ad

Waarom we beter wat minder zout eten

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws We eten te veel zout. Zout (of tenminste het natrium in zout) is nochtans levensnoodzakelijk voor o.m. de vochtbalans van het lichaam en is nodig voor een goede werking van de spier- en zenuwcellen. Maar te veel zout vergroot de kans op sommige ziekten, zoals een verhoogde bloeddruk (hypertensie), misschien hart- en vaatziekten, maagkanker, nierziekten en bij zeer hoge zoutconsumptie ook osteoporose (botontkalking).
Over de relatie tussen zout en de bloeddruk bestaat echter nogal wat controverse. Jarenlang werd gedacht dat zout de grote oorzaak van een hoge bloeddruk is. Maar dat klopt niet: onderzoek heeft aangetoond dat zoutgebruik bij de overgrote meerderheid van de bevolking niet de oorzaak van een verhoogde bloeddruk of hypertensie (meer dan 140/90 mm Hg) is.
Sommige mensen zijn echter gevoelig voor zout, wat waarschijnlijk genetisch bepaald is. Bij hen kan zoutgebruik wél hypertensie veroorzaken.
Mensen met een verhoogde bloeddruk zijn doorgaans gevoeliger voor zout dan mensen met een normale bloeddruk. Bij mensen met hypertensie zorgt een verlaging van de zoutconsumptie voor een belangrijke daling van de bloeddruk. Bij mensen met een normale bloeddruk heeft een vermindering van de zoutconsumptie echter nauwelijks een effect op de bloeddruk.

Hoeveel zout mogen we eten?
Voor volwassenen geldt het advies om niet meer dan 5 gram zout, ofwel maximaal 2 gram natrium per dag binnen te krijgen. Voor kinderen varieert dat tussen de 1 en 5 gram, afhankelijk van de leeftijdsgroep.
Dit is nog steeds veel hoger dan de dosis die ons lichaam strikt gezien nodig heeft. In normale omstandigheden verbruikt ons lichaam immers minder dan 1 g zout (400 mg natrium) per dag. De rest komt normaal via de nieren in de urine terecht en wordt uitgescheiden. Alleen in bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld ziektes die gepaard gaan met braken en/of diarree, hevig zweten of de inname van bepaalde geneesmiddelen zoals vochtafdrijvende middelen, kan de behoefte hoger liggen.
Uit recent onderzoek van het Nederlande Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat volwassen mannen gemiddeld 9,9 gram per dag en vrouwen 7,5 gram per dag binnen krijgen. Voor jongens ligt dat gemiddeld op 8,3 en voor meisjes op 6,8 gram per dag.

Risicogroepen
Een aantal groepen wordt aangeraden om extra op te letten met zout. Dat zijn:
• Mensen met een verhoogde bloeddruk (hypertensie): Bij ongeveer de helft van de hypertensiepatiënten zal een verminderde zoutinname leiden tot een daling van de bloeddruk. Algemeen kan men stellen: hoe hoger de bloeddruk, hoe groter het effect van een zoutbeperking.
• In geval van zwangerschapshypertensie, een specifieke vorm van hypertensie die aanleiding kan geven tot zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie, een ernstige complicatie die tot een miskraam kan leiden), is een streng zoutarm dieet echter uit den boze.
• Mensen met overgewicht: zij hebben vaak al een hogere bloeddruk en lopen door extra zout nog meer kans op hart- en vaatziekten.
Ouderen: de nierfunctie wordt minder bij het ouder worden. Ouderen verliezen daardoor minder zout. Het is voor ouderen extra belangrijk om voldoende te drinken, want ze hebben meer vocht nodig om dezelfde hoeveelheid zout kwijt te raken.
Baby’s en jonge kinderen: De nieren van baby’s en kinderen kunnen nog niet veel zout aan. Als kinderen te veel zout binnenkrijgen, kunnen ze op latere leeftijd last krijgen van hun nieren. Het advies is daarom om geen extra zout toe te voegen aan het eten van je baby of kind. Het is aan te raden kinderen ook niet te laten wennen aan een zoute smaak.

zie ook artikel : De 10 belangrijkste bronnen van zout in onze voeding




ad


pub