Medische minimumnormen voor een rijbewijs

Laatst bijgewerkt: oktober 2015

dossier Volgens het verkeersreglement moet elke bestuurder in staat zijn te sturen, de vereiste lichaamsgeschiktheid hebben en de nodige kennis en vaardigheid bezitten. Hij moet steeds in staat zijn alle nodige rijbewegingen uit te voeren en hij moet in staat zijn zijn voertuig voortdurend goed in de hand te houden. Wie dus geneeskundig 'niet in orde' is, mag niet rijden.

1. U hebt nog geen rijbewijs

Bij het slagen in het theorie-examen voor uw rijbewijs werd u door het examencentrum een document uitgereikt waarmee u op de gemeente een leervergunning of voorlopig rijbewijs kan afhalen. De examinator heeft op dit document de stempel van welslagen (bij voldoende punten) afgedrukt en de bevindingen van de leestest genoteerd.
Op de rugzijde van dit aanvraagdocument staat de verklaring over uw algemene lichamelijke en geestelijke geschiktheid.
Op het aanvraagdocument voor het bekomen van een rijbewijs van groep 1 (categorie A3, A, B, B+E) moet u een verklaring van lichamelijke en geestelijke geschiktheid ondertekenen.
Indien u deze verklaring niet kan ondertekenen, omdat u lijdt aan één van de verder opgesomde lichaamsgebreken of kwalen of wanneer u hieraan twijfelt, dan moet u:

autospiegel-170_400_04.jpg
• Wanneer u een aandoening heeft die geen invloed heeft op uw functionele vaardigheden om veilig een motorvoertuig te besturen (bv. inplanting van een pacemaker, nierdialyse), moet u zich wenden tot een arts van uw keuze. In de meeste gevallen is dat de huisarts, die u eventueel zal doorverwijzen naar een specialist. Wanneer u aan de medische minimumnormen voldoet, zal deze arts u een rijgeschiktheidsattest afleveren. Op het rijgeschiktheidsattest kan de geneesheer beperkingen in duur, in categorieën of in gebruik vermelden. Die beperkingen zullen dan ook op het rijbewijs worden vermeld.
• Wanneer u een aandoening heeft die wel een invloed heeft op uw functionele vaardigheden om veilig een motorvoertuig te besturen (bv. amputatie, verlamming, perceptiestoornis...), moet u zich wenden tot het Centrum voor Aanpassing aan het Rijden van gehandicapte Automobilisten (CARA) van het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid. Dat kan dan het rijgeschiktheidsattest afgeven. Op dit attest kunnen beperkingen of noodzakelijke aanpassingen aan het voertuig vermeld worden. Om alle foute aankopen te vermijden is het aangeraden de aankoop van uw auto te voorzien tot na het onderzoek op het CARA.
• De kandidaat die een oogaandoening heeft of er een meent te hebben of die de leestest op het examencentrum niet goed afgelegd heeft, dient zich te wenden tot een oogarts, die een rijgeschiktheidsattest kan afleveren, zo nodig met een aantal beperkingen (bv. alleen overdag rijden) of voorwaarden (bv. het dragen van een bril).

Wanneer u een valse verklaring aflegt, kan u een boete krijgen en kan de rechter uw rijbewijs intrekken. Afgezien van de straffen kunnen er ook zware financiële gevolgen zijn, omdat men ook voor de verzekering met een geldig rijbewijs moet rijden.

2. U hebt een rijbewijs maar wordt ziek

Indien u een rijbewijs van groep 1 heeft en uw algemene lichamelijke en geestelijke toestand is niet meer conform met de medische minimumnormen, dan moet u dat binnen de vier dagen na de dag (zaterdag-zondag-wettelijke feestdagen niet inbegrepen) dat u hiervan op de hoogte bent, melden aan de gemeente.
Het rijbewijs kan terug bekomen worden op voorlegging van een rijgeschiktheidsattest afgeleverd door een arts, waaruit blijkt dat u geschikt bent voor het besturen van een voertuig.
Een arts die vaststelt dat de fysieke of psychische toestand van een patiënt niet (meer) beantwoordt aan de geneeskundige minimumnormen, is verplicht hem dit te melden.

3. U bent beroepschauffeur

Voor vrachtwagenbestuurders (categorie C, C1) en autobus en - carbestuurders (categorie D, D1) en bestuurders die enige vorm van bezoldigd vervoer doen, geldt een bijzondere procedure: zij moeten altijd en regelmatig een oogartsonderzoek en een geneeskundig onderzoek ondergaan. De oogarts kan men vrij kiezen. Het geneeskundige onderzoek moet men bij welbepaalde geneesheren ondergaan, doorgaans bij een geneesheer van een Administratief Gezondheidscentrum van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid. Via de werkgever kan men ook naar diens erkende Arbeidsgeneeskundige Dienst gaan. De arts van de keurende instellingen (bv. arbeidsgeneesheer) kan u doorverwijzen naar het CARA. Op het CARA wordt een technisch advies met betrekking tot de rijgeschiktheid opgesteld. Dit advies wordt door de keurende arts overgenomen op het rijgeschiktheidsattest dat hij zal afleveren.

Het rijgeschiktheidsattest voor deze groep is altijd in duur beperkt:
- voor wie nog geen 48 jaar is: ten langste 5 jaar geldig•
- vanaf 48 jaar: ten langste tot zijn 53 jaar
- vanaf 50 jaar: ten langste 3 jaar geldig of een door de geneesheer bepaalde kortere duur

Medische minimumnormen

De medische minimumnormen zijn verschillend volgens de groep van rijbewijzen.
GROEP 1 is voor het rijbewijs A3, A, B en B+E, behalve als men daarmee bezoldigd vervoer uitoefent.
GROEP 2 is voor de : categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D en D+E altijd: categorieën A3, A, B en B+E, als men daarmee bezoldigd vervoer uitoefent.

1. Neurologische aandoeningen

reflex-oz-knie.jpg
Neurologische aandoeningen zijn alle aandoeningen van het centraal of perifeer zenuwstelsel. Het centraal zenuwstelsel omvat de hersenen en het ruggenmerg. Het perifeer zenuwstelsel omvat de bezenuwing vanaf het centraal zenuwstelsel naar de ledematen en lichaamsdelen.
Voor de kandidaten met een neurologische aandoening bepaalt een neuroloog de rijgeschiktheid en de geldigheidsduur ervan.
Iemand met een neurologische aandoening die zich uit door een
verminderde functionele vaardigheid om veilig een motorvoertuig te besturen, moet verwezen worden naar het CARA.

Functiestoornissen kunnen zijn:
• krachtsverminderingen of verlammingen van armen of benen, stoornissen in de coördinatie van de bewegingen;
• verlies van gevoeligheid ter hoogte van de armen of benen;
• cognitieve stoornissen: stoornissen van het oordeelsvermogen, de concentratie, de aandacht, het geheugen, de oriëntatie, de reactiesnelheid, het denken, het gedrag, de waarneming, het aanpassingsvermogen;
• gezichtsproblemen zoals de gezichtsscherpte, het gezichtsveld, de motorische coördinatie van de oogbewegingen, dubbel zicht, wazig zicht, enz.;
• bewustzijnsstoornissen.

Deze functiestoornissen kunnen een gevolg zijn van:
a) aangeboren afwijking;
b) ongeval;
c) hersengezwel (tumor);
d) beroerte, herseninfarct, hersenbloeding;
e) infectie van de hersenen;
f) degeneratieve aandoening (ziektes die langzaam verslechteren) zowel op fysiek als op psychisch vlak zoals Parkinson, Multiple Sclerose, spierziekten, ziekte van Alzheimer, dementie en andere;
g) vergiftiging door drugs, alcohol, gas (Co-intoxicatie);
h) zuurstofgebrek van de hersenen ten gevolge van bv. een verdrinking, hartstilstand, verstikking.

Voor groep 1 (= gewone bestuurders) gelden volgende minimumnormen:

• Mensen die lijden aan een aandoening van het zenuwstelsel waardoor een acute stoornis in de hersenfuncties veroorzaakt kan worden met een plotseling bewustzijnsverlies of een plotseling onvermogen: niet rijgeschikt.
• Mensen wiens functionele, zintuiglijke, cognitieve of locomotorische vaardigheden zijn aangetast door een heelkundige ingreep wegens een intracraniële aandoening, of die een cerebro-vasculaire aandoening hebben gehad, kunnen ten vroegste zes maand na het optreden van de functiestoornis rijgeschikt worden verklaard.
• Mensen met een tijdelijke doorbloedingsstoornis zonder functionele stoornissen kunnen door een neuroloog rijgeschikt verklaard worden. Deze bepaalt eveneens de geldigheidsduur.
• Mensen met een evolutieve aandoening met invloed op de functionele vaardigheden om veilig een motorvoertuig te besturen, worden aan een regelmatig onderzoek onderworpen. De geldigheidsduur van de rijgeschikt-heid kan maximaal vijf jaar bedragen tot de leeftijd van 50 jaar en maximaal drie jaar vanaf deze leeftijd.
• Bij de beoordeling van sensibele of motorische stoornissen of van evenwichts- of coördinatiestoornissen veroorzaakt door een aandoening van het zenuwstelsel, wordt rekening gehouden met de functionele gevolgen en de mogelijke progressie van de aandoening.
• Mensen met een lichamelijke, geestelijke of cognitieve ontwikkelingsstoornis of verworven stoornis, ook als die het gevolg is van een verouderingsproces, en die zich uit in een belangrijke afwijking in gedragingen , een stoornis in het oordeels-, aanpassings- of perceptievermogen of die de psycho-motorische reacties verstoort, zijn niet rijgeschikt.
Ze kunnen rijgeschikt worden verklaard indien ze minstens zes maand vrij zijn van stoornissen. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal één jaar.

Kandidaten uit groep 2 (= beroepschauffeurs) kunnen alleen rijgeschikt worden verklaard wanneer ze minstens één jaar vrij zijn van belangrijke neurologische afwijkingen. Een verslag van een neuroloog is vereist.

2. Geestelijke aandoeningen (psychiatrische aandoeningen)

Dit zijn aandoeningen waarvoor medische begeleiding door een psychiater of psycholoog aangewezen is. Deze aandoeningen kunnen zijn: stemmingsstoornissen (euforie, depressie), schizofrenie, psychose (o.a. hallucinatie, waanideeën, bizar gedrag of uitspraken, ...), angststoornissen (fobieën), bewustzijnsstoornissen, dementie, e.a.

Voor groep 1 (=gewone bestuurders) gelden volgende normen:

• Wie een geestelijke aandoening heeft die een plotselinge bewustzijnsstoornis, een dissociatieve of een acute stoornis van de hersenfuncties kan veroorzaken, zich uitend in een belangrijke afwijking in het gedrag, een plotseling functieverlies, stoornissen in het oordeels-, aanpassings- of perceptievermogen of de psychomotorische reacties van de kandidaat verstoren, is niet rijgeschikt. De kandidaat kan rijgeschikt worden verklaard indien hij minstens zes maanden vrij is van deze stoornissen. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal één jaar.

• Wie aan schizofrenie lijdt, kan rijgeschikt worden verklaard wanneer hij tenminste twee jaar recidief vrij is, voldoende ziekte-inzicht heeft en de defecttoestand van lichte aard is. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal drie jaar.

• De kandidaat met waanstoornissen zonder onberekenbaar, agressief of impulsief gedrag en wiens rijgedrag niet beïnvloed wordt door de medicatie, kan rijgeschikt worden verklaard. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal één jaar.

• De kandidaat met een tijdelijke, belangrijke of een regelmatig terugkerende stemmingsstoornis van het manische, het depressieve of het gemengd type, is niet rijgeschikt. Indien de kandidaat onder regelmatig geneeskundig toezicht staat, een volledig inzicht in zijn aandoening heeft en minstens zes maand geen klachten heeft, kan rijgeschikt worden verklaard. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal drie jaar.

• De kandidaat met persoonlijkheidsstoornissen is niet rijgeschikt indien hij een ernstig psychiatrisch toestandsbeeld vertoont dat het oordeelsvermogen nadelig beïnvloedt.

Groep 2 (=beroepschauffeurs)
Kandidaten van groep 2 die aan een van deze aandoeningen lijden, zijn niet rijgeschikt. Uitzonderlijk kunnen zij op voorlegging van een gunstig verslag van een psychiater rijgeschikt worden verklaard.

3. Epilepsie

MRI-scanner.jpg
Groep 1
Iemand met epilepsie is niet rijgeschikt.

Uitzonderingen

• Wie sinds de leeftijd van 15 jaar en zonder enige specifieke behandeling geen aanvallen van epilepsie meer vertoont, kan rijgeschikt worden verklaard indien een uitgebreid neurologisch onderzoek niet wijst op het bestaan van een hersenaandoening.

• Wie geen aanvallen van epilepsie meer heeft gehad sinds één jaar, kan rijgeschikt worden verklaard. De geldigheidsduur is beperkt tot maximaal één jaar. Indien de kandidaat in die periode vrij van aanvallen is gebleven, kan de geldigheidsduur met maximaal drie jaar worden verlengd. Na een periode zonder aanvallen van vijf opeenvolgende jaren, kan de geldigheidsduur van de rijgeschiktheid met vijf jaar worden verlengd. Is de kandidaat na deze periode nog steeds aanvalsvrij, dan kan een rijgeschiktheidsverklaring zonder geldigheidsbeperking worden afgeleverd.

Wie na een eerste aanval van epilepsie zes maanden geen aanval heeft gehad, kan rijgeschikt worden verklaard indien er regelmatig geneeskundig toezicht is én indien er in het elektro-encefalogram (EEG) geen afwijkingen voorkomen. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal één jaar. Na deze periode kan de geldigheidsduur met maximaal drie jaar en zes maanden worden verlengd. Na een periode zonder aanvallen van vijf opeenvolgende jaren, kan de geldigheidsduur van de rijgeschiktheid verlengd worden met vijf jaar. Is de kandidaat na deze periode nog steeds aanvalsvrij, dan kan een rijgeschiktheidsverklaring zonder geldigheidsbeperking worden afgeleverd.

• Wie een epileptische aanval vertoont ten gevolge van het afbouwen, wijzigen van de dosering of het type van de anti - epileptica, kan rijgeschikt worden verklaard drie maanden na de laatste aanval. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid kan vervolgens verlengd worden op voorwaarde dat de kandidaat onder regelmatig geneeskundig toezicht staat, geen nieuwe aanvallen meer heeft gehad, een uitgebreid neurologisch onderzoek tot een stabilisatie van de toestand laat besluiten en de aanvrager voldoende inzicht heeft in zijn aandoening en blijk geeft van een strikte therapietrouw.

• Wie een éénmalige aanval van epilepsie heeft vertoond ten gevolge van een vermijdbare uitlokkende factor kan rijgeschikt worden verklaard drie maanden na deze aanval. Het EEG dient vrij te zijn van afwijkingen. Na een periode zonder aanvallen van één jaar kan de geldigheidsduur van de rijgeschiktheid verlengd worden op voorwaarde dat de kandidaat onder regelmatig geneeskundig toezicht staat, hij geen nieuwe aanvallen meer heeft gehad, een uitgebreid neurologisch onderzoek tot een stabilisatie van de toestand laat besluiten en de aanvrager voldoende inzicht heeft in zijn aandoening en blijk geeft van een strikte therapietrouw.

• De kandidaat die aanvallen van epilepsie vertoont die geen invloed hebben op het bewustzijn noch op de rijvaardigheid, en die vrij is van andere epilepsie-aanvallen, kan rijgeschikt worden verklaard drie maanden na het vaststellen van deze aanvallen. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid kan verlengd worden op voorwaarde dat de kandidaat onder regelmatig geneeskundig toezicht staat, hij geen nieuwe aanvallen meer heeft gehad, een uitgebreid neurologisch onderzoek tot een stabilisatie van de toestand laat besluiten en de aanvrager voldoende inzicht heeft in zijn aandoening en blijk geeft van een strikte therapietrouw.

• De kandidaat die gedurende een periode van twee jaar uitsluitend aanvallen van epilepsie vertoonde tijdens de slaap, kan rijgeschikt worden verklaard. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid is beperkt tot maximaal een jaar. Enkel rijden overdag kan toegestaan worden. De geldigheidsduur kan verlengd worden op voorwaarde dat de kandidaat onder regelmatig geneeskundig toezicht staat, hij geen nieuwe aanvallen meer heeft gehad, een uitgebreid neurologisch onderzoek tot een stabilisatie van de toestand laat besluiten en de aanvrager voldoende inzicht heeft in zijn aandoening en blijk geeft van een strikte therapietrouw.

Chauffeurs van Groep 2 met epilepsie zijn niet rijgeschikt.
Ook hier bestaan enkele uitzonderingen.

• Iemand die aanvallen van epilepsie heeft vertoond in zijn kinderjaren, maar die sedert de leeftijd van 15 jaar zonder enige specifieke behandeling geen aanvallen meer vertoonde van welke vorm ook, kan rijgeschikt worden verklaard indien een uitgebreid neurologisch onderzoek niet wijst op het bestaan van een cerebrale pathologie. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid wordt beperkt tot één jaar en kan gedurende de vijf volgende jaren worden verlengd met maximaal één jaar. Een verslag van een neuroloog is vereist.

• De kandidaat die een éénmalige aanval van epilepsie met een aanwijsbare oorzaak vertoond heeft of de kandidaat met posttraumatische epilepsie , kan rijgeschikt worden verklaard indien hij twee jaar aanvalsvrij is, hij een uitgebreid neurologisch onderzoek heeft ondergaan en onder regelmatig geneeskundig toezicht staat en zijn EEG geen afwijkingen met de uitsluiting van een blijvende hersenaandoening vertoont. Een gunstig verslag van de neuroloog is vereist. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid wordt beperkt tot één jaar en kan gedurende de vijf volgende jaren worden verlengd met maximaal een jaar.

4. Slaapsstoornissen

onderzoek-apnoe.jpg
Wie lijdt aan pathologische somnolentie (bewustzijnsstoornissen, slaperigheid) ten gevolge van het narcolepsie/cataplexiesyndroom of het slaapapneusyndroom, is niet rijgeschikt.
De kandidaat met een narcolepsie/cataplexiesyndroom, die onder behandeling geen symptomen vertoont, kan rijgeschikt worden verklaard zes maanden na het uitblijven van deze bewustzijns-stoornissen . De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal twee jaar.
De kandidaat met een slaapapneusyndroom kan rijgeschikt worden verklaard één maand na het instellen van een succesvolle behandeling . De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal twee jaar. Is de kandidaat, na deze periode, nog steeds vrij van de stoornissen, dan kan een rijgeschiktheidsverklaring zonder beperking van de geldigheidsduur worden afgeleverd.

Chauffeurs uit groep 2 (=beroepschauffeurs) met deze stoornis zijn niet rijgeschikt.
Wie lijdt aan het slaapapneusyndroom kan toch rijgeschikt verklaard worden één maand na het instellen van een succesvolle behandeling. Een gunstig verslag van een neuroloog is vereist. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal één jaar. Is de kandidaat na deze periode nog steeds vrij van de symptomen, dan is de gewone geldigheidsduur van toepassing.

5. Locomotorische aandoeningen (kracht, coördinatie van de bewegingen)

Locomotorische aandoeningen, aangeboren of ten gevolge van een ongeval of ziekte, veroorzaken een stoornis in de bewegingen. Het gaat onder meer om amputaties, verstijvingen of bewegingsbeperkingen in gewrichten, krachtsverlies of verlammingen, stoornissen in de snelheid en controle van de bewegingen en het evenwicht.
De kandidaat die verminderde functionele vaardigheden vertoont ten gevolge van een aantasting van spieren, beenderen of gewrcihten, een aandoening van het centraal of perifeer zenuwstelsel of elke andere aandoening waardoor een beperking ontstaat van zijn motorische controle, zijn waarnemingen of zijn gedrag en zijn beoordelingsvermogen, die een invloed hebben op het veilig besturen van een motorvoertuig, is niet rijgeschikt.
Alleen het Centrum voor Aanpassing aan het Rijden van gehandicapte Automobilisten (CARA) van het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid kan een rijgeschiktheidsattest afleveren. Op dit attest kunnen beperkingen of noodzakelijke aanpassingen aan het voertuig vermeld worden. De kandidaat dient, met zijn aangepast voertuig, dezelfde prestaties te kunnen leveren als een valide bestuurder met een niet aangepast voertuig.

6. Hart en bloedvaten

ekg.-2.jpg
Hartaandoeningen omvatten alle afwijkingen van het hart of de hartwerking zoals klepstoornissen, plaatsing van pacemaker-defibrillator, ritmestoornissen, infarctus. Aandoeningen van de bloedvaten zijn vaatstoornissen, doorbloedingsstoornissen, ernstige bloeddrukproblemen, e.a.

Groep 1 (= gewone chauffeurs)

• Mensen die lijden aan een hart- of vaataandoening met een duidelijk verhoogd risico op een plotselinge bewustzijnsstoornis of een plotseling functieverlies, zijn niet rijgeschikt.

• Mensen met een ernstige niet gecorrigeerde en niet gecontroleerde stoornis van het hartritme of van de atrioventriculaire geleiding, zijn niet rijgeschikt.

• Mensen die lijden aan angina pectoris die optreedt bij rust, bij de minste emotie of andere relevante uitlokkende factor, zijn niet rijgeschikt. De rijgeschiktheid kan opnieuw geëvalueerd worden na het verdwijnen van de klachten. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal twee jaar. Een verslag van een cardioloog is vereist;

• Mensen die één of meerdere myocardinfarcten hebben doorgemaakt zijn niet rijgeschikt. Op basis van een verslag van een cardioloog, rekening houdend met de klachten van de kandidaat en de evolutie van de aandoening, kan de kandidaat rijgeschikt worden verklaard.

• De kandidaat die lichte tot matige klachten vertoont ten gevolge van chronisch hartfalen bij gewone of lichte fysieke inspanning, kransvatlijden, cardiomyopathie, een aangeboren of verworven klepafwijking (al dan niet met een prothese), een aangeboren of verworven gebrek van het hart of de grote vaten, kan rijgeschikt worden verklaard. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal vijf jaar.

• De kandidaat met een ingeplante pacemaker is niet rijgeschikt tijdens de maand die volgt op de inplanting van de pacemaker of het vervangen van de pacemaker- electrode. Bij het vervangen van enkel de pacemaker kan de kandidaat door de behandelende cardioloog onmiddellijk rijgeschikt worden bevonden. Om rijgeschikt te zijn moet de kandidaat, die drager is van een pacemaker, het behandelingsplan van de behandelende cardioloog volgen. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid kan maximaal drie jaar bedragen.

• De kandidaat met een ingeplante automatische defibrillator is niet rijgeschikt. De kandidaat kan evenwel na een periode van minstens zes maanden, te rekenen vanaf de inplanting, rijgeschikt worden bevonden op basis van een recent verslag, afgegeven door de cardioloog van het geneeskundige centrum dat de ingreep heeft uitgevoerd. Tijdens deze periode van zes maanden mag er geen stroomstoot geweest zijn die het hartritme kan aantasten. Als alleen de defibrillator vervangen wordt, kan de kandidaat onmiddellijk rijgeschikt worden verklaard op basis van een door de behandelende cardioloog afgegeven recent verslag. Om rijgeschikt te zijn mogen er zich geen stroomstoten hebben voorgedaan en dient de kandidaat het behandelingsplan van de cardioloog te volgen. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal twee jaar.

Groep 2

- De kandidaat met klachten ten gevolge van chronisch hartfalen bij gewone fysieke inspanning, cardiomyopathie, aangeboren gebrek van het hart of de grote vaten, aangeboren of verworven klepafwijking (al dan niet met een klepprothese), een ischemische hartziekte ten gevolge van een kransvatlijden, kan rijgeschikt worden verklaard. Een verslag van een cardioloog is vereist. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal drie jaar.
- De kandidaat met ernstige stoornissen van het hartritme of van de atrioventriculaire geleiding is niet rijgeschikt.
De kandidaat met een ingeplante pacemaker is niet rijgeschikt tijdens de drie maanden die volgen op de inplanting van de pacemaker of het vervangen van de pacemaker-elektrode. Een verslag van een cardioloog is vereist. Bij het vervangen van enkel de pacemaker kan de kandidaat ten vroegste twee weken na de ingreep rijgeschikt worden verklaard. Een verslag van een cardioloog is vereist. Om rijgeschikt te zijn dient de kandidaat die drager is van een ingeplante pacemaker het behandelingsplan van de behandelende cardioloog te volgen. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid kan maximaal een jaar bedragen. Een verslag van een cardioloog is vereist.
- De kandidaat met een ingeplante defibrillator is niet rijgeschikt.
- De kandidaat met angina pectoris die optreedt bij rust, bij de minste emotie of andere relevante uitlokkende factor, is niet rijgeschikt. De rijgeschiktheid kan opnieuw geëvalueerd worden na het verdwijnen van de klachten van angina pectoris. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal een jaar. Een verslag van een cardioloog is vereist.
- De kandidaat met belangrijke beschadiging van het myocard, duidelijk aangetoonde letsels van een vroeger myocardinfarct, duidelijk bewezen tekens van coronair lijden en hartfalen is niet rijgeschikt. Indien het evenwel gaat om één of meer beperkte infarcten, met behoud van een goede hartfunctie en zonder ritmestoornissen, kan de houder van een rijbewijs van groep 2 rijgeschikt worden verklaard. De rijgeschiktheidsverklaring kan afgeleverd worden minimaal drie maand na het optreden van het laatste infarct. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal twee jaar. Een verslag van een cardioloog is vereist.

7. Diabetes mellitus of suikerziekte

insuline-spuiten-roze.jpg
Naast bewustzijnsstoornissen kan deze diabetes ook aantastingen veroorzaken van de ogen, nieren, hart en bloedvaten en van het zenuwstelsel.

Groep 1

• Wie lijdt aan diabetes mellitus waarbij door hypo- of hyperglycemie een plotse bewustzijnsdaling kan optreden, is niet rijgeschikt.

• Een diabetespatiënt bij wie de aandoening gepaard gaat met ernstige verwikkelingen van de ogen, het zenuwstelsel, het hart, of de bloedvaten is niet rijgeschikt wanneer dit een veilige besturing van een voertuig verhinderen of niet in overeenstemming is met de andere minimumnormen.

• Een diabetespatiënt die wordt behandeld met een dieet of bloedsuikerverlagende tabletten die in een therapeutische dosis geen hypoglycemieaanvallen kunnen veroorzaken, kan door de huisarts rijgeschikt worden verklaard
• indien hij geen diabetesverwikkelingen aan ogen, zenuwstelsel, enz. heeft,
• een stabiele diabetes heeft,
• onder regelmatig geneeskundig toezicht staat,
• een volledig inzicht heeft in zijn aandoening
• blijk geeft van strikte therapietrouw.
De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal vijf jaar tot de leeftijd van 50 jaar en drie jaar vanaf deze leeftijd.

- Een diabetespatiënt die wordt behandeld met insuline of bloedsuikerverlagende tabletten die in een therapeutische dosis hypoglycemieaanvallen kunnen veroorzaken, kan door een endocrinoloog rijgeschikt worden verklaard indien hij
- vrij is van diabetesverwikkelingen,
- een stabiele diabetes heeft,
- geen bijzonder verhoogd risico op hypoglycemie heeft,
- onder geregeld geneeskundig toezicht staat,
- een volledig inzicht heeft in zijn aandoening,
- een goede diabetesopvoeding heeft gekregen
- blijk geeft van strikte therapietrouw.
Een verslag van een endocrinoloog is vereist. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal vijf jaar tot de leeftijd van 50 jaar en drie jaar vanaf deze leeftijd.

Groep 2

- Wie lijdt aan diabetes mellitus waarbij door hypo- of hyperglycemie een plotse bewustzijnsdaling kan optreden, is niet rijgeschikt.

- Een diabetespatiënt bij wie de aandoening gepaard gaat met ernstige verwikkelingen van de ogen, het zenuwstelsel, het hart, of de bloedvaten is niet rijgeschikt wanneer dit een veilige besturing van een voertuig verhinderen of niet in overeenstemming is met de andere minimumnormen.

- Een diabetespatiënt die wordt behandeld met een dieet of bloedsuikerverlagende tabletten die in een therapeutische dosis geen hypoglycemieaanvallen kunnen veroorzaken, kan rijgeschikt worden verklaard
- indien hij geen diabetesverwikkelingen aan ogen, zenuwstelsel, enz. heeft,
- een stabiele diabetes heeft,
- onder regelmatig geneeskundig toezicht staat,
- een volledig inzicht heeft in zijn aandoening
- blijk geeft van strikte therapietrouw.
Een verslag van een endocrinoloog is vereist. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximum drie jaar.

- Een diabetespatiënt die wordt behandeld met insuline of bloedsuikerverlagende tabletten die in een therapeutische dosis hypoglycemieaanvallen kunnen veroorzaken, kan door een endocrinoloog rijgeschikt worden verklaard indien hij
- vrij is van diabetesverwikkelingen,
- een stabiele diabetes heeft,
- geen bijzonder verhoogd risico op hypoglycemie heeft,
- onder geregeld geneeskundig toezicht staat,
- een volledig inzicht heeft in zijn aandoening,
- regelmatig aan zelfcontrole van de glycemie doet
- een goede diabetesopvoeding heeft gekregen
- blijk geeft van strikte therapietrouw
- een goede verkeerservaring kan voorleggen
Een verslag van een endocrinoloog is vereist. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal drie jaar.

8. Nier- en leveraandoeningen

Dit gaat om ernstige aandoeningen van de nieren waarvoor men een dialyse moet ondergaan (o.a. kunstnier) of ernstige aandoeningen van de lever met o.a. geelzucht. Bij ernstige lever- en nieraandoeningen is er een gevaar voor vermindering van het bewustzijn, slaperigheid, gestoorde concentratie en aandacht, traagheid van bewegingen, ...

• Wie aan een ernstige chronische nier- of leverinsufficiëntie lijdt, kan rijgeschikt worden verklaard mits een regelmatig geneeskundig toezicht. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid is beperkt tot maximaal twee jaar.

• Kandidaten van groep 2 (=beroepschauffeurs) die aan een ernstige chronische nier- of leverinsufficiëntie lijden, kunnen rijgeschikt worden verklaard mits een regelmatig geneeskundig toezicht. Een verslag van een internist is vereist. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid is beperkt tot maximaal één jaar.

9. Aandoeningen van het gehoor en vestibulair systeem (evenwicht)

Doofheid is geen reden om niet rijgeschikt te zijn.

• Wie een aandoening van het vestibulair stelsel heeft, die een plotselinge aanval van duizeligheid of een plotselinge evenwichtsstoornis kan veroorzaken, is niet rijgeschikt.
De rijgeschiktheid en de eventuele geldigheidsduur van het rijbewijs moeten beoordeeld worden een specialist Neus-, Keel- en Oorziekten.

10. Aandoeningen van de ogen

• De chauffeur die een acute of een chronisch evolutieve aandoening van de ogen heeft die de werking ervan zodanig stoort dat de verkeersveiligheid in het gedrang komt, is niet rijgeschikt. Een oogarts bepaalt wanneer de chauffeur opnieuw rijgeschikt is en de geldigheidsduur.
• Na het plotseling geheel of gedeeltelijk verlies van het gebruik van één oog, na een ingreep die een invloed kan hebben op het zicht, na een oogverlamming die aanleiding geeft tot dubbelzien (diplopie) in de primaire stand van de blik, is de chauffeur niet rijgeschikt. Een oogarts bepaalt wanneer de chauffeur opnieuw rijgeschikt is en de geldigheidsduur.
• Mensen waarvan de ooglens vervangen is door een kunstlens (pseudofakie) mogen om aan de minimumnormen te voldoen een bijkomende optische correctie (bril of contactlenzen) dragen. Intraoculaire lenzen worden niet als corrigerende lenzen beschouwd en impliceren geen rijongeschiktheid, tenzij zich problemen, zoals “dubbelbeelden”, voordoen.

Gezichtsscherpte van ver

Het dragen van een optische correctie is verplicht
• wanneer de chauffeur zonder deze correctie, niet de vereiste minimum gezichtsscherpte vertoont,
• omdat de oogarts oordeelt dat een optische correctie noodzakelijk is om de gezichtsscherpte te verbeteren,
• om te vermijden dat de oogspieren vermoeid zouden geraken hetgeen de visuele functie van de kandidaat op belangrijke wijze zou verstoren.
Indien de oogarts het dragen van een optische correctie (een bril of contactlenzen) nodig acht voor het veilig besturen van een motorvoertuig, vermeldt hij dit op het door hem afgeleverd attest.
De correctie door brillenglazen mag het gezichtsveld in de horizontale aslijn in geen geval op een belangrijke wijze beperken.

Normen voor de kandidaten van groep 1
• De chauffeur moet, zo nodig met een optische correctie, een binoculaire gezichtsscherpte van ten minste 5/10 hebben.
• De chauffeur die het gezichtsvermogen van één oog volledig verloren heeft of die slechts één oog gebruikt, moet, zo nodig met een optische correctie, een gezichtsscherpte van ten minste 6/10 hebben.

Normen voor de kandidaten van groep 2
• De chauffeur moet, zo nodig met een optische correctie, beschikken over een gezichtsscherpte van ten minste 8/10 voor het beste oog en 5/10 voor het minder goede oog.
• Indien de waarden 8/10 en 5/10 worden bereikt met een optische correctie, dan mag de ongecorrigeerde gezichtsscherpte voor elk van beide ogen niet minder dan 1/20 te bedragen of dient de correctie van de minimale gezichtsscherpte (8/10 en 5/10) te zijn verkregen door brillenglazen die niet sterker mogen zijn dan plus of min 8 dioptrieën. Contactlenzen zijn tot elke sterkte toegestaan, mits zij goed worden verdragen.

Het gezichtsveld
Het gezichtsveld mag geen defect of vernauwing vertonen.
Het meten van het gezichtsveld gebeurt voor elk oog afzonderlijk. Voor de kandidaat met een strabisme gebeurt het meten van beide ogen samen. Indien de kandidaat verplicht is een optische correctie te dragen om de vereiste gezichtsscherpte te bekomen, gebeurt het meten van het gezichtsveld met deze optische correctie.
Indien een beperking van het gezichtsveld wordt vastgesteld, moet de chauffeur naar het CARA worden doorverwezen.

Voor groep 1 moet het gezichtsveld met beide ogen in de horizontale aslijn een breedte (amplitudo) hebben van ten minste 120°. Wie het gezichtsvermogen van één oog verloren heeft of die slechts één oog gebruikt, moet in de horizontale aslijn een gezichtsveld met een amplitude van ten minste 120° hebben.
Uitzonderlijk kan, op grond van een gunstig advies van de oogarts, de kandidaat met een horizontaal gezichtsveld kleiner dan 120° of met belangrijke afwijkingen in de andere aslijnen, na een onderzoek door het CARA
overeenkomstig de bepalingen van punt II.5.2.2.
rijgeschikt verklaard worden

Voor groep 2 moet het gezichtsveld met beide ogen in de horizontale as (0°-180°) een amplitude te hebben van ten minste 140°, in de vertikale as (90° -270°) van ten minste 60° en in de twee intermediaire assen (45°-225° en 135°-31 5°) van ten minste 100°.
Heeft het minder goede oog een gecorrigeerde gezichtsscherpte van minder dan 8/10 dan dient dit oog een gezichtsveld te hebben van ten minste 80° temporaal en 60° nasaal in de horizontale aslijn.

Kleurzin
Geen enkele beperking

Zicht bij schemerlicht
Om rijgeschikt te zijn moet men na vijf minuten aanpassing aan de duisternis een gezichtsscherpte vertonen van 2/10, eventueel met een optische correctie. De gezichtsscherpte wordt gemeten voor beide ogen samen. De maximaal toegestane afwijking bedraagt één logeenheid.

zie ook artikel : Moet u een oogonderzoek ondergaan om een rijbewijs te krijgen?

11. Implantaten

Implantaten zijn organen of mechanische toestellen die via een operatie in het lichaam zijn ingebracht. Het gaat o.a. over kunstgewrichten, pacemaker, defibrillator, inwendige dialyseapparaten, de bevestiging van electroden en dergelijke bevestigd aan toestellen buiten het lichaam, pompen voor het inbrengen van pijnstillende of andere stoffen, pompen voor het verplaatsen van lichaamsvochten, transplantatie van nieren of andere organen, ...
De kandidaat met een orgaantransplantatie of met een artificieel implantaat met een mogelijke weerslag op de rijgeschiktheid, kan rijgeschikt worden verklaard door de geneesheer van het CARA, mits een verslag van de behandelende geneesheer-specialist en een regelmatig geneeskundig toezicht.

zie ook artikel : Refractieve oogchirurgie

12. Alcohol, drugs en geneesmiddelen

Geneesmiddelen
De geneesheer gaat bij het voorschrijven van geneesmiddelen na welke de invloed is op het rijgedrag van elk geneesmiddel afzonderlijk, in combinatie met andere geneesmiddelen of in combinatie met alcohol. De geneesheer licht zijn patiënt in over de mogelijke gevolgen voor het rijgedrag.

Drugs
- De kandidaat die aan psychotrope stoffen verslaafd is of die stoffen overmatig gebruikt zonder daaraan verslaafd te zijn, is niet rijgeschikt.
- De kandidaat die regelmatig, in welke vorm dan ook, psychotrope stoffen gebruikt die een nadelige invloed op de rijgeschiktheid kunnen hebben of die dusdanige hoeveelheden gebruikt dat het rijgedrag daardoor ongunstig wordt beïnvloed is niet rijgeschikt.
- De kandidaat die aan psychotrope stoffen verslaafd is geweest of er overmatig gebruik van heeft gemaakt, kan na een periode van bewezen onthouding van minstens zes maand rijgeschikt worden verklaard. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid is beperkt tot maximaal drie jaar.

Alcohol
De kandidaat die aan alcohol verslaafd is of zich niet kan onthouden van alcoholgebruik wanneer hij een motorvoertuig bestuurt, is niet rijgeschikt.
De kandidaat die aan alcohol verslaafd is geweest, kan na een periode van bewezen onthouding van minstens zes maand rijgeschikt worden verklaard. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid is beperkt tot maximaal drie jaar.


bron: BIVV (Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid) www.bivv.be
verschenen op : 04/06/2008 , bijgewerkt op 28/10/2015


pub