Wereld trombosedag: 11 risicofactoren voor een trombose

Laatst bijgewerkt: October 2017
123-afb-thrombus-stolsel-bloed-10-17.jpg

tips

Trombose is de afsluiting van een ader of slagader door een bloedprop (trombus). In ons bloed zitten stoffen die zorgen voor de bloedstolling. Ze komen in actie als u een wondje heeft. Het wondje sluit en het bloeden stopt. Als het bloed blijft stollen of het stolsel te groot wordt, dan zorgen anti-stollingstofjes dat de stolling stopt. Ook breken ze te grote stolsels af. Zo blijft het systeem weer in evenwicht.
Bij trombose gaat het mis met dit ingenieuze systeem van stolling en antistolling. Het bloed stolt, terwijl er geen wondje is. Of de bloedprop groeit door en wordt te groot. Dat kan een trombose veroorzaken. De bloedprop sluit het bloedvat af. Of er breekt een stukje van een stolsel af om verderop een bloedvat af te sluiten. Dit kan een longembolie veroorzaken. Als er een ader verstopt raakt, heet dat veneuze trombose. Een veneuze trombose kan leiden tot de chronische aandoening PTS (posttrombotisch syndroom). Wanneer een slagader verstopt raakt heet dat arteriële trombose. Dit kan een hartinfarct of herseninfarct veroorzaken. 
Risicofactoren voor een trombose
Trombose is een hele complexe aandoening, die kan ontstaan door verschillende oorzaken. Vaak is het ook een combinatie van meerdere factoren. Soms is helemaal geen aanleiding te vinden en ontstaat spontaan een stolsel. Daardoor krijgen ook jonge en sportieve mensen soms te maken met trombose. 
1. Versleten bloedvaten 
Trombose kan ontstaan als de kwaliteit van de bloedvaten niet goed is. Ouderdom, maar ook leefstijl spelen een rol. Roken, een hoog cholesterolgehalte, suikerziekte en hoge bloeddruk versnellen de slijtage van onze bloedvaten. Het risico op aderverkalking en trombose neemt dan toe.
2. Beschadigde bloedvaten
Een van de grootste oorzaken van trombose is een beschadiging aan een bloedvat, bijvoorbeeld door een ongeluk of een operatie. Met name orthopedische operaties waarbij een heup of een knie wordt vervangen, geven een hoog risico op trombose in de weken na de operatie. Daarom krijgt u bij een operatie meestal antistollingsmiddelen voorgeschreven.
Ook bij een gebroken enkel of been kan een trombose ontstaan, ook al is niet geopereerd.
3. Veranderingen in de samenstelling van het bloed door hormoongebruik of door ziektes zoals reuma en ontstekingen aan bijvoorbeeld darmen of longen
4. Erfelijke factoren
Bij sommige erfelijke afwijkingen kan het bloed sneller stollen.
• Factor V leiden-mutatie of protrombinemutatie. Bij deze mutatie werkt het eiwit proteïne C minder goed. Het risico op een trombose is vier keer zo groot als bij mensen zonder deze mutatie
• Een andere erfelijke aandoening is een teveel aan Bloedstollingsfactoren VIII. In dat geval stolt u bloed sneller dan normaal.  Het risico op een trombose is vier keer zo groot als bij mensen zonder deze afwijkingen.
• Een tekort aan antitrombine, proteïne C of proteïne S: drie eiwitten die de bloedstolling remmen. Als u een tekort aan een van deze eiwitten heeft, dan heeft u een 5 tot 10 keer zo hoge kans om een trombose te ontwikkelen. 
5. Boezem- of voorkamerfibrilleren 
Dit is een hartritmestoornis die de kans op trombose verhoogt. Bij boezemfibrilleren is sprake van een ontregelde elektrische activiteit in het hart. Het ritme en vaak ook de frequentie van samentrekken van het hart zijn verstoord. Daardoor stroomt het bloed in het hart wat trager en kan een bloedstolsel ontstaan. Dat bloedstolsel kan naar de hersenen schieten. U kunt dan een beroerte (herseninfarct, TIA) krijgen. Bij boezemfibrilleren wordt u daarom altijd behandeld met antistollingsmiddelen.  Deze middelen verlagen het risico op stolselvorming in het hart. Daarmee neemt ook het risico af dat het stolsel vanuit het hart wordt meegevoerd met de bloedstroom en dan bijvoorbeeld een herseninfarct veroorzaakt. 
Oorzaken en risicofactoren voor deze hartritmestoornis zijn onder andere hoge bloeddruk, andere aandoeningen van het hart (zoals beschadigde hartkleppen of slagaderverkalking), aandoeningen van bijvoorbeeld longen (tumor, longontsteking) of schildklier (hyperthyroïdie), diabetes, overmatig alcohol- of cafeïnegebruik, stress en neurologische stoornissen.

