Azoöspermie: Het verhaal van Dieter

Laatst bijgewerkt: September 2017
HD-123-labo-staal-sperma-ivf-08-17.jpg

mijn verhaal “Zou je graag kinderen willen?” Mijn vriendin, die ik nu mijn vrouw mag noemen, kwam al vrij snel in onze relatie met deze vraag op de proppen. Hoewel ik daar tot dan toe nog niet al te veel had bij stilgestaan, voelde ik mij wel klaar om aan een nieuw hoofdstuk in mijn leven te beginnen.

Trouwen en kindjes krijgen

De kindjes mochten komen, maar we wilden wel eerst nog trouwen. Enkele maanden daarvoor stopte mijn vrouw met de pil. We waren er klaar voor! De eerste maanden waren we nog druk bezig met de praktische beslommeringen voor ons huwelijk en de maanden erna was het vooral genieten van elkaar. Toch waren we elke keer licht teleurgesteld als mijn vrouw haar maandstonden kreeg, maar echt zorgen maakten we ons (nog) niet.

Na een negental maanden kwam de eerste vertwijfeling. Waarom lukt het niet sneller om zwanger te geraken? Zouden we toch niet beter een fertiliteitscentrum contacteren, dan kunnen die ons geruststellen. Een aantal weken later zaten we al in de wachtzaal van zo’n centrum en deden we ons verhaal bij de dokter. Die zag geen reden tot ongerustheid aangezien we nog geen jaar ‘aan het proberen waren’, maar hij wou gerust een aantal testen doen. Voor mijn vrouw werd een afspraak gemaakt voor verder onderzoek en ik werd uitgenodigd om een spermastaal binnen te brengen.
De vakantie kwam ertussen en zorgde ervoor dat het even duurde voor we opnieuw konden langsgaan voor de resultaten. We waren beiden toch wat zenuwachtig en spraken elkaar moed in. Wat zou het verdict zijn? Mocht er een probleem zijn, dan bestaat er vast en zeker een oplossing voor ...

123-HD-koppel-zwtest-vruchtbaarh-08-17.jpg

Zo voelt het als een tientonner over je heen rijdt

De dokter excuseerde zich even voor de wachttijd, maar kwam onmiddellijk ter zake: “Mijnheer, in uw staal hebben we geen spermacellen gevonden”. Het was alsof er een tientonner over mij heen reed. Tijd voor vragen of om het even te laten bezinken was er blijkbaar ook niet, want meteen volgde de vraag: “Wanneer kan u bij de androloog langskomen voor verder onderzoek? Maakt u zich geen zorgen, we kunnen nog steeds met een donor werken indien nodig. Jullie mogen nu in de wachtzaal wachten, de verpleegster komt zo dadelijk om bloed te prikken. Nog een prettige dag verder.”

Alvorens we goed en wel doorhadden wat er boven ons hoofd hing, zaten we terug in de wachtzaal. Mijn vrouw in tranen, ik onwezenlijk voor mij uitkijkend. Gelukkig is mijn vrouw lucide genoeg om wel aan mijn gevoelens te denken. “Als we geen kinderen kunnen krijgen die 100 % van ons zijn, hoeft het voor mijn niet, schat. We vullen ons leven dan wel op een andere manier in.” Zowel de koude mededeling van de arts als die ene zin van steun van mijn echtgenote, en het schril contrast ertussen, zijn me steeds bijgebleven. De rit naar huis kregen we geen woord gezegd. Terug thuis beseften we pas echt wat de omvang en betekenis van deze diagnose was. We kraakten allebei…

In eerste instantie dachten we dit alleen te willen verwerken. Maar we voelden snel aan dat we ons verhaal toch even kwijt moesten en ik riep mijn hulplijn in: mijn moeder.
Enkele dagen verstreken en er kwamen stilaan weer wat heldere momenten. We trokken ons op aan het feit dat er nog een waterkans was dat ze ons konden helpen. Tegelijkertijd stond ons besluit vast om naar een ander fertiliteitscentrum te gaan. Zoals we de vorige keer behandeld waren, dat wilden we nooit meer. Nieuwe afspraken werden gemaakt, nieuwe testen vonden plaats, maar helaas met dezelfde diagnose. Gelukkig was er deze keer wel aandacht voor onze gevoelens. We voelden ons nog altijd miserabel, maar we werden tenminste gesteund.

D-day bij de androloog

“Welke opties zijn er?” Dat was onze prangende hamvraag. De androloog was begripvol en nam de tijd om de boodschap over te brengen, maar die was niet mis te verstaan. Er restten ons twee pistes om onze kinderwens in te vullen: adoptie of een donor. Een aantal jaar geleden zei een papa van een zwaar gehandicapt meisje mij: “Elk huisje heeft zijn kruisje”, en die dag verstond ik dat maar al te goed.

Op consultatie bij de psycholoog

Doordat er een aantal maanden lagen tussen de eerste mokerslag en de raadpleging bij de androloog hadden mijn vrouw en ik veel tijd gehad om te praten, informatie op te zoeken en opties te overwegen. We hadden voor ‘D-day’ al uitgemaakt dat we het donorverhaal op zijn minst een kans wilden geven. We wisten dat zo’n donorproject gepaard gaat met verschillende stappen waaronder een gesprek met een psycholoog. Daar zouden we alvast mee starten. Na die verplichte consultatie voelden we ons onbegrepen en verbouwereerd: moeten wij ons nu echt eerst gaan bewijzen voor we ouders mogen zijn? Mensen die op een natuurlijke wijze zwanger worden, hoeven dat toch ook niet te doen … Maar achteraf bekeken heeft dit gesprek met de psycholoog ons sterk geholpen. Het begin van de consultatie had inderdaad iets weg van een verhoor waarbij we ons moesten verantwoorden, maar naarmate het gesprek vorderde werd ook ruimte gemaakt voor vragen van onze kant: “Hoe en wanneer vertel je aan je kind dat het door een donor werd verwekt?”. “Hoe lang zijn de wachtlijsten?” Na een dik uur stonden we terug buiten, nog steeds met veel vragen, maar ook met de wetenschap dat we sowieso tegen een wachttijd van zes tot negen maanden aankeken. Als ons ‘dossier’ al werd goedgekeurd …

Overal zwangere vrouwen

Ongeveer een maand later zaten we met klamme handjes terug in de wachtzaal. We wachtten op het verdict of we in aanmerking kwamen voor een KID-procedure(*). Ook al waren we er zelf nog steeds niet 100 % uit of we wel wilden verdergaan, we wilden die beslissing wel zelf kunnen nemen.
Zodra we in haar kabinet waren, stak de gynaecologe van wal: “Jullie dossier is vorige week op de staff meeting besproken. Alle elementen kwamen ter spraken, gaande van de medische problematiek tot de sociale kenmerken zoals jullie relatie en beroep. We kwamen tot het besluit om jullie op de wachtlijst te zetten.” Oef, zo ver waren toch al!
Nadat een aantal van mijn kenmerken zoals bloedgroep, kleur van haar en ogen werden genoteerd, kon het wachten beginnen. Zes tot negen maanden kon het duren voor we een ‘verlossend telefoontje’ zouden krijgen. Die periode was heel dubbel. Uit de onderzoeken bij mijn vrouw wisten we dat er daar in principe geen problemen mochten zijn en dat een zwangerschap dus vrij snel zou lukken zodra er een donor beschikbaar was. Langs de andere kant is het alsof je in zo’n periode een extra zintuig kweekt voor koppels die in verwachting zijn. Overal rondom ons zagen we zwangere vrouwen, om nog maar te zwijgen van de ongetwijfeld goed bedoelde opmerkingen en grapjes van vrienden en collega’s: “Jullie zijn zeker de volgende met een kindje.” Slik … “Wel, hoe komt het dat het zo lang duurt bij jullie?” Krop in de keel … “Ja, we zijn zwanger, het ging wat sneller dan gepland.” Op het randje van kwaad worden … De babyborrels waren elke keer een serieuze beproeving. Soms lukte het ons zelfs niet om te gaan.
(*) KID is de afkorting voor kunstmatige inseminatie met sperma van een donor

Bel me eens als je kan

Ik kreeg op mijn werkadres een mail van mijn vrouw: “Bel me eens als je kan…” Met een trillende stem kon ze nog net uitbrengen dat het ziekenhuis haar had opgebeld. Na een zevental maanden wachten was het onze beurt, zelfs nog sneller dan gehoopt. Die avond was een van de beste avonden sinds lang. Superveel zeiden we niet, denk ik, maar toch voelden we ons ineens terug een pak sterker.

