ad

Jaarlijks 30 tot 65 verkeersdoden door rijgevaarlijke geneesmiddelen

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws Jaarlijks zijn in Nederland tussen 30 en 65 doden in het verkeer toe te schrijven aan het gebruik van rijgevaarlijke geneesmiddelen. Dit blijkt uit een recente schatting van deskundigen van de Rijksuniversiteit Groningen, het Nederlands Forensisch Instituut en de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid.

In 2006 werd het aantal verkeersdoden in samenhang met het gebruik van rijgevaarlijke geneesmiddelen geschat op 70 doden. De huidige schatting is lager. Dat is te verklaren door de daling van het totaal aantal jaarlijkse verkeersdoden in Nederland en het lagere gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen. Dat laatste is per 2009 met 15 procent afgenomen door eigen bijbetalingsregelingen in de ziektekostenverzekering voor deze middelen.

Uit onderzoek onder verkeersdeelnemers in Nederland blijkt dat veelgebruikte slaap- en kalmeringsmiddelen en sterke pijnstillers door ongeveer 1,2 procent van alle automobilisten achter het stuur wordt gebruikt (ter vergelijking: alcoholgebruik werd bij 2,4 procent aangetroffen).

Tussen de vijf en tien procent van alle dodelijk verongelukte slachtoffers is blootgesteld aan rijgevaarlijke geneesmiddelen. In 2010 waren er in Nederland 640 verkeersdoden te betreuren. Dat betekent dat naar schatting 30 tot 65 doden zijn toe te schrijven aan het gebruik van de onderzochte rijgevaarlijke geneesmiddelen. Aan de andere kant is het aannemelijk dat ook de aandoening of klacht zelf (bijvoorbeeld slapeloosheid, depressie of pijnklachten) de rijgeschiktheid op zich negatief kan beïnvloeden. In de praktijk is het dus niet alleen het geneesmiddel, maar een combinatie van aandoening en geneesmiddel die het risico op een ongeval bepaalt.

De onderzoekers adviseren om apothekers en huisartsen meer te betrekken bij het begeleiden van het gebruik van rijgevaarlijke geneesmiddelen door verkeersdeelnemers. Zo kan bijvoorbeeld informatie over hoe om te gaan met nadelige effecten op de rijvaardigheid ( die vaak in het begin van een behandeling optreden) het beste worden gegeven bij de start van een medicatie en bij veranderingen in het gebruik ervan (andere hoeveelheden en combinaties met andere rijgevaarlijke geneesmiddelen).

Ook wordt geadviseerd om de bijsluiters te verbeteren en een beter systeem voor het waarschuwen voor effecten op de rijgeschiktheid in te voeren. Zo wordt het gebruik van symbolen voor verschillende categorieën (weinig tot sterk beïnvloedend) aanbevolen. Deze kunnen worden toegepast op verpakkingen van geneesmiddelen en in schriftelijk en digitaal voorlichtingsmateriaal.


ad


pub