Leesproblemen bij het kind

Laatst bijgewerkt: October 2014

dossier Leerstoornissen zijn het gevolg van specifieke problemen die zich manifesteren in het leren van schoolse vaardigheden, zonder dat andere gebieden van de ontwikkeling vertraagd hoeven te zijn. Kinderen met een leerstoornis hebben dus opvallende problemen met het leren van specifieke vaardigheden zoals lezen, spellen en/of rekenen.
Afhankelijk van de situatie spreekt men dan van een leesstoornis, een spellingstoornis of een rekenstoornis. Deze problemen kunnen ook in combinatie voorkomen.

school-bord-ll-klas-170-400_03.jpg
Leesstoornissen zouden voorkomen bij 4% van de kinderen.
Bij moeilijkheden bij het leren lezen is een multidisciplinaire aanpak aanbevolen. Daardoor kan men bijvoorbeeld een zuiver leesprobleem onderscheiden van een ander (breder) probleem waarin het leesprobleem kadert. Het blijkt irrelevant om een onderscheid te maken tussen trage en snelle lezers, of tussen 'spellers' en 'raders': uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat kinderen met ernstige leesproblemen eerder hun strategie aanpassen aan de omstandigheden (zoals moeilijkheidsgraad van de tekst of graad van vermoeidheid) dan dat ze steeds dezelfde strategie aanwenden.

Mogelijke relatie tussen oog- en leesproblemen

Refractieafwijking
Refractieafwijkingen kunnen aan de oorsprong liggen van leesproblemen. Deze aandoeningen spoort men best op door de gezichtsscherpte op afstand, voor elk oog afzonderlijk, te bepalen.
Voor een definitieve diagnose is een gespecialiseerd refractieonderzoek nodig.
Zonodig zal de oogarts een aangepaste behandeling voorschrijven om de oogafwijking optimaal te verhelpen. Dit kan van bijzonder groot belang zijn tijdens de periode waarbij het kind leert lezen.

zie ook artikel : Refractieve oogchirurgie

Asthenopie
Bij sommige kinderen met leesproblemen is er sprake van asthenopie, dit is snelle vermoeidheid van de ogen, al dan niet geassocieerd met hoofdpijn, verminderd zicht, lichtschuwheid en tranenvloed. Oorzaken hiervan zijn o.a. accommodatie- en convergentiestoornissen.
• Bij accommodatiestoornissen maakt men een onderscheid tussen een accommodatieinsufficiëntie (bijvoorbeeld door verziendheid) en een accomodatiespasme.
Voornaamste oorzaken hiervan zijn virale encefalopathieën en restletsels na een hoofdtrauma. Accommodatiestoornissen vereisen een gespecialiseerd onderzoek door de oogarts.
• Bij convergentiestoornissen is er sprake van een krampachtig of gestoord binoculair (tweeogig) zicht. Tekenen die daarop kunnen wijzen zijn het spontaan dichtknijpen van één oog tijdens het lezen of het afdekken van een brillenglas

Asthenope klachten - zoals vermoeide ogen, hoofdpijn en/of diplopie na een tijdje lezen - wijzen op een moeizaam fusioneren van de beelden van het linker- en rechteroog. Om een stoornis van het binoculair zicht aan te duiden is een gespecialiseerd oogonderzoek noodzakelijk.
Om het onderscheid te maken tussen accommodatie- en convergentiestoornissen kan het nodig zijn om een proefocclusie uit te voeren: één oog wordt dan gedurende enkele uren afgedekt in omstandigheden waarin de leesklachten meestal optreden (bvb in de klas of ’s avonds voor het huiswerk). Indien de klachten herhaaldelijk verminderen wanneer slechts één oog gebruikt wordt ligt een binoculair probleem aan de oorsprong van de leesklachten. Zoniet ligt de oorzaak van de leesmoeilijkheden niet bij de functie 'binoculair zien'.

