Snap je de stempelcode op het ei?

Laatst bijgewerkt: oktober 2015
In dit artikel
Snap je de stempelcode op het ei?

dossier Sinds 1 januari 2004 moeten alle consumptie-eieren in de Europese Unie een stempel dragen.
Via deze stempel kan iedereen nagaan waar het ei vandaan komt.
Elk ei is op die manier volledig traceerbaar van de stal tot in het winkelschap.
De wet omschrijft tevens welke benamingen inzake kippenhouderij mogen worden gebruikt en wat de minimale voorwaarden zijn. Daarnaast wordt ook de houdbaarheidsdatum op elk ei vermeld.
Deze stempels zijn dan ook belangrijke instrumenten inzake voedselveiligheid en bieden de consument betrouwbare en controleerbare informatie.
We ontcijferen voor u de rode lettertjes op het eitje in uw koelkast.

Stempelcode

ei-stempel-150.jpg
Op elk ei staat een code die er bijvoorbeeld als volgt uitziet: 1 BE 1234-2.
Wat betekent dit?
Het eerste cijfer geeft aan uit welk houderijsysteem het ei komt. Er zijn vier categorieën (van 0 tot 3).

0: Biologische kippenhouderij
In een biologische kippenhouderij mogen maximaal zes kippen per vierkante meter rondlopen. Er moeten een zitstok, een legnest en strooisel aanwezig zijn. De kippen moeten de hele dag over een vrije uitloop naar buiten van vier vierkante meter per kip kunnen beschikken, behalve bij door de veterinaire autoriteiten opgelegde tijdelijke beperkingen.
Per stal mogen maximaal 3000 dieren worden gehouden. Het verwijderen van de snavelpunt is bij deze kippen verboden. Het voedsel van de legkippen moet voor minstens 80 % van biologische oorsprong zijn en er moet voldoende ruwvoeder (zoals gras) zijn. In de biologische kippenhouderij primeert de diervriendelijkheid.

1: Kippen met vrije uitloop
In dit houderijsysteem mogen maximaal zeven kippen per vierkante meter staloppervlakte aanwezig zijn. Ze hebben een zitstok en een legnest en de stal is voorzien van strooisel.
Ook hier hebben de kippen de hele dag een vrije uitloop naar buiten. Deze uitloop moet grotendeels begroeid zijn (bijvoorbeeld met gras) en een oppervlakte van minstens vier vierkante meter per kip beslaan. Het verwijderen van de navelpunt is in dit systeem toegestaan, bijvoorbeeld om te voorkomen dat de kippen elkaar kaal pikken.

2: Scharrelkippen
In dit systeem mogen per vierkante meter maximaal zeven kippen aanwezig zijn. Ze hebben een zitstok, een legnest en strooisel, maar er is geen uitloop naar buiten. Minstens een derde van de staloppervlakte is scharrelruimte. Het verwijderen van de navelpunt is toegestaan.

3: Legbatterij
Het overgrote deel van de eieren wordt geproduceerd in legbatterijen. In dit houderijsysteem zitten meestal vier tot vijf kippen samen in een kooi. De Europese wetgeving bepaalt dat per kip minstens 550 vierkante centimeter beschikbaar moet zijn.
Daarnaast gelden een reeks bepalingen voor wat de uitrusting van de kooi betreft. In dit houderijsysteem zijn de productieomstandigheden van de dieren gemakkelijk te controleren wat garanties biedt inzake hygiëne van de producten. Vanaf 2012 voorziet de Europese wetgeving bijkomende
maatregelen inzake dierenwelzijn.
Zo zal 750 vierkante centimeter per kip moeten worden voorzien en zullen de kooien moeten worden uitgerust met zitstokken, legnesten en scharrelplaatsen.

De letters staan voor het land van productie. BE is de code voor België.
De vier volgende cijfers vormen de identificatiecode van de pluimveehouder.
Indien er meerdere stallen op het bedrijf zijn met leghennen van verschillende ouderdom, worden deze cijfers eventueel verder aangevuld met een extra cijfer of letter voor identificatie van de betreffende stal. Op deze manier heeft elke stal op elk pluimveebedrijf een eigen identificatiecode.
Via de website www.ei.be kunt u achterhalen van welk bedrijf het eitje in uw koelkast afkomstig is.

Houdbaarheid

Een vers ei is tot 28 dagen na legdatum houdbaar in de koelkast. Om het de consument gemakkelijk te maken wordt de uiterste houdbaarheidsdatum op elk ei gestempeld. Na de afkorting “THT/DCR” volgen de dag en de maand. Gezien de beperkte houdbaarheid van eieren is de vermelding van het jaartal niet nodig.
De legdatum van de eieren wordt meestal niet op het ei maar wel op de doos vermeld.

zie ook artikel : Hoe vers is een ei?

Soorten eieren

ei-stempelcode-170_400_04.jpg
Eieren die in doosjes per vier, per zes of per twaalf te koop worden aangeboden, zijn steeds eieren van klasse A of verse eieren van onberispelijke kwaliteit. Om in klasse A toegelaten te worden moet een ei aan een hele reeks kwaliteitscriteria voldoen. Eieren die niet aan deze criteria voldoen worden in klasse B of bij eieren van tweede kwaliteit ingedeeld.
Deze eieren worden verder in de industrie verwerkt.
Op het doosje staat ook de gewichtsklasse vermeld waartoe de eieren behoren.
Op 1 juli 1997 werden in heel Europa dezelfde vier gewichtsklassen ingevoerd.
- XL: zeer grote eieren die meer dan 73 g wegen;
- L: grote eieren die tussen 63 en 73 g wegen;
- M: middelgrote eieren die tussen 53 en 63 g wegen;
- S: kleine eieren met een gewicht lager dan 53 g.

Soorten voer

Op de verpakking staat soms een benaming die verwijst naar het voeder dat de kippen hebben kregen, bijvoorbeeld graaneieren of maïseieren. Door het kippenvoer te verrijken met omega-3-vetzuren wordt de vetzuursamenstelling van de eieren beïnvloed en bevatten ze meer omega-3-vetzuren. De benamingen omega-3-eieren en DHA-eieren verwijzen hiernaar.

zie ook artikel : Een eitje, wie lust het niet?



verschenen op : 05/04/2006 , bijgewerkt op 29/10/2015


pub