Vroegtijdige zaadlozing (ejaculatio praecox) : feiten en fabels

Laatst bijgewerkt: november 2015

dossier Het is niet een seksonderwerp waar mannen graag over praten, het probleem van de vroegtijdige zaadlozing (ejaculatio praecox). Toch geldt voortijdige zaadlozing als een van de belangrijkste seksuele stoornissen van de man. Het snel klaarkomen van de man is ook een probleem waar vrouwen vaak ongewild mee geconfronteerd worden. Op het bespreken van vroegtijdige zaadlozing berust echter nog steeds een groot taboe.

Lange tijd werd het vlug klaarkomen beschouwd als een seksuele aandoening met een psychische oorzaak die met gedragstherapie behandeld diende te worden.

Het idee dat het probleem "tussen de oren" zou zitten en door oefening en gesprekken opgelost zou kunnen worden, heeft echter tot veel teleurstelling en verdriet geleid. Menige man met een snelle zaadlozing die dit soort hulp heeft gezocht, heeft teleurgesteld moeten constateren dat psychotherapie niet helpt om de zaadlozing te vertragen.

Wetenschappelijk onderzoek van de afgelopen jaren heeft inmiddels duidelijk gemaakt dat vroegtijdige zaadlozing een (neuro)biologisch verschijnsel is dat adequaat met medicijnen behandeld kan worden.

Verdwijnt vroegtijdige zaadlozing bij het ouder worden?

koppel-psych-probl-170_400_10.jpg
Nee, recent onderzoek heeft duidelijke aanwijzingen gegeven dat vroegtijdige zaadlozing helemaal niet verdwijnt bij het ouder worden, maar of in dezelfde mate snel aanwezig blijft (75% van de mannen die eraan lijden) of zelfs sneller wordt (bij 22% van de mannen). Het misverstand dat vroegtijdige zaadlozing spontaan minder wordt, is ontstaan door het gegeven dat mannen die geen vroegtijdige zaadlozing hebben, nogal eens wel een lichte vertraging van de zaadlozing kunnen krijgen bij het ouder worden, ook toe te passen op mannen met een vroegtijdige zaadlozing.

zie ook artikel : Vroegtijdige zaadlozing (ejaculatio praecox)

Helpt psychotherapie?

Nee, er zijn geen wetenschappelijk studies die ondubbelzinnig aantonen dat psychotherapie een snelle zaadlozing doet verdwijnen. Op het punt van psychotherapie bestaat veel discussie. Al ca. 100 jaar wordt beweerd dat vroegtijdige zaadlozing het gevolg is van onbewuste psychische spanningen of het gevolg is van aangeleerd gedrag.

In 1966 beweerden twee Amerikaanse seksuologen dat gedragstherapie door middel van masturbatie-oefeningen een effectieve behandeling was voor het te snel klaarkomen. Hun methode werd en wordt nog steeds door seksuologen veelvuldig toegepast om vroegtijdige zaadlozing te behandelen. Maar ondanks dat beweerd wordt dat deze behandeling effectief is, is dit wetenschappelijk nooit aangetoond. Mogelijk dat dit op de korte termijn wel de zaadlozing kan vertragen, maar zeker niet op de wat langere termijn. Zowel een Amerikaanse als een Engelse studie hebben in de jaren 80 aangetoond, dat na 3 jaar het merendeel van de mannen die gedragstherapie hadden, weer net zo'n snelle zaadlozing hadden als tevoren.

Psychotherapie kan wel effect hebben in het leren accepteren en omgaan met een te snelle zaadlozing. Mannen en/of hun partners die zo ernstig psychisch lijden onder de het alsmaar te snel klaarkomen, kunnen zeker van een psychotherapeutische begeleiding zodanige resultaten krijgen dat het omgaan met snelle zaadlozing makkelijker wordt.

zie ook artikel : Minder voorkomende zaadlozings (ejaculatie) -problemen

Helpt het om aan iets anders te denken?

Soms kan dit inderdaad wel wat helpen om de seksuele opwinding te verminderen en daardoor de zaadlozing iets in te houden. Maar bij de meeste mannen met vroegtijdige zaadlozing helpt dit vrijwel niet. Wat ze ook doen, aan vervelende of afstotende dingen te denken, het helpt niet. De zaadlozing kunnen ze niet beheersen en die is er vrijwel altijd veel sneller dan dat ze dat willen.

Helpt medicatie?

Ja, een nieuw type geneesmiddel dat de activiteit van de stof serotonine in bepaalde gebieden van de hersenen versterkt, zorgt ervoor dat de zaadlozing vertraagd kan worden. In de afgelopen 10 jaar heeft geneesmiddel onderzoek steeds weer ondubbelzinnig aangetoond dat dit type geneesmiddel de zaadlozing remt. De kans dat dit geneesmiddel de zaadlozing remt is ca. 80%. Maar hoe fantastisch de resultaten ook zijn, feit blijft dat ca. 20% van de mannen er geen baat bij heeft. De reden waarom deze medicijnen bij een minderheid niet aanslaat moet nog verder onderzocht worden. Mogelijk heeft dat te maken met genetische factoren die bepalen of een medicijn effect kan sorteren.

zie ook artikel : Vroegtijdige zaadlozing (ejaculatio praecox)

Vinden vrouwen het erg dat de man snel klaarkomt?

Hoewel de meeste mannen denken dat vrouwen niets moeten hebben van mannen die snel klaarkomen, blijkt dat er veel vrouwen zijn die het niet veel uitmaakt of de man snel klaarkomt. Ze vinden het veel belangrijker dat de man lief voor hen is, haar streelt, naar haar luistert, en niet de hele tijd bezig is mijn zijn seksuele prestatie.
Anderzijds zijn er ook veel vrouwen die buitengewoon ongelukkig zijn wanneer hun partner telkens te snel klaarkomt. Ze komen hierdoor niet toe aan hun eigen opwinding of orgasme. Ze balen ervan dat ze steeds alleen maar klaarkomen door vingeren of likken en ze missen vooral de intimiteit van het langer binnen zijn van de penis in de vagina.

Is er discussie over de juiste behandeling?

Ja, er bestaat al ca. 100 jaar discussie over de juiste behandeling.
Tusen 1917 en ca. 1990 is een felle discussie gevoerd tussen psychotherapeuten en seksuologen onderling. Dit betrof de vraag of inzichtgevende psychotherapie dan wel gedragstherapie (stop-start methode/ knijpmethode van Masters en Johnson) de beste behandeling was. Tegenwoordig wordt door de voorstanders van een psychologische aanpak de gedragstherapie geadviseerd. Er is tot nog toe echter geen enkel artikel gepubliceerd dat op basis van een wetenschappelijk goed uitgevoerde studie aantoont dat gedragstherapie, stop-start methode, knijpmethode of gesprekstherapie de zaadlozing voor langere tijd effectief kan vertragen. De weinige studies die over gedragstherapie zijn verschenen, zijn methodologisch zeer slecht opgezet.

In 1973 werd bekend dat een medicijn de zaadlozing goed kon vertragen. Seksuologen en psychotherapeuten zijn in het algemeen echter nooit voorstander van medicatie geweest. Zij waren ervan overtuigd dat vroegtijdige zaadlozing een psychische oorzaak had en derhalve met psychotherapie behandeld moest worden. De beschikbaarheid van dit middel werd vrijwel nooit aan mannen verteld. Therapeuten beslisten vrijwel automatisch voor gedragstherapie als behandeling van vroegtijdige zaadlozing.

Sinds 1994 werd echter steeds meer (ook aan het grote publiek) bekend dat er een nog beter medicijn beschikbaar was om de zaadlozing binnen 2 weken effectief te vertragen.

Sedertdien is er een nieuwe discussie ontstaan, namelijk tussen voor- en tegenstanders van medicatie. De discussie betreft de vraag of vroegtijdige zaadlozing alleen met medicijnen, alleen met psychotherapie of met beiden behandeld moet worden. In tegenstelling tot de armoede aan wetenschappelijk bewijs over de effectiviteit van psychotherapie, zijn in de afgelopen jaren zeer veel wetenschappelijk goed uitgevoerde studies verschenen, die ondubbelzinnig aantonen dat medicatie de zaadlozing effectief kan vertragen.

Maar ondanks de wetenschappelijk aangetoonde effectiviteit van medicatie, wordt het advies voor medicatie en de kritische houding t.a.v. de uitkomsten van psychotherapie door sommige seksuologen als een eenzijdige visie betiteld. U kunt deze mening van seksuologen ook op door seksuologen beheerde websites over seksualiteit terug vinden.

Het is van belang dat degene die hulp zoekt voor ejaculatio praecox zich bewust is van deze discussie en dat een advies voor gedragstherapie en psychotherapie om de zaadlozing te vertragen niet op basis van goed uitgevoerd medisch wetenschappelijk onderzoek wordt gegeven.

U heeft natuurlijk alle recht om zelf mede te beslissen welke behandeling uw voorkeur geniet.




pub