen soms ook een ‘marker’gen voor antibiotica-resistentie of herbicide-resistentie ingebouwd zodat alleen de getransformeerde cellen overleven wanneer aan de celkweek het antibioticum of herbicide wordt toegevoegd.

Een andere techniek, die steeds vaker wordt toegepast en waarbij geen gevaar is voor antibiotica- of herbicide-resistentie, bestaat erin om gebruik te maken van fluorescentie. De behandelde cellen lichten dan op wanneer ze beschenen worden met licht van een bepaalde golflengte (onder de UV-lamp).

Onrust

Labo-muis-560_05.jpg
Genetisch gewijzigde organismen (GGO’s) worden reeds geruime tijd op grote schaal toegepast in de geneesmiddelenindustrie (bv. voor de productie van insuline) en in de voedingstechnologie, bv. bij de fabricatie van enzymen die gebruikt worden in de kaasbereiding, als broodverbeteraar, om fructose aan te maken, enz.

Dit heeft nooit tot problemen geleid. Het is pas sinds deze technologie niet langer beperkt is tot schimmels, gisten en bacteriën, maar wordt aangewend om ‘hogere’ GGO’s te maken - zoals maïs die resistent is tegen bepaalde insecten, soja die bestand is tegen een bepaald soort insecticide - dat de hele controverse losbarstte.

Probleem is dat er twee gescheiden circuits dreigen te ontstaan met aan de ene kant de wetenschappelijke wereld met onderzoekers, veiligheidsverantwoordelijken van diverse bedrijven en de overheid, die via risico-analyse nagaan welke gevaren dergelijke organismen inhouden. En aan de andere kant de media en diverse drukkingsgroepen. Terwijl in de ene groep het vertrouwen in GGO’s toeneemt, wordt het verzet in de tweede groep groter.

Gezondheidsrisico’s

Wat de vermeende gezondheidsrisico’s betreft, is het onmogelijk om algemene uitspraken te doen. Elk product dient afzonderlijk te worden bekeken.

Binnen de Europese Unie bestaat een registratieprocedure volgens dewelke de nieuwe voedingsgewassen onderworpen worden aan een uitgebreide reeks tests inzake kwaliteit, voedingseigenschappen, veiligheid, enz. Zelfs wanneer producten intensief worden getest in de VS of Japan moeten ze opnieuw de Europese goedkeuringsprocedure doorlopen. Voor de hoger geciteerde maïs- en soja-producten kwamen de Europese experts tot de bevinding dat er geen enkel gevaar bestaat voor menselijke (en dierlijke) consumptie.

Voor andere producten, zoals maïs die resistent is tegen een bepaald type antibiotica of soja met een gen van de Braziliaanse noot, die mogelijk wel risico’s kunnen inhouden, werd dan weer geen goedkeuring verleend.(zie verder bij allergie)

Volgens een expertencomité van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) kunnen genetisch gewijzigde planten die voldoen aan de wettelijke normen voor registratie als veilig worden beschouwd. Gezien er uitgebreid onderzoek werd gedaan naar de veiligheidsaspecten van de nieuwe gewassen, bestaat volgens de WGO over hun veiligheid zelfs een grotere zekerheid dan over de bestaande voedingsmiddelen.

Bovendien kunnen die GGO’s ook een aantal gezondheidsvoordelen inhouden.

• Gewassen die beter bestand zijn tegen allerlei ziekten door schimmels, bacteriën, virussen en insecten moeten minder behandeld worden. Het gebruik van diverse bestrijdingsmiddelen kan hierdoor worden beperkt.
• Door bepaalde kenmerken van een levensmiddel te wijzigen, kan men de houdbaarheid verlengen waardoor bv. minder conserveringsmiddelen nodig zijn.
• In oliehoudende zaden (bv. koolzaad) kan men het gehalte aan verzadigde vetten doen dalen en vervangen door meer onverzadigde vetten.

Etikettering

Een tweede luik in de Europese wetgeving heeft te maken met de etikettering. In principe moet het etiket van producten die genetisch gewijzigde eiwitten bevatten, dit uitdrukkelijk vermelden. Op die manier kan de consument zelf oordelen of hij een dergelijk product al dan niet wil kopen. Die etikettering biedt ook uitkomst voor eventuele filosofische of godsdienstige bezwaren worden eveneens gehoord. Wanneer men bv. een varkensgen zou inplanten in een ander organisme kan dit op verzet stuiten bij bv. strikte vegetariërs of arabisch/joodse culturen.

Volgens de Europese wetgeving is de etikettering echter niet verplicht wanneer het genetisch gewijzigde eiwit helemaal niet aanwezig is in het eindproduct en dit ‘nieuwe’ eindproduct op geen enkele wijze kan onderscheiden worden van het "oude". Dit is bijvoorbeeld het geval voor olie uit de soja die resistent is tegen een bepaald soort onkruidverdelger. De samenstelling van deze olie is immers dezelfde als deze van klassieke olie omdat de genetisch gewijzigde eiwitfractie niet in de olie zit.

zie ook artikel : Wat vertelt het etiket ?

Milieubezwaren

natuur-mais-genet-manip-560_05.jpg
• Een veel gehoord bezwaar is dat een GGO kan kruisen met een wilde soort die zich dan in de natuur zou verspreiden. Dit "superonkruid" zou dan kunnen woekeren omdat het moeilijk te bestrijden is.

Voor soja en maïs bestaat dit gevaar alvast niet omdat deze gewassen uitheems zijn en er bij ons geen soortgelijke wilde planten bestaan waarmee ze zich kunnen kruisen. Maar voor andere planten kan dit risico niet worden uitgesloten.

• Ook het gevaar van insectresistentie is een aandachtspunt. Planten die beter bestand zijn tegen een bepaald insect betekenen een besparing voor het milieu omdat er minder insecticiden moeten gebruikt worden. Toch bestaat het gevaar dat er een "superinsect" ontstaat dat de gewijzigde plant toch kan aantasten.

Om dit soort problemen te vermijden, is blijvende waakzaamheid vereist. Niet alleen is het onverstandig om alle gewassen te vervangen door genetisch gewijzigde variëteiten omdat zo een monocultuur ontstaat. Een zekere variëteit behouden in de gewassen (GGO’s naast niet-GGO’s) is wenselijk om zo ook een heterogene populatie aan insecten en onkruiden te behouden. Men kan ook (in de toekomst) variëren met diverse GGO’s die telkens een andere strategie bezitten om zich te wapenen tegen insecten.

GGO's en allergie

Verhogen GGO's het risico op allergieën? Door de genetische modificatie wordt immers de genetische code van de plant gewijzigd zodat deze een "nieuw" eiwit aanmaakt. Omdat allergenen, dit is het voedingsbestanddeel waarop allergisch wordt gereageerd, steeds eiwitten zijn, worden deze nieuwe eiwitten als mogelijke allergenen beschouwd.

De voornaamste voedselallergenen zijn eiwitten uit melk, eieren, pinda’s, schaaldieren, diverse graangewassen en sojabonen. Allergie treft ongeveer 1 tot 2% van de bevolking. Men vreest nu dat wanneer een donorgen afkomstig is van een allergiserende plant, die allergie ook wordt doorgegeven aan de nieuwe plant.

Dit gevaar is niet helemaal denkbeeldig. Een transgene soja met een gen van de Braziliaanse noot om de voedingswaarde van de soja te verbeteren, bleek bijvoorbeeld allergische reacties te veroorzaken bij mensen die voorheen niet allergisch waren voor soja, maar wel voor die Braziliaanse noot.

Toch mag ook dit risico niet worden overdreven. Ten eerste is de kans dat een ingeplant gen een allergeen zou zijn, miniem. Een allergische reactie is vrijwel steeds het gevolg van een reactie tegen verschillende eiwitten, terwijl bij genetische modificatie slechts een beperkt aantal eiwitten wordt gewijzigd. Bovendien wordt elk GGO uitgebreid getest op het allergeen vermogen vooraleer te worden goedgekeurd.

Omgekeerd kunnen de GGO’s in de toekomst mogelijk ook een oplossing zijn voor mensen met een bestaande allergie. Men zou bv. gewassen kunnen creëeren die geen of minder allergenen bevatten. Nu al wordt in Japan bv. geëxperimenteerd met rijst met verlaagde allergeniciteit.






pub