zie ook artikel : Voorkamer- of atriumfibrillatie: de meest voorkomende hartritmestoornis

6. Langdurige bedrust
Bij langdurige (bed)rust, bijvoorbeeld na een operatie, ongeval of blessure, stroomt uw bloed trager. Als u uw been of arm in het gips of een zwachtel heeft en minder mobiel bent dan normaal, kan ook een trombose ontstaan. Maar ook als u lange tijd stil zit, bijvoorbeeld tijdens de studie, kan een trombose ontstaan. Dit kan ook gebeuren bij jonge en sportieve mensen.

7. Langdurige vliegtuig- of busreis
Als u een lange reis gaat maken met de bus of met het vliegtuig heeft u op twee verschillende manieren kans op trombose.
• Uw bloeddoorstroom kan worden belemmerd. Dit geeft meer kans op een verhoogde stolbaarheid van het bloed en dus op trombose. Door een belemmerde bloedstroom stroomt bloed langzamer dan normaal. Als u lange tijd stil zit (dat kan ook tijdens bijvoorbeeld de studie zijn), kan een trombose ontstaan. Dit kan ook gebeuren bij jonge en sportieve mensen.
• Een lange vliegreis, langer dan 5 uur, kan extra risico geven op een trombose, doordat het zuurstofgehalte van de lucht lager is. Dat heeft invloed op de samenstelling van het bloed, en kan ertoe leiden dat het bloed sneller stolt. Zeker in combinatie met langdurig zitten in een vliegtuigstoel.
Daarom is het bij lange reizen per vliegtuig, auto of bus goed om de volgende regels in acht te nemen: 
• Houd uw kuitspieren, voeten en armen goed in beweging.
• Zorg in ieder geval elke 2 uur voor wat beweging.
• Gebruik geen of nauwelijks alcohol en koffie.
• Drink ruim zonder te overdrijven.
• Gebruik geen slaapmiddelen (u wordt er erg slap van en beweegt veel minder, waardoor de bloeddoorstroming achteruitgaat).
• Draag geen strakke kleding en trek eventueel uw schoenen uit.
• Draag eventueel steunkousen aan beide kanten.

zie ook artikel : Longembolie na vliegtuigreizen - 'economy class' syndroom

8. Zwangerschap 
Vrouwen lopen tijdens de zwangerschap en in het kraambed een groter risico op het krijgen van trombose. Dat komt door een veranderende samenstelling van het bloed door toename van vrouwelijke hormonen bij zwangerschap.
Dit vormt vooral een risico in combinatie met erfelijke afwijkingen.

9. Anticonceptiepil 
Wanneer u de anticonceptiepil slikt verandert de samenstelling van uw bloed. U hebt meer vrouwelijke hormonen. Het risico op trombose neemt gemiddeld met vier keer toe. De zogenaamde tweedegeneratiepil geeft een iets kleinere kans op trombose dan de derdegeneratiepil.
Jonge, gezonde vrouwen hebben een kleine kans trombose te ontwikkelen als zij alleen de pil slikken. Als u boven de veertig bent en de pil slikt, neemt het risico toe. 
De meeste vrouwen die al eens trombose hebben gehad, krijgen het advies om een andere vorm van anticonceptie te kiezen. 
Als u een erfelijke afwijking hebt die uw kans op trombose verhoogt, is het raadzaam om met uw huisarts te bespreken of en zo ja en welke pil u zou kunnen slikken. 




10. Kanker
De behandeling van kanker met een chemo- of hormoonkuur kan de samenstelling van uw bloed veranderen. Door een andere samenstelling van het bloed kan het bloed sneller gaan stollen. Vrouwen die hormoontabletten of pleisters gebruiken, bijvoorbeeld bij de behandeling van kanker hebben een vergrote kans op het krijgen van trombose. Ook de ziekte zelf kan de samenstelling van uw bloed veranderen. 
11. Roken
Roken verslechtert de kwaliteit van de bloedvaten. Zo kan door roken slagaderverkalking ontstaan. De ontstekingen in de vaatwand kunnen vervolgens de bloedstolling aan het werk zettenstollingsfunctie van uw bloed activeren en een trombose veroorzaken. Een hoog cholesterolgehalte, suikerziekte en hoge bloeddruk spelen hierbij ook een belangrijke rol. 

zie ook artikel : Beroerte ( Cerebro Vasculair Accident of CVA)

Bron:
www.trombosestichting.nl


verschenen op : 13/10/2017

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub