Reizen met een chronische ziekte

Laatst bijgewerkt: mei 2012
Wachtkamer-dr-zh-170_400_10_1.JPG

nieuws Een chronische ziekte, zoals een hartziekte, astma, een lever- of nieraandoening, diabetes enzovoort hoeft helemaal geen bezwaar te zijn om op reis te gaan, zelfs naar (sub)tropische landen. Wel is het belangrijk dat de ziekte onder controle is en dat u de voorgeschreven behandeling goed opvolgt.

Tijdens een reis naar een (sub)tropisch land, kunnen er gezondheidsproblemen ontstaan door de lange vliegtocht, door het klimaat, het hoogteverschil en door verminderde hygiënische omstandigheden, andere voeding, vermoeidheid enz. Geneesmiddelen die u moet nemen, kunnen door de hitte minder effect hebben, of ze kunnen de aanpassing aan de hitte of de hoogte vertragen, of u gevoeliger maken voor koude of warmte. Ook kan de weerstand tegen infecties verminderd zijn, bijvoorbeeld huidinfecties, reizigersdiarree.
Tenslotte zijn de gezondheidszorgvoorzieningen meestal veel slechter dan hier wanneer zich een acuut probleem zou voordoen.

• Bespreek uw reis voldoende lang op voorhand met uw arts, zodat de nodige voorzorgsmaatregelen kunnen worden genomen (bv. vaccinaties, aanpassing van medicatie, enz.). Bij mensen met verminderde weerstand beschermen sommige vaccinaties minder goed. Bepaalde vaccinaties zijn zelfs niet toegestaan, zoals gelekoorts, waardoor sommige bestemmingen uitgesloten zijn.

• Neem een voldoende voorraad van uw geneesmiddelen mee. Veel geneesmiddelen zijn in ontwikkelingslanden moeilijk verkrijgbaar.
Soms zal de dosis moeten aangepast worden. Bespreek dit zorgvuldig met uw arts en noteer eventueel waarop u moet letten.

• Warmte kan het effect van bloeddrukverlagende geneesmiddelen (antihypertensiva) bijvoorbeeld versterken, waardoor de bloeddruk te sterk kan dalen. Omdat men meer transpireert, kunnen diuretica (zoutafdrijvende bloeddrukverlagers) het zoutverlies ernstiger maken. Een verlaging van de dosis kan nodig zijn.

• Diabetespatiënten zullen mogelijk hun insuline-inspuitingen moeten aanpassen. Door warmte wordt insuline bv. beter opgenomen en bestaat de kans op een hypo.

• Antimalariamiddelen kunnen interactie geven met uw dagelijkse medicijnen (bv. antistollingsmiddelen). Dit moet altijd voor afreis worden gecontroleerd.

• Voor COPD-patiënten kan het nuttig zijn om een antibioticum mee te nemen in geval van een luchtweginfectie op reis. Oook kan het zinvol zijn om antibiotica in te nemen om in geval van reizigersdiarree onmiddellijk te kunnen innemen. Bespreek dit vooraf met uw arts.

• Indien u een oraal antistollingsmiddel (anticoagulantia) moet nemen, dan worden reizen in primitieve omstandigheden afgeraden.


• Vraag aan uw arts een medisch attest (bij voorkeur in het Frans en Engels) indien u een chronische ziekte hebt en regelmatig geneesmiddelen moet nemen of een voorraad spuiten en naalden moet meenemen. Dit voorkomt problemen aan de douane.
Vermeldt op dit attest essentiële gegevens die van belang kunnen zijn bij een ongeval of ziekte tijdens de reis, bijvoorbeeld de juiste naam van de medicamenten die u inneemt. Hartpatiënten kunnen ook het best een kopie van een recent EKG meenemen.
Neem ook altijd uw bloedgroepkaart of een First Help Info-kaartje met al uw medische informatie mee en bewaar die bij uw identiteitskaart.

• Zorg voor een goede reisbijstandsverzekering die ook de kosten voor reeds bestaande ziekten dekt.

Vliegtuigreizen
• Bij een intercontinentale vlucht is de luchtdruk in de cabine lager dan op zeeniveau. Personen met bepaalde hart- en longaandoeningen, afwijkingen aan hersenen of neusbijholten lopen hierdoor een verhoogd risico op klachten. Bespreek dit vooraf met uw arts.
Mensen die in rust ook hartklachten hebben wordt afgeraden om te vliegen. Ook bij bepaalde hartaandoeningen als instabiele angina pectoris, ernstige hartritme stoornissen en bij een recent hartinfarct mag niet gevlogen worden.
In sommige gevallen kan aan boord extra zuurstof worden gegeven. Vraag dit van te voren na bij uw vliegmaatschappij.

• Door het lange stilzitten treedt trombose (bloedklontering) in de beenvaten gemakkelijker op.
Mensen die vaker trombose hebben gehad en die geen bloedverdunnende middelen gebruiken, kunnen met hun behandelend arts overleggen of bloedverdunnende middelen nodig zijn.

• Tijdens vliegtuigreizen waarbij u meerdere tijdszones overschrijdt, kan het bij diabetes nodig zijn om uw insuline-inspuitingen aan te passen.

• Mensen met een pacemaker of een ICD (implanteerbare cardiale defibrillator) kunnen niet door de veiligheidspoortjes op het vliegveld. Ook fouilleren met een handmagneet wordt afgeraden. U moet dit aangeven bij het luchthavenpersoneel. Zij kunnen u dan handmatig fouilleren.



verschenen op : 17/06/2012


pub