Het gebrek aan organen is momenteel de belangrijkste hinderpaal voor transplantaties. Er zijn onvoldoende donors om aan de behoefte in België te voldoen. Gevolg: steeds langere wachtlijsten en helaas patiënten die overlijden.
Er bestaan twee soorten donors : Levende donors Deze donors staan weefsels af die opnieuw kunnen aangroeien (bloed, beenmerg) of organen of delen van organen (nier, lever- of longkwab, deel van de pancreas of darmen).
Overleden donors Dat heet een post-mortem donatie. De donor is gestorven door hersen- of hartfalen. De meeste van de huidige donors zijn hersendood en kunnen meestal al hun organen en weefsels afstaan. Donors met een hartstilstand worden ook "Non Heart Beating" donors genoemd. Zij zijn voornamelijk een bron voor nieren en weefsels. Volgens de Belgische wetgeving kan het wegnemen van organen enkel worden uitgevoerd op een persoon (de donor) wiens overlijden is vastgesteld door drie artsen, die volledig onafhankelijk zijn van de teams die de organen wegnemen en transplanteren en van de arts die de ontvanger verzorgt. Hersendood is een diagnose waarvoor elk van de drie artsen persoonlijk en onafhankelijk de verantwoordelijkheid draagt. Het wegnemen van organen en weefsels is mogelijk bij elke Belgische burger of vreemdeling (tenminste 6 maanden hier gedomicilieerd) op voorwaarde dat de persoon bij leven geen verzet heeft aangetekend. Wie bereid is zijn organen na zijn dood af te staan, kan zich op het gemeentehuis laten registreren als donor. Bij gebrek aan een dergelijke uitdrukkelijke toestemming, voorziet de wet dat de familie in de eerste graad (ouders, kinderen en/of samenwonenden onder het zelfde dak) verzet mag aantekenen tegen het wegnemen.
Info: www.beldonor.be
|