Nieuwe richtlijnen in verband met PIP-borstimplantaten

Laatst bijgewerkt: maart 2012
PIP-Implantat-170_400_02.jpg

nieuws De Hoge Gezondheidsraad heeft een nieuw advies uitgebracht in verband met de Poly Implant Prothèse of PIP-borstprothesen.

Volgens de Hoge Gezondheidsraad is er een abnormaal hoog risico dat de PIP-protheses zullen scheuren en dat de irriterende gel zal doorsijpelen naar de weefsels. Dit kan aanleiding geven tot ontstekingsreacties. Een verhoogd risico op kanker is tot op heden niet aangetoond. Op basis van het voorzorgsbeginsel beveelt de Hoge Gezondheidsraad daarom aan de protheses te verwijderen.

• Gescheurde borstprotheses moeten dringend worden verwijderd.
• Voor nog intacte PIP protheses is de verwijdering niet dringend maar moet toch binnen een redelijke termijn gebeuren. Dat kan immers best gebeuren onder omstandigheden die zowel op heelkundig als op anesthetisch vlak optimaal zijn.
• Indien een patiënte de verwijdering weigert, adviseert de Raad een verscherpte opvolging om de 6 maanden aan de hand van een MRI-scan.
• De Raad wil de kwaliteitscontrole en traceerbaarheid van borstprotheses en van medische hulpmiddelen in het algemeen verbeteren.

In aansluiting op het advies van de Hoge Gezondheidsraad heeft een ministeriële werkgroep nieuwe richtlijnen opgesteld mbt de terugbetaling van de verwijdering van de prothesen.

• Het verwijderen van een gescheurde prothese én de preventieve verwijdering van een nog intacte prothese, worden terugbetaald door de ziekteverzekering.

• De vervanging van de prothesen wordt enkel terugbetaald indien de prothesen geplaatst werden omwille van een medische reden (tubereuze borst, ernstige misvorming of een hersteloperatie na een borsttumor). Voor esthetische ingrepen wordt de vervanging in geen geval terugbetaald.

• Gezien het feit dat het verwijderen en vervangen van dergelijke implantaten onder algemene verdoving uitgevoerd worden, moet deze ingreep in een erkend ziekenhuis worden uitgevoerd door een daartoe bevoegde chirurg.

• De terugbetaling gebeurt volgens de normale procedures van het Riziv. Mogelijke remgelden (verschil tussen honorarium en terugbetalingstarief) blijven ten laste van de patiënt. Niet-geconventioneerde artsen (artsen die dat akkoord inzake de tarieven niet ondertekenden en zich dus niet aan de tariefafspraken hoeven te houden) kunnen bovendien bijkomende supplementen vragen, die niet terugbetaald zijn door de ziekteverzekering.


bron: www.fagg-afmps.be/nl/
verschenen op : 02/03/2012 , bijgewerkt op 02/03/2012


pub