Fietsen met kinderen: welk fietsstoeltje is geschikt voor uw kinderen?

Laatst bijgewerkt: oktober 2012
123-kind-fiets-fietshelm-170_08.jpg

nieuws Vanaf het moment dat een kind stevig kan zitten (ongeveer negen maanden), kan het in een fietskinderzitje vervoerd worden. Voor verschillende leeftijden zijn er verschillende modellen op de markt. Er zijn zelfs modellen die geschikt zijn tot de leeftijd van 9 jaar. Voor de allerjongsten zijn er constructies om een Maxi-Cosi of ander autozitje op de fiets te monteren.
Een passagier meenemen op de bagagedrager is verboden, tenzij de fiets voorzien is van voetsteuntjes.

Liefst achteraan
De modellen die u achterop moet bevestigen, verdienen de voorkeur boven zitjes aan het stuur. Fietszitjes aan het stuur mogen niet meer aan de voorkant van het stuur boven de koplamp bevestigd worden.
Een stoeltje vooraan is hinderlijk bij het besturen en het afstappen van de fiets. Bij slecht weer zit uw kind ook meer in de wind en in de regen. Een stoeltje aan het stuur heeft een lagere rugsteun, waardoor er geen steun geboden wordt aan het hoofdje. Bij een val loopt het kind meer gevaar in een stoeltje aan het stuur dan een stoeltje achter op de fiets.
Monteer geen voorzitje op een racefiets.

Aankooptips
• Koop altijd een fietszitje dat aan de Europese norm voldoet (NEN-EN 14344).
• Er staat aangegeven voor welk type van fiets het stoeltje (niet) kan worden gebruikt.
• Bij stoeltjes achter op de fiets is het symbool ‘zwaartepunt’ zichtbaar aangebracht aan de buitenkant van het stoeltje.
• Op stoeltjes die aan de bagagedrager worden bevestigd, staan instructies voor de bevestiging.
• Op stoeltjes die aan de fiets zelf worden bevestigd, staan instructies i.v.m. met de diameter van het frame van de fiets.

• Hou rekening met het gewicht van uw kind:
• Stoeltjes vooraan die bevestigd zijn tussen het stuur en de fietser: voor kinderen van 9 tot 15 kg.

• Stoeltjes achter op de fiets:
• model A15: voor kinderen van 9 tot 15 kg
• model A22: voor kinderen van 9 tot 22 kg.
Het verschil tussen model A15 en model C15 heeft te maken met de verschillen in hoogte van de rugleuning, de zijkanten, de breedte van het stoeltje, enz.

• Probeer ter plaatse de verschillende modellen. Controleer of ze geschikt zijn voor uw fiets. Probeer het zitje met het kind, kijk of de voetjes niet ergens tussen de spaken kunnen komen.

• Stoeltjes die aan het frame worden bevestigd, zijn comfortabeler dan stoeltjes die aan de bagagedrager worden bevestigd. Uw kind krijgt dan minder schokken. Stoeltjes die aan de bagagedrager worden bevestigd, hebben een extra bevestigingspunt aan de fiets. Bij veel merken is het mogelijk een extra bevestigingssetje aan te schaffen.
• Stoeltjes die vooraan worden bevestigd, worden behalve aan het stuur ook nog op een andere plaats aan de fiets bevestigd. Een zitje moet aan de stuurpen of balhoofdbuis worden bevestigd (zitjes die aan het stuur zelf worden bevestigd zijn niet geschikt voor aluminium sturen).

Zorg ervoor dat de rem- en versnellingskabels niet in de knel komen. Het fietszitje kan ervoor zorgen dat het stuur minder ver kan draaien, u kunt dus minder scherpe bochten maken.

Check met uw kind in het zitje of er geen lichaamsdelen in de knel komen bij het sturen.
• Het zitje moet voorzien zijn van een spaakafscherming. Indien deze afscherming ontoereikend is moet een jasbeschermer bij het fietszitje worden geleverd.
• Er zijn geen openingen tussen 0,5 en 1,2 cm groot.
• Kleine onderdelen kunnen niet losgemaakt worden met vingers of tanden.
• Scherpe hoeken, randen of punten zijn afgerond of bedekt.
• Het bevestigingssysteem kan alleen met gereedschap aangebracht of losgemaakt worden.
• Het stoeltje heeft verstelbare drie- of vierpuntsgordels. De riempjes zijn minstens 2 cm breed. Uw kind kan de gordel niet openen.

De gordel loopt ofwel:
• over schouders en kruis;
• over schouders en middel, wanneer het stoeltje uitgerust is met een bevestigingssyteem ter hoogte van het kruis;
• over schouders, middel en kruis.

• Zorg dat het stoeltje verstelbare voetsteunen heeft of dat de fiets een wielbescherming heeft. De voetsteunen moeten voorzien zijn van spaakafscherming (voetenkuipje).
• De verstelbare voetriempjes zijn minstens 1,5 cm breed.
• Bij sommige modellen is het mogelijk de rugleuning in hoogte te verstellen. Ook zijn er modellen waarbij de rugleuning achterover gezet kan worden, waardoor je kind lekkerder kan slapen.
• Voor uw kind is het ideaal als de kinderstoel uitgerust is met een helmuitsparing (bovenaan het zitje is het plastic wat naar achter gebogen

Gebruikstips
• Monteer het stoeltje volgens de gebruiksaanwijzing. Controleer na de montage van het stoeltje of alle delen van de fiets nog goed functioneren.
• Zorg ervoor dat een achterzitje op de juiste plek gemonteerd zit. Zit het te ver naar voren, dan heeft een kind geen ruimte; te ver naar achteren geeft kantelgevaar.
• Kijk regelmatig alle bevestigingen goed na.
• Ga geregeld na of uw kind het maximumgewicht voor het fietsstoeltje niet overschrijdt.
• Gebruik het fietsstoeltje niet als er een deel stuk is.
• Gebruik een zadelveerbeschermer, anders kan uw kind zijn vingers knellen.
• Laat uw fiets jaarlijks checken (let op stevigheid van de constructie, remmen, verbinding met kinderzitplaats, afscherming van wielen).
• Zet het zadel wat lager, zodat u makkelijk met beide voeten bij de grond kunt. Vallen met de fiets komt namelijk regelmatig voor.
• Zorg dat lichaamsdelen of kleren nooit in contact komen met bewegende delen van het stoeltje of van de fiets. Zorg voor goede spaakafscherming, goede spaakafscherming is een hardplastic scherm dat tussen het voetensteuntje en het wiel wordt bevestigd (te koop bij de fietsenmaker). Een jasbeschermer is geen voetbeschermer.
• Zorg dat uw kind altijd een valhelm draagt. Ook voor de fietser is het raadzaam een fietshelm te dragen.
• Zorg dat het kind vastgeklikt is in het fietsstoeltje.
• Laat uw kind nooit alleen achter in het fietsstoeltje.
• Laat uw fiets nooit op de standaard staan als uw kindje er nog op zit; ook niet als u een brede standaard hebt.
• Zorg dat de fiets niet om kan vallen terwijl uw kind op de fiets klimt of terwijl u het kindje erop tilt.
• Kleed uw kind altijd warm aan voordat u het in het fietsstoeltje zet. Uw kind koelt in een kinderzitje snel af. Bescherm het tegen regen en zon.
• Reflecterende vestjes zorgen voor een betere zichtbaarheid.
• Laad geen extra bagage aan het fietsstoeltje. Bevestig bagage altijd aan de tegenovergestelde kant van het fietsstoeltje.
• Vervoert u de fiets met de auto, demonteer dan eerst het fietsstoeltje.

bron: www.kindengezin.be
www.bivv.be
www.veiligheid.nl

zie ook artikel : Fietsen met kinderen: Veiliger met een fietskar



verschenen op : 15/08/2012 , bijgewerkt op 31/10/2012


pub