Weet u wat u moet doen als u getuige bent van een epileptische aanval?

Laatst bijgewerkt: February 2018
123-zenuwcellen-neurolog-epilepsie-01-18.jpg

tips

Epilepsie is een veel voorkomende neurologische aandoening. Een op de 200 mensen heeft actieve epilepsie en een op de 20 mensen zal tijdens zijn leven een epileptische aanval krijgen. In België wonen er meer dan 60.000 epilepsiepatiënten. De kans bestaat dus dat u ooit iemand tegenkomt die hulp nodig heeft. 

Soms kunnen aanvallen op de openbare weg voorkomen: op straat, in de tram of metro, in een park… De meeste personen komen na enkele minuten terug bij bewustzijn en hebben meestal geen hulp nodig. Tenzij de persoon gewond is, is transport per ziekenwagen en ziekenhuisopname meestal niet nodig. 

Vaak hebben mensen met epilepsie een kaart/briefje bij
zich van de behandelende dokter, een roze kaart of dragen zij een SOS kenteken. Op de kaart of in het doosje staat vermeld wat u in geval van een aanval best doet.
Er bestaan veel van elkaar verschillende aanvallen. Iedere aanval vraagt om een andere benadering van de persoon die de aanval heeft. Vraag na bij de persoon die epilepsie heeft, wat u kunt of moet doen als hij/zij een aanval heeft.

1. 'Grote aanval'

Dit is de best gekende en meest opvallende maar niet zo vaak voorkomende vorm. Deze aanval gaat gepaard met plots bewustzijnsverlies. De persoon valt neer, verstijft eerst, waarna schokkende, ongecontroleerde bewegingen over het gehele lichaam volgen. De aanval kan gepaard gaan met urineverlies en/of tongbeet.

De aanval duurt slechts 2 tot 3 minuten en wordt vaak gevolgd door een diepe slaap.

Tijdens de aanval
Blijf kalm. Een aanval is in principe ongevaarlijk en stopt bijna altijd spontaan na een paar minuten. Het heeft geen zin om te proberen de persoon door aanspreken uit de aanval te halen. Hij of zij hoort, ziet en voelt immers niets; de normale reacties op prikkels van buiten zijn tijdelijk uitgevallen.

• Probeer te verhinderen dat de persoon zich kwetst: verwijder harde of gevaarlijke voorwerpen, hou nieuwsgierigen op afstand en laat de aanval natuurlijk verlopen.

• Verplaats de persoon niet, tenzij er gevaar is, bijvoorbeeld in een drukke straat, en probeer de schokkende bewegingen niet te verhinderen. Probeer de persoon nooit op te tillen.

• Bescherm het hoofd met iets zachts (jas, kussen...) of met uw handen of voorarmen.
• Maak knellende kleding los, en kijk na of de luchtwegen vrij zijn. Verwijder bril en gebit.
• Wanneer mogelijk draai de persoon op de zij in een veiligheidspositie (op de zij naar de grond gekeerd) opdat het overtollige speeksel naar buiten kan lopen wanneer het slikken nog niet terug normaal is en om de ademhaling te vergemakkelijken.
• Houd het uurwerk in de gaten tijdens de aanval. Gaat de aanval na ongeveer vijf minuten niet over of begint er na een grote aanval een tweede, dan moet u een arts of het nummer 112 bellen.
• Tijdens een grote aanval kan iemand blauw worden in het gezicht, vooral rond de mond. Het lijkt dan of iemand stikt, maar dat gebeurt niet. Bij een epileptische aanval ontstaat de blauwe kleur doordat de betrokkene niet ademt en wel veel zuurstof gebruikt. Het blauw worden, vindt plaats in het eerste deel van de aanval, wanneer de luchtwegen tijdelijk geblokkeerd raken. Daarna herstelt de ademhaling zich, waarna de normale kleur weer terugkomt.
• Steek nooit iets in de mond om tongbeet te vermijden. Dit kan negatieve gevolgen hebben: verstikken, reflex om over te geven, gebroken tanden, ontwrichte kaken.

Na de aanval
• Stel de persoon gerust na het bijkomen. Sommige mensen zijn nog enkele minuten verward, andere hebben meer tijd nodig voor een volledig herstel van het bewustzijn.
• Geef nooit te drinken voor de persoon helemaal bij bewustzijn is.
• Sommige mensen hebben hoofdpijn na een aanval. Blijf bij de betrokkene, observeer wat er gebeurt en neem de tijd op.

Wanneer is medische hulp nodig?
• Bij een eerste aanval van iemand die voordien nooit epilepsie heeft gehad.
• Als de aanval (schokkende bewegingen) langer dan 5 minuten duurt en u kent de normale duur van de aanval van deze persoon niet.
• Als de ene aanval volgt op de andere zonder dat de persoon bij bewustzijn komt.
• Als de persoon niet terug bij bewustzijn komt binnen de 10 minuten na de schokkende bewegingen. Het bewustzijnsverlies kan het gevolg zijn van een hersenschudding (denk eraan: sommige mensen slapen na een aanval, maar zij reageren als men hen wakker schudt; iemand die bewusteloos is reageert niet).
• Als de persoon zich ernstig gekwetst heeft (bloeding) of als de persoon zwaar gevallen is en kneuzingen (blauwe plekken) of pijn heeft.
• Als de persoon zwanger is.

2. Abscences of afwezigheid

Bij een absence is de persoon gedurende een zeer korte tijd buiten bewustzijn. Vaak merkt men er niets van en is wat dromerig staren het enige uiterlijke teken, soms gepaard met knipperen van de oogleden. Vallen is bij deze vorm van epilepsie zeldzaam.
Absences kunnen meermaals per dag voorkomen. Mensen zijn er zelf pas van bewust omdat zij de draad van hun verhaal kwijt zijn, of omdat het kind bijvoorbeeld in de klas niet meer kan volgen. 
Soms kan men een absence stoppen door de aandacht van de persoon op iets te vestigen, hem of haar aan te spreken of bij de arm te nemen.
Indien de absences blijven optreden, ondanks een regelmatige medicatie-inname, is het belangrijk dit te melden aan de arts. Hij kan dan nagaan of het inderdaad om absences gaat (het verschil tussen verstrooidheid en een absence is niet altijd evident) en zo nodig de medicatie aanpassen.

Soms worden absences niet goed onderscheiden van complexe partiële aanvallen, waarvan behandeling en oorzaken helemaal anders zijn.

3. Complex partiële aanval

Tijdens deze aanvallen is het bewustzijn in min of meerdere mate gestoord. De persoon kan raar gedrag vertonen, met verschillende verschijnselen: verwardheid, automatische bewegingen zoals smakken, slikken, aan de kledij friemelen, doelloos rondwandelen. De aanval duurt meestal enkele minuten. Volledig bewustzijn komt geleidelijk terug. Meestal kan de persoon dan gewoon doorgaan met zijn activiteiten.

• De aanval moet zijn beloop hebben en kan niet worden gestopt.
• Bij deze aanvallen moet de persoon zo nodig rustig weggeleid worden uit gevaarlijke situaties. Breng de persoon zo nodig naar huis.
• Stel de persoon gerust na de aanval en bescherm hem of haar tegen onaangename ervaringen. Vertel kalm wat er gebeurd is, hij of zij kan verlegen zijn en heeft begrip nodig.

Op de website van de Nederlandse epilepsieliga vindt u een aantal filmpjes over eerste hulp bij een epileptische aanval.

zie ook artikel : Maandag 12 februari: Internationale epilepsiedag: Tien zaken die u moet weten over epilepsie

Bronnen
www.epilepsieliga.be

www.epilepsie.nl

www.nvkvv.be/file?fle=191286

www.devoorzorg.be/antwerpen/gezond-actief/ZiektesBehandelingen/Ziektes/Pages/Epilepsie.aspx

www.uzleuven.be/nl/epilepsie
www.gezondheidenwetenschap.be/richtlijnen/epilepsie-bij-volwassenen

bron: www.epilepsieliga.be
verschenen op : 13/02/2018 , bijgewerkt op 13/02/2018
pub