Gynaecologisch onderzoek , colposcopie en ev behandelingen

Laatst bijgewerkt: November 2015 | 49 reacties

dossier

zie ook artikel : Uitstrijkje van de baarmoederhals (of PAP-test) in 11 vragen

1.Onderzoek door de gynaecoloog: colposcopie

Als de huisarts u naar de gynaecoloog verwijst in verband met een afwijkende uitslag, onderzoekt de gynaecoloog de baarmoederhals nauwkeurig. Dit onderzoek wordt een colposcopie genoemd.
Meestal wordt er ook weefsel (biopt) van de baarmoederhals weggenomen voor onderzoek. Deze onderzoeken worden hieronder beschreven. Het is afhankelijk van de uitslag van het colposcopisch onderzoek en het weefselonderzoek of behandeling nodig is. De verschillende behandelingen worden verderop beschreven.

2. Wat is een colposcopie?

Een colposcopie is een onderzoek waarbij de gynaecoloog de baarmoederhals nauwkeurig bekijkt. Net als bij het maken van het uitstrijkje brengt de arts een speculum (eendenbek) in de schede. Voor de ingang van de schede wordt nu een colposcoop geplaatst. Dit is een instrument dat een beetje lijkt op een verrekijker. De arts kijkt hier doorheen en ziet het weefsel van de baarmoederhals vergroot.
Soms is de colposcoop aangesloten op een monitor, een televisiescherm. U kunt dan zelf meekijken.
De baarmoederhals wordt natgemaakt met een azijnoplossing of een soort jodium om het weefsel goed te kunnen beoordelen. Het natmaken kan een wat prikkend gevoel geven.
Als u menstrueert (ongesteld bent) kunt u de afspraak voor de colposcopie beter uitstellen tot de menstruatie is afgelopen.

externe link : Afbeelding colposcopie

3. Wat wordt er bekeken bij een colposcopie?

colposcop-cx-170_560_06.jpg
De baarmoederhals is bekleed met twee soorten cellen: plaveiselcellen en endocervicale of cilindercellen. Het overgangsgebied tussen deze twee soorten cellen heet de overgangs- of transformatiezone. Afwijkende cellen in het uitstrijkje zijn bijna altijd afkomstig van dit gebied. Bij colposcopie wordt dit gebied nauwkeurig bekeken. Als afwijkende plekjes zichtbaar zijn, neemt de arts vaak een stukje weefsel weg voor onderzoek.

4. Een biopsie (weefselonderzoek): wat merkt u ervan?

biopsie-endometrium.jpg
De gynaecoloog vertelt aan u als hij of zij van plan is een weefselstukje (biopt) af te nemen. Met een klein instrument wordt een stukje weefsel weggehapt (biopsie). Vaak gebeurt dit op een paar plaatsen. Soms wordt er ook wat weefsel aan de binnenzijde van de baarmoederhals weggeschraapt.
Het afnemen van een stukje weefsel kan kortdurend een pijnlijk gevoel geven, maar niet zo erg dat plaatselijke verdoving nodig is. Soms vraagt de gynaecoloog of u wilt hoesten: u voelt de pijn dan minder.
Door het nemen van een biopt ontstaat er een wondje van de baarmoederhals, dat kan bloeden. Als er ruim bloedverlies is, stipt de arts het wondje soms aan met een bijtende stof. Dit geeft een wat krampend gevoel in de onderbuik. Soms brengt de gynaecoloog een tampon in de schede om het bloedverlies te stoppen. U kunt deze tampon thuis zelf weer naar buiten trekken. De arts vertelt u,wanneer u dit kunt doen. In andere gevallen is maandverband voldoende. Meestal stopt het bloedverlies binnen een paar dagen. Zolang er bloedverlies is, is het beter om geen gemeenschap te hebben.

externe link : Afbeelding biopsie van de cervix (baarmoederhals)

5. Een speciale soort biopsie: lisbiopsie

Soms wordt een lisbiopt afgenomen. Hiermee neemt de gynaecoloog een groter stuk weefsel weg.
De baarmoederhals wordt dan eerst plaatselijk verdoofd door een dunne naald.
Het inspuiten van de verdoving kan enigszins pijnlijk zijn. Daarna voelt u over het algemeen niets meer van het afnemen van het lisbiopt zelf.
Een lisbiopsie gebeurt met een dun metalen lisje, dat elektrisch verhit wordt. De verhitte lis schilt als het ware een stukje van de baarmoederhals weg, op de plaats van het afwijkende weefsel.
Tegelijkertijd worden bloedvaatjes door de hitte dichtgeschroeid. Om de elektrische stroom te geleiden krijgt u tijdens de ingreep een plastic plakker op uw been. Het schroeien van het weefsel geeft vaak een branderige geur.
Als het afwijkende plekje niet al te groot is, probeert de gynaecoloog soms tijdens de lisbiopsie het hele plekje te verwijderen. Een lisbiopt kan enkele centimeters groot zijn en meer dan een halve centimeter dik.
Na een lisbiopsie kunt u een tot twee weken nog bloederige afscheiding hebben die vies kan ruiken.
Het is verstandig met gemeenschap te wachten tot de afscheiding verdwenen is.

6. De uitslag van de colposcopie en het weefselonderzoek

Hoe krijgt u de uitslag te horen?
De gynaecoloog vertelt over het algemeen tijdens of na de colposcopie hoe de baarmoederhals eruitziet. In de meeste gevallen wordt een weefselstukje weggenomen dat waarschijnlijk de afwijkende cellen in het uitstrijkje veroorzaakt. Soms zijn er nauwelijks afwijkingen te zien en wordt geen biopsie verricht.
Het biopt wordt in het laboratorium door een arts (patholoog) onderzocht. De uitslag is meestal binnen twee weken bekend. De gynaecoloog bespreekt met u hoe u de uitslag hoort: telefonisch,schriftelijk of tijdens een vervolgbezoek.
De verschillende uitslagen
Hieronder beschrijven wij de meest voorkomende uitslagen van weefselonderzoek. Meestal wordt de uitslag weergegeven als dysplasie. Dysplasie betekent dat de opbouw van het weefsel wat anders is dan normaal. Ook wordt veel de term CIN gebruikt. Dit is een afkorting voor cervicale intra-epitheliale neoplasie, een Engelse benaming voor dysplasie.

• CIN I of lichte dysplasie: de weefselopbouw van de baarmoederhals is licht afwijkend, maar het is geen kanker.
• CIN II of matige dysplasie: de weefselopbouw van de baarmoederhals is iets meer afwijkend, maar het is geen kanker.
• CIN III of ernstige dysplasie: de weefselopbouw is nog meer afwijkend. Men spreekt hier van een voorstadium van baarmoederhalskanker. Een voorstadium betekent niet dat u zonder behandeling werkelijk kanker zult krijgen. De meeste vrouwen met een CIN III krijgen ook zonder behandeling waarschijnlijk nooit baarmoederhalskanker.
De verouderde naam voor een CIN III is een carcinoma in situ. Deze naam is verwarrend, want er is geen sprake van kanker.

7. Wel of niet behandelen

tek-colposcop-oz-gynaec-170_560_06.jpg
Het is bekend dat een deel van de weefselafwijkingen zonder behandeling uit zichzelf verdwijnt en geneest. Als de kans hierop groot is, adviseert de gynaecoloog om af te wachten. Bij het advies om al dan niet te behandelen speelt mee:
De ernst van de afwijking:

• CIN I is zelden een reden tot behandeling, omdat er een grote kans aanwezig is dat de afwijking uit zichzelf weer verdwijnt
• CIN II heeft ook nog een kans uit zichzelf te verdwijnen; behandeling is daarom niet altijd nodig
• CIN III heeft slechts een kleine kans spontaan te genezen en kan een voorstadium van baarmoederhalskanker zijn; of CIN III zich bij u ooit tot baarmoederhalskanker zal ontwikkelen, valt niet te voorspellen; zekerheidshalve wordt behandeling geadviseerd aan alle vrouwen met CIN III
De grootte van de afwijking
De grootte van de afwijking is van belang voor de kans dat een afwijking uit zichzelf verdwijnt;daarom adviseert de gynaecoloog meestal bij een groot gebied met CIN II een behandeling, en bij een klein gebied met CIN II niet
De plaats van de afwijking
Afwijkend weefsel dat aan de buitenkant van de baarmoederhals ligt, is gemakkelijker met de colposcoop te controleren dan afwijkend weefsel in het kanaaltje van de baarmoederhals; bij afwijkend weefsel aan deze binnenkant adviseert de gynaecoloog daarom sneller behandeling.
• De kans dat de afwijking door weefselonderzoek al is weggenomen
Bij een lisbiopt bestaat de kans dat de hele afwijking al is weggenomen, maar ook bij een gewoon biopt is soms het afwijkende weefsel al ‘weggehapt’.
De leeftijd
Vrouwen van bijvoorbeeld 20-30 jaar hebben meer kans dat een uitstrijkje uit zichzelf normaal wordt dan vrouwen van 40-50 jaar; bij jongere vrouwen adviseert de gynaecoloog dan ook minder vaak een behandeling dan bij een wat meer gevorderde leeftijd
De aanwezigheid van HPV-virus
In een enkel ziekenhuis waar onderzoek naar dit virus wordt gedaan, is de uitslag van virusonderzoek mogelijk van belang voor het advies wel of niet behandelen.
Zie nr 12 bij dossier:uitstrijkje van de baarmoederhals.

zie ook artikel : Uitstrijkje van de baarmoederhals (of PAP-test) in 11 vragen

zie ook artikel : Onterechte angst bij afwijkend baarmoederhalsuitstrijkje

zie ook artikel : Hoge Gezondheidsraad beveelt de vaccinatie tegen humaan papillomavirus aan

8. Geen behandeling: afwachten

Als de gynaecoloog behandeling niet nodig vindt, krijgt u vaak wel het advies om het uitstrijkje te laten controleren, bijvoorbeeld na een halfjaar of een jaar. De gynaecoloog bespreekt met u of de huisarts dit doet of dat u hiervoor op de polikliniek terugkomt. U moet er rekening mee houden dat het een aantal jaren kan duren voordat het uitstrijkje zonder behandeling uit zichzelf weer normaal wordt.

9. Soorten behandelingen

biopsie-endometrium-2.jpg
Er zijn verschillende soorten behandelingen van de baarmoederhals. Hieronder beschrijven wij:
1.de lisexcisie (lisconisatie, hotloop),
2.de cryobehandeling,
3.de laserbehandeling en
4.de conisatie.
De soort behandeling is afhankelijk van de plaats van het afwijkende weefsel op de baarmoederhals, de ernst van de afwijking, en de mogelijkheden die in het ziekenhuis aanwezig zijn. De gynaecoloog geeft u hierover verdere informatie. Meestal is het raadzaam dat u niet menstrueert (ongesteld bent) tijdens een behandeling.

1 Elektrische behandeling: de lisexcisie (lisconisatie, hotloop)
• Wat gebeurt er bij een lisexcisie?
De gynaecoloog schilt bij deze ingreep met een metalen lisje het afwijkende weefsel weg. Daarna geneest de wond. Soms wordt deze ingreep ook een lisconisatie of hotloop (hete lis) genoemd.
• Hoe verloopt de behandeling?
De behandeling vindt plaats onder plaatselijke verdoving, algehele narcose of met een ruggenprik.
De behandeling met plaatselijke verdoving gebeurt poliklinisch en duurt ongeveer een kwartier. U neemt plaats in de gynaecologische onderzoekstoel. U krijgt een plakker op uw been om elektrische stroom te geleiden. Nadat een speculum in de schede is gebracht, geeft de arts plaatselijke verdoving met een dunne naald. De baarmoederhals wordt gekleurd met azijnoplossing of jodium.
Daarna neemt de gynaecoloog met het verhitte lisje weefsel weg.
Informatie over opname in het ziekenhuis bij narcose of een ruggenprik vindt u in paragraaf 10.
• Wat voelt u ervan?
Het inbrengen van de naald voor de plaatselijke verdoving geeft vaak kortdurend wat pijn. Als de verdoving is ingewerkt, voelt u over het algemeen niets meer van de lisexcisie zelf.
• Na afloop
Na afloop kunt u ruim een week bloederige afscheiding hebben.

2 Bevriezen: cryobehandeling
• Wat gebeurt er bij bevriezen?
De gynaecoloog bevriest bij deze ingreep het afwijkende weefsel van de baarmoederhals. Daarna geneest de wond.
• Hoe verloopt de behandeling?
De behandeling gebeurt op de polikliniek en duurt ongeveer een kwartier. U neemt plaats in de gynaecologische onderzoekstoel. De arts brengt een speculum in de schede. Daarna plaatst hij of zij een metalen stift op de baarmoederhals. De stift is verbonden met een lang instrument dat vloeibare stikstof vervoert, en daardoor ijskoud wordt. Ook de plaats waar de arts de stift tegen de baarmoederhals aanhoudt, wordt ijskoud en bevriest. Na zo’n drie tot vijf minuten stopt de toevoer van vloeibare stikstof. De stift en de baarmoederhals ontdooien dan. Vaak wordt na enkele minuten de baarmoederhals een tweede keer voor een paar minuten bevroren.
• Wat voelt u ervan?
Het bevriezen van de baarmoederhals geeft vaak een menstruatie-achtig gevoel. Soms kan er krampende buikpijn zijn. U kunt eventueel zo’n half uur voor het bevriezen een tablet tegen menstruatiepijn innemen.
• Na afloop
Na afloop kunt u een vrij lange periode (soms wel zes weken) afscheiding hebben. In die periode wordt het bevroren weefsel afgestoten en geneest de wond. De afscheiding is vaak waterdun en ruikt nogal eens vies.

externe link : Afbeelding bevriezing van de cervix (baarmoederhals)

3 Verdampen: laserbehandeling
• Wat gebeurt er bij een laserbehandeling?
De gynaecoloog verdampt bij deze ingreep met een laserstraal het afwijkende weefsel van de baarmoederhals. Het sterft hierdoor af. Daarna groeit nieuw gezond weefsel aan.
• Hoe verloopt de behandeling?
De behandeling vindt plaats onder plaatselijke verdoving, algehele narcose of met een ruggenprik.De behandeling met plaatselijke verdoving duurt ongeveer een kwartier. U neemt plaats in de gynaecologische onderzoekstoel. De arts brengt een speculum in de schede in. Daarna wordt plaatselijke verdoving gegeven. Dit gebeurt met een dunne naald. De baarmoederhals wordt gekleurd met een azijnoplossing of jodium. Het afwijkende weefsel wordt vervolgens met behulp van laserstralen verdampt.
Informatie over opname in het ziekenhuis bij narcose of een ruggenprik vindt u in paragraaf 24.
• Wat voelt u ervan?
Het inbrengen van de naald voor de plaatselijke verdoving geeft vaak kortdurend wat pijn. Als de verdoving gegeven is, voelt u over het algemeen weinig meer van de laserbehandeling zelf.
• Na afloop
Na afloop kunt u geruime tijd afscheiding hebben.

4 Operatieve behandeling: conisatie
• Wat gebeurt er bij een conisatie?
Bij een conisatie neemt de gynaecoloog een kegelvormig stukje van de baarmoederhals weg. Dit gebeurt met een mesje. Deze behandeling gebeurde vroeger vaak, maar wordt steeds meer vervangen door een behandeling met met een lisje of laser, zoals boven beschreven.
• Hoe verloopt de behandeling?
Deze ingreep vindt over het algemeen plaats onder narcose of soms met een ruggenprik en gebeurt via de schede. U krijgt dus geen litteken op uw buik. De operatie duurt kort. Meer informatie over de opname in het ziekenhuis vindt u in paragraaf 10.
• Wat voelt u ervan?
Bij narcose of een ruggenprik voelt u niets van de ingreep. Soms hebt u als u weer wakker bent wat buikpijn.
• Na afloop
Na een conisatie brengt de gynaecoloog soms een tampon in de schede. Deze tampon bestaat meestal uit een lang gaaslint. De urinebuis kan hierdoor een beetje dichtgedrukt worden, waardoor het plassen moeilijk kan zijn. Soms brengt men daarom een urinekatheter in de blaas. Deze wordt verwijderd nadat de tampon door de verpleegkundige uit de schede is gehaald.
In andere ziekenhuizen brengt men een soort zelfoplossend bloedstelpend materiaal bij de baarmoederhals in. Dit kan uit zichzelf oplossen, maar glijdt soms ook na de operatie als een dikke bruine prop uit de schede naar buiten. U hoeft hier niet van te schrikken.
U hebt vaak ruim een week of langer bloedverlies. Dit wordt langzaam minder en gaat over in bruingelige afscheiding.

externe link : Afbeelding conisatie van de cervix (baarmoederhals)

10. Behandelingen onder narcose of met een ruggenprik

operatiezaal.jpg
Als besloten wordt tot een behandeling van de baarmoederhals onder narcose of met een ruggenprik gebeurt dit in de meeste ziekenhuizen in dagbehandeling. Dat betekent dat u op de dag van opname behandeld wordt en dezelfde dag naar huis gaat. In enkele ziekenhuizen wordt u een dag van tevoren opgenomen of blijft u nog een nacht na afloop.
Voor de operatie worden vaak vragen gesteld over uw gezondheid en meestal vindt een kort lichamelijk onderzoek plaats.
Op de dag van de ingreep moet u nuchter zijn: na 12 uur middernacht mag u niets meer eten en drinken.
De narcose wordt toegediend via een naaldje in een ader van uw hand of arm. Dit gebeurt door de anesthesist.U wordt wakker uit de narcose op het moment dat de gynaecoloog klaar is met de operatie.
Op de polikliniek bespreekt de gynaecoloog wie de operatie doet. Vaak is dit de gynaecoloog die u op de polikliniek gezien hebt. In grotere ziekenhuizen is dit soms een collega of een arts in opleiding tot gynaecoloog.Als u wakker wordt, bent u eerst in de uitslaapkamer. Daarna brengt men u naar de afdeling terug. U kunt wat suf zijn en soms wat buikpijn hebben. Ook kunt u zich misselijk voelen en een droge mond hebben. Dit wordt na een paar uur minder.
Soms hebt u na de operatie een infuus. Dat is een zak met vloeistof die via een slangetje in de ader van uw hand of arm loopt. Meestal wordt dit enkele uren na de operatie of de volgende ochtend verwijderd.
Na een dagbehandeling is het verstandig dat u uit het ziekenhuis wordt opgehaald. Zelf autorijden of met het openbaar vervoer naar huis gaan wordt afgeraden in verband met mogelijke na-effecten van de narcose.
Thuis kunt u over het algemeen uw dagelijkse werkzaamheden snel weer hervatten. Soms bent u de eerste dagen nog moe. Daarom is het verstandig deze eerste dagen niet te veel bezigheden te plannen. Bij de zorg voor een druk gezin is het misschien verstandig om de eerste dagen extra hulp te regelen. Bespreek dit zo nodig al met de gynaecoloog voor de operatie.

11. Adviezen na behandeling van de baarmoederhals

• Gebruik van tampons
Het gebruik van tampons raden veel gynaecologen af zolang er nog sprake is van bloedverlies of afscheiding na een behandeling.
• Seksualiteit
Gemeenschap (samenleving) wordt over het algemeen afgeraden zolang er nog sprake is van bloedverlies of afscheiding na een behandeling. Tegen een orgasme (klaarkomen) bestaat geen bezwaar. De eerste keer weer gemeenschap hebben is vaak een eng idee. Toch kan er niets ernstigs gebeuren. Een enkele keer is er wat bloedverlies. De baarmoederhals is dan nog niet helemaal is genezen. Wacht dan nog wat langer met het hebben van gemeenschap.
• Zwemmen, baden en douchen
Sommige gynaecologen adviseren om niet te zwemmen of een bad te nemen zolang er nog bloederige afscheiding is. Andere gynaecologen hebben hier geen bezwaar tegen. Van de douche kunt u gerust gebruik maken.

12. Wanneer moet u contact met de gynaecoloog opnemen?

• Hevig bloedverlies
Als u na een behandeling van de baarmoederhals veel vloeit, dus meer dan bij een forse menstruatie, is het verstandig met de gynaecoloog contact op te nemen. Na een lisexcisie of een conisatie is de kans hierop ongeveer 5%.
• Koorts
Ook als u na de behandeling koorts krijgt is dit een reden voor overleg met de gynaecoloog.

13. Nacontrole

Na een behandeling van de baarmoederhals komt u enkele weken later terug op de polikliniek. De gynaecoloog bespreekt hoe het met u gaat. Als er weefsel is weggenomen zoals bij een lisexcisie of een conisatie, is dit inmiddels onderzocht. Over het algemeen is de uitslag hetzelfde als de uitslag van de biopsie. De gynaecoloog kijkt vaak hoe het genezingsproces van de baarmoederhals verloopt, en bespreekt met u hoe verdere controle plaatsvindt. Meestal wordt een uitstrijkje een halfjaar, een jaar en twee jaar na de behandeling herhaald. Daarna wordt u als de uitstrijkjes goed zijn naar de huisarts terugverwezen.
Bij meer dan 90% van de vrouwen wordt het uitstrijkje na een behandeling weer normaal. Dit is een teken dat de behandeling goed gelukt is.
In enkele gevallen blijkt het uitstrijkje na een behandeling nog steeds afwijkend. Bij de helft van deze vrouwen wordt het uitstrijkje uit zichzelf weer normaal,bij de andere helft blijft het afwijkend. De gynaecoloog doet dan opnieuw colposcopisch onderzoek. Afhankelijk van de bbevindingen wordt met u besproken of een tweede behandeling noodzakelijk is. Bij enkele vrouwen ontstaat enige tijd na de behandeling opnieuw een afwijkend uitstrijkje. Daarom wordt na een behandeling in de eerste twee jaar enkele malen een uitstrijkje herhaald.

zie ook artikel : Uitstrijkje van de baarmoederhals (of PAP-test) in 11 vragen

14. Complicaties en gevolgen op lange termijn

Complicaties op korte termijn van de verschillende behandelingen van de baarmoederhals zijn er nauwelijks. U blijft gewoon menstrueren. Over het algemeen zijn er geen problemen met zwanger worden, met de zwangerschap zelf of tijdens de bevalling. In uitzonderingsgevallen komen de volgende problemen voor :
• Problemen bij het zwanger worden
Na een behandeling maakt de baarmoederhals soms minder slijm aan. Slijm van de baarmoederhals is noodzakelijk voor zaadcellen om zich vanuit de schede naar de baarmoeder en de eierstokken te bewegen. In zeldzame gevallen kan te weinig slijmproductie een reden zijn dat zwanger worden moeilijk lukt.
• Problemen tijdens de zwangerschap
Als bij een conisatie een groot stuk van de baarmoederhals is weggenomen, is kans op een vroeggeboorte licht verhoogd. Bij andere behandelingen komt dit probleem niet voor.
• Problemen tijdens de bevalling
In zeer zeldzame gevallen ontstaat er na een behandeling van de baarmoederhals heel sterk littekenweefsel. Het is mogelijk dat de baarmoederhals dan tijdens de bevalling moeilijker opengaat.
• Moeilijkheden bij het afnemen van uitstrijkjes
Door sterk littekenweefsel kan de ingang van de baarmoederhals erg nauw worden, waardoor het moeilijk kan zijn cellen van de binnenkant van de baarmoederhals voor een uitstrijkje te krijgen.
• Pijnlijke menstruaties
Als de baarmoederhals als gevolg van littekenweefsel erg nauw is geworden, kunnen menstruaties pijnlijker zijn dan voorheen.
Deze complicaties klinken u misschien alarmerend in de oren. Maar u moet bedenken dat ze slechts zelden voorkomen. Bovendien worden ze vooral gezien na een behandeling waarbij een groot deel van de baarmoederhals met een mesje verwijderd is (conisatie). Bij lisexcisies,laserbehandelingen en bevriezen komen zij maar zeer zelden voor.

15. Tot slot

Een afwijkende uitslag roept bij vrouwen vaak veel vragen en onzekerheden op. In deze brochure is geprobeerd om zo goed mogelijk uitleg te geven over verschillende onderzoeken en behandelingen.
De gynaecoloog die u behandelt bespreekt met u welke medische zorg het meest geschikt is voor u,en is altijd bereid uw vragen te beantwoorden.

16. Woordenlijst

• Biopsie: Het afnemen van een biopt
• Biopt: Stukje weefsel dat wordt weggenomen voor weefselonderzoek
• Cilindercellen: Cellen die het kanaaltje van de baarmoederhals bekleden en slijm maken;ook wel endocervicale cellen genoemd
• CIN Uitslag van weefselonderzoek; afkorting voor cervicale intra-epitheliale neoplasie, een Engelse benaming voor dysplasie. De weefselopbouw is anders dan normaal, maar er is geen kanker
• Colposcoop: Een soort verrekijker die voor de ingang van de schede wordt geplaatst. De arts ziet hierdoor het weefsel van de baarmoederhals vergroot
• Colposcopie: Onderzoek waarbij de arts door de colposcoop kijkt naar de baarmoederhals
• Conisatie: Ingreep waarbij met een mesje een kegelvormig stukje van de baarmoederhals wordt weggenomen
• Cryobehandeling: Ingreep waarbij afwijkend weefsel van de baarmoederhals wordt bevroren
• Dysplasie: Dysplasie is een uitslag van weefselonderzoek. Het betekent dat de opbouw van het weefsel anders is dan normaal, maar er is geen kanker. De Engelse naam hiervoor is CIN. Soms spreekt men over dysplasie in de uitslag bij
een uitstrijkje. Men verwacht dan dat er dysplasie in het weefsel aanwezig is.
• Endocervicale cellen: Cellen die het kanaaltje van de baarmoederhals bekleden en slijm maken;ook wel cilindercellen genoemd
• HPV: Afkorting van Humaan Papilloma Virus; sommige soorten van dit virus komen vaker voor bij afwijkende uitstrijkjes
• Hotloop: Andere benaming voor lisexcisie
• KOPAC: De uitslag van een uitstrijkje, waarbij elke letter voor een onderdeel van de beoordeling staat
• Lisbiopsie: Het afnemen van een lisbiopt
• Lisbiopt: Een stukje weefsel dat met een verhit lisje wordt weggenomen voor onderzoek
• Lisconisatie: Andere benaming voor lisexcisie
• Lisexcisie: Ingreep waarbij met een verhit lisje het afwijkende weefsel wordt weggeschild
• Laserbehandeling: Ingreep waarbij met een laserstraal het afwijkende weefsel van de baarmoederhals verdampt wordt
• Overgangszone: Het overgangsgebied op de baarmoederhals tussen plaveiselcellen en endocervicale of cilindercellen. Afwijkende uitstrijkjes zijn bijna altijd afkomstig uit dit gebied. Een andere naam is transformatiezone
• Pap: De uitslag van een uitstrijkje, genoemd naar Papanicolaou, degene die de indeling van de uitslagen van uitstrijkjes heeft gemaakt
• Transformatiezone: Het overgangsgebied op de aarmoederhals tussen plaveiselcellen en endocervicale of cilindercellen. Afwijkende uitstrijkjes zijn bijna altijd
afkomstig uit dit gebied. Een andere naam is overgangszone.

bron: NVOG


verschenen op : 21/02/2002 , bijgewerkt op 01/11/2015

49 reacties

Gynaecologisch onderzoek , colposcopie en ev behandelingen

door edith, 12 July 2013 om 14:50

goede middag, ik heb een vraagje??? ik heb 4 weken geleden een coloscopie ondergaan nou is mijn probleempje als ik een orgasme krijg dan krijg ik vlak daarna kramp in de baarmoeder heb dat nooit gehad zou het kunnen dat het nog niet genezen is de wond!

Gynaecologisch onderzoek , colposcopie en ev behandelingen

door edith, 12 July 2013 om 14:49

goede middag, ik heb een vraagje??? ik heb 4 weken geleden een coloscopie ondergaan nou is mijn probleempje als ik een orgasme krijg dan krijg ik vlak daarna kramp in de baarmoeder heb dat nooit gehad zou het kunnen dat het nog niet genezen is de wond!

lichte dysplasie

door Mieke Danneels, 11 June 2012 om 20:14

Ik lees hier nu dat lichte dysplasie meestal vanzelf weer verdwijnt. Bij mij werd ook lichte dysplasie vastgesteld en toch moet ik behandeld worden met de laser. Moet ik mij dan toch zorgen maken?

coloscopie

door anoniem, 14 February 2012 om 10:15

Dames, Er is verschil tussen colonscopie en kolposcopie. Het een is een darmonderzoek (colon en het ander is een onderzoek van de baarmoedermond. Laat je goed informeren door desbetreffende specialist. Succes..

coloscopie

door Danielle, 13 February 2012 om 18:37

He hallo,wou even reageren. Een coloscopie is kijken met een microscoop in je vagina,en conusatie is met een mes een kegeltje van,uit de baarmoeder mond snijden. Ik heb dit alles meegemaakt. Afgelopen 3 Feb.conusatie. Groetjes Danielle.

bekijk alle 49 reacties

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub