Vroeggeboorte of prematuriteit

Laatst bijgewerkt: November 2015

dossier Zwangerschap is voor de meeste vrouwen een mooie periode die normaal 4O weken duurt. Vele vrouwen bevallen één tot twee weken te vroeg, anderen gaan over tijd en bevallen aldus na de uitgerekende bevallingsdatum. Soms gaat het echter mis en kondigt de geboorte zich aan ver voor de uitgerekende datum. Ongeveer 7% van alle zwangerschappen resulteert in een vroeggeboorte.

Begrip vroeggeboorte

baby-img-170.png
Een normale zwangerschapsduur bedraagt dus 40 weken vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie. Dit is de ideale termijn om een baby te laten uitgroeien tot een voldragen kind.
Vroeggeboorte betekent : de geboorte van een baby voor een zwangerschapsduur van 37 weken. Dit komt overeen met een zwangerschapsduur minder dan 259 volle dagen vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie
Wanneer een zwangerschap voor de 22 zwangerschapsweken afgebroken wordt, spreekt men niet meer over vroeggeboorte, maar over miskraam; deze baby’s hebben geen overlevingskansen.
Een vroeggeboorte met een zwangerschapsduur van minder of gelijk aan 30 weken wordt als extreme prematuriteit gedefinieerd.

zie ook artikel : Een miskraam of bloedverlies in de eerste maanden

Oorzaken

De oorzaak van vroeggeboorte is niet altijd duidelijk te achterhalen. In een aantal gevallen zijn wel factoren aanwezig die een oorzakelijke rol kunnen spelen in het ontstaan of uitlokken van een vroeggeboorte.
• Voortijdig breken van de vliezen (PPROM : preterm premature rupture of the outer membranes) kan aanleiding zijn tot vroeggeboorte. De vliezen kunnen breken om een ongekende oorzaak, doch ook ten gevolge van een infectie.
• Overdistentie van de baarmoeder o.a. bij tweelingzwangerschap, bij polyhydramnion. Te grote uitrekking van de baarmoeder kan oorzaak zijn van premature contracties. Meerlingen is een factor die het risico op vroeggeboorte met 9 vermenigvuldigt.

zie ook artikel : Tweelingen en andere meerlingen

• Placenta praevia en/of solutio placentae (loslating van de placenta) kunnen door bloedverlies de uteruswand prikkelen met een inductie van prostaglandinesynthese en spontane vroeggeboorte als gevolg.
• Uteriene en cervicale afwijkingen o.a. uterus bicornis (tweehoornige baarmoeder), myomen kunnen aanleiding geven tot vroeggeboorte. Trauma als gevolg van vorige zwangerschap en/of conisatie van de cervix kunnen soms cervixinsufficiëntie veroorzaken.
• Maternele factoren zoals hypertensie, pré-eclampsie, systeemandoeningen (vb. lupus) kunnen door een ongunstige beïnvloeding van de foetale toestand predisponeren tot een premature geboorte. Infectieziekten en koortstoestanden zijn niet te onderschatten beïnvloedende factoren.
• Ideopatische preterme arbeid : voorgeschiedenis van herhaalde miskramen, vrouwen die eerder reeds vroegtijdig bevielen hebben meer kans op vroeggeboorte zonder dat er andere predisponerende factoren aanwezig zijn.
Antecedenten van één vroeggeboorte is risicotoename van 2, antecedenten van 2 vroeggeboortes betekent een risicofactor maal 5.
• Abdominale trauma's met name ongeval, val,... kunnen aanleiding geven tot het optreden van premature contracties.
• Medisch geassisteerde bevruchting met name IVF (in vitro fertilisatie) of GIFT (gamete intrafallopian transfer) verhogen de kans op vroeggeboorte. Het waarom is nog niet gekend.
• Socio-economische factoren zoals maternele leeftijd (<18 jaar of >40 jaar), al dan niet stabiele relatie, scholingsniveau, werksituatie, zijn factoren die mede een rol kunnen spelen in het ontstaan van preterme arbeid.
• Leefgewoonten : roken, alcohol verhogen de kans op vroeggeboorte. Ook de invloed bij druggebruik is zeer groot. Overmatig koffiegebruik zou voortijdig breken van de vliezen in de hand werken.

Symptomen van dreigende vroeggeboorte

zw-buik-hand-liggen-pijn-170_07.jpg
De symptomatologie kan ingedeeld worden in 2 groepen namelijk preterme arbeid enerzijds en PPROM anderzijds.

Preterme arbeid
In dit luik onderscheiden we in de eerste plaats preterme contracties : het optreden van regelmatig contracties met een frequentie van 1 tot 2 per 10 minuten, al dan niet pijnlijk, voor de 37ste zwangerschapsweek.
Andere tekens van preterme arbeid zijn preterme ontsluiting van 2 cm of meer en/of verstrijking van de baarmoederhals van meer dan 80%.
Ook voortijdig verlies van de slijmprop behoort tot deze categorie.

PPROM (= premature rupture of membranes)
Dit betekent het breken van de vliezen voor de 37ste zwangerschapsweek.
Incidentie : 2 tot 3% van alle zwangerschappen. PPROM is verantwoordelijk voor 30% van alle vroeggeboortes.
Het preterm breken van de vliezen kan in de hand gewerkt worden door klinische, bakteriologische en/of mechanische factoren. De klinische risicofactoren zijn o.a. roken, cervicovaginitis, vaginale bloedingen, ingrepen ter hoogte van de cervix. De bakteriologische risicofactoren bestaan o.a. uit amnionitis, cervicitis, vaginitis. Een mechanische risicofactor is o.a. de aanwezigheid van laag collageengehalte.

Behandeling van dreigende vroeggeboorte

Bij een dreigende vroeggeboorte voor de 34ste zwangerschapsweek is een zorgvuldige observatie en een deskundige medische begeleiding in het ziekenhuis noodzakelijk. Het hoofddoel zal zijn de zwangerschapsduur verlengen en hierdoor ook de neonatale outcome te optimaliseren.
Eenmaal 34 zwangerschapsweken bereikt zijn, zal de behandeling er enigszins anders uitzien.
De behandeling die wordt ingesteld zal niet enkel afhangen van de bereikte zwangerschapsduur, maar ook van de oorzaak van de preterme arbeid.
• In het geval van PPROM is een ziekenhuisopname met volledige rust een vaststaand feit. Het grote gevaar is het ontstaan van infectie.
Het beleid dat wordt ingesteld is afhankelijk van verschillende factoren en kan tocolyse (weëenremming), longrijping van de foetus en antibioticatherapie omvatten. Met longrijping wordt bedoeld : het prenataal toedienen van corticosteroïden (inspuiting aan de zwangere) met als bedoeling RDSsyndroom , mortaliteit ten gevolge van intraventriculaire bloedingen en NEC te reduceren.

zie ook artikel : Prematuur geboren baby

Bij PPROM na 34 weken zal meestal afgezien worden van tocolyse ; een afwachtende houding kan aangenomen worden indien geen infectieparameters aanwezig zijn, ofwel wordt gekozen voor inductie van de bevalling.
• Preterme contracties : in dit geval zal weënremming en rust de hoofdbehandeling uitmaken. Tocolytica worden intraveneus toegediend, meestal bij 34 weken. Daarna kan overgeschakeld worden op orale vorm, een therapie die nogal controversieel kan genoemd worden. Tevens zal longrijping gegeven worden.
• Verstrijking en/of ontsluting voor 34 weken gediagnosticeerd zal ook veelal ziekenhuisopname tot gevolg hebben met als ondersteunende therapie low-dosis tocolyse en longrijping. Na de 34ste week zal deze diagnose eerder aanleiding geven tot het voorschrijven van rust. Ziekenhuisopname zal dan enkel overwogen worden bij een ongunstige evolutie van de toestand.
• Soms zal dreigende vroeggeboorte in die mate bedreigend zijn voor de foetus, dat de zwangere dient getransfereerd te worden naar een intensieve eenheid waar ook een intensieve neonatale eenheid aan verbonden is, zodat de meest ideale opvang van de baby in geval van geboorte kan gegarandeerd worden.

zie ook artikel : Hormoontherapie geeft vroeggeborenen problemen later in leven

zie ook artikel : Vroegtijdige weeën: meestal geen reden tot ongerustheid


verschenen op : 27/09/2001 , bijgewerkt op 01/11/2015
pub