Liever lui dan dom?

Laatst bijgewerkt: November 2015 | 1 reacties

dossier «Elk kind presteert beter op school en vindt leren aangenamer als het gemotiveerd is», zegt Willy Lens, motivatiepsycholoog. Als antwoord op een brief van een moeder dat haar kind Roel niet graag meer studeert. Hij is niet alleen. Veel kinderen op het einde van de lagere school hebben hetzelfde probleem. Ze besteden weinig tijd aan hun studies en daardoor dalen hun resultaten. Vooral dat maakt ouders bezorgd.

Twee opmerkingen vooraf:

psych-meisje-moe-170_400_05.jpg
1. Soms zijn minder goede resultaten niet te wijten aan een zwakke motivatie, maar gewoon omdat het kind niet beter kan. Het is goed dat ouders hun kind correct inschatten. Niet overschatten.
2. Als een kind zich niet echt inzet om te studeren, heeft dat niet altijd met gebrekkige motivatie te maken. Soms hebben kinderen zoveel neveninteresses dat ze niet meer aan studeren toekomen. Het kan nuttig zijn die nevenactiviteiten af te bouwen. Autoritair de computer, stereo-installatie enz verwijderen of verbieden naar de training of de jeugdbeweging te gaan, helpt niet veel. Er zijn immers veel mogelijkheden om afgeleid te zijn bij het studeren. Beter is dat ouders samen met de kinderen afspreken wanneer ze studeren en wanneer niet. Dan voelt het kind zich mee verantwoordelijk en dat werkt motiverend. Als u hem dan nog helpt concrete doelen te stellen («Ik ga eerst oefeningen maken en dan geschiedenis studeren»), is de kans klein dat hij doelloos gaat studeren.

Probleem 1: Roel studeert niet meer zonder beloning

Roel heeft blijkbaar een probleem met zijn studiemotivatie zelf. De meeste kinderen zijn leergierig. Ook Roel zal aanvankelijk wel graag gestudeerd hebben. Gewoon omdat het leuk is om iets te weten, iets te kunnen of kennen. Dat heet intrinsieke motivatie. Kinderen die beloond worden (met geld, goede punten, een nieuwe fiets) of die verplicht worden om te studeren, verliezen dat soort van motivatie. Ze studeren niet meer omdat het leuk is, maar alleen nog voor de beloning of omdat het moet. Dat heet extrinsieke motivatie. Intrinsieke motivatie is veel beter dan extrinsieke.

Probleem 2 : Roel vindt zes op tien genoeg

Het tweede probleem van Roel en van vele andere leerlingen is dat 'leren' voor hen hetzelfde is als 'presteren'. Veel punten halen (of net genoeg) is belangrijker dan iets (bij)leren. Ook veel ouders en leerkrachten trappen in die val. Wat heb ik geleerd is bij een huistaak veel belangrijker dan hoeveel punten haal ik hierop. Een huistaak is een leertaak.
Toetsen of examens zijn prestatietaken. Die lokken niet alleen prestatiemotivatie uit, maar ook faalangst. Roel wou altijd de eerste zijn. Is hij dat niet, dan voelt hij zich mislukt. Roel is misschien bang dat hij niet meer de eerste kan zijn. Daarom zet hij zich ook minder in. Het is voor hem immers minder erg dat zijn ouders zeggen dat hij slechte punten haalt omdat hij zich te weinig inzet dan dat ze zeggen dat hij minder intelligent is dan ze dachten. Roel wordt liever lui genoemd dan dom.

zie ook artikel : Faalangst.......Ik kan dat niet.......

Hoe los je het op?

Overtuig Roel ervan dat leren niet hetzelfde is als presteren. Leren betekent je nieuwsgierigheid bevredigen, kennis opdoen, inzicht krijgen. Mislukken is dan onmogelijk. Fouten maken kan wel, maar is niet erg, want je kan eruit leren. Zo kunnen ouders de resultaten op school niet vergelijken met die van andere leerlingen, maar met vorige resultaten. Als kinderen voelen dat ze fouten mogen maken, zullen ze uitdagende leertaken durven aanpakken en zich ervoor inzetten.

Uw kind gelooft in zichzelf

Een mens is eigenlijk een oplosser van problemen. Ook een kind voelt zich goed als het zijn taken aankan, zijn wereld controleert. Dat maakt hem sterk en leergierig. Hoe stimuleert u zelfvertrouwen bij uw kind? · Maak taken niet te moeilijk en niet te makkelijk. Pas ze aan uw kind aan. Succeservaringen maken kinderen sterk. · Vergelijk de prestaties van uw kind niet met die van de klas, maar met zijn vorige prestaties. · Geef als ouder niet te vlug zelf de juiste oplossing. Laat hem of haar even zoeken (en fouten maken!).

Belonen: zes aandachtspunten

• Veel ouders belonen hun kind voor hun prestaties op school. Wie verkeerd beloont, bereikt vaak het omgekeerde effect.
• Geef niet te veel beloningen. Uw kind leert het best omdat het leergierig is, omdat kennis leuk is. Met beloningen maakt u dat gevoel kapot.
• Geef een beloning niet zomaar. Je moet er ook echt voor werken.
• Een beloning heeft meer effect als het duidelijk is waarom je iemand beloont. Spreek dat samen af.
• Doe wat u beloofd hebt, laat de beloning vlug volgen op het gewenste gedrag.
• Laat de beloning aansluiten bij wat uw kind interesseert (een natuurboek als hij van de natuur houdt).

Uw kind is (nog ) leergierig

Kinderen van 3 à 4 jaar zijn erg leergierig. Ze vragen voortdurend naar het hoe en waarom van wat ze zien, horen en meemaken. Deze leergierigheid blijft bij vele kinderen vrij sterk tot op het einde van het lager onderwijs. In Vlaanderen zien we dat de leergierigheid van de kinderen groter is in het eerste jaar secundair onderwijs dan op het einde van het lager onderwijs. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de meeste leerlingen van school veranderen of nu voor elk vak een andere leerkracht hebben. Op het einde van het secundair onderwijs blijft er nog maar weinig over van die leergierigheid. Hoe kunnen ouders hun kind leergierig maken/houden?
• Toon zelf interesse voor wat uw kind leert.
• Wees zelf leergierig. Als bv. tijdens een nieuwsuitzending blijkt dat u niet weet waar een bepaalde stad of land ligt, zoek dat dan samen op in een atlas.
• Leg niet te veel de nadruk op prestaties (de cijfers), maar op wat uw kind heeft geleerd.
• Stel een taak voor als iets nieuws. Dat daagt uit. Maar toon ook aan hoe het aansluit bij wat het kind al kent. Dat zorgt voor zekerheid.

Bron: Klasse.be


verschenen op : 25/04/2013 , bijgewerkt op 01/11/2015

1 reacties

Erg herkenbaar

door Chris, 28 February 2005 om 19:35

Voor mijn ouders was intelligentie erg belangrijk. Dan was er nog mijn 1,5 jaar oudere broer waar ik tegenop keek en wiens niveau ik steeds probeerde te benaderen. Ik had weinig moeite met school, maar deed eigenlijk nooit wat extra's en was inderdaad best tevreden met voldoendes. Vaak bereidde ik toetsen minimaal voor en schepte soms zelfs achteraf op over hoe ik toch goede cijfers haalde. Nu zie ik dat het faalangst was. Het kon zo bijna niet 'mis' gaan. Ik slaagde vaak goed en als ik een onvoldoende had was het excuus al klaar. Nu ben ik afgestudeerd en moet ik het op mijzelf redden buiten het schoolsysteem waar ik mij aan had aangepast. Dit gaat me lastig af, ik neem weinig initiatief en ben daardoor behoorlijk lui.

bekijk alle 1 reacties

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub