print 10 reacties |277.654x gelezen

Verhoogde bloeddruk (hypertensie)

Verhoogde bloeddruk: een stille doder...

Wat is de bloeddruk?

Het hart pompt bloed in de bloedvaten door zich bij elke hartslag samen te trekken en dan weer te ontspannen. Dit geeft een druk in de bloedvaten. Dat noemen we de bloeddruk.
Deze druk wordt uitgedrukt aan de hand van twee waarden:
• De systolische bloeddruk: het eerste cijfer, het hoogste, wanneer het hart samentrekt en het bloed er uitstroomt.
• De diastolische bloeddruk: het tweede cijfer, het laagste, wanneer het hart zich ontspant en met bloed vult.
De arteriële bloeddruk wordt uitgedrukt in millimeter kwik. Deze arteriële bloeddruk kan verschillen naargelang van het moment van de dag, van de ene dag op de andere en onder invloed van emoties.

Wanneer spreekt men van verhoogde bloeddruk of hypertensie ?

Men spreekt van hypertensie wanneer de bloeddrukwaarden voortdurend hoger liggen dan 140 mmHg systolisch en 90 mmHg diastolisch.
Bij bepaalde patiëntengroepen (diabetici, patiënten met chronisch nierlijden) worden lagere streefwaarden voorgesteld (< 130 mmHg systolisch, en 85 of 80 mmHg diastolisch).

In de Europese hypertensie-richtlijnen spreekt men ook van hoog-normaal (130-139 mmHg systolisch /85-89 mmHg diastolisch), terwijl men in de Amerikaanse richtlijnen de term pre-hypertensie (120-139 mmHg systolisch /80-89 mmHg diastolisch) gebruikt.

Bij sommige mensen, vooral 60-plussers komt ook een geïsoleerde systolische hypertensie voor. Dit is wanneer de systolische bloedruk hoger ligt dan 160 mmHg en de diastolische druk lager dan 90 mmHg

 

Systolische bloeddruk (mmHg)

 

Diastolische bloeddruk (mmHg)

Optimaal

< 120

en

<80

Normaal

120 – 129

of

80 – 84

Normaal hoog

130 – 139

of

85 – 89

Hypertensie fase 1

140 – 159

of

90 – 99

Hypertensie fase 2

160 – 179

of

100 – 109

Hypertensie fase 3

= 180

of

= 110

Geïsoleerde systolische hypertensie

= 140

en

< 90

  

Hoe wordt de bloeddruk gemeten?

De bloeddruk wordt gemeten met een bloeddrukmeter.
De bloeddruk wordt gemeten na 5 minuten rust in zittende houding. 30 minuten vóór de meting mag de patiënt het best niet roken of koffiedrinken.
Soms wordt de bloeddruk ook gemeten aan beide armen (onderzoek naar vaatziekten) of in staande houding (voor het uitsluiten van orthostatische hypotensie (te lage bloeddruk bij rechtstaan, wat vaak voorkomt bij oudere patiënten, diabetespatiënten en Parkinsonpatiënten).
Het is belangrijk dat de hoge bloeddruk bevestigd wordt door herhaalde metingen voor men van hypertensie kan spreken. De bloeddruk verandert voortdurend , afhankelijk van lichaamshouding, tijdstip van de dag, activiteiten en spanningen. Bovendien kan de bloeddruk tijdelijk stijgen wanneer de arts de bloeddruk meet (Wittejas hypertensie). Daarom is één meting niet voldoende.
Bijkomende metingen kunnen ook gebeuren door de patiënt zelf thuis. Er bestaan tegenwoordig handige automatische en semi-automatische toestellen. De patiënt wordt gevraagd gedurende zeven dagen viermaal daags (tweemaal ’s morgens en tweemaal ’s namiddags of ’s avonds) de bloeddruk te meten na vijf minuten rust, in zithouding, met een manchet van gepaste grootte op harthoogte bevestigd aan de ontblote bovenarm.
Een andere methode is met een draagbare bloeddrukmeter die de bloeddruk gedurende 24 uur meet.

zie ook artikel : Zelf uw bloeddruk meten

Oorzaak

Meestal is er geen oorzaak voor de hoge bloeddruk te vinden. In sommige families komt hoge bloeddruk vaker voor. Verder kunnen overgewicht en het gebruik van veel zout, of veel alcohol de bloeddruk verhogen.
De bloeddruk kan ook stijgen door gebruik van sommige pijnstillers, corticosteroïden (prednison) of anticonceptie.
In ong. 5% van de gevallen is de hoge bloeddruk het gevolg van een nierziekte, een hormonale aandoening, een slagaderaantasting of slaapstoornissen.

Risicofactoren

• Erfelijkheid: als je ouders aan hypertensie lijden
• Leeftijd: het gevaar op de ontwikkeling van arteriële hypertensie neemt toe met de leeftijd, van minstens 5 % bij personen van middelbare leeftijd tot meer dan 30 % bij tachtigjarigen. Ook het voorkomen van geïsoleerde systolische hypertensie stijgt met de leeftijd, van circa 5 % op zestigjarige tot 30 % op tachtigjarige leeftijd. Aangenomen wordt dat er ongeveer een 5 %-toename is van verhoogde bloeddruk per tien jaar bij 65-plussers.
• Geslacht: arteriële hypertensie treft vooral mannen boven de 60 jaar. Vrouwen worden vaak na de menopauze door hypertensie getroffen
• De levenswijze: obesitas, een sedentair leven, overmatig zout- en alcoholgebruik, stress en roken zijn factoren die hypertensie bevorderen. Overgewicht (BMI >25) en in het bijzonder een verhoogde lenden/heupenratio zijn sterk geassocieerd met hypertensie.

zie ook artikel : BMI-index - Ben ik te dik of te dun?

Hoeveel mensen lijden aan hypertensie?

Men schat dat ruim 25% van de volwassenen aan hypertensie lijdt. Dit percentage stijgt voortudurend. In België zouden naar schatting 2 miljoen mensen lijden aan een verhoogde bloeddruk of hypertensie. De helft daarvan zonder het te weten.

Wat zijn de klachten?

Hoge bloeddruk geeft zelden klachten. Het is dus belangrijk dat je je bloeddruk bij elk doktersbezoek laat meten.
Soms gaat hoge bloeddruk gepaard met hoofdpijn, oorsuizingen, duizeligheid, vlekjes of vliegjes voor de ogen, bloedneuzen.

Wat zijn de gevolgen?

Meerdere organen kunnen aangetast worden:
• Het hart: als de slagaders die het hart voeden verstopt raken en de hartwand verdikt, dan veroorzaakt dit complicaties zoals hartbeklemming, hartaanval en hartinsufficiëntie.
• De hersenen: de slagaders die de hersenen voeden kunnen verstopt raken (hersentrombose) of een hersenbloeding veroorzaken. Beide kunnen een verlamming, een coma of het overlijden van de patiënt tot gevolg hebben.
• De nieren: als de slagaders die de nieren voeden verstopt raken, dan ontwikkel je een nierinsufficiëntie waarvoor soms een behandeling met een kunstnier noodzakelijk zal zijn.
• De ogen
• De grote bloedvaten kunnen niet alleen verstoppen waardoor men pijn krijgt bij het stappen, maar ook uitzetten en dit kan aanleiding geven tot levensgevaarlijke bloedingen.

Hypertensie wordt beschouwd als de tweede oorzaak van voortijdig overlijden in het Westen, na roken, en als de voornaamste oorzaak van cardiovasculaire sterfte. Cardiovasculaire aandoeningen zijn verantwoordelijk voor 45% van de sterfgevallen in België.
Hoe hoger de bloeddruk, hoe groter het risico op hartinfarct, cerebrovasculaire aandoening (beroerte), hart- en nierinsufficiëntie. Hypertensie speelt mee bij de helft van alle hart- en vaatziekten.
Als de bloeddruk onder controle is, daalt het risico op een herseninfarct (beroerte) met 30 tot 40% en het risico op een hartinfarct met 25%.

zie ook artikel : Beroerte ( Cerebro Vasculair Accident of CVA)

zie ook artikel : 'Etalagebenen' en Perifeer arterieel vaatlijden (claudicatio intermittens of PAV)

zie ook artikel : Hartinfarct en hartstilstand (Acuut coronair lijden)

Wie moet behandeld worden?

Of verhoogde bloeddruk moet worden behandeld, hangt niet alleen af van de bloeddrukwaarden, maar ook van het globale cardiovasculaire risico van de patiënt.
Bij patiënten met bestaande hart- en vaataandoeningen is, ongeacht de leeftijd, het geslacht of de ernst van de hypertensie, het risico steeds zeer hoog. Het gaat hier o.m. om een beroerte, TIA (een transiënt ischemisch attack is een voorbijgaande periode van neurologische uitval, die enkele minuten tot enkele uren kan duren. Een TIA is een belangrijke risicofactor voor het onwikkelen van een beroerte), angina pectoris, hartinfarct, hartfalen, aantasting van de ogen door diabetes of hoge bloeddruk, nierfalen, enz.
Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met andere risicofactoren op hart- en vaatziekten, zoals:
- leeftijd: man boven 55 jaar, vrouw boven 65 jaar,
- roken,
- totaal cholesterol boven 250 mg/dl,
- diabetes,
- familiale voorgeschiedenis van hart- en bloedvatziekten

zie ook artikel : Nieuwe richtlijnen voor de behandeling van hoge bloeddruk

De Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen maakt een onderscheid tussen vier risicogroepen:

1. Zeer hoog risico:
- Patiënten met hart- en vaatziekten, ongeacht de bloeddruk;
- patiënten met bloeddrukcijfers van 180/110 mmHg of meer.
Zij moeten onmiddellijk met geneesmiddelen behandeld worden.

2. Hoog risico:
Patiënten met een bloeddruk tussen 140-179/ 90-109 mmHg, met daarenboven
- Diabetes en/of
- tekenen van orgaanschade en/of
- minstens drie risicofactoren (bv. roken, obesitas, te hoog cholesterolgehalte, enz.)
Ook deze patiënten moeten onmiddellijk met geneesmiddelen behandeld worden.

3. Matig risico:
- Patiënten met bloeddruk tussen 140-179/90-109 mmHg, plus één of twee risicofactoren. Zij moeten behandeld worden als de hoge bloeddruk langer dan 3 maanden blijft aanhouden.
- Idem, maar zonder risicofactoren. Zij moeten behandeld worden als de hoge bloeddruk langer dan 6 maanden blijft aanhouden.

4. Laag risico: Patiënten met bloeddruk tussen 140-179/90-109 mmHg, zonder risicofactoren, waarvan de bloeddruk de neiging heeft om beneden 140/90 mmHg te dalen.

Daarom zal bij hypertensie steeds een uitgebreid onderzoek volgen om andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten, reeds aanwezige hart- en vaatziekten en eventuele orgaanschade (bv. nieren) op te sporen.
Meestal zal de behandeling ook niet alleen gericht zijn op de verhoogde bloeddruk, maar ook op de andere risicofactoren, zoals roken, obesitas, diabetes, gebrek aan beweging...

zie ook artikel : Nieuwe richtlijnen over verhoogde bloeddruk

Doel van de behandeling

Doel van de behandeling is om de bloeddruk gemiddeld tot 140 en 90 mmHg te laten dalen.
In geval van diabetes en nierlijden (zonder proteïnurie, dit is abnormale eiwitafscheiding in de urine) bedraagt dit 130/85 mmHg.
Bij nierlijden met proteïnurie: 125/75 mmHg.

Welke behandeling?

• In geval van hoog tot zeer hoog risico: onmiddellijk starten met niet-medicamenteuze en medicamenteuze behandeling.
• In geval van laag tot matig risico: enkel starten met niet-medicamenteuze behandelingsstrategieën. Bij onvoldoende resultaat medicatie toevoegen.

Niet-medicamenteus: Aanpassing van de levensstijl
Aanpassing van de levensstijl is een eerste en essentiële stap. Afhankelijk van de bloeddrukcijfers en van het risicoprofiel van de patiënt kan dit, eventueel tijdelijk, de enige behandeling zijn, of zal dadelijk of later een medicamenteuze behandeling gestart worden.
Dit betekent o.m.:

• Gewichtscontrole: afslanken heeft vaak hetzelfde effect als het nemen van een geneesmiddel. Een gewichtsafname van 3 tot 9 % van het totale lichaamsgewicht geeft zowel een systolische als diastolische bloeddrukvermindering van ongeveer 3 mmHg
• Rookstop: Roken is de belangrijkste risicofactor voor hart- en vaataandoeningen; rookstop is daarom essentieel. Blijft de patiënt roken, dan zal het gunstig effect van een eventuele medicamenteuze behandeling ook nooit optimaal zijn.
• Zoutbeperking: niet meer dan 6g per dag door zoutarm brood, geen zout toevoegen aan het eten en spaarzaam gebruik van bereide maaltijden (soepen, sauzen...)

zie ook artikel : Zout en hoge bloeddruk

• Matiging van het alcoholgebruik: Overmatig alcoholgebruik is een belangrijke risicofactor voor hoge bloeddruk. Anderzijds zou een matig dagelijks gebruik van maximum twee à drie ‘standaarddrinks’ voor mannen en één à twee voor vrouwen het risico kunnen verminderen.
• Voldoende fruit en groenten en weinig verzadigde vetten
• Voldoende fysieke inspanning: minstens 30 minuten 3 keer per week en liefst elke dag wandelen, lopen, fietsen...
• Het aanleren van technieken om stress te beheersen.

Geneesmiddelen
Een medicamenteuze behandeling zal tegelijk met de aanpassing van de levensstijl worden gestart bij zeer hoog en hoog risico patiënten.
Volgens de Europese en de Amerikaanse richtlijnen kan men overwegen ook bij patiënten die niet aan de klassieke definitie van hypertensie (= 140/90 mmHg) beantwoorden ("hoog normaal" in de Europese richtlijnen; "pre-hypertensie" in de Amerikaanse richtlijnen) en met gezondheidsproblemen door de hoge bloeddruk, diabetes of orgaanschade, een medicamenteuze behandeling te starten.
In de Britse richtlijnen wordt bij dergelijke patiënten een afwachtende houding aanbevolen, met jaarlijkse herevaluatie van het risico.
In de richtlijnen van de Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen (WVVH) wordt geen uitspraak gedaan over een eventuele behandeling bij deze patiëntengroep.

Welk geneesmiddel?

Er bestaan 7 groepen geneesmiddelen. Het is niet abnormaal wanneer 2 of 3 verschillende geneesmiddelen tegelijkertijd ingenomen moeten worden. In geval van ernstige hypertensie is steeds een combinatie van verschillende medicatiegroepen noodzakelijk.

1. Diuretica (vooral thiaziden) die een vocht- en zoutafdrijving via de nieren veroorzaken.
2. Bètablokkers die de invloed van het zenuwsysteem op het cardiovasculaire systeem doen afnemen.
3. Calciumantagonisten die de opening van de bloedvaten veroorzaken door door de kalkopeenhoping in hun wanden te beperken.
4. Conversie-enzymremmers (ACE-inhibitoren) en de
5. angiotensine-II-antagonisten (‘sartanen’) die de vorming van het slagadervernauwende angiotensine II verhinderen.
6. Centraal werkende alfa-antagonisten.
7. Alfablokkers die de werking van bepaalde hormonen die de bloedvaten vernauwen, beperken.

Over de preciese keuze van de geneesmiddelen bestaat momenteel geen wetenschappelijke consensus.
Klassiek worden, op basis van doeltreffendheid, geringe kostprijs en ruime ervaring, thiaziden of aanverwanten, en Beta-blokkers als eerste keuze beschouwd voor de startbehandeling van ongecompliceerde hypertensie. Dit is ook het standpunt van de Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen.
In de Amerikaanse richtlijnen worden de thiaziden of aanverwanten naar voren geschoven als eerste keuze voor de startbehandeling voor de meeste patiënten. De Beta-blokkers zijn eerste keuze in bepaalde risicosituaties (b.v. vroeger hartinfarct, hartfalen, angor, hartritmestoornissen). Ook de andere middelen kunnen, in functie van andere aandoeningen, worden voorgeschreven.
In de Europese richtlijnen wordt geen eerstekeuzemiddel vooropgesteld: de keuze gebeurt in functie van het risicoprofiel van de patiënt en bijkomende specifieke voor- of nadelen.
Van calciumantagonisten en ACE-inhibitoren is bewezen dat zij bij gewone, niet-gecompliceerde hypertensie, geen meerwaarde bieden.
Betablokkers worden beter niet gebruikt bij mensen met obstructief longlijden (COPD of astma) en perifere vasculaire stoornissen. Ook bij mensen die aan sport doen, worden betablokkers best achterwege gelaten omdat ze het prestatievermogen verminderen.

Volgens de Amerikaanse richtlijnen en de richtlijnen van de W.V.V.H. zal men bij de meeste patiënten de hypertensie eerst behandelen met één enkel geneesmiddel. Bij bepaalde hoogrisicopatiënten (b.v. ernstige hypertensie) wordt van bij de start een combinatie van twee geneesmiddelen (één ervan gewoonlijk een thiazide) aanbevolen. Volgens de Europese richtlijnen kan de arts reeds van bij de start bij de meeste patiënten kiezen voor ofwel één enkel antihypertensivum ofwel een combinatie.

De behandeling start met een lage dosis. Zo worden eventuele nevenwerkingen beperkt. Bij onvoldoende bloeddrukcontrole wordt de dosis voorzichtig opgedreven. Om nevenwerkingen te vermijden, is het dikwijls nog beter om een kleine dosis van een tweede product toe te voegen. Het is dus niet ongewoon dat de arts meerdere geneesmiddelen uitprobeert voor hij het geneesmiddel vindt dat het beste bij de patiënt past. Bij 50 % van de patiënten volstaat één geneesmiddel niet en is het nodig er een tweede of zelfs een derde bij te nemen.
Men geeft de voorkeur aan producten met verlengde werking, die slechts éénmaal per dag moeten worden ingenomen.

Over het algemeen moet de behandeling levenslang gevolgd worden. Soms kan de medicamenteuze behandeling worden verminderd of zelfs stopgezet, vooral bij patiënten die consequent hun leefstijl hebben verbeterd.

verschenen op : 23-11-2005   |  bijgewerkt op : 17-04-2014

bron: Folia Pharmacotherapeutica, Wetenschappelijke Vereniging Vlaamse Huisartsen, Nederlands Huisartsengenootschap, Belgisch Hypertensie Comité.

Meer over:   hoge bloeddruk     cholesterol    

Vind je deze informatie nuttig? Deel deze dan nu:
print 10 reacties |277.654x gelezen

Reacties

Verhoogde bloeddruk (hypertensie)

door anoniem , 06 mei 2014 om 09:51

moet deze week onder de scanner ? welke kunnen de redenen daardoor zijn? ...

lees verder »

Verhoogde bloeddruk (hypertensie)

door anoniem , 10 januari 2014 om 11:54

Ik heb al jaren wat problemen met mijn bloeddruk die te hoog staat, maar de laatste tijd krijg ik last van een raar gevoel in nek en oorsuizingen, ik heb ook la ...

lees verder »

Hoge bloeddruk

door Boonen Pieter , 09 januari 2014 om 23:41

Sommige tabellen geven aan dat de bloeddruk stijgt met de leeftijd.Deze tabellen geven aan dat een bloeddruk van 160/100 normaal zou zijn voor iemand die 65 jaa ...

lees verder »

Verhoogde bloeddruk (hypertensie)

door anoniem , 14 november 2013 om 21:28

ik slik al 10 jaar hydrochloorthiazide 12,5mg Eenmaal daags. Nu is mijn systolische druk vrij constant 159. Diastolisch i tussen 80 en 87 Zal ik de hydrochloor ...

lees verder »

Verhoogde bloeddruk (hypertensie)

door anoniem , 30 september 2013 om 10:47

hoge extreem hoge bloeddruk is gevaarlijk zeker bij het slikken van div medicatie en veel overgewicht en imumziekte denk ik ik ken zo iemand en maak me zorg ...

lees verder »

Verhoogde bloeddruk (hypertensie)

door davy , 09 juli 2013 om 10:45

ik heb vorig jaar in oktober een week in het ziekenhuis gelegen waarvan 1 dag intensive care, vanwege het hebben van een te hoge bloeddruk 260/160 en een pols v ...

lees verder »

Verhoogde bloeddruk (hypertensie)

door anoniem , 12 april 2013 om 19:28

ik ben 33 jaar ik heb plotseling een verhoogde bloeedduk gehad van 170/100. wat kan de oorzaak zijn denkt U? alvast bedank. ...

lees verder »

Reageer op dit artikel

email:
naam:
verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
onderwerp:
bericht: tekens over.
terug naar begin artikel »
pub
pub
pub