Wachtkamers zijn een bron van besmetting

Laatst bijgewerkt: oktober 2011
Wachtkamer-dr-zh-170_400_10_1.JPG

nieuws Zoals in andere plaatsen waar veel mensen samenkomen (openbaar vervoer, wachtzalen in administraties, bioscoop- en toneelzalen, enz.), kunnen mensen in een wachtzaal infectiekiemen verspreiden, vb. via contact met de handen (bv. huidinfecties, gastro-enteritis), door druppeltjes van de ademhalingswegen op korte afstanden (bv. griep, kinkhoest, virale infecties van de ademhalingswegen,…), via ziektekiemen in de lucht (bv. windpokken, zona, mazelen) enz.

In geval van een slecht architecturaal en organisatorisch ontwerp of tekortschietend onderhoud, kan een wachtzaal gemakkelijker een bron van besmetting vormen.

De lokalen en oppervlakken kunnen op verschillende wijzen en met verschillende intensiteit besmet raken:
• De sporen en schimmels die op de grond en in het stof overleven, worden binnen de lokalen passief via de lucht of personen overgebracht.
• Mensen geven via de ademhalingswegen en de huid voortdurend micro-organismen vrij, die de omgeving besmetten.
• De oppervlakken worden eveneens door onmiddellijk contact met de patiënten en het personeel besmet.

En ook al is het vermijden van elk besmettingsgevaar in een drukbezochte wachtzaal vrijwel onmogelijk, toch kan het risico met enkele eenvoudige maatregelen aanzienlijk verminderd worden.

Aanbevelingen Hoge Gezondheidsraad

Algemeen
• De lokalen goed te verluchten, te verlichten en bij een juiste temperatuur te onderhouden. Minstens dagelijks de lokalen verluchten.
• De lokalen voor beroepsgebruik van het privégedeelte van de woning van de zorgverlener afzonderen;
• Zoveel mogelijk raadplegingen na afspraak organiseren om aldus de wachttijd en het overdrachtsrisico van besmettelijke stoffen te beperken

Inrichting en uitrusting
• niet-poreus, bestendig en gemakkelijk te onderhouden materieel gebruiken;
• het meubilair en de uitrustingen tot het strikt noodzakelijke beperken;
• elk versiersel en elk ander materiaal zonder nut vermijden;
• ergonomisch en gemakkelijk te onderhouden materiaal en uitrustingen gebruiken (moeilijk te onderhouden stoffen vermijden);
• elke bron en mogelijk reservoir van infectiekiemen of allergenen (bv. planten, tapijten, enz.) vermijden. Aarde van kamerplanten vormt meer in het bijzonder een bron van aspergillose voor immuungedeprimeerde mensen;
• het is wenselijk tijdschriften en speelgoed in de wachtzalen te vermijden. Een televisiescherm kan als alternatief voor tijdschriften gebruikt worden om de patiënten tijdens de wachtperiode bezig te houden. Voor jonge kinderen kan aanbevolen worden het eigen speelgoed mee te brengen.

De bijzondere uitrustingen
Het is wenselijk, zelfs buiten een epidemieperiode (griep, enz.) :
• om posters ter sensibilisering voor hygiëne bij hoesten en ademhalingsafscheidingen op te hangen.
• het volgende materiaal ter beschikking te stellen: wegwerpzakdoeken, heelkundige maskers
(voor de hoestende patiënt), handalcohol, vuilbak.

Het sanitair
Wat het sanitair betreft,
• moet men de voorkeur geven aan een hang-WC en een dito wastafel om het onderhoud van de vloer te vergemakkelijken;
• moet het toilet uitgerust worden met een vuilbak, een verdeler van vloeibare zeep en een verdeler van papieren wegwerphanddoeken.

Reiniging en ontsmetting van lokalen, oppervlakken en omgeving
• Voor de ambulante zorg volstaat in de meeste gevallen een dagelijkse grondige huishoudelijke reiniging.
• Er moet bijzondere aandacht besteed worden aan de oppervlakken die veelvuldig aangeraakt worden zoals deurklinken, luierkussens, ...
• Als er oppervlakken met biologische vloeistoffen verontreinigd worden, moeten ze onmiddellijk met zorg gereinigd en vervolgens ontsmet worden.
• Besmetting van oppervlakken voorkomen door die met een beschermende laag af te dekken (bv. papier op de luiertafel). Elke bescherming in papier of stof moet na iedere patiënt vervangen worden. In geval van bezoedeling dienen deze oppervlakken tevens gereinigd en ontsmet te worden.
• Pedaalemmers en papiermanden worden alle dagen geleegd. Vuilzakken worden dagelijks verwijderd.
• Regelmatig, bijvoorbeeld eens per maand, wordt er een grondige reiniging (groot onderhoud) uitgevoerd van o.a. kasten en rekken.

Reinigings- en ontsmettingsmethode
• Stof wordt door middel van droge reiniging met behulp van een elektrostatische borstel of een stofzuiger verwijderd. Vervolgens wordt er een natte reiniging uitgevoerd van de reine naar de vuile zone toe.
• De gebruikte reinigingsdoeken zijn voor eenmalig gebruik of herbruikbaar; deze laatste worden na gebruik machinaal gereinigd.
• Sponzen en zeemleren worden enkel voor de reiniging van ruiten en spiegels aangewend. Na gebruik worden ze omgespoeld en opgeborgen, zodat ze correct kunnen drogen.
• Na gebruik worden emmers gereinigd, omgespoeld en gedroogd.
• In geval van verontreiniging door biologische vloeistoffen wordt het biologische materiaal eerst met absorberend wegwerpmateriaal (cellulose handdoeken) verwijderd. Vervolgens wordt er een ontsmetting uitgevoerd.

De kleine oppervlakken mogen met alcohol 70% (ethanol of isopropanol) ontsmet worden.
Voor het ontsmetten van grotere oppervlakken mogen vooraf gedrenkte tissues of ontsmettende sprays gebruikt worden.

Reiniging van het sanitair
Het is noodzakelijk een onderscheid te maken tussen “rein” sanitair zoals wastafels en tegels en “vuil” sanitair zoals de binnenzijde van een closetpot, de bril, de ruimte achter de closetpot en de tegels onder de closetpot.
Voor het “reine” en “vuile” sanitair moeten er afzonderlijke emmers en apart linnen gebruikt worden.
Het “reine” en het “vuile” sanitair moet minstens eenmaal per dag met behulp van een alkalisch reinigingsproduct schoongemaakt worden.
Voor het voorkomen en verwijderen van kalkafzettingen op wasbakken en toiletten gebruikt men een zuur (ketelsteenoplossend) product. Een combinatie met chloorhoudende bereidingen (bleekwater) wordt best vermeden.

Reiniging en ontsmetting van voorwerpen
Over het algemeen moet de reiniging van in de wachtzaal aanwezige voorwerpen één keer per week gebeuren en ook zodra er vuile plekken zichtbaar zijn. Dat gebeurt met de hulp van vaatdetergenten of in een vaatwasmachine. Na reiniging moeten de voorwerpen met handdoeken goed gedroogd worden.
De gebruikte dweilen en handdoeken worden na elk gebruik bij een temperatuur van minstens 60°C machinaal gewassen.

Het in een wachtzaal aanwezige speelgoed moet dermate ontworpen zijn dat het gemakkelijk gereinigd en ontsmet kan worden. Als ze met biologische vloeistoffen bezoedeld zijn, moeten ze onmiddellijk bij 60°C machinaal gewassen worden.

In geval van bezoedeling worden kranten en tijdschriften altijd verwijderd.
WWW.HGR-CSS.BE






pub