Bevallen met behulp van een verlostang of vacuümcup

Laatst bijgewerkt: oktober 2015

dossier De gynaecoloog gebruikt een verlostang of een vacuümcup om de geboorte van uw kind te bespoedigen. Naar schatting krijgt ongeveer één op de vijf vrouwen die voor het eerst bevalt hiermee te maken. Een bevalling met behulp van een tang of vacuümcup vindt altijd in het ziekenhuis plaats.

De verlostang

forceps-180.jpg
Een verlostang bestaat uit twee metalen ‘lepels’. Elke lepel bestaat uit een steel met een gebogen blad dat precies om de zijkant van het kinderhoofd past. Op de overgang van de bladen met de steel zit een verbindingsstuk met een handvat. Inclusief de steel zijn de lepels 35 tot 40 cm lang.
De lepels worden afzonderlijk links en rechts van het babyhoofdje ingebracht en daarna gesloten. Tijdens één of meer weeën trekt de gynaecoloog aan het handvat van de verlostang om te helpen bij de uitdrijving terwijl u zelf mee blijft persen. Bij de geboorte van het hoofd worden de lepels verwijderd. Daarna volgt snel de geboorte van de baby.

Het vacuümapparaat

vacuum-180.jpg
Een vacuümcup is een ronde zuignap van metaal of kunststof met een doorsnede van ongeveer 5 cm. Aan de buitenkant van de cup is een rubber of kunststof slang aangesloten. Nadat de cup tegen de schedel van de baby is geplaatst, wordt via deze slang door een pomplucht uit de cup gezogen. Zo ontstaat een vacuüm of luchtledigheid in de cup; de binnenkant van de cup wordt hierdoor stevig tegen de schedel aan gezogen. Aan de buitenkant van de cup zit een trekkoord vast.
Nadat de cup zich heeft vastgezogen trekt de gynaecoloog tijdens een aantal weeën aan de ketting om de uitdrijving te bespoedigen, terwijl u zelf blijft meepersen. Zodra het hoofd geboren is, stopt men de pomp en laat de cup los van het hoofd. Daarna volgt snel de geboorte van de baby.
NB. Overigens is op dit moment ook een handcup in gebruik, waarbij geen slang en pomp meer nodig zijn. De werking is hetzelfde.

Wanneer wordt een tang- of vacuümcup toegepast?

Een bevalling kent drie stadia: de ontsluiting, de uitdrijving, en de periode na de geboorte. Tijdens de ontsluitingsfase gaat de baarmoedermond open door steeds krachtiger wordende weeën. De verloskundige of arts bepaalt de mate van ontsluiting door inwendig onderzoek. Bij een volledige ontsluiting is de baarmoedermond helemaal open. Het hoofd daalt dan verder in.

Tijdens de weeën krijgt u meestal in toenemende mate het gevoel mee te moeten persen en begint de uitdrijvingsfase die eindigt met de geboorte van uw kind. Een tang of vacuümverlossing kan plaatsvinden tijdens de tweede fase; de uitdrijvingsfase. Het is noodzakelijk dat het hoofd diep genoeg in het bekken is ingedaald.
De belangrijkste redenen voor een tang- of een vacuümverlossing zijn het niet snel genoeg gaan van de uitdrijving en/of een mogelijk zuurstoftekort bij het kind. Een enkele keer kan een zwangere vrouw niet of slechts kort persen, bijvoorbeeld wegens gezondheidsproblemen van hart of longen.
Zeker bij een eerste bevalling komt het regelmatig voor dat een baby ondanks krachtig persen niet spontaan geboren wordt. Soms is het kind aan de forse kant of is de stand van het hoofd zodanig dat het bekken niet gemakkelijk gepasseerd kan worden.

In veel gevallen zijn de weeën niet sterk genoeg of zwakken ze tijdens de bevalling af. Moeheid en gebrek aan kracht kunnen ook een rol spelen. Vaak is er een combinatie van factoren. Bovendien neemt naarmate het persen langer duurt de kans toe dat de conditie van het kind achteruitgaat. Degene die uw bevalling begeleidt, adviseert dan hulp om uw kind geboren te laten worden. De ervaring leert dat de meeste vrouwen tegen die tijd hulp als een opluchting ervaren.

Mogelijk zuurstoftekort bij het kind

CTG-moeder.jpg
Tijdens het persen worden de harttonen van de baby gecontroleerd. Bij een ongestoorde zwangerschap gebeurt dit meestal met een ‘doptone’. Dit is een klein instrument dat met behulp van geluidsgolven via de buikwand de harttonen laat horen. Bij een bevalling op medische indicatie past men vaak een CTG-registratie toe (een doorlopende harttonenregistratie van de baby via de buikwand of de vagina). De harttonen geven aan hoe de conditie van het kind is. Afwijkende harttonen kunnen een teken zijn van dreigend zuurstoftekort. Soms wordt een beetje bloed van de hoofdhuid van het kind afgenomen om te bepalen of dit ook echt het geval is.
Na een ongestoorde zwangerschap is de kans op mogelijk zuurstoftekort heel klein. Als er bijzonderheden zijn tijdens de zwangerschap, zoals groeiachterstand van het kind, hoge bloeddruk of ruim over tijd zijn, neemt de kans op afwijkende harttonen toe, en daarmee ook de kans dat een vacuüm- of tangverlossing noodzakelijk is.

Hoe verloopt een tang- of vacuümverlossing?

Bijna altijd maakt men een zogenaamd ‘dwarsbed’: het onderste gedeelte van het verlosbed wordt weggehaald en u plaatst uw benen in beensteunen. De gynaecoloog kan u in deze houding beter helpen de baby geboren te laten worden. Voor de ingreep wordt de blaas soms met een dunne slang (katheter) geleegd. De gynaecoloog doet een inwendig onderzoek om de stand van het hoofd van het kind en de mate van indaling te bepalen. Dit is nodig om de verlostang of de vacuümcup goed op het hoofd te kunnen plaatsen. Daarna wordt meestal lokale verdoving toegediend.
Bij een tangverlossing worden de lepels één voor één om het hoofd gelegd. Bij een vacuümverlossing plaatst de gynaecoloog de cup op de bovenkant van het hoofd. Daarna wordt er vacuüm gezogen, zodat de cup zich binnen enkele minuten aan de schedel van de baby vastzuigt. Zowel het plaatsen van de verlostang als het inbrengen van de vacuümcup is vaak onplezierig en pijnlijk. Het is niet altijd mogelijk door verdoving deze pijn te voorkomen. U ervaart over het algemeen minder pijn als het u lukt te ontspannen, bijvoorbeeld door het wegzuchten van de pijn.
Nadat de lepels zijn geplaatst of de vacuümcup zich heeft vastgezogen, trekt de gynaecoloog bij iedere volgende wee terwijl u perst. Het is belangrijk dat u zo krachtig mogelijk blijft meepersen. Soms drukt de verpleegkundige of verloskundige op uw buik om de kracht van de wee te versterken. Tussen de weeën door zorgt de gynaecoloog dat het hoofd niet terugglijdt. Over het algemeen wordt uw kind na enkele weeën geboren; soms is meetrekken gedurende meer weeën noodzakelijk. De voorkeur voor een tangverlossing of een vacuümverlossing hangt onder andere af van de ligging van het kind, de indaling van het hoofd en de snelheid waarmee het kind geboren moet worden. Ook de ervaring en de voorkeur van de gynaecoloog bepalen de keuze.

Moet er worden ingeknipt bij een tang- of vacuümbevalling?

forceps-uitdr-kl.jpg
In de meeste gevallen wordt bij een tang- of vacuümbevalling de ingang van de schede ingeknipt. Dit hangt onder andere af van de harttonen, en daarmee van de snelheid waarmee de baby geboren moet worden. Ook de stevigheid van de bekkenbodemspieren, de dikte van het weefsel tussen de schede en de anus, en de ingeschatte kans op ernstig inscheuren zijn factoren die een rol spelen bij de beslissing om al of niet in te knippen. Doordat u al verdoving heeft gekregen, merkt u van het inknippen zelf niet veel. De eerste dagen van het kraambed zijn er wel vaak pijnklachten na inknippen.

Uw kind na de geboorte

Een tang- of vacuümverlossing wordt niet zonder reden verricht. Meestal is er sprake van een langdurige uitdrijving en/of mogelijk zuurstoftekort bij het kind. Uw kind wordt daarom na de geboorte doorgaans door een kinderarts onderzocht. Als uw kind rond de uitgerekende datum in goede conditie wordt geboren, is couveuseopname vaak niet noodzakelijk. Dit is wel gewenst als extra zorg of observatie nodig is.
Na een vacuümverlossing ziet en voelt u vaak nog enkele dagen de afdruk van de vacuümcup op het hoofd van uw kind als een blauwrode verdikking . Dit komt omdat zich vocht onder de huid heeft opgehoopt. De zwelling is binnen een dag bijna helemaal weg, de verkleuring verdwijnt na enkele dagen. Ook na een tangverlossing kan er enkele dagen een afdruk op de zijkant van het hoofd van uw kind zichtbaar zijn.

Het kind kan na een tang- of een vacuümverlossing hoofdpijn hebben en soms wat misselijk zijn : het is dan raadzaam uw kind alleen op te pakken voor noodzakelijke handelingen als verschonen en het geven van voeding. Ook schrijft de kinderarts soms een pijnstiller voor.

Complicaties

vacuum-uitdr-kl.jpg
De kans op complicaties van een tang- of vacuümverlossing is klein. Soms kan één van de volgende situaties zich voordoen.
Afschieten van de vacuümcup
Een enkele keer schiet de vacuümcup van het hoofd terwijl de gynaecoloog trekt. Dit is niet altijd te voorkomen. Soms is het hoofd al zo diep gekomen dat verdere hulp niet nodig is. Maar ook kan de gynaecoloog de cup opnieuw aanbrengen, alsnog besluiten een verlostang te gebruiken, of beslissen om een keizersnede te doen.

Soms ontstaat een bloeduitstorting op het hoofd van het kind. Dit komt echter ook wel voor na een spontane, vaak langdurige bevalling. Zo’n bloeduitstorting is meestal dan ook meer het gevolg van een langdurige bevalling dan van de kunstverlossing. Deze complicatie komt vaker voor bij een vacuüm- dan bij een tangbevalling. De bloeduitstorting verdwijnt vanzelf, maar kan wel tot gevolg hebben dat het kind langer geel blijft zien.
Totaalruptuur bij de vrouw
Een totaalruptuur is het doorscheuren van de huid en het weefsel tussen de vagina en de anus. Ook de kringspier rond de anus scheurt dan geheel of gedeeltelijk in. Een totaalruptuur kan bij zowel een spontane bevalling als bij een kunstverlossing ontstaan, echter bij de kunstverlossing komt het vaker voor.
Een knip kan een totaalruptuur niet altijd voorkomen. Zorgvuldig hechten van een totaalruptuur is noodzakelijk om latere problemen met het ophouden van ontlasting te voorkomen. Vaak – maar niet altijd – gebeurt het hechten op de operatiekamer.

Emoties rond een tang- of vacuümverlossing

De beleving van een kunstverlossing wisselt sterk. Niet zelden betekent deze hulp een grote opluchting, zeker als vrouwen het gevoel hebben ondanks alle inspanningen geen millimeter op te schieten. Andere vrouwen vinden het moeilijk te verwerken dat de bevalling niet spontaan is verlopen. Zij hebben soms het gevoel te hebben gefaald, omdat zij niet in staat waren hun kind op de ‘normale’ manier ter wereld te brengen, en soms hebben zij het idee dat een normale bevalling van hen is afgenomen.
Spelen dergelijke gevoelens bij u, praat erover met uw partner, vrienden en familieleden. Bespreek tijdens de nacontrole uw emoties en vragen, zoals waarom de kunstverlossing nodig was. Dit kan u ook helpen bij het verwerken van emoties. Schrijf uw vragen van tevoren op zodat u niets vergeet. Ook na langere tijd of voorafgaand aan een volgende zwangerschap kunt u met de gynaecoloog, de verloskundige of de huisarts nog eens de hele gang van zaken bespreken als u daar behoefte aan hebt.
Voor de vader is de tang- of vacuümverlossing soms ook moeilijk te verwerken. Meer nog dan bij een spontane bevalling kan hij zich machteloos voelen. Als de bevalling thuis was begonnen, moet ook hij de teleurstelling van de onverwachte complicatie verwerken. Sommige mannen voelen zich nutteloos omdat zij het gevoel hebben nauwelijks iets te kunnen doen.

Ook zijn vaders vaak bang dat er iets misgaat. De handelingen bij een tang- of vacuümverlossing ervaren zij nogal eens als bedreigend voor moeder en kind. Achteraf bekent menig partner dat hij de hoop op een goede afloop al had opgegeven. Belangrijk is dat u probeert alle gevoelens en teleurstellingen met elkaar te bespreken. Ook voor uw partner is het goed om vaak over deze ervaring na te praten.

Een volgende bevalling

Bij meer dan 90% van de vrouwen die tijdens een eerste bevalling een vacuüm- of een tangverlossing heeft ondergaan, verloopt een volgende bevalling zonder problemen . Over het algemeen is een tang of vacuümverlossing dan ook geen reden voor een medische indicatie in de volgende zwangerschap, en dat het op die grond niet nodig is te bevallen onder leiding van de gynaecoloog. Controle van de volgende zwangerschap kan dan ook gewoon door de verloskundige of huisarts plaatsvinden. In uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld als de kunstverlossing erg moeilijk was, of bij andere complicaties, kan de verloskundige of huisarts een medische indicatie adviseren.

Het voeden van de baby

Na een tang- of vacuümverlossing is de baby gedurende de eerste uren soms misselijk waardoor het minder zin in drinken heeft. Dit is meestal geen probleem omdat de baby voldoende reserves heeft. Zodra de misselijkheid over is kunt u de baby normaal voeden. De verpleegkundige en eventueel de kinderarts zullen u hierover adviseren.


bron: NVOG


verschenen op : 21/06/2006 , bijgewerkt op 29/10/2015
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt