In 9 STAPPEN reageren als uw kind gepest wordt

Laatst bijgewerkt: February 2018
logo-vl-week-pesten-2-01-18.jpg

tips

Ouders spelen een sleutelrol in de mate waarin kinderen zelfvertrouwen en een gevoel van eigenwaarde ontwikkelen. Dagelijks zijn er kansen om zo met hen om te gaan zodat ze zichzelf en anderen leren aanvaarden en waarderen.

Het is niet eenvoudig om goed te reageren als uw kind vertelt dat het gepest wordt. Bij elke stap in dit 9 stappenplan krijgt u suggesties van wat u kunt zeggen en hoe u kunt reageren.

STAP 1 Luisteren vanuit de eigen sterkte van uw kind. 
Neem voldoende tijd en kies een vertrouwde rustige plaats. 
Probeer kalm en aanwezig te blijven. Regelmatig en diep ademhalen kan helpen. 
Geloof  uw kind. Als het verhaal bijvoorbeeld niet helemaal lijkt te kloppen, vertrouw er dan op dat het later nog wel duidelijk wordt. 
Erken en waardeer de moed die uw kind nodig had om het probleem met u te ?bespreken. Zeg bijvoorbeeld: “Het kan niet gemakkelijk geweest zijn voor u om in een probleem als dit hulp te zoeken. Ik ben echt blij dat u me erover aansprak. Dat is heel dapper”. Vergeet niet dat uw kind verlegen kan zijn omdat het gepest wordt. We hebben nog altijd de neiging om slachtoffers mee de schuld te geven. Het is dus niet zo vreemd dat kinderen er soms ook zo over denken. 
Laat weten dat u de ernst van de situatie ziet. Benoem de situatie als een pestsituatie en zeg dat het onaanvaardbaar is. 
Zeg duidelijk dat uw kind nooit schuld treft, ongeacht wat uw kind wel of niet ondernomen heeft om het te stoppen. 
Vermijd de vraag of uw kind iets gedaan heeft dat het pesten kon uitlokken. 
Zeg dat u er altijd zal zijn en dat zij/hij er nooit alleen voor staat. 
Vermijd uw kind te bestempelen als een ‘slachtoffer’. Probeer een taal te gebruiken die zijn of haar ervaringen beschrijft. Bijvoorbeeld, “Je werd gepest”. 
Laat het ritme van het verhaal over aan uw kind. Onderbreek bijvoorbeeld niet om vragen af te vuren en laat gerust een stilte vallen. 
In de loop van het verhaal kan uw kind vertellen over stappen die het gezet heeft om iets aan het probleem te doen. Die informatie kan later heel nuttig zijn als u samen nadenkt over een strategie en nieuwe stappen voorbereidt. 
Stel zo veel mogelijk open vragen (waarop niet zomaar met ja of nee geantwoord kan worden). Met “Hoe lang is dit al aan de gang?” komt u bijvoorbeeld meer te weten dan ?met “Is dit zo al lang bezig?” 
Probeer geen vermoedens te uiten of uw eigen gevoelens op uw kind over te brengen. Ga na of u het verhaal goed hebt begrepen. U kunt bijvoorbeeld in uw eigen woorden herhalen wat u denkt gehoord te hebben. U kunt ook om verduidelijking vragen.
Help uw kind om zijn gevoelens te benoemen. Bijvoorbeeld, “Je ziet eruit alsof je je nu behoorlijk verdrietig voelt”, of “Dat moet nogal beangstigend zijn...” 
Maak duidelijk dat de behoeften en gevoelens van uw kind voorgaan op die van u. 
Maak liefst geen beloften, zoals dat het allemaal wel goed komt, dat het pesten nooit meer zal gebeuren, of dat u het aan niemand zult vertellen. Het zou namelijk kunnen dat u wel aan iemand hulp zal moeten vragen. 
Zeg dat diegenen die pesten de verantwoordelijkheid dragen en dat hun gedrag onaanvaardbaar is. Bijvoorbeeld: “Dat is echt niet oké. Niemand heeft het recht om iemand anders zo te behandelen!” of “Dat verdien je echt niet. Niemand verdient zoiets!” 
Maak duidelijk dat dingen kunnen veranderen en dat er altijd hoop is. Laat uw kind weten dat jullie niet machteloos staan. 

STAP 2: Maak duidelijk wat uw rol is en wat de beperkingen zijn. 
Als uw kind u in vertrouwen neemt, vraag dan zeker wat het van u verwacht. Misschien is uw kind alleen maar op zoek naar iemand om tegen te praten, of om zijn angsten te kunnen benoemen. Oudere kinderen zijn dikwijls op zoek naar iemand die wil luisteren en niet meer dan dat. Of misschien hopen ze dat u hen kan beschermen en het pesten kan stoppen zonder u tot de persoon te richten die pest. Geef uw beperkingen aan.

STAP 3: Brainstormen over een mogelijke aanpak
Brainstormen is een open manier om ideeën te verzamelen. Alle voorstellen zijn goed. Ze worden niet beoordeeld maar gewoon allemaal opgeschreven. U kunt voorzichtig zelf een voorstel doen om een aanzet te geven, maar het is beter om te wachten tot uw kind zelf met ideeën komt. Zo benut u de eigen sterkte van uw kind om het pestprobleem aan te pakken.

Op korte termijn kan het gemakkelijker lijken om als ouder zelf oplossingen te bedenken. Maar op langere termijn heeft dat weinig effect. Door kinderen mee te laten beslissen, erkent u hun mogelijkheden om met moeilijkheden om te gaan. Om iets te veranderen aan het machtsonevenwicht dat bij pesten zo’n grote rol speelt, is het van belang om kinderen zo veel mogelijk een stem te geven. Zo voelen ze dat ze zelf impact hebben en voelen ze zich minder machteloos. Daarnaast zullen ze ook gemakkelijker een plan naleven als ze het mee opgesteld hebben.

STAP 4. Mogelijkheden afwegen
Nu is het tijd om samen na te denken. Moedig uw kind aan om hier het voortouw in te nemen, maar uw bijdrage is natuurlijk zeer nuttig.
Enkele vragen die uw kind laten nadenken, waarna het gemakkelijker zelfstandig een besluit zal nemen:
“Wat zou er kunnen gebeuren als je beslist om...?” 
“Hoe zouden ze reageren indien je...?”
“En wat als het niet lukt om je na schooltijd op te halen?” 
“Wat zijn de voordelen en de gevaren van dit plan?” 
“Wat denk je van dit plan?” ?
Zowel uw toon als houding zijn van groot belang. Pas u aan tijdens het gesprek: aan de leeftijd van uw kind door uw woordgebruik, de toon in uw stem, uw lichaamstaal en gezichtsuitdrukking.

STAP 5. Mogelijke plannen of strategieën uitkiezen
Bespreek de voor- en nadelen van de verschillende mogelijkheden. Het belangrijkste is dat uw kind zoveel mogelijk zelf beslist, zonder dat het de indruk heeft dat het in een bepaalde richting wordt geduwd. ?
Het is zowel voor uw kind als voor uzelf belangrijk om te beseffen dat u altijd een andere mogelijkheid kan uitproberen als het eerste plan niet lukt. ?
 “Welk van de plannen zou je willen uitproberen?” 
“Aan welke dingen heb je nog gedacht?” 

STAP 6. Een plan uitwerken.
Help uw kind om zo concreet mogelijk het plan uit te werken. Stel bijvoorbeeld volgende vragen: “Wanneer is volgens jou het beste tijdstip om het te proberen?” en “Hoe kan ik je helpen om dat uit te zoeken?”

• Betrek uw kind zodat het zich gehoord, gewaardeerd, veilig en aanvaard voelt.
• Moedig uw kind aan om binnen zijn mogelijkheden zo veel mogelijk zelf keuzes te maken, plannen te bedenken en beslissingen te nemen.
• Help uw kind om een lijst op te stellen van zelfzekere, weerbare uitspraken en oefen die samen in. Als uw kind dit samen met een vriend wil doen, stel dan eventueel voor om samen te oefenen als de ouders van het andere kind daarmee akkoord gaan.

STAP 7. Het actieplan uitvoeren.
Zorg voor de nodige ondersteuning als uw kind de volgende stap gaat zetten. Het kan een onderdeel zijn van het actieplan om uw hulp of die van een vriend of iemand anders te vragen.

STAP 8. Het actieplan mee begeleiden
Dit is een belangrijke stap. Als de eerste poging om het plan uit te voeren niet zo goed gelukt is, kan uw kind ontmoedigd raken en opgeven. Uw kind zal met meer vertrouwen de eerste stap zetten als het weet dat het op u kan rekenen en dat u er zult zijn om te horen hoe het ging. Laat uw kind vooraf weten dat u het zo zult aanpakken. Blijvende steun is belangrijk, zeker als de eerste poging niet is verlopen zoals gehoopt. Hou hoop en vertrouwen en geef aan dat het mogelijk is dat er iets niet direct lukt. Vraag het kind hoe het gegaan is, wat er eventueel anders moet gebeuren.

STAP 9. Bijkomende stappen overwegen
Problemen oplossen doet u niet in één keer. Vaak horen er heel wat pogingen en mislukkingen bij. Maak uw kind duidelijk dat een probleem nog altijd aangepakt kan worden, ook als een deel van het plan niet gewerkt heeft. Overloop nog eens de andere mogelijkheden.

bron: www.kieskleurtegenpesten.be/nieuws/publicatie-wat-doe-je-als-ouder
verschenen op : 02/02/2018 , bijgewerkt op 02/02/2018
pub