Magerzucht (ondergewicht)

Laatst bijgewerkt: November 2015

dossier Meestal lezen en horen we: overgewicht, obesitas, lijnen ... Een aantal mensen wordt echter geconfronteerd met het omgekeerde probleem. Zij vinden zichzelf te mager, voelen zich daardoor niet goed in hun vel maar slagen er niet in gewicht bij te winnen.

Verschillende factoren spelen een rol in het feit of men al dan niet gemakkelijk verzwaart, bv. voeding, krachttraining, motivatie, de genen, leeftijd en geslacht.

Hoewel er ook voor deze problematiek geen mirakeloplossingen bestaan, kunnen een aantal praktische voedingstips mogelijk toch een antwoord bieden op wat voor de ene misschien een luxeprobleem lijkt, maar voor de andere een (figuurlijk) zware last is.

BMI

123-mager-anorex-200_07.jpg
Er zijn verschillende methoden om het (ideale) gewicht van een persoon te bepalen (bv. de weegschaal, tabellen, formules, impedantiemeting en huidplooimeting). De Quetelet of Body Mass Index (BMI = gewicht (kg) / lengte2 (m2)) is de meest gebruikte methode om te bepalen of men al dan niet een gezond gewicht heeft.
BMI beneden de 20 = ondergewicht
BMI tussen 20 en 25 = normaal gewicht
BMI tussen 25 en 30 = overgewicht
BMI boven de 30 = obesitas

zie ook artikel : BMI-index - Ben ik te dik of te dun?

Wanneer te mager ?

In de medische praktijk betekent een BMI of QI lager dan 18,5 ondergewicht. De vetmassa kan eveneens als referentie worden gehanteerd. De genetische voorbeschiktheid heeft bepaald dat vrouwen meer vetmassa hebben dan mannen. De normale waarden voor vrouwen zijn 20% tot 25% en voor mannen 15% tot 20%. Mede als gevolg van het huidig opgedrongen slankheidsideaal wordt vaak een ideaal gewicht vooropgesteld dat ver onder het biologisch normale lichaamsgewicht ligt. Fotomodellen, mannequins en balletdanseressen streven een vetmassa na van 12% tot 18%. Dergelijke cijfers gaan tegen de natuur in en geven vaak aanleiding tot eetstoornissen en diverse andere ziektebeelden. Eurostat, het Europees bureau van de statistiek, maakte onlangs bekend dat Europese vrouwen meer lijden aan ondergewicht dan mannen: 25% van de Franse vrouwen (slechts 6% van de mannen), 25% van de Italiaanse dames en 15,6% van de vrouwen in België.

Waarom te mager?

Vermageren is het gevolg van een negatieve energiebalans (energie in < energie uit). Deze negatieve energiebalans kan ontstaan door enerzijds een verminderde voedselinname en anderzijds een verhoogd energieverbruik.

Mogelijke oorzaken van een verminderde voedselinname :
• kleine eters; dit fenomeen komt voor bij alle leeftijdscategorieën, van baby tot senior
• emotioneel "niet" eten; meestal in stress-situaties of door gebrek aan tijd; deze personen vertonen vaak een ongestructureerd eet- en leefpatroon
• bejaarden, bv. door een verminderde eetlust, kauw- en slikproblemen
• verschillende ziektebeelden
• eetstoornissen (bv. Anorexia Nervosa-patiënten)

Mogelijke oorzaken van een verhoogd energieverbruik :
• hyperactiviteit
• intensieve sportbeoefening

Het energieverbruik van de mens wordt bepaald door 3 componenten: het rustmetabolisme, de door de voeding geïnduceerde thermogenese en het verbruik door activiteit (figuur 1).

Figuur 1: Componenten van het energieverbruik van de mens

zie ook artikel : Bereken uw energieverbruik

magerfig01.gif

• Het basaal of rustmetabolisme neemt 65 tot 70 % van het totale dagelijkse energieverbruik voor zijn rekening. Deze calorieën zijn nodig om in leven te blijven en alle vitale functies te kunnen vervullen zoals het pompen van het hart, de regeling van de lichaamstemperatuur, de ademhaling, de celvernieuwing enz. De belangrijkste component die van invloed is op het rustmetabolisme is de vetvrije massa. Gezien mannen meer vetvrije massa hebben dan vrouwen ligt hun rustmetabolisme hoger. Bejaarde personen verliezen geleidelijk spiermassa en dus vetvrije massa. Dit resulteert in een verlaagd rustmetabolisme.

• Na de maaltijd gaat er extra energie naar de spijsvertering, de absorptie van het voedsel en de verdere verwerking van het voedsel in het lichaam. Deze thermogenese bedraagt ongeveer 10 % van het dagelijkse energieverbruik.

• De derde factor is fysieke activiteit. De pieken in figuur 1 geven aan dat deze factor sterk kan variëren naargelang men meer of minder actief is.

Genetisch bepaald

wit-123-te-mager-anorex-170_07.jpg
Verschillende studies geven aan dat lichaamssamenstelling en erfelijkheid met elkaar in verband staan. Er is eveneens een genetisch verband gevonden tussen de lichaamssamenstelling en de eetlust enerzijds en de lichaamssamenstelling en het energieverbruik anderzijds. Magere mensen voelen zich in het algemeen minder aangetrokken tot voedsel en zijn meestal meer actief. Genetische factoren zijn voorlopig echter weinig of niet te beïnvloeden.

Hoe kan men baby's en kleine kinderen van extra calorieën voorzien?

• Maak de flesjes voor zuigelingen minder volumineus maar calorisch rijker.
• Voeg wat maïsolie en dextrose toe aan de flesvoedingen. Dextrose is een voedingssuiker met minder zoetkracht maar evenveel calorieën (4 kcal/g) als tafelsuiker (saccharose). Voor dezelfde zoetkracht kan je dus meer dextrose gebruiken en zo meer calorieën toevoegen.
• Voeg bij de groentepapjes of de gemixte middagmalen wat maïsolie, een klontje vetstof of room toe.
• Rijk de fruitpap aan met volvette fruitkaasjes (max.100 g/dag omdat het eiwitgehalte anders te hoog oploopt) of met een stuk avocado. Avocado is neutraal van smaak en vetrijk.
• Geef tot de leeftijd van 4 jaar volle melkproducten. Peuters hebben een grote energiebehoefte en een relatief kleine maag. Zij kunnen best wat extra vet en vetoplosbare vitaminen gebruiken voor een optimale groei en ontwikkeling.
• Schakel allerlei lekkere tussendoortjes in zoals pannenkoeken, wafels, droge kinderkoeken, halfvolle fruitkaasjes, banaan, rozijntjes, pudding, ijs, milkshake of bijvoeding voor kinderen. Blijf er echter op toezien dat de voeding evenwichtig en gevarieerd blijft.
• Sporten kan het hongergevoel stimuleren.

Aanpassingen van de voeding van zuigelingen en kleine kinderen gebeuren best in overleg met de (kinder)arts. Voor een optimale groei en ontwikkeling van kinderen is een goede voeding immers primordiaal.

Adolescenten en volwassenen die gewicht willen bijwinnen. Wat kunnen zij doen ?

In theorie:
• Stel een gestructureerd voedingsprogramma samen op basis van de richtlijnen van een evenwichtige en gevarieerde voeding (de voedingsdriehoek). Mager zijn mag geen excuus zijn om ongezond te eten. Bepaalde welvaartsziekten zoals hypertensie, hypercholesterolemie en osteoporose kunnen ook magere mensen treffen.
• Voorzie naast 3 hoofdmaaltijden ook enkele eetmomenten tussendoor. Op die manier belast je je maagdarmkanaal niet te veel.
• Gebruik meer calorierijke voedingsmiddelen en eventueel energierijke preparaten.
• Tracht meer calorieën op te nemen via vast voedsel dan via dranken. Dranken vullen de maag meer waardoor er sneller een verzadigingsgevoel optreedt.
• Vetten zijn een uitstekende bron van calorieën en hebben een lager verzadigingsgevoel dan koolhydraten en eiwitten. Blijf er echter op toezien dat de voeding evenwichtig en gevarieerd is en past binnen de aanbevelingen van de Nationale Raad voor de Voeding (maximaal 30 tot 35 energie% vet en 10 energie% verzadigd vet).

video-gezond-voeding-170.png
In de praktijk:
• Maak tijd om te winkelen en rustig te eten.
• Gebruik olijfolie of een margarine met een goede vetzuursamenstelling in de plaats van een minarine.
• Neem gewone toespijs, geen magere. Voor het voedingsevenwicht blijft het echter belangrijk brood met toespijs te eten in plaats van toespijs met brood.
• Maak als broodbeleg zelf verschillende slaatjes (bv. kip, vis, krab) met mayonaise en ei.
• Schakel af en toe pindakaas in als beleg.
• Eet veel brood, bij voorkeur bij elke maaltijd, en varieer in broodsoorten (bv. rozijnenbrood, notenbrood, enz.).
• Neem regelmatig rijst, deegwaren en peulvruchten (bv. linzen, witte bonen, kikkererwten). Een portie rijst en deegwaren leveren bijna tweemaal zoveel calorieën als een portie gekookte aardappelen.
• Schorseneren, maïs en doperwten bevatten meer calorieën dan andere groenten.
• Neem regelmatig wat noten (bij voorkeur ongezouten) en gedroogd fruit. Gedroogd fruit brengt twee- tot driemaal zoveel calorieën aan als vers fruit. Bananen bevatten meer koolhydraten en calorieën dan andere fruitsoorten.
• Indien je veel meer dan de aanbevolen hoeveelheid volle melk en zuivelproducten neemt (meer dan 3 tot 4 glazen volle melk of melkproduct en 2 sneetjes kaas per dag), kan het toegestane gehalte verzadigde vetten worden overschreden. Maak daarom eventueel bijkomende gebruik van sojaproducten (pudding, drink). Omwille van hun vetzuursamenstelling doen zij het cholesterolgehalte niet stijgen.
• Voeg aan soep of groenten met saus melkpoeder, sojaroom of een energetisch verrijkte bijvoeding met neutrale of hartige smaak toe. Neem de soep vooraf of na de maaltijd om de gaatjes te vullen.
• Neem af en toe gefrituurde gerechten. Gebruik bij voorkeur frituurolie in de frituurpan.
• Maak gebruik van dextrose i.p.v. suiker (zie ook eerder bij kleine kinderen).
• Drink niet alleen water maar ook eens een meer calorierijke drank: bv. druivensap, appelsap of andere fruitsappen met een extra schepje dextrose. Gebruik frisdranken en alcoholbevattende dranken slechts met mate.
• Krachttraining kan samen met een voldoende energie-inname via een goede voeding ook bijdragen tot gewichtstoename.
• Voldoende energie (calorieën) en een doorgedreven krachttrainingsprogramma kan mannen na een jaar een maximale gewichtswinst opleveren van 20 %. Omdat vrouwen over minder spiermassa beschikken, bedraagt hun gewichtswinst slechts 50 tot 75 % van de gewichtswinst van mannen. Speciale eiwitpreparaten zijn ten slotte niet nodig om extra spiermassa op te bouwen .

Voor bijkomend deskundig en een meer persoonlijk aangepast voedingsadvies kan u eventueel beroep doen op een diëti

Ouder worden

123-vr-oud-naakt-huid-170_07.jpg
Met de leeftijd verandert de lichaamssamenstelling en worden de factoren die leiden tot een verminderde voedselopname talrijker en het risico op voedingstekorten groter.

De spiermassa vermindert omdat men in het algemeen minder beweeglijk en minder fysiek actief is. De vetvrije massa neemt af en ruimt plaats voor meer vetmassa. De smaakpapillen vlakken af, het hongergevoel vermindert, het spijsverteringsstelsel zet een tandje terug en het kauwen gaat vaak moeilijker.

Mogelijke gevolgen van kauwproblemen:
• Verteringsproblemen als gevolg van het doorslikken van grotere brokken voedsel.
• Moeilijk kauwbare voedingsmiddelen zoals harde fruitsoorten, rauwe groenten, verse vleessoorten zoals biefstuk, rosbief en een varkenslapje worden vermeden.
De voedselkeuze wordt beperkter en eenzijdiger omdat alles zacht moet zijn.
• Als gevolg van de gebitsprothese vermindert de smaakperceptie en vindt men het eten niet meer smakelijk.
• Algemene achteruitgang van de voedingstoestand met gewichtsverlies en voedingstekorten tot gevolg .

Een belangrijk probleem dat bij senioren eveneens een ondervoeding kan bevorderen, is dysfagie. Tijdens de voedselpassage van de mond naar de slokdarm sluiten normaliter het strottenklepje en de stembanden om te voorkomen dat er voedsel in de luchtpijp komt. Bij dysfagie werkt dit systeem onvoldoende en komen vloeistoffen en voedsel gemakkelijk in de luchtpijp terecht. Hoesten en het zich regelmatig verslikken maken het eetmoment onaangenaam waardoor de maaltijden dikwijls vroegtijdig worden beëindigd. Uiteindelijk wordt er nog maar weinig of helemaal niet meer gegeten.

Ten slotte kunnen ook psychologische oorzaken zoals depressie, dementie en een gevoel van eenzaamheid het voedingsgebeuren en als gevolg daarvan ook de voedingstoestand negatief beïnvloeden. Het is zaak te vermijden dat bejaarden in een negatieve spiraal, zoals weergegeven in figuur 2, terechtkomen of ze tijdig te doorbreken . De gevolgen van ondervoeding kunnen immers leiden tot de dood wanneer ze niet vroegtijdig worden aangepakt.

Figuur 2: Het is zaak te vermijden dat bejaarden in een negatieve spiraal terechtkomen

magerfig02.gif

Een regelmatige evaluatie van de voedingstoestand van bejaarden (gewichtsevolutie, voedingsanamnese, detectie van eventuele problemen) samen met een klinisch onderzoek is dan ook van groot belang om indien nodig tijdig te kunnen starten met een aangepaste voedingsinterventie.

Voedingsadviezen ter preventie van ondervoeding bij bejaarden

• Tracht meer lichaamsbeweging te nemen, strek regelmatig de benen, maak regelmatig een ommetje; dit bevordert het hongergevoel en de darmtransit.
• Creëer een aangename eet- en omgevingssfeer; een mooi gedekte tafel scherpt de appetijt aan.
• Eet op regelmatige tijdstippen; neem minstens 3 maaltijden per dag, waarvan één warme maaltijd. Doe eventueel beroep op een organisatie die maaltijden aan huis brengt.
• Breng voldoende variatie in de voeding (smaak, kleur, temperatuur) en blijf toezien op het feit dat de dagvoeding evenwichtig is samengesteld (de voedingsdriehoek).
• Voldoende drinken (1 tot 1,5 liter per dag) is essentieel, ook al heb je geen dorst; het dorstgevoel vermindert met het ouder worden.
• Schakel indien nodig tussenmaaltijden of vezelverrijkte bijvoedingen met verschillende smaken in.
• Voorzie zachte desserts en tussendoortjes, bv. fruitsalades, fruitmousses, ijsjes, bavarois, melkbereidingen.
• Vormt fruit een probleem, maak dan eens een fruitpap, eventueel verrijkt met dextrose.
• Brood kan af en toe worden vervangen door meergranenpap, mueslipap, koekjesmeelpap, rijstvlokkenpap met bruine suiker, een hartige pannenkoek, zachtgekookte deegwaren of rijst met een sausje.
• Stap niet te snel over op vloeibare of gemalen voedingen; kauwen bevordert de speekselsecretie en de vertering.
• Indien de consistentie moet worden aangepast: gemalen vlees of vis, gemixte of gepureerde groenten en puree (bij voorkeur niet onder elkaar mixen).
• Verrijk gepureerde gerechten met een klontje margarine, melkpoeder of sojaroom.
• Maak zelf mousses van bv. vis, kip of groenten (alles fijnmixen en een beetje bouillon of sojaroom toevoegen, eventueel indikken en laten afkoelen).
• Is de kans op verslikken groot, dan kan een verdikkingsmiddel worden gebruikt. Deze bestaan uit gemodificeerd zetmeel en kunnen zowel aan koude als aan warme bereidingen worden toegevoegd. Sommige zijn verrijkt met vitaminen en mineralen. Het indikken moet gebeuren naargelang de ernst van het slikprobleem (lopend, half vast,vast). Er zijn ook vooraf ingedikte en verrijkte drankjes op de markt .

Ziektebeelden

Bij verschillende ernstige ziektebeelden zoals kanker, longemfyseem, levercirrose en sepsis treden er metabole veranderingen op in het lichaam.
Het lichaam komt in een "katabole" toestand terecht: er is een afbraak van lichaamseiwitten en van vetweefsel en men beschikt nog slechts over een kleine voorraad koolhydraten. Als gevolg van temperatuursverhogingen is er bovendien een verhoogd energieverbruik.
Samen met een gestoorde verterings- en absorptiecapaciteit, een verminderde eetlust, mogelijke kauw- en slikproblemen en een verhoogd energie- en voedingsstoffenverlies via braken en diarree, leidt dit alles zeer snel tot gewichtsverlies.

Ondervoeding tengevolge van ziekte is een onderschat probleem. Het komt nochtans frequent voor, kan aanleiding geven tot ernstige problemen en complicaties, vertraagt het ziekteherstel en verhoogt in bepaalde gevallen de kans op overlijden. Een gewichtsverlies van 5% binnen de maand of van 10% binnen 6 maanden is een belangrijke parameter om over te gaan tot een voedingsinterventie: parenteraal, enteraal, gewone of dieetvoeding eventueel aangevuld met bijvoedingen.

bron: Nice- www.nice-info.be


verschenen op : 08/03/2001 , bijgewerkt op 03/11/2015
pub