Nieuwe regels in verband met werkverwijdering tijdens de zwangerschap

Laatst bijgewerkt: augustus 2019
zw-comp-rood-170_01.png

nieuws Tijdens uw zwangerschap of als u bevallen bent en/of borstvoeding geeft, mag uw werkgever u niet laten werken op bepaalde arbeidsposten of productieafdelingen waar u wordt blootgesteld aan risico’s die uw gezondheid of die van uw kind in gevaar kunnen brengen. De werkgever moet nagaan of er een alternatieve tewerkstelling, zonder gezondheidsrisico's, mogelijk is. Wanneer dit niet mogelijk is, dan zal u tijdelijk moeten stoppen met werken.

Werkzaamheden en werkomstandigheden die niet aangewezen zijn tijdens de zwangerschap zijn bv.
• blootstelling aan lawaai
• hoge temperaturen
• scheikundige stoffen
• mechanische trillingen
• gevaar voor besmetting
• dragen van zware lasten
• nachtarbeid.

Werkverwijdering is mogelijk zowel tijdens de zwangerschap als na de geboorte (tot maximaal vijf maanden na de bevalling). De beslissing of u in aanmerking komt voor werkverwijdering en de duur ervan worden bepaald door de arbeidsgeneesheer.

Ingeval van een werkverwijdering hebt u recht op een uitkering van het ziekenfonds die het loonverlies opvangt. Vroeger bestonden er twee procedures: als het risico op de ‘lijst van beroepsziekten’ stond, keerde het Fonds voor Beroepsziekten een vergoeding uit (78,237% van het nettoloon). Was dat niet het geval, dan kreeg de werkneemster een vergoeding van het RIZIV (60% van het begrensde brutoloon). Dat verschil is nu opgeheven. Sinds 1 januari hebben alle zwangere vrouwen bij werkverwijdering recht op dezelfde vergoeding, ook voor jobs die niet op de lijst van erkende beroepsziekten voorkomt.

Volledige en gedeeltelijke werkverwijdering

Er is sprake van volledige werkverwijdering als u helemaal geen arbeid meer kan verrichten.
Er is sprake van een gedeeltelijke werkverwijdering:
• Uw werkgever wijst u een alternatief werk toe, maar dit brengt loonverlies met zich mee;
• als u meerdere activiteiten in loondienst uitoefent (al dan niet bij verschillende werkgevers) en u slechts in één van die activiteiten moet stoppen met werken;
• U bent werknemer en hebt ook een zelfstandige activiteit: het werk moet u stopzetten omdat het risico's inhoudt; de zelfstandige activiteit kun u verderzetten omdat er geen gezondheidsrisico's zijn.
Bij een gedeeltelijke werkverwijdering zijn de procedure en de uitkering anders dan bij een volledige werkverwijdering.

Welke uitkering?
Het bedrag van uw uitkering is afhankelijk van verschillende factoren:
- Volledige of gedeeltelijke werkverwijdering
- Periode van werkverwijdering (tijdens de zwangerschap of na de bevalling)

Volledige werkverwijdering
Als u als zwangere werkneemster volledig van het werk wordt verwijderd, ontvangt u een uitkering die 78,237% van uw gemiddeld dagloon bedraagt. Deze uitkering is echter wel beperkt tot een maximum (begrensd tot het ZIV-loonplafond). Dit bedraagt momenteel € 97,02 per dag.

U krijgt die uitkering vanaf de eerste dag van werkverwijdering tot de zesde week voorafgaand aan de vermoedelijke bevallingsdatum. Zes weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum gaat de werkverwijdering over in moederschapsverlof en verandert ook uw uitkering.
Als u meer dan één kind verwacht, ontvangt u die vergoeding tot de achtste week voorafgaand aan de vermoedelijke bevallingsdatum. Vanaf de zesde / achtste week voor de vermoedelijke bevallingsdatum begint dan de periode van moederschapsrust.

Voor werkneemsters die na de bevalling het werk niet mogen hervatten van de arbeidsgeneesheer omdat ze borstvoeding geven, bedraagt de uitkering 60 procent van het begrensd brutoloon, met een maximum van € 74,40 per dag.

Gedeeltelijke werkverwijdering
Bij de uitoefening van een aangepaste activiteit met loonverlies ontvangt u een uitkering die gelijk is aan 60% van uw gemiddeld dagloon uit uw activiteit vóór de maatregel van moederschapsbescherming.

Het loon uit de aangepaste activiteit wordt op die uitkering in mindering gebracht volgens bepaalde inkomensschijven:
• een eerste schijf van dit beroepsinkomen is vrijgesteld;
• een tweede schijf wordt voor 25% aangerekend;
• een derde schijf wordt voor 50% aangerekend;
• alles wat daarboven ligt wordt voor 75% aangerekend.
De invloed op het bedrag van uw uitkering stijgt naarmate uw beroepsinkomen hoger is.

Als u meerdere activiteiten in loondienst uitoefent en u moet slechts in één van die twee activiteiten stoppen met werken, ontvangt u in beginsel 60% van het gemiddeld dagloon van de activiteit die u heeft moeten stopzetten.

Die uitkering wordt beperkt tot 60% van de som van de gemiddelde daglonen uit de activiteiten die u heeft uitgeoefend voor de maatregel van werkverwijdering en waarop het gemiddeld dagloon van de activiteit die u kan voortzetten, in mindering is gebracht.
Dit laatste gebeurt volgens bepaalde inkomensschijven:
• een eerste schijf van dit beroepsinkomen is vrijgesteld;
• een tweede schijf wordt voor 25% aangerekend;
• een derde schijf wordt voor 50% aangerekend;
• alles wat daarboven ligt wordt voor 75% aangerekend.
De invloed op het bedrag van uw uitkering stijgt naarmate uw beroepsinkomen hoger is.

Hoe een aanvraag indienen? U hebt een aantal attesten nodig: • een attest ingevuld door de werkgever, • een attest van de arbeidsgeneesheer over de beslissing tot verplichte werkverwijdering, • een medisch attest van uw arts met: - vermoedelijke bevallingsdatum; - indien van toepassing: de vermelding dat het gaat om een zwangerschap van een meerling. Deze attesten zijn op de internetsite van het RIZIV beschikbaar in de rubriek Andere domeinen. U verstuurt al deze attesten naar uw ziekenfonds U ontvangt van het ziekenfonds een inlichtingenblad en een bewijs van werkhervatting. Het inlichtingenblad moet u zo snel mogelijk invullen en terugbezorgen aan het ziekenfonds. Uw werkgever krijgt de vraag naar de loongegevens rechtstreeks van het ziekenfonds. Uiterlijk acht dagen na het einde van de werkverwijdering stuurt u het bewijs van werkhervatting ingevuld terug naar het ziekenfonds. Overheidssector De nieuwe regeling is niet van toepassing voor de werkneemsters die in de overheidssector werkzaam zijn en waarop de bepalingen van de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen en voor beroepsziekten in de overheidssector van toepassing zijn. De nieuwe bepalingen zijn wél van toepassing op de contractuele werkneemsters die werkzaam zijn in de provinciale en lokale overheidsdiensten die zijn aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en de plaatselijke overheidsdiensten. Borstvoedingsverlof Als u van de arbeidsgeneesheer het werk niet mag hervatten omdat u borstvoeding geeft, dan valt u onder de regeling werkverwijdering en ontvangt u dus een uitkering van het ziekenfonds. Als u daarentegen zelf beslist om thuis te blijven omwille van de borstvoeding, hebt u geen recht op een tegemoetkoming van het ziekenfonds. In dit geval blijft u onbezoldigd thuis of kunt u terugvallen op een systeem van tijdskrediet, aan te vragen via de RVA en de werkloosheidsinstellingen. Meer info: Voor meer informatie kan u contact opnemen met uw ziekenfonds of het Riziv. Op volgende websites vindt u ook meer informatie: www.riziv.be



verschenen op : 17/01/2012 , bijgewerkt op 28/08/2019


pub