Soorten rugpijn (6): Beschadiging van de tussenwervelschijf (hernia)

Laatst bijgewerkt: oktober 2015
In dit artikel
Soorten rugpijn (6): Beschadiging van de tussenwervelschijf (hernia)

dossier Rug- en nekklachten komen heel veel voor en hebben veel verschillende oorzaken. Doordat deze problematiek zo uitgebreid is zijn er 9 verschillende dossiers over. Hieronder kan je naar het 1e (begin)dossier. Daarin onderaan kan je naar de andere 8 dossiers doorklikken.

zie ook artikel : Soorten rugpijn (1) : Aspecifieke of gewone lage rugpijn

Soorten rugpijn (6): Beschadiging van de tussenwervelschijf

hernia-discus--2-180.jpg

Tussen elke wervel zit een tussenwervelschijf (discus) die verhindert dat de wervels op elkaar duwen of stoten. De tussenwervelschijven laten toe dat de wervelkolom soepel kan bewegen – een beetje zoals een kogellager - en ze fungeren ook als schokdempers voor de wervelkolom. Ze bestaan uit een sterke buitenlaag van bindweefsel en een vulling van zachte gelei. Als die vulling uitpuilt, ontstaat een hernia. Hierbij raakt de schijf misvormd en kan ze op het ruggenmerg of een uittredende zenuwwortel drukken. Dit is een belangrijke oorzaak van rugpijn.

Hernia: een uitpuilende tussenwervelschijf

Wanneer de weke binnenkern van een tussenwervelschijf of discus uitstulpt of door de harde vezelring dringt, spreken we van een discus-hernia.
Meer dan 90% van de hernia’s ontstaan in de onderrug, tussen de 4e en 5e lendenwervel (L4-L5) en de 5e lendenwervel en het heiligbeen (L5-S1). Op deze hoogte is de druk van de wervelkolom het grootst. Bij de andere lendenwervels treedt zelden of nooit een hernia op. Ook de tussenwervelschijven in de nek en, in zeldzame gevallen, in de bovenrug kunnen beschadigd raken.
Een hernia komt zelden op jongere leeftijd voor. Vanaf de leeftijd van 30 jaar komt het steeds vaker voor met een piek in de leeftijdscategorie van 45 tot 64 jaar.

Ischias en sciatica = hernia
Ischias en sciatica zijn twee populaire benamingen voor lage rugklachten met uitstraling in de benen die (meestal) veroorzaakt worden door een discushernia in de onderste lendenwervels. Een discushernia is dus eigenlijk de (belangrijkste) oorzaak van ischias. In medisch jargon wordt dit ook lumbosacraal radiculair syndroom (LRS) genoemd.
Een andere, veel zeldzamer oorzaak van ischias of lumbosacraal radiculair syndroom, is o.m. een vernauwing van het wervelkanaal (lumbale stenose).

Hoe ontstaat een discus-hernia?
Het is niet helemaal duidelijk hoe een hernia ontstaat. Waarschijnlijk heeft het te maken met de veranderingen in de structuur van de discus in de loop der jaren. Vanaf ongeveer 25 jaar begint de zachte binnenkern zijn elasticiteit te verminderen. Ook de vezelige buitenring wordt minder soepel en kan met de jaren kleine scheurtjes vertonen waardoor de kern naar buiten kan stulpen.
Mogelijk spelen houding (veel zitten, langdurig autorijden...), een gebrek aan lichaamsbeweging en te zwakke buik- en rugspieren (waardoor de lumbale lordose toeneemt) een rol.
Zwaar werk met veel bukken en tillen kan wel meer rugklachten geven, maar de kans op een hernia wordt er waarschijnlijk niet door vergroot. Hernia's komen even vaak voor bij mensen die licht werk doen als bij mensen die zwaar werk doen. De acute klachten kunnen wél uitgelokt worden door een hevige inspanning of een bruuske beweging.
Hernia (en rugklachten in het algemeen) kunnen in bepaalde families vaker voorkomen. Mogelijk bestaat er een aangeboren aanleg om een hernia te krijgen.
Opvallend tenslotte is dat hernia’s meer voorkomen bij rokers en dat rokers ook minder snel genezen.

Klachten
Er zijn veel mensen die een hernia hebben, maar nooit enige pijn voelen. De klachten ontstaan pas wanneer de uitpuilende discus begint te drukken op een zenuwwortel die hierdoor geïrriteerd wordt en ontstoken raakt. Symptomen van een hernia kunnen zich in een tijd van weken langzaam ontwikkelen of ze kunnen plots optreden.

Mogelijke klachten zijn:
• min of meer erge lage rugpijn
• meestal hevige uitstralende pijn met prikken en/of tintelingen en/of gevoelloosheid in (meestal) één been, of bij een hernia in de nek, in een arm;
• een gevoel van spierzwakte en zelfs verlammingsverschijnselen in het boven-en onderbeen en de voet, of in de arm;
• soms problemen met plassen.

Waar de pijn precies optreedt is afhankelijk van de aangetaste wervel:
• L4: voor- en zijkant bovenbeen en knie, voorzijde en binnenzijde onderbeen en binnenzijde de voet en de grote teen;
• L5: achter- en zijkant van de heup, buitenste zijde van de knie en scheenbeen en boven- en onderzijde van de voet en de 4 tenen.
• S1: pijn in de bil, achterkant bovenbeen, achter- en zijkant van het onderbeen en boven- en onderzijde van de voetrand en de kleine teen.

De klachten verergeren als men lang zit of staat, heft, vooroverbuigt, of moet hoesten, niezen of persen. Bij ruglig met gebogen knieën verminderen de klachten.
Typisch is het zg. teken of symptoom van Lasègue: er ontstaat pijn wanneer men in ruglig de gestrekte benen een voor een optilt.

Raadpleeg zeker een arts wanneer:
• u plotseling minder kracht heeft (niet meer op uw tenen of hak kunt lopen);
• als er een doof gevoel ontstaat in de liezen en rond de anus;
• als u niet meer kunt plassen of de plas niet meer kunt ophouden.

discus-aandoeningen.jpg
Welke onderzoeken zijn nodig?
Uit de beschrijving van de pijnuitstraling en uit de vastgestelde uitval kan vaak worden gezien om welke zenuw het gaat, en op welke plaats in de wervelkolom zich de hernia bevindt.
Beeldvormend onderzoek (een röntgenfoto of een scan) is doorgaans niet nodig omdat er niet altijd een verband is tussen de klachten en de afwijkingen op de foto. Sommige mensen hebben hevige klachten terwijl er op de foto of scan niets te zien is. Anderen hebben geen klachten terwijl er op de foto of scan wel afwijkingen te zien zijn. Er is dus niet altijd een verband tussen de klachten en de afwijkingen op de foto of scan. Alleen als er reden is om een andere oorzaak van de pijn te overwegen (bv. osteoporose), of als een operatie wordt overwogen, zal een foto of scan worden gemaakt. Daarbij verdient een MRI scan (magneet scan) de voorkeur omdat hierbij de hernia en de beknelling van de zenuwwortel zichtbaar is.
Behandeling
In de meeste gevallen verdwijnen de klachten vanzelf na enkele weken.
Bedrust
Strikte bedrust is niet aangeraden. Als liggen de klachten vermindert, kunt u enkele dagen in bed blijven, maar bedrust draagt niet bij aan een sneller herstel. Probeer alleszins om regelmatig van positie te veranderen en wat rond te stappen.
Kies de minst pijnlijke houding als u gaat liggen, bijvoorbeeld op uw rug met een paar kussens onder uw knieën, of op uw zij met half opgetrokken benen. Wanneer u van houding verandert, let er dan op dat u uw boven- en onderlichaam in één keer draait.
Om uit bed te komen, gaat u eerst op uw zij liggen. Steek uw benen over de rand van het bed en druk uzelf met beide armen omhoog. Als u gaat liggen maakt u dezelfde beweging in omgekeerde volgorde.
Beweging
Het is verstandig in beweging te blijven en de dingen te blijven doen die u gewoonlijk doet. Vermijdt bewegingen die pijn uitlokken of de rug belasten.
Pijnstillers
Pijnstillers kunnen helpen om normaal te kunnen bewegen en uw dagelijkse activiteiten te blijven uitoefenen.
Eerste keuze is paracetamol en pas als dat niet helpt een niet-steroïdale ontstekingsremmer (bv. ibuprofen), eventueel in combinatie met codeïne. Bespreek dat met uw huisarts.
Of een inspuiting van corticosteroïden in de rug (epidurale infiltratie) bij een discus-hernia een gunstig effect heeft, is niet
Indien u moeilijk kunt slapen, kan uw arts eventueel gedurende enkele dagen een slaapmiddel voorschrijven. Medicijnen die de spieren verslappen, hebben geen zin.
Oefentherapie
Zodra de pijnklachten verminderen, kan een aangepaste oefentherapie onder begeleiding van een kinesist zinvol zijn. Bedoeling is om de rug-, buik-, en bilspieren soepel te houden en eventueel te versterken.
Manipulatie en tractie
Er bestaan weinig bewijzen dat tractie of manipulaties (‘kraken’) helpen bij een discushernia.
Operatie
Een operatie is meestal niet nodig. Bij hevige pijn die ook na 6 tot 8 weken niet echt verbetert, kan een operatie wel overwogen worden. Bij ernstige verlammingsverschijnselen van de benen, of bij verlies van controle over de urineblaas, kan een operatie eerder aangewezen zijn.
Dergelijke operatie is specialistenwerk en wordt meestal door een neurochirurg uitgevoerd.
Er bestaan verschillende chirurgische technieken om een hernia te behandelen. Hierbij wordt de uitpuilende kern, al dan niet via een kijkoperatie, verwijderd. Soms zal de aangetaste discus in zijn geheel verwijderd worden en vervangen worden door een kunstschijf. Of men kan twee of meer wervels vastzetten waardoor ze niet meer kunnen bewegen en er dus ook geen druk wordt uitgeoefend op de tussenwervelschijf.
U moet er wel op rekenen dat de rugpijn nog een tijdje kan blijven bestaan of kan terugkomen. Ook verschijnselen als krachtverlies of een doof gevoel in het been kunnen geruime tijd blijven bestaan.

Het ‘paardenstaart’-syndroom
Het paardenstaart- of cauda cauda-equinasyndroom is een zeldzame maar ernstige complicatie van een discushernia. De cauda equina is de bundel van de wortels van alle ruggemergzenuwen onder de eerste lendewervel. Deze zenuwwortels waaieren uit als een paardenstaart. Door een discushernia (of bepaalde vormen van kanker, een abces, een ongeval...) kunnen deze zenuwen bekneld raken waardoor erge pijn in rug en benen en verlammingsverschijnselen in de benen en/of de voet kunnen optreden. Dit kan ook gepaard gaan met problemen met de blaas (moeilijk kunnen plassen of urineverlies) en de darmen (verstopping, diarree) en met erectieproblemen.
Om blijvende beschadiging van de beknelde zenuwwortels te voorkomen en mogelijk blijvende verlammingsverschijnselen te voorkomen, is een dringende operatie vereist, liefst binnen de 48 uren.

cauda-equina-150.jpg



verschenen op : 21/10/2010 , bijgewerkt op 28/10/2015


pub