Vitamine G: Mensen met een groene woonomgeving zijn gezonder

Laatst bijgewerkt: October 2009
bomen-wolken-80.jpg

nieuws Mensen die in een groene omgeving wonen voelen zich gezonder, zo blijkt uit onderzoek van het Nederlandse NIVEL (het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) en Alterra (onderdeel van Wageningen Universiteit en Researchcentrum) naar de gezondheidsbeleving van zo’n kwart miljoen Nederlanders. Het zogenaamde Vitamine G-onderzoeksprogramma naar de relatie tussen gezondheid (Vitamine) en groen (G) bestaat uit drie deelprojecten.

Bij het eerste deelproject, Vitamine G1, is de relatie tussen groen en diverse aspecten van gezondheid en welzijn van Nederlanders onderzocht. Bij het Vitamine G2-project is op stedelijk niveau naar de relatie tussen groen en gezondheid gekeken. Het derde deelproject, Vitamine G3, is gericht op de relatie tussen groen en gezondheid op lokaal niveau, in het bijzonder bij (volks)tuinders.

Mensen in een groene buurt beoordelen hun eigen gezondheid positiever dan mensen in een groenarme buurt. Het aantal mensen dat zichzelf ongezond vindt, is lager als het percentage groen in de buurt hoger is. In buurten met weinig groen vindt 15,5% van de bewoners zichzelf ongezond. In buurten met veel groen is dat percentage gedaald tot 10,2%.
Nederlanders die tussen het groen wonen, voelen zich niet alleen gezonder, ze zijn het ook . Ze bezoeken minder vaak de huisarts voor bijvoorbeeld depressie, diabetes, COPD en duizeligheid.
De kans op een depressie is 1,33 keer zo hoog in buurten met weinig groen als in buurten met veel groen. Ook gezondheidsproblemen als hoge bloeddruk, hartklachten, rug- en nekklachten, ademhalingsproblemen, darmstoornissen, migraine en duizeligheid doen zich minder vaak voor. Bij kinderen tot 13 jaar is de relatie tussen groen en gezondheid sterker dan bij andere leeftijdsgroepen. Kinderen die in een groene omgeving opgroeien, hebben vooral minder last van duizeligheid, ernstige darmklachten en depressie.

De relatie tussen groen en zelfgerapporteerde gezondheid en doktersbezoek is over het algemeen sterker bij mensen met een lage sociaaleconomische status dan bij mensen met een hoge sociaaleconomische status. Dat betekent dat een park in een wijk met veel arme en lager opgeleide Nederlanders wel eens een positievere invloed zou kunnen hebben op de gezondheid van de wijkbewoners dan datzelfde park in een chique wijk met veel rijke hoogopgeleiden.

Ook blijkt uit het onderzoek dat de relatie tussen groen en gezondheid in de meeste gevallen sterker is bij jongeren en ouderen. Bij deze doelgroepen lijkt de te behalen gezondheidswinst door middel van het creëren of uitbreiden van groen dus groter.
Mensen die meer tijd doorbrengen in een groene woonomgeving herstellen sneller van stress . Ziekte of het overlijden van een naaste hebben bijvoorbeeld bij mensen die ‘groen’ wonen minder effect op hun gezondheid. Dat wijst erop dat groen functioneert als een soort buffer: een groene woonomgeving vermindert de impact van stressvolle gebeurtenissen op de gezondheid. Deze stressbufferende werking werd met name gevonden voor groen in een wijdere omtrek van 3 km van de woning, wat er op zou kunnen duiden dat mensen in tijden van crisis vooral baat hebben bij een bezoek aan wat grootschaliger natuurgebieden.

Ook ‘bewegen’ en ‘sociale contacten’ zijn belangrijk als verklaring voor de heilzame werking van groen.
Gemiddeld genomen bewegen mensen in groene woonomgevingen niet meer dan anderen. Het percentage groen in de buurt heeft bijvoorbeeld geen invloed op het sportgedrag van mensen, of op het aantal mensen dat naar school of werk wandelt. Wel tuinieren mensen in groene omgevingen vaker en langer, vooral in omgevingen met veel agrarisch groen. En als ze met de fiets naar school of werk gaan, zitten ze langer op de fiets. Daar staat tegenover dat ze in hun vrije tijd minder wandelen en fietsen. Zo wandelen mensen met een huis in een groene omgeving gemiddeld een uur per week minder dan mensen in de bebouwde omgeving. Wonen in het groen lijkt dus niet tot meer bewegen te leiden.
Een uitzondering hierop zijn jongeren tussen 12 en 17 jaar. De onderzoekers vonden dat adolescenten die in groene omgevingen wonen de Nederlandse Norm voor Gezond Bewegen vaker halen dan jongeren in groenarme buurten.

Een groene woonomgeving zou sociale contacten stimuleren en daarmee sociale cohesie bevorderen. Bestaand onderzoek heeft eerder al uitgewezen dat sociale cohesie een positieve invloed heeft op welzijn en gezondheid. Dit zou, naast stressreductie, ook een verklaring kunnen zijn voor de relatie tussen groen en gezondheid. Uit onderzoek naar 5000 Nederlanders blijkt echter dat mensen in groene woonomgevingen niet meer contact met buurtgenoten hebben. Wel voelen deze mensen zich minder eenzaam, en ervaren zij ook minder vaak een tekort aan sociale steun. Dit kan gevolgen hebben voor hun gezondheid, want Nederlanders die een gebrek aan sociale contacten en steun ervaren, hebben een slechtere algemene gezondheid, meer gezondheidsklachten en een slechtere geestelijke gezondheid.
Bovendien voelen mensen in een groene woonomgeving zich veiliger. Vaak wordt gedacht dat groen angst inboezemt: parken en bossen zijn immers een goede schuilplaats voor criminelen. Uit dit Vitamine G-onderzoek blijkt echter het tegenovergestelde. De onderzoekers vonden, vrij verrassend, een sterke positieve relatie tussen groene omgevingen en gevoelens van veiligheid . Hoe meer groen er zich in de omgeving van huis bevindt, des te veiliger mensen zich voelen. Zelfs vrouwen en ouderen, die worden beschouwd als kwetsbare groepen, voelen zich veilig in een buurt met veel groen. Er is echter wel een belangrijke uitzondering: in zeer stedelijke gebieden voelen mensen zich niet veilig in groene omgevingen en dat zit hem vooral in gesloten groene gebieden (bijvoorbeeld een bos of gebied met hoge struiken).
Naast een verband tussen de hoeveelheid groen en gezondheid, blijkt er ook een verband te zijn tussen de kwaliteit van groengebieden en de gezondheid van stedelingen. De relatie is zelfs nog sterker voor de kwaliteit van (kleinschalig) groen in het straatbeeld. Meer en kwalitatief hoogwaardig groen in de buurt hangt samen met minder acute gezondheidsgerelateerde klachten en een betere algemene en geestelijke gezondheid. Om de kwaliteit te beoordelen is er gelet op onderhoud, variatie, overzichtelijkheid, zwerfvuil en rommel, en totaalbeeld. Bij de groengebieden is er daarnaast ook nog gekeken naar de toegankelijkheid, natuurlijkheid, kleurrijkheid en beslotenheid van het groen.
Ook in stedelijk gebied blijkt dat de relatie tussen de kwantiteit en kwaliteit van groen in het straatbeeld en de gezondheid van stedelingen verloopt voor een deel via stress en sociale cohesie. Beweging daarentegen, lijkt geen mechanisme te zijn dat verklaart waarom groen gezond is.
Meer info:
www.nivel.nl/projecten/vitamineg/


verschenen op : 25/10/2009

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub