ad

Veilig met de fiets naar school

Laatst bijgewerkt: augustus 2020
123_fiets_kind_boekentas_2020.jpg

dossier

Studies hebben aangetoond dat kinderen ongeveer vanaf de leeftijd van 10 jaar in staat zijn om alleen in het verkeer te fietsen. Uiteraard speelt de opgedane ervaring van je kind een belangrijke rol. Kinderen die vaak met hun ouders in het verkeer oefenen, kunnen vlugger zelfstandig de straat op. Fietsen is - zeker in Vlaanderen - niet veilig, zo blijkt uit cijfers van het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV). In Vlaanderen zijn er in de week het meeste letselongevallen met fietsers tussen 8 en 9 uur ’s morgens. Na de middag is er een piek van gekwetste fietsers tussen 16 en 17 uur. Dat schoolverkeer bij gekwetste fietsers een belangrijke rol speelt, wordt ook aangetoond op woensdag. Op die dag situeert de piek van gekwetste fietsers zich niet ’s morgens of ’s avonds maar ’s middags tussen 12 en 13 uur. De piek van gekwetste fietsers is ’s avonds steeds hoger dan ’s morgens. Kinderen zijn na school meer ‘uitgelaten’ na een dag stilzitten en werken, en dus mogelijk minder aandachtig in het verkeer.

Enkele tips om het veilig te houden:
  • Probeer het traject naar school enkele keren samen met je kind uit en geef je kind tips en aanwijzingen. In het begin rijd je het best naast je kind, aan de linkerkant. Heeft je kind al wat meer ervaring, dan fiets je er achter.
  • Laat je kind pas alleen naar school fietsen als je er zeker van zijn dat het dit zelfstandig aankan. Kan het achter zich kijken en zijn arm uitsteken zonder uit te wijken? Kan het de afstanden en snelheden van de auto’s voldoende veilig inschatten? Is hij/zij zich bewust van de gevaren?
  • Stippel vooraf samen de veiligste weg uit. De veiligste weg is niet noodzakelijk de kortste weg. De veiligheid is groter in straten met weinig verkeer, in straten waar de wagens niet snel rijden, in straten met een breed fietspad of waar het fietspad goed van de rijbaan afgeschermd is en op plaatsen waar veilig kan overgestoken worden (indien nodig moet je afstappen en met de fiets aan de hand oversteken).
  • Zorg dat je kind goed zichtbaar is op de fiets, bijvoorbeeld door gekleurde kleding met eventueel reflecterende strips. Voor kleine kinderen zorgt een oranje fietsvlag aan een lange stok ervoor dat je kind goed zichtbaar is.
  • Een fietshelm geeft extra bescherming wanneer je als fietser betrokken raakt bij een ongeval.
  • Leer je kind dat je als fietser geen voorrang hebt op een oversteekplaats voor fietsers. Je moet wachten tot het veilig is om over te steken.
  • Ook goed om weten: een fietser mag het zebrapad niet al fietsend oversteken. Een fietser heeft geen voorrang als hij of zij het zebrapad al fietsend oversteekt.
  • Als er geen oversteekplaats is (voor voetgangers of voor fietsers), moet je kind een plaats kiezen waar het goed zichtbaar is en waar het de voertuigen goed ziet aankomen.
  • Opgepast voor de dode hoek. Als er op een kruispunt vrachtwagens rijden, blijf je het best ver achter hen. Plaats je in elk geval nooit naast een vrachtwagen, want als fietser sta je dan in de dode hoek van de vrachtwagen en de chauffeur kan je dan onmogelijk zien!
  • Lees je kind op te passen voor onverwachte hindernissen: een portier dat plots opengaat, een auto die uit een garage of parking komt gereden...
  • De boekentas draagt je kind best op de rug of op de bagagedrager. Niét aan het stuur, want dat brengt het evenwicht in gevaar.
  • Vermijd lange jassen, sjaals, brede broeken en losse veters: ze kunnen tussen de spaken raken en een val veroorzaken.
  • Zorg er voor dat de fiets van je kind technisch in orde is. Dat betekent: aangepast aan de grootte van het kind, volledig uitgerust en goed onderhouden. De fiets heeft de juiste afmeting als je kind met platte voeten op de grond kan staan zonder op de stang te 'zitten' en het zich niet moet rekken om aan het stuur te kunnen. Als je kind op het zadel zit, moeten de voeten de grond nog kunnen raken.

Meer info:
www.vias.be
www.mobiel21.be




ad


pub