Veilig met de fiets naar school

Laatst bijgewerkt: augustus 2012
fietsen-verkeer-veilig-170_08.jpg

tips Studies hebben aangetoond dat kinderen ongeveer vanaf de leeftijd van 10 jaar in staat zijn om alleen in het verkeer te fietsen. Uiteraard speelt de opgedane ervaring van uw kind een belangrijke rol. Kinderen die vaak met hun ouders in het verkeer oefenen, kunnen vlugger zelfstandig de straat op.

Fietsen is - zeker in Vlaanderen - niet veilig, zo blijkt uit cijfers van het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV). Elke dag zijn in België 9 jonge fietsers en voetgangers tussen vijf en achttien betrokken bij een verkeersongeval. 14 % van de dodelijke verkeersslachtoffers zijn fietsers. In Vlaanderen zijn er in de week het meeste letselongevallen met fietsers tussen 8 en 9 uur ’s morgens. Na de middag is er een piek van gekwetste fietsers tussen 16 en 17 uur. Dat schoolverkeer bij gekwetste fietsers een belangrijke rol speelt, wordt ook aangetoond op woensdag. Op die dag situeert de piek van gekwetste fietsers zich niet ’s morgens of ’s avonds maar ’s middags tussen 12 en 13 uur. De piek van gekwetste fietsers is ’s avonds steeds hoger dan ’s morgens. Kinderen zijn na school meer ‘uitgelaten’ na een dag stilzitten en werken, en dus mogelijk minder aandachtig in het verkeer.

• Probeer het traject naar school enkele keren samen met uw kind uit en geef uw kind tips en aanwijzingen. In het begin rijd u het best naast uw kind, aan de linkerkant. Heeft uw kind al wat meer ervaring, dan fiets u er achter.

• Laat uw kind pas alleen naar school fietsen als u er zeker van zijn dat het dit zelfstandig aankan. Kan het achter zich kijken en zijn arm uitsteken zonder uit te wijken? Kan het de afstanden en snelheden van de auto’s voldoende veilig inschatten? Is hij/zij zich bewust van de gevaren?

• Stippel vooraf samen de veiligste weg uit. De veiligste weg is niet noodzakelijk de kortste weg. De veiligheid is groter:
- in straten met weinig verkeer
- in straten waar de wagens niet snel rijden
- in straten met een breed fietspad of waar het fietspad goed van de rijbaan afgeschermd is
- op plaatsen waar veilig kan overgestoken worden (indien nodig moet u afstappen en met de fiets aan de hand oversteken).

• Zorg dat uw kind goed zichtbaar is op de fiets, bijvoorbeeld door: gekleurde kleding met eventueel reflecterende strips. Voor kleine kinderen zorgt een oranje fietsvlag aan een lange stok ervoor dat uw kind goed zichtbaar is.
• Een fietshelm geeft extra bescherming wanneer u als fietser betrokken raakt bij een ongeval.
• Fietsers jonger dan 9 jaar mogen altijd op het trottoir rijden, op voorwaarde dat de wielen een wieldiameter van ten hoogste 50 cm (banden niet inbegrepen) hebben.

• Als er een berijdbaar fietspad is, moet u het gebruiken in de aangegeven rijrichting. Op een fietspad mag u steeds met twee naast elkaar fietsen, op voorwaarde dat u bij het kruisen of het inhalen de andere tweewielers niet hindert.

• Indien er geen bruikbaar fietspad is, moet u rechts op de rijbaan fietsen.
U ook op de gelijkgrondse bermen en in parkeerzones rijden. Opgepast: doe dir alleen als er plaats is over een langere afstand, zigzaggen is uit den boze.
Buiten de bebouwde kom mag u ook op de trottoirs en de verhoogde bermen rijden.

• Fietsers mogen met maximaal twee naast elkaar rijden, behalve wanneer het kruisen van voertuigen niet mogelijk is. Buiten de bebouwde kom moet u als fietsers achter elkaar rijden zodra er een achteropkomend voertuig nadert.

• U hebt als fietser geen voorrang op een oversteekplaats voor fietsers. U moet wachten tot het veilig is om over te steken.

• Een fietser mag het zebrapad niet al fietsend oversteken. Een fietser heeft geen voorrang als hij of zij het zebrapad al fietsend oversteekt.

• Als er geen oversteekplaats is (voor voetgangers of voor fietsers), moet het kind een plaats kiezen waar het goed zichtbaar is en waar het de voertuigen goed ziet aankomen.

• Fietsers zijn verplicht hun arm uit te steken wanneer zij links of rechts afslaan en wanneer ze inhalen of zijwaarts uitwijken.

Opgepast voor de dode hoek. Als er op een kruispunt vrachtwagens rijden, blijft u het best ver achter hen. Plaats u in elk geval nooit naast een vrachtwagen, want als fietser staat u dan in de dode hoek van de vrachtwagen en de chauffeur kan u dan onmogelijk zien!

• Bestuurders die zich op de rotonde bevinden en van links komen, moet u laten voorgaan. Zij hebben altijd voorrang op bestuurders die de rotonde willen oprijden, ook op fietsers. Eenmaal op de rotonde, rijdu u het best in het midden van de rijstrook, aan een behoorlijk tempo. Zo merken de bestuurders je beter op en zullen ze u de pas niet afsnijden.

Opgelet, als er op de rotonde een fietspad is, moet u dit volgen. Wees dubbel voorzichtig, want u bevindt zich buiten het gezichtsveld van de automobilisten die u dan sneller de pas kunnen afsnijden…
Vóór u de rotonde verlaat, moet u de rechter arm uitsteken om de andere bestuurders tijdig te verwittigen.

• Pas op voor onverwachte hindernissen: Een portier dat plots opengaat, een auto die uit een garage of parking komt gereden... U rijdt best op 1 meter afstand van de kant van de rijbaan of van geparkeerde wagens. Blijf aandachtig, zodat u hindernissen tijdig kan ontwijken.

• Het is verboden:
• om te rijden zonder het stuur vast te houden
• zonder de voeten op de pedalen te hebben
• zich te laten voorttrekken
• met een dier aan het leiband
• om niet handenvrij te telefoneren
• over te steken als het licht rood is.

• De schooltas draagt u op de rug of op de bagagedrager. Niét aan het stuur, want dat brengt het evenwicht in gevaar.

• Vermijd lange jassen, sjaals, brede broeken en losse veters: ze kunnen tussen de spaken raken en een val veroorzaken.

• Zorg er voor dat uw fiets technisch in orde is. Dat betekent: aangepast aan de grootte van het kind, volledig uitgerust en goed onderhouden.

De fiets heeft de juiste afmeting als uw kind met platte voeten op de grond kan staan zonder op de stang te 'zitten' en het zich niet moet rekken om aan het stuur te kunnen. Als uw kind op het zadel zitten, moeten de voeten de grond nog kunnen raken.

De fiets is volledig uitgerust:
• Een bel (hoorbaar op 20 meter)

• Twee goed functionerende remmen (één op het voorwiel en één op het achterwiel)
Uitzondering kinderfietsen: de fietsen die uitgerust zijn met wielen met een diameter van ten hoogste 500 mm mogen voorzien zijn van slechts één enkele doelmatige rem.
Controleer regelmatig of de moeren van de remschroeven goed aangespannen zijn. De remschijven zouden de velgen enkel mogen raken tijdens het remmen. Controleer ook of de remhendels los zijn. Wanneer ze volledig ingedrukt zijn, zouden de hendels op minstens 2,5 cm van het stuur moeten komen.

• Reflectoren
- vooraan 1 witte reflector
- achteraan 1 rode reflector (het weerkaatsende deel mag niet samenvallen met het achterlicht)
- aan weerszijden van de pedalen gele of oranje reflectoren
- op de spaken van elk wiel minstens 2 gele of oranje dubbelzijdige reflectoren; vast bevestigd aan de spaken en symmetrisch aangebracht en/of een witte reflecterende strook aan weerszijden van elke band.
Op een mountainbike of koersfiets zijn reflectoren slechts verplicht als u er ’s nachts mee rijdt of wanneer het zicht beperkt is tot minder dan 200 m. Maar als de fiets uitgerust is met een spatbord, moet hij vooraan een witte reflector hebben en achteraan een rode.

• Fietslichten moeten alleen aanwezig zijn én in werking zijn tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien op een afstand van ongeveer 200 meter. In dat geval gaat het om een wit of geel licht vooraan en een rood licht achteraan. Deze lichten mogen niet verblindend zijn. De verlichting, die ook sinds 18 mei 2006 in knipperstand mag werken, moet niet meer op het rijwiel zelf aangebracht worden. Ze mag op de bagage, de kleding, het lichaam, het rijwiel zelf,... aangebracht worden.

Wanneer de fietsverlichting niet werkt, kan dit een aardige duit kosten. Vanaf de leeftijd van 16 jaar is een boete van 50 euro mogelijk. Wanneer u jonger bent dan 18 jaar wordt u doorgaans door het parket verplicht om deel te nemen aan een verkeersklas die gegeven wordt door de politie.

Laat de fietsenmaker de fiets eens per jaar een controle- en smeerbeurt geven.


Fietsmeesters
Het inoefenen van fietsvaardigheid is een belangrijk onderdeel van de praktische verkeerseducatie. Om scholen te helpen de leerlingen de nodige fietsvaardigheid bij te brengen heeft de Stichting Vlaamse Schoolsport in samenwerking met Mobiel 21, de Fietsersbond en het BIVV een specifiek trainingsprogramma op punt gesteld, “Meester op de fiets”. De naam verwijst naar het feit dat een bekwame fietser de fiets meester is, maar ook naar de bedoeling om “Fietsmeesters” uit te sturen naar scholen die interesse hebben om een fietsvaardigheidstraining te organiseren voor hun leerlingen.
www.meesteropdefiets.be/fietsmeesters/

Meer info
www.bivv.be
www.mobiel21.be
www.faber.kuleuven.be/fietsveilig



verschenen op : 29/08/2012
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt