L-carnitine: een nutteloos voedingssupplement

Laatst bijgewerkt: augustus 2012

nieuws Carnitine of L-carnitine, is een aminozuur dat een belangrijke rol speelt in de vetverbranding en dus de energieproductie van het lichaam. Bovendien zou het ook een antioxidant zijn met een beschermende werking op o.m. hart en bloedvaten. Het transporteert namelijk giftige stoffen uit de cellen.
L-carnitine wordt voor alles en nog wat aanbevolen: als een prestatieverbeterend middel, om te vermageren, tegen onvruchtbaarheid, tegen verouderingsverschijnselen, tegen (chronische) vermoeidheid, tegen hart- en vaatziekten enz.

Bijna alles wat door de commercie geclaimd wordt inzake carnitinesupplementen, wordt niet wetenschappelijk ondersteund. Alleen in enkele specifieke omstandigheden, waarbij sprake is van een tekort aan carnitine, zouden L-carnitinesupplementen mogelijk enig nut kunnen hebben.

We hebben geen extra carnitine nodig
Normaal produceert ons lichaam zelf in de nieren en de lever meer dan voldoende carnitine, waardoor zelfs mensen die weinig extra carnitine uit hun voeding halen (zoals bv. veganisten) zelden een tekort zullen hebben. De carnitine die we niet direct nodig hebben, wordt opgeslagen in de spieren, het hart, de hersenen en het sperma. Een teveel aan carnitine wordt uitgescheiden via de urine.
L-carnitine komt vooral in dierlijke producten (vlees, melkproducten en vis) voor. Ook sommige plantaardige voedingswaren (zoals asperges, pindanoten, avocado’s en tarwe) bevatten carnitine.

Sommige mensen maken te weinig carnitine aan. Bij hen kunnen supplementen wel zinvol zijn. Dit geldt met name voor nierpatiënten, sommige prematuurtjes en mensen met een aangeboren afwijking waardoor ze geen carnitine aanmaken.
Bij sommige mensen kan het transport van carnitine verstoord zijn, waardoor sommige spieren te weinig bevoorrraad worden. Dat kan met name optreden bij patiënten met hart- en vaatziekten.

Sportprestaties
Carnitine kwam in de belangstelling in de jaren ‘90 toen Italië wereldkampioen voetbal werd en het bekend werd dat de Italiaanse ploeg carnitine gebruikt had.

Wanneer vetten uit de bloedbaan in de spier zijn opgenomen, moeten ze naar de energiecentrales (de mitochondriën) van de spiercel worden getransporteerd. Hier worden die vetten afgebroken en wordt energie opgewekt voor spiercontracties. Voor dit transport is carnitine nodig. Het is daarom logisch te denken dat een hoge(re) carnitine concentratie in de spier een de energievoorziening van de spier ten goede komt en glycogeen (suikervoorraad in de spieren) spaart. Daarom lijkt het een ideaal middel voor duursporters, aangezien vet de beste brandstof is voor lange inspanningen.

L-carnitine zou ook de ophoping van melkzuur verminderen en dus spiervermoeidheid en spierpijn tegengaan en herstel na een inspanning bevorderen. Tenslotte zou het de zogenaamde VO2max verhogen: dit is het maximale gehalte aan zuurstof dat een mens kan gebruiken tijdens inspanning.
In theorie is dit allemaal mooi. Maar in de praktijk blijkt dat inname van het supplement L-carnitine niet werkt. Zelfs hoge doseringen aan carnitine hebben geen invloed hebben op de concentratie aan spiercarnitine.

Recent is carnitine weer wat meer in de belangstelling komen te staan omdat nu is aangetoond dat het carnitinegehalte in de spier wel verhoogd kan worden wanneer carnitine ingenomen wordt met koolhydraten. Vervolgens is de aanname weer dat dit de vetverbranding zou kunnen bevorderen. Het praktische probleem is dat er relatief grote hoeveelheden koolhydraten ingenomen moeten worden. Een hoge inname van koolhydraten vermindert juist de vetverbranding. Deze strategie werkt zodoende waarschijnlijk averechts bij iedereen die de energie-inname probeert te reduceren in verband met gewichtsverlies.

Duurzaam effect van suppletie met carnitine is bovendien onwaarschijnlijk omdat een overschot wordt uitgescheiden via de urine. U plast het dure spul dus gewoon weer uit.
Carnitinesupplementen (meer dan 3 g per dag) kunnen ook bijwerkingen hebben, zoals misselijkheid, braken, diarree en krampen, en kunnen dus een negatieve invloed op de prestaties hebben.

Hart- en vaatziekten
Het is aangetoond dat L-carnitine een positief effect kan hebben bij sommige hart- en vaataandoeningen. Met name bij mensen die lijden aan hartfalen na een hartaanval ten gevolge van verstopping van de kransslagader, en mensen met verstopte slagaders in de benen (perifere vaatziekten, zoals ‘etalagebenen’) zouden creatine-supplementen kunnen helpen.
De claim dat L-carnitine helpt om hart- en vaatziekten te voorkomen, is echter nooit bewezen.

Veroudering
Bij het ouder worden werken de mitochondriën, de energiecentrales van de spiercel, minder goed. Onderzoek bij dieren heeft aangetoond dat hoge dosis L-carnitine de achteruitgang van de mitochondriën kan vertragen, en zowel de fysieke als mentale achteruitgang kan afremmen. Er zijn tot nog toe geen studies bij mensen die dit bevestigen. Dat carnitinesupplementen het geheugen zouden verbeteren of de evolutie van Alzheimer vertragen, is tot nu toe niet aangetoond.

Onvruchtbaarheid
Het is aangetoond dat lage carnitinegehaltes in het bloed de kwaliteit van het sperma kunnen verminderen. Sommige studies hebben aangetoond dat toediening van extra carnitine (2-3 g per dag) de spermakwaliteit verbetert, andere studies vonden geen effect.

Kanker
Enkele studies tonen aan dat carnitinesupplementen een positief effect hebben op de vermoeidheid tijdens chemotherapie of bestraling. Deze studies werden echter uitgevoerd bij patiënten met een tekort aan carnitine in de spieren.

Gewicht
Er bestaat geen enkel wetenschappelijk bewijs dat carnitine-supplementen de vetverbranding stimuleren en helpen om te vermageren.


bron: Office of Dietary Supplements - National Institutes of Health

Wil je onze artikels graag ontvangen in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

eenvoudig terug uit te schrijven
Wij verwerken jouw persoonsgegevens conform het Privacy-beleid van Gezondheid NV / Mediahuis.
volgopfacebook

volgopinstagram