De volgende stap was opnieuw langsgaan bij de gynaecoloog om de praktische zaken van de kunstmatige inseminatie te doorlopen. Zodra mijn vrouw ongesteld werd, konden we eraan beginnen. Na verschillende bloedtesten volgde de eerste poging. We waren hoopvol maar ook realistisch. De eerste keer ‘al prijs’ zou heel straf zijn. Het voordeel van kunstmatige inseminatie is wel dat je elke maand opnieuw kan proberen, we waren dus redelijk relaxed. Zowel poging een als twee mislukten en toen ook de derde faalde, werden we toch wat zenuwachtig. De gynaecologe probeerde ons gerust te stellen: “Er zijn geen indicaties waarom het niet zou kunnen lukken. Rustig blijven en geduld oefenen is de boodschap.”
Pogingen vier, vijf en zes zijn ook weer negatief. Ondertussen zijn we al een dik half jaar verder na het telefoontje van het ziekenhuis dat wij als de ‘verlossende telefoon’ beschouwden. Psychisch werd het nu ook heel zwaar, vooral voor mijn vrouw die telkens werd opgebeld voor het slechte nieuws en alle afspraken voor bloedafnames en testen maar moest zien te plannen met haar werk. Dit hadden we echt niet gedacht wanneer we aan de inseminatie begonnen. In onze planning waren we nu al enkele maanden zwanger …

Eerst zeven maanden wachten, dan zeven pogingen

De gynaecoloog stelde nu toch een kijkoperatie voor om eventuele andere problemen uit te sluiten. Daarbij werd er endometriose vastgesteld. Op de voorgaande echo’s en dergelijke was die blijkbaar niet zichtbaar. De endometriose was mogelijk de oorzaak van het niet zwanger geraken, maar de artsen konden dat vermoeden niet 100 % bevestigen. Het endometrioseweefsel zou in elk geval weggehaald worden en zou geen probleem meer mogen vormen.

Omdat we ons beiden zowel fysiek als psychologisch leeg voelden, besloten we eerst nog eens samen op vakantie te gaan voor we verder gingen met de behandeling. De vakantie deed ons deugd, maar we voerden ook zware gesprekken: “Willen we overschakelen naar IVF indien het nodig blijkt?” “Hoe lang willen we nog blijven proberen?” We beslisten om toch nog een paar pogingen te doen en minstens eenmaal een IVF-behandeling te volgen indien nodig.

Enkele weken later deden ze dan maar poging nummer zeven. Ik kreeg een sms op mijn werk dat de test positief was. Wow, dit had ik niet verwacht. Ik probeerde de grote glimlach op mijn gezicht te verbergen en belde mijn vrouw op. Ze was even hard van slag als ik, gelukkig in de positieve zin. Een week later waren de bloedresultaten opnieuw positief, alles leek goed te verlopen. Buiten het feit dat de klassieke misselijkheid wat langer aanhield dan meestal het geval is en een passage op de spoed voor een onschuldige – zo bleek gelukkig – bloeding verliep de zwangerschap vrij vlot. Op de echo na twintig weken was duidelijk te zien dat we een dochtertje mochten verwelkomen.

100 % papa

De laatste weken van de zwangerschap werd ik toch wat nerveuzer. Allemaal zorgen die onnodig bleken wanneer ik mijn dochter na een vlotte bevalling voor het eerst in mijn armen mocht houden. Ik was op slag verliefd op onze kleine meid.
We hebben sinds de geboorte van onze dochter al vaak binnenpretjes gehad als iemand zei dat ze toch ‘ook wel veel van de papa heeft’.
Het was een zware beslissing en we begonnen eraan met een klein hartje, maar ik ben ervan overtuigd dat we de beste beslissing hebben genomen. Ook al heb ik genetisch geen band met mijn dochter, ik ben er rotsvast van overtuigd dat ik een echte papa voor haar zal zijn vanuit de waarden die ik haar zal meegeven in haar opvoeding.

De verdwaalde ooievaar

HD-cover-kinderw-omwegen-08-17.jpg



Dit openhartig en aangrijpend verhaal van Dieter komt uit het boek ‘Kinderwens met omwegen’, een bundel van authentieke getuigenissen neergepend door mannen en vrouwen met een onvervulde kinderwens.

Het boek werd uitgegeven door vzw De verdwaalde ooievaar, een organisatie die ondersteuning en informatie biedt aan mensen die met deze problematiek worden geconfronteerd.


Het boek kost 19,95 euro en kan worden besteld via de webshop: www.deverdwaaldeooievaar.be.




bron: Hilde Deweer, lifestyleredactrice
verschenen op : 11/09/2017

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub