Geen antibiotica bij luchtweginfecties

Laatst bijgewerkt: December 2008

tips Het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie waarschuwt andermaal voor het gebruik van antibiotica bij acute infecties van de bovenste luchtwegen zoals een acute rhinosinusitis. Acute luchtweginfecties kennen meestal spontaan een gunstig verloop. Bij gezonde personen met een normaal afweersysteem zijn antibiotica daarbij niet systematisch nodig, zelfs niet wanneer het gaat om een bacteriële infectie. Ook intranasale corticosteroïden zijn bij acute rhinosinusitis in eerste instantie niet aangewezen.

Acute rhinosinusitis
Acute rhinosinusitis evolueert meestal spontaan gunstig.
Antibiotica hebben meestal geen effect op de evolutie van de symptomen en het voorkomen van verwikkelingen en een herhaling (recidieve). Een antibioticabehandeling kan wel overwogen worden wanneer na 7 à 10 dagen geen verbetering van de symptomen optreedt en de symptomen ernstig zijn. Hoewel er geen bewijzen zijn dat antibiotica doeltreffender zijn bij patiënten met ernstigere symptomen, is onmiddellijke antibioticumbehandeling te overwegen in aanwezigheid van symptomen die wijzen op een complicatie zoals hoge koorts, ernstige hoofd- of gelaatspijn of druk- of kloppijn ter hoogte van de sinussen.
Ook bij risico-patiënten (b.v. immuungedeprimeerden) kan een antibioticabehandeling overwogen worden.

Acute keelpijn
Acute keelpijn (tonsillo-faryngitis) wordt in bijna de helft van de gevallen veroorzaakt door een virale infectie; in 30% van de gevallen worden streptokokken vastgesteld, maar bij ongeveer 20% van deze patiënten is de streptokok niet de oorzaak van de infectie; in 30% van de gevallen van acute keelpijn is de oorzaak onbekend.
Acute tonsillo-faryngitis is een aandoening die bijna altijd spontaan herstelt binnen de week, zelfs wanneer het gaat om een streptokokkeninfectie. Enkel bij infecties door streptokokken hebben de antibiotica een gunstig effect op de evolutie (vermindering van de duur van de symptomen met 1 à 2 dagen), op voorwaarde dat de behandeling binnen de twee dagen na het begin van de symptomen wordt gestart.
Het is niet bewezen dat antibiotica het risico van lokale verwikkelingen (abces, otitis, sinusitis) verminderen.
Dadelijk starten van een antibacteriële behandeling is dan ook enkel gerechtvaardigd bij ernstige infecties (slechte algemene toestand) of bij risicopatiënten (bv. acuut gewrichtsreuma, immuundepressie, hartkleplijden). Een dergelijke behandeling kan ook worden overwogen bij een streptokokkenepidemie in gesloten gemeenschappen (bv. in rusthuizen).

Acute bronchitis
Acute bronchitis evolueert meestal spontaan gunstig, zelfs wanneer het gaat om een bacteriële infectie. Bij luchtweginfecties gepaard gaande met een acute hoest zoals acute bronchitis verminderen antibiotica noch de duur van de hoest, noch de gevolgen ervan op het werk of de activiteiten van de patiënt.
Een behandeling met antibiotica is enkel gerechtvaardigd bij risicopatiënten, bv. immuungedeprimeerden en misschien ook slecht gecontroleerde diabetici. Bij acute tracheïtis (ontsteking luchtpijp) zijn in principe nooit antibiotica aangewezen, tenzij bij difterie.

Acute opstoot van chronische bronchitis (COPD)
Een antibacteriële behandeling moet bij een acute opstoot van COPD worden voorbehouden voor volgende patiënten:
• Patiënten met matig ernstige tot ernstige COPD, met een plotselinger verergering van de toestand).
• Patiënten met een acute opstoot met ernstige ademnood (dyspnoe) tot gevolg, wat ook de graad van ernst van het COPD is.
• Patiënten bij wie na 4 dagen geen verbetering optreedt ondanks optimalisatie van de bronchodilaterende behandeling.

Pneumonie (longontsteking) opgelopen buiten het ziekenhuis
De belangrijkste symptomen van een pneumonie zijn: hoest, koorts, borstpijn, dyspnoe, tachypnoe. Bij bejaarden kunnen de typische symptomen echter ontbreken. Een thoraxradiografie is dan ook nodig om de diagnose te bevestigen.
Wanneer een pneumonie vermoed wordt, moet een antibiotische behandeling onmiddellijk worden gestart.
• Bij kinderen jonger dan 6 maand is bij vermoeden van een bacteriële pneumonie hospitalisatie aangewezen.
• Bij kinderen tussen 6 maand en 5 jaar oud kan een behandeling thuis overwogen worden voor zover de algemene toestand niet te sterk is aangetast, en het kind van dichtbij kan worden gevolgd.

bron: Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie (B.C.F.I. vzw) www.bcfi.be
verschenen op : 30/11/2010

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub