Welkom, schrijf je hier in en
ontvang gratis onze nieuwsbrief
Normaal voelt u uw hart niet kloppen, tenzij u gespannen bent of u een zware inspanning levert. Bij voorkamerfibrillatie klopt het hart soms te snel en steeds onregelmatig. Dit kan aanleiding geven tot hartkloppingen, kortademigheid in rust of bij inspanning, duizeligheid, een ongewone vermoeidheid, flauwvallen of pijn in de borst.
Bij 1 op 3 mensen geeft voorkamerfibrillatie helaas geen klachten en wordt de aandoening soms te laat ontdekt.
Gezien voorkamerfibrillatie bij sommigen slechts af en toe opkomt, is het nuttig om uw hartritme zelf te leren controleren door het nemen van uw polsslag.
Hoe polsslag meten?
In rust plaatst u 3 vingers op de gestrekte pols van de andere hand. De vingers dienen geplaatst te worden aan de basis van de duim tussen de pees van de duim en de zijkant van het polsbeen.
Indien nodig, moet u de druk wat verhogen of uw vingers wat verplaatsen om uw polsslag te kunnen voelen. Tel het aantal slagen gedurende 30 seconden.
Dit aantal verdubbelt u en dit is het aantal slagen per minuut. Een normale polsslag ligt tussen de 50 en 100 slagen per minuut.
Wanneer dient u uw huisarts te contacteren?
•Indien uw polsslag in rust trager is dan 40 per minuut of sneller dan 120 per minuut.
•Indien uw polsslag onregelmatig is: soms snelle en soms trage slagen.
•Indien uw hartkloppingen gepaard gaan met klachten van bijvoorbeeld duizeligheid, ademhalingsmoeilijkheden, pijn in de borst, kortademigheid, flauwvallen, vermoeidheid, enz.
Meer info:
www.mijnhartritme.be
verschenen op : 07-06-2011
Reageer op dit artikel
terug naar begin artikel »