Welke geneesmiddelen helpen tegen hooikoorts en wat werkt niet?

Laatst bijgewerkt: March 2012
paardebloen-bl-lucht-allerg-hooik-170_400_03.jpg

tips Hooikoorts kan knap vervelend zijn en een grote impact hebben op uw dagelijks functioneren en uw levenskwaliteit. Indien u veel last hebt van hooikoorts, dan kan het zinvol zijn om een geneesmiddel te nemen. Er bestaan verschillende types van geneesmiddelen: pilletjes om in te nemen, producten om in de neus te spuiten enz.

Voorkeursbehandelingen zijn (1) een neusspray op basis van corticosteroïde of (2) een oraal in te nemen antihistaminicapil. Indien mogelijk verdienen de neussprays de voorkeur.
De combinatie van nasale corticosteroïden met orale antihistaminica is niet werkzamer dan nasale corticosteroïden alleen. De combinatie van nasale corticosteroïden met orale antihistaminica is wel werkzamer dan orale antihistaminica alleen.

1. Geneesmiddelen die via de neus worden toegediend

• Fysiologische zoutoplossing
Bij een verstopte neus kan een fysiologische zoutoplossing in de vorm van een neusspray helpen. Het is een eenvoudige en totaal onschadelijke behandeling.

• Inhalatiemiddelen (zoals Inhalo Rhinathiol, Olbas, Pulmex en Vicks Vaporub) om toe te voegen aan warm water en in te ademen, worden ten zeerste afgeraden, zeker bij kinderen. Het is niet aangetoond dat ze meer effect hebben dan gewone waterdamp. Bovendien kunnen ze ernstige nevenwerkingen hebben, zoals irritatie van de neus, ademhalingsproblemen, verbrandingsverschijnselen enz.
Stomen met zuiver water (2 keer daags 30 minuten 2 keer per week) kan de klachten wel tijdelijk verlichten.

• Corticosteroïden
Neussprays op basis van een corticosteroïde (zoals Avamys, Beconase Aqua, Beclometasone Apotex, Flixonase Aqua, Nasonex en Rhinocort) genieten de voorkeur. Ze zijn van alle allergiegeneesmiddelen het meest werkzaam op de neus- en oogklachten en ze zijn ook goedkoper dan antihistaminica.
Omdat de cortisonedosis zeer laag is, mogen ze ook tijdens de zwangerschap en bij kinderen vanaf 4 jaar worden gebruikt, maar dan in aangepaste dosis en niet te lang (omdat het mogelijk de groei kan vertragen).
De meest voorkomende ongewenste effecten van corticosteroïden zijn irritatie van de neus, niesaanvallen direct na toediening en soms lichte neusbloedingen. De bijwerkingen komen vooral voor bij het begin van de behandeling en zijn regelmatig van voorbijgaande aard.
Grootste nadeel is dat het effect pas na 12-24 uren optreedt. Bij gekende hooikoorts is het dan ook aangeraden om minstens één week vóór het pollenseizoen te starten.

• Antihistaminica
Nasale antihistaminica (zoals Allergodil, Livostin, Otrivine Ant-Allergie) werken minder goed dan de corticosteroïden, maar wel sneller (al na enkele minuten). Daarom kunnen ze bij acute klachten wel worden gebruikt. Ze hebben evenwel geen effect op een verstopte neus.
Nadeel in vergelijking met een oraal antihistaminicum is dat u het meerdere keren per dag moet toedienen en dat ze vervelende bijwerkingen kunnen hebben (zoals een bloedneus, irritatie, hoofdpijn…).
Deze neussprays kunnen gebruikt worden vanaf de leeftijd van 6 jaar.

• Cromoglicinezuur
Cromoglicinezuur (merknaam: Lomosol) wordt alleen gebruikt om hooikoortsklachten te voorkomen, niet wanneer u reeds klachten hebt. Het werkt pas na een paar dagen en het moet meerdere keren per dag worden toegediend. Bovendien heeft het geen effect tegen een verstopte neus.

• Ipratropiumbromide
Nasaal ipratropiumbromide (merknaam: Atronase) vermindert de neusloop, maar heeft voor de rest geen invloed op andere klachten (een verstopte neus, niezen enz.). Het is dus zeker geen eerstekeuze product.

• Vasoconstrictoren
Neusdruppels of sprays op basis van een vaatvernauwend middel (efedrine, pseudo-efedrine en xylometazoline), een zogenaamde vasoconstrictor, worden afgeraden. Ten eerste zijn ze alleen effectief tegen een verstopte neus, en ten tweede en vooral, kunnen ze bij stoppen zogenaamd ‘rebound’-congestie veroorzaken met roodheid, zwelling en een verstopte of lopende neus. U heeft ook steeds grotere hoeveelheden neusdruppels nodig en dreigt in een vicieuze cirkel terecht te komen.
Indien u ze toch gebruikt, dan mag u ze maximaal gedurende een 5-tal dagen aaneensluitend gebruiken.

2. Oogdruppels
Oogdruppels kunnen gebruikt worden wanneer u vooral oogklachten hebt (tranende, rode ogen enz.) of indien de oogklachten niet weggaan met andere geneesmiddelen.

• Antihistaminica werken snel (na enkele minuten) en hebben nauwelijks bijwerkingen. Zij genieten dus de voorkeur bij acute klachten.
• Oogdruppels op basis van cromoglicaat en lodoxamide kunnen gebruikt worden ter preventie van oogklachten over een langere periode. U moet minstens twee weken voor het pollenseizoen beginnen, en ze dagelijks gebruiken (minstens 4 keer per dag).
• Oogdruppels op basis van corticosteroïden worden afgeraden omwille van de mogelijke bijwerkingen. Ze kunnen in uitzonderlijke omstandigheden door een oogarts worden voorgeschreven en slechts gedurende korte tijd worden gebruikt.
• Oogdruppels op basis van niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen (NSAID’s) worden afgeraden omdat hun werking onvoldoende aangetoond is.


3. Orale geneesmiddelen
• Antihistaminica
Van de orale geneesmiddelen verdienen de nieuwere antihistaminica de voorkeur (ondermeer Cetirizine, Histimed, Hyperpoll, Reactine, Zyrtec, Xyzall, Ebastine, Estivan, Fexofenadine, Allergo, Rhinathiol, Telfast, Loratadine, Claritine, Rupton, Sanelor, Aerius en Mizollen). Ze zijn zeer effectief tegen een loopneus, tranende ogen, enz., maar helpen niet of nauwelijks tegen een verstopte neus of bij astmaklachten.
Nasaal toegediende corticosteroïden zijn beter werkzaam dan orale antihistaminica, zeker wat neusklachten betreft, maar in vergelijking met nasale corticosteroïden werken ze sneller (na ongeveer 1 uur), waardoor ze voor acute klachten de voorkeur genieten. Bovendien nemen sommige mensen liever een pilletje dan dagelijks in de neus te moeten spuiten.
De oudere antihistaminica hadden nogal wat bijwerkingen (ondermeer een zeer vervelende slaperigheid) die bij de nieuwere producten grotendeels zijn verdwenen. In combinatie met alcohol kan wel slaperigheid optreden.
Die nieuwere orale antihistaminica kunnen ook bij veilig bij kinderen worden gebruikt. Bij zwangere vrouwen worden ze afgeraden tijdens het eerste trimester.

Combinatieproducten van een antihistaminicum met een vaatvernauwend middel (zoals Aerinaze, Cirrus, Clarinase, Reactine Pseudoephedrine, Rhinathiol Antirhinitis, Rhini-San en Rhinosinutab) worden afgeraden. Ze werken niet beter dan een puur antihistaminicum en de kans op soms ernstige bijwerkingen is veel groter. Ze mogen alleszins niet gebruikt worden tijdens de zwangerschap.
De combinatie van een antihistaminicum met een leukotrieenreceptorantagonist (zoals montelukast of loratadine) is niet werkzamer dan één van beide producten afzonderlijk.

• Antileukotrieënen
Leukotrieenreceptorantagonisten worden soms gebruikt als een alternatief voor of aanvulling bij antihistaminica, maar zijn minder efficiënt. Ze kunnen eventueel wel gebruikt worden voor het hooikoortsseizoen in combinatie met antihistaminica om hooikoorts te voorkomen.
In België zijn deze geneesmidden niet erkend voor de behandeling van hooikoorts.

• Vasoconstrictoren
Orale vaatvernauwende middelen (zoals Rinomar Pseudo-Ephedrinum en Vasocedine Pseudoephedrine) worden, zeker bij kinderen, afgeraden vanwege de mogelijke bijwerkingen.

• Corticosteroïden
Orale corticosteroïden zijn nooit een eerste keuze voor de behandeling van hooikoorts vanwege de mogelijke bijwerkingen. Ze mogen slechts in uitzonderlijke gevallen worden gebruikt, namelijk bij een zeer ernstige allergische rhino-conjunctivitis waar alle andere behandelingen falen, en maximum gedurende 2 weken om de 3 maanden.
Ze mogen zeker niet gebruikt worden bij kinderen en zwangere vrouwen.

• Petasites hybridus (‘Groot hoefblad’, ‘Butterbur’)
Dit product wordt niet aangeraden wegens het ontbreken van gegevens in verband met veiligheid en doeltreffendheid. Het is verboden ze als voedingssupplement of als geneesmiddel in België op de markt te brengen.

4. Hyposensibilisatie of immunotherapie
Immunotherapie is een interessante optie voor mensen die veel last hebben van hun allergie. De effecten zijn vergelijkbaar met die van corticoïden die via de neus worden toegediend, en zijn superieur aan die van andere allergiegeneesmiddelen zoals antihistaminica en antileucotriënen. Meestal is er al tijdens het eerste jaar een vermindering van de klachten merkbaar.
Groot voordeel van immunotherapie is dat het effect minstens 6 tot 12 jaar aanhoudt nadat de behandeling is stopgezet.
Een bijkomend voordeel is dat het, alleszins bij kinderen, de kans op ontwikkeling van astma en andere allergieën vermindert.
Een immunotherapie houdt in dat men het afweersysteem minder gevoelig maakt door de stof waarvoor iemand allergisch is, bv. graspollen, in toenemende hoeveelheden toe te dienen zodat het immuunsysteem daarop gaat reageren. In feite wordt het kwaad met het kwaad bestreden. Doel is de allergische klachten drastisch te doen afnemen of zelfs geheel te laten verdwijnen, zodat u geen of alleszins veel minder medicamenten moet nemen.

• Bijsubcutane immunotherapie (SCIT) wordt het allergeen onderhuids ingespoten. Bij een luchtwegenallergie door gras-, onkruid- en berkenpollen verminderen de klachten na twee jaar met 50 tot 80%. De meeste patiënten vertonen een verlichting van de symptomen na 6 – 8 maanden behandeling. Soms wordt een patiënt na afloop van de kuur zo goed als helemaal klachtenvrij. Probleem is het risico op soms ernstige bijwerkingen.

• Bij sublinguale immunotherapie (SLIT) wordt het allergeen via de mond toegediend, onder de vorm van druppels of een pilletje dat men gedurende enkele minuten onder de tong moet laten smelten. De behandeling moet minstens 2 jaar voortgezet worden. SLIT heeft als groot voordeel dat er geen arts nodig is bij het toedienen van de immunotherapie en dat de behandeling dus thuis kan worden toegepast. Bovendien is de kans op bijwerkingen veel kleiner dan bij SCIT.
Over de doeltreffendheid van sublinguale desensibilisatie voor graspollen lopen de meningen uiteen.
In de Consensustekst van het RIZIV (november 2010) wordt gezegd dat SLIT even efficiënt is als SCIT. Het effect van SLIT blijft minstens duren tot één jaar na het stoppen van de behandeling.
Volgens de recentste versie (oktober 2011) van de Transparantiefiche ‘Medicatie bij seizoensgebonden allergische rhino-conjunctivitis’ van het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie, is het effect van SLIT beperkt en blijven andere medicijnen nodig.
Het Nederlands Huisartsengenootschap beveelt sublinguale immunotherapie niet aan omdat de werkzaamheid op lange termijn nog onvoldoende is aangetoond en vanwege de hoge prijs.

Nadelen van immunotherapie zijn o.m.:
• het is een langdurige behandeling;
• risico op bijwerkingen;
• Er is vooraf geen zekerheid te geven over het uiteindelijke effect. Dat kan variëren van minder klachten bij dezelfde hoeveelheid medicijnen tot helemaal geen klachten zonder medicijnen. Helaas zijn er ook mensen bij wie immunotherapie helemaal niet helpt.

Immunotherapie mag niet toegepast worden:
• Bij kinderen beneden 3 jaar.
• Immunotherapie wordt niet gestart tijdens een zwangerschap, maar een lopende behandeling kan tijdens de zwangerschap worden verdergezet als ze goed verdragen wordt.
• Bij ernstige astma die het hele jaar behandeld moet worden met inhalatiecorticosteroïden of dagelijks bèta-2-sympathicomimetica, wordt het afgeraden.
• Bij mensen met een hart- en vaatziekte of hoge bloeddruk die bètablokkers nemen.
• Bij mensen die lijden aan een ziekte die de werking van het immuunsysteem ernstig belemmert (bv. kanker)
• Bij mensen met chronische hart- of longaandoeningen.



5. Homeopathie
Nogal wat hooikoortspatiënten gebruiken homeopathische geneesmiddelen en zijn daar zeer tevreden over. Veel gebruikte producten zijn Allium cepa (ui), Arsenicum album, Euphrasia officinalis (ogentroost), Nux vomica, Pulsatilla pratensis, Sabadilla (nieskruid), of samengestelde producten zoals APP Unda, Pollen Plus Dolisos, Optidol Dolisos, Vanocomplex 82, Pollinosan, Luffanil...
Of die homeopathische geneesmiddelen ook effectief zijn beter werken dan een placebo (een nepgeneesmiddel), is echter onvoldoende aangetoond.


Bronnen
- Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutiche Informatie. Transparantiefiche Medicatie bij seizoensgebonden allergische rhino-conjunctivitis - www.bcfi.be
- Juryrapport Consensusvergadering ‘Doelmatige behandeling van allergische aandoeningen (rhinoconjunctivitis, astma, anafylaxie op hymenopteragif), anafylaxie en angio-oedeem’ RIZIV 2010 - www.riziv.fgov.be
- NHG-Standaard Allergische en niet-allergische rhinitis -
http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_richtlijnen/k_nhgstandaarden/NHGStandaard/M48_std.htm



verschenen op : 15/03/2012
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt