Wat is niet-alcoholische leververvetting (NAFLD) en hoe ontstaat het?

Laatst bijgewerkt: December 2017
f-123-oorz-vette-lever-12-17.jpg

tips

Niet-alcoholische leververvetting (non-alcoholic fatty liver disease of NAFLD) is vandaag de meest voorkomende chronische leverziekte in westerse landen, en het aantal patiënten blijft stijgen. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de toenemend zwaarlijvigheid en de toename van type 2 diabetes. 

Geschat wordt dat NAFLD bij ongeveer 20 à 30 procent van de bevolking voorkomt. Het komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen. 

Als de leververvetting aanhoudt kan deze overgaan in leverontsteking en een volumetoename van de levercellen ('ballooning'). Dan spreken we van NASH, non-alcoholic steatohepatitis ofwel niet-alcoholische leverontsteking. Minstens een derde van de mensen met NAFLD krijgt na verloop van tijd NASH. Het is nog niet duidelijk waarom leververvetting bij de ene persoon wel en bij de andere niet leidt tot het ontwikkelen van NASH.

Hoe ontstaat niet-alcoholische leververvetting?
Leververvetting of -steatose is het ophopen van vetten in de levercellen. Zoals de naam niet-alcoholisch aanduidt is het niet het gevolg van overmatig of langdurig alcoholgebruik - wat ook een belangrijke oorzaak van leververvetting is. 

Hoe niet-alcoholische leververvetting of -steatose ontstaat, is nog niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk gaat het om een wisselwerking tussen het voedingspatroon, de darmflora en genetische voorbeschiktheid, waarbij de balans tussen opname van vetten en koolhydraten uit de voeding en opslag in vetweefsel en de lever verstoord raakt. Met als gevolg dat het vet zich ophoopt in de levercellen. Op een bepaald moment ontstaat een vicieuze cirkel met insulineresistentie tot gevolg.

• Een belangrijke functie van de lever is de vetstofwisseling. De vetstofwisseling is een proces waarbij ons lichaam vetten uit de voeding afbreekt en aanmaakt. Dit proces vindt voor een groot deel in de lever plaats. De vetzuren worden gebruikt als brandstof, bouwstof of omgezet in lichaamsvet.

Bij NAFLD en NASH is er meestal sprake van een te groot aanbod van vetzuren aan de lever. De lever is dan niet in staat om deze vetzuren te verwerken. De lever kan een kleine hoeveelheid vet in de lever opslaan, ongeveer 5 procent van het gewicht van de lever. Wanneer er meer vet in de lever wordt opgeslagen spreken we van leververvetting.
Leververvetting is een omkeerbaar proces. Dat houdt in dat de vetstapeling verdwijnt als de oorzaak wordt weggenomen.

• Daarnaast veroorzaakt een verstoorde suikerstofwisseling leververvetting. De suikerstofwisseling raakt verstoord door een ongevoeligheid voor insuline (insulineresistentie). Insuline is een hormoon dat wordt geproduceerd door de alvleesklier. Het regelt de bloedsuikerspiegel. Als we suikers eten stijgt het bloedsuikergehalte. Insuline zorgt ervoor dat de suikers in het bloed worden opgenomen in onze lichaamscellen. Het bloedsuikergehalte daalt dan. Door het veel en vaak eten van suikers stijgt het bloedsuikergehalte waarna insuline het weer laat dalen. Door grote schommelingen in het bloedsuikergehalte, kan ons lichaam ongevoelig worden voor insuline. De bloedsuikerspiegel blijft dan hoog. Ter compensatie gaat de alvleesklier steeds meer insuline aanmaken. Dit leidt uiteindelijk tot diabetes type 2. Het te veel aan suikers wordt in de lever omgezet in vetten. Deze vetten worden in de lever opgeslagen waardoor leververvetting ontstaat.

Risicofactoren
De belangrijkste risicofactoren voor NAFDL en NASH zijn:

• Obesitas (BMI>25), met vooral vet rond de buik (buikomtrek meer dan 94 cm voor mannen en 80 cm voor vrouwen): naar schatting zou tot 90 procent van de mensen met obesitas NAFLD hebben. 
• Diabetes type 2: Meer dan de helft van de mensen met type 2 diabetes zou NAFLD hebben.
• Verminderde gevoeligheid voor insuline (insulineresitentie) en een verhoogd suikergehalte in het bloed (bloedglucosespiegel) door een verstoorde suikerstofwisseling.
• Een verstoorde vetstofwisseling met een verhoogd tyiglyceridegehalte in het bloed (Hypertriglyceridemie). 
• Een verhoogd cholesterolgehalte (Hypercholesterolemie), en vooral dan een te hoog LDL-cholesterol (de 'slechte' cholesterol) en een te laag HDL-gehalte (de 'goede' cholesterol).
• Een verhoogde bloeddruk.
• Leeftijd (+ 50 jaar). 
• Mogelijk ook: slaapapneu en schildklierstoornissen.

Veel van deze risicofactoren vormen samen het metabool syndroom en zijn mede het gevolg van een ongezonde leefwijze met te weinig lichaamsbeweging en te calorierijke voeding.

zie ook artikel : Metabool syndroom

Bronnen
www.uzgent.be/leversteatose

www.thuisarts.nl/leververvetting/ik-heb-leververvetting

www.uzleuven.be/nl/niet-alcoholische-leververvetting

www.mlds.nl/chronische-ziekten/niet-alcoholische-steatose-hepatitis-nash/

www.leverpatientenvereniging.nl/nafld-en-nash

https://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/002/214/207/RUG01-002214207_2015_0001_AC.pdf

www.hepatitisinfo.nl/kennisbank/Aandoening.NAFLD_NASH/aDU1387_Leververvetting-NAFLD-en-NASH.aspx


verschenen op : 12/01/2018

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub