Met een te vroeg geboren baby naar huis

Laatst bijgewerkt: februari 2015
prematuur-foto-170_01.png

nieuws In België wordt 7,4% van alle pasgeborenen te vroeg geboren (voor de 37e week, te tellen vanaf de eerste dag van de laatste menstruele periode). Bij 1 - 2% is dit het geval voor de 32e zwangerschapsweek (2 maanden te vroeg).

Een te vroeg geboren kindje blijft meestal een tijdje achter in het ziekenhuis. Wanneer ze stabiel zijn en geen intensieve zorgen nodig hebben (dat is zo voor de meerderheid), dan worden ze in het lokale ziekenhuis opgevangen op een zogenaamde N*-afdeling. Mochten er toch intensieve zorgen nodig zijn, dan is een opname op een NIC (neonatal intensive care) noodzakelijk. Daarvoor is soms transport naar een ander ziekenhuis vereist. Naargelang leeftijd en toestand, blijven ze enkele weken tot enkele maanden in het ziekenhuis.

De meeste prematuren mogen rond de uitgerekende geboortedatum naar huis. Soms kan het ontslag vroeger, maar dit kan ten vroegste 4 weken voor de geboortedatum. Voorwaarde is dat de baby alle zorgen die hij nog nodig heeft thuis kan krijgen. Meestal wil dit zeggen dat ze vlot bij mama en papa flesjes drinken en een badje kunnen krijgen. De kinderen moeten meestal ook kunnen ademen zonder extra zuurstof. Hun gewicht ligt op dat ogenblik best boven de 2300 gram.

Opvolging thuis

Bij het verlaten van het ziekenhuis krijgt je kindje een boekje mee met alle gegevens voor zijn opvolging. Je kunt zelf ook je eigen waarnemingen en vragen noteren voor de behandelende arts en voor het consultatiebureau-team.

Meestal is een controle voorzien op de raadpleging neonatologie 1-2 maanden later, soms ook vroeger. Voor de hele jonge prematuren is een ontwikkelingsonderzoek gepland op de gecorrigeerde leeftijd van 9 (en 4 maanden). Tussenin kan je kind gevolgd worden door Kind en Gezin, door de huisarts of door de regionale kinderarts. Meestal is het aangewezen een arts dicht bij huis te nemen voor de kleine kwaaltjes.

Kind en Gezin volgt de normale ontwikkeling van je kindje op en werkt samen met gespecialiseerde diensten voor de specifieke opvolging. Op die manier worden groei- en ontwikkelingsstoornissen tijdig opgespoord. De regioverpleegkundige kan ook praktische adviezen en informatie verstrekken.

Voor het volgen van de ontwikkeling van een prematuur kindje komt één begrip voortdurend terug: de gecorrigeerde leeftijd. De gecorrigeerde leeftijd is de leeftijd die je kindje zou hebben als het geboren was na een voldragen zwangerschap (40 weken). Of praktischer: de huidige leeftijd min het aantal weken dat het kind te vroeg ter wereld kwam. Een kind dat bijvoorbeeld 17 weken oud is, maar na 30 weken zwangerschap geboren is, heeft een gecorrigeerde leeftijd van 7 weken (17 weken – 10 weken te vroeg geboren). Wat de ontwikkeling betreft, is het dus eigenlijk pas 7 weken oud en moet het kunnen wat een baby van 7 weken kan.

Stel dat je baby na 32 weken geboren is, dan mag hij 8 weken vertraging hebben in de normale de ontwikkeling. Op de leeftijd van 12 weken moet je premature kindje kunnen wat een voldragen baby van 4 weken kan.
Uitgaande van die gecorrigeerde leeftijd, zouden premature kinderen even vaardig moeten zijn als ieder ander kindje van dezelfde leeftijd. Is dat niet het geval, of wanneer je kindje bepaalde dingen die het eerder wel kon, niet meer kan, dan is verder onderzoek aangewezen.

De gecorrigeerde leeftijd wordt in principe toegepast tot de leeftijd van 2 jaar.
Alle vaccins worden gegeven worden op de gewone kalenderleeftijd (dus niet gecorrigeerd voor de premature periode).

Wat kan u zelf doen?

• Lichaamstemperatuur volgen en constant houden
De lichaamstemperatuur van een premature baby moet tussen 36,5 en 37,5°C bedragen. Door zijn lichaamstemperatuur te volgen leer je of je je kindje warm genoeg kleedt of juist te warm, warm genoeg toedekt of misschien te warm. Meet de temperatuur 1 à 2 keer per dag, best op een vast moment, bijvoorbeeld net voor je je baby in het badje stopt. Vanaf een temperatuur van 38°C heeft je kindje koorts en contacteer je best je arts. Na enkele dagen volstaat het om de temperatuur geregeld te blijven opvolgen.

• Zorg voor een rustige omgeving, zeker tijdens de voedingen

• Borstvoeding is ook voor premature baby’s de aanbevolen voeding. Terwijl je in het ziekenhuis vaak hebt afgekolfd, heb je thuis de gelegenheid om in alle rust borstvoeding te geven. Kan het nog niet goed drinken aan de borst, dan kan je de melk verder afkolven. Heb je de indruk toch onvoldoende melk te hebben, dan kan je extra aanleggen.

• In geval van flesvoeding krijg je bij ontslag uit het ziekenhuis een voedingsschema mee. Het kan best dat je kind daar net iets te veel of iets te weinig mee heeft. Dan mag je zelf aanpassen. Het kan geen kwaad wanneer het zijn flesje eens niet leeg krijgt. Omgekeerd, als je kind niet genoeg heeft, mag je gerust wat voeding bijgeven. Het aantal voedingen is ondergeschikt aan de hoeveelheid voeding die je kindje krijgt.

• Bij voldragen zuigelingen wordt met vaste voeding gestart tussen 4 en 6 maanden. Bij premature baby’s geldt dezelfde regel, maar moet je rekening houden met de gecorrigeerde leeftijd. Start met een paar lepeltjes fruit of groente. Vergeet niet dat de melkvoedingen nog steeds de belangrijkste zijn.

• Stoelgang in de gaten houden.
Sommige prematuurtjes hebben na ontslag uit het ziekenhuis last van verstopping, omdat ze nog niet goed kunnen persen. Door water te gebruiken dat meer magnesium bevat, kan je de stoelgang zachter maken. Doe dit best in overleg met de verpleegkundige of arts.

Een middeltje dat wel eens wil helpen in geval van nood, is een met olie of vaseline ingevette thermometer in de aars brengen. Meestal brengt dat de ontlasting op gang. Pas die methode wel niet te vaak toe, de darmen kunnen er aan wennen.
Heeft je kindje te veel last van obstipatie, raadpleeg dan een arts of verpleegkundige.

• Knuffelen en koesteren, volgens de noden van je kindje

• Een draagzak/draagdoek is minder geschikt voor premature kinderen. Hoe kleiner je kindje, hoe meer steun het nodig heeft. Voor een draagzak/draagdoek moet je kind voldoende groot en stevig zijn.

• Tot 6 maanden slaapt je kind in zijn eigen bedje op de slaapkamer van de ouders.

• Bij twijfel: vraag advies aan verpleegkundige of arts.

Meer info
www.vvoc.be
www.kindengezin.be/
www.uzleuven.be/neonatologie/patiëntenzorg






pub