schoolbord-2.jpg
Stoornis van visuele banen
Dyslexie verwijst naar de leerstoornis in het leren lezen en spellen. Tot op vandaag bestaat er nog veel onduidelijkheid over de oorzaken ervan. Er wordt aangenomen dat deze lees- en spellingsproblemen vooral veroorzaakt worden door beperkte fonologische vaardigheden, onafhankelijk van de algemene intelligentie. Maar steeds meer onderzoek toont aan dat er bij dyslexie wellicht ook sprake is van problemen in het snel verwerken van visuele informatie als oorzaak van leesproblemen.
Voor wat betreft de visuele banen zijn er drie grote voorwaarden vereist om goed te kunnen lezen:
• Het aanbod van een goed oculair beeld;
• Een goede geleiding van het beeld langs de visuele zenuwbanen;
• De opslag van een stabiel woordbeeld in de hersenen.
Sommige studies wijzen op een specifiek probleem ter hoogte van de visuele banen bij dyslexie.
Dyslectische kinderen vertonen voornamelijk specifieke moeilijkheden bij het aanleren van de geschreven taal en soms ook problemen met de spreektaal. Bij 80% van deze kinderen blijkt de oorzaak hiervan ter hoogte van de auditieve banen (gehoor) te liggen. Bij de resterende 20% zou het echter gaan om een storing van het visuele systeem. Het gaat hierbij om een tekort in één van de twee subsystemen van de visuele hersenbanen, namelijk in het zogenaamde magno-cellulaire systeem (dwz gevormd door grote cellen): dit systeem is verantwoordelijk voor de perceptie van globale vormen en beweging.
Bij het lezen maken de ogen regelmatige en afwisselende bewegingen van saccaden en fixaties. In de praktijk stelt men vast dat kinderen met leesmoeilijkheden vaak een onregelmatig oogbewegingspatroon vertonen tijdens het lezen. In een recente Vlaamse studie bij dyslectische kinderen werd aangetoond dat een deel van deze kinderen een probleem van convergentie vertonen (de convergentie kan niet volgehouden worden of de fusiebreedte is onvoldoende) .
Bij beginnende lezers zijn alle details van de letters van belang. Een storing in de visuele waarneming zou het nodige evenwicht van de oogbewegingen verstoren. Tijdens de kritische periode waarin het kind leert lezen (tot en met het tweede leerjaar) is het dus van cruciaal belang dat een goed letter- en woordbeeld opgebouwd worden. Indien dat niet het geval is, kan het hele leesproces daardoor in het gedrang komen.

zie ook artikel : Dyslexie

Behandeling

Kinderen met leesproblemen worden best multidisciplinair aangepakt door het team van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB). Een systematische doorverwijzing naar een oogarts is verantwoord omdat een probleem van convergentie of van fusiebreedte slechts uitgesloten kan worden door een volledig oogonderzoek.
Het tijdstip van de verwijzing is daarbij van groot belang: bril en convergentieoefeningen kunnen een leesprobleem niet oplossen, maar kunnen zorgen voor een goede start van het leerproces.

Het zogenaamde 'Irlen® syndroom'

Een commercieel centrum, dat regelmatig folders verspreid, beweert een nieuw syndroom te hebben ontdekt. Volgens hun folder zou het zogenaamde Irlen® syndroom een stoornis zijn die optreedt tijdens het visuele waarnemingsproces. Het volgende staat te lezen: 'Wanneer personen, die lijden aan het Irlen® syndroom, voortdurend worden blootgesteld aan het volledige lichtspectrum, vertonen zij concentratiestoornissen, gedragstoornissen en klagen over vermoeidheid van de ogen en over hoofdpijn… De gepatenteerde Irlen® methode maakt gebruik van spectrumwijzigende filters... Vooraleer zij het oog binnenkomen filteren de Irlen® filters selectief specifieke golflengten van het licht. Deze filters zijn met precisie gekleurde brillenglazen…”.
Onderzoek heeft evenwel aangetoond dat het gebruik van dergelijke filters bij kinderen met leesproblemen geen objectieve verbetering opbrengt, noch van de oculaire functie noch van de visuele hersenverwerking. Een eventueel placebo effect van deze filters kan echter niet uitgesloten worden, maar gezien de zeer hoge prijs van deze filters raden we het gebruik hiervan zeker NIET aan.

bron: VWV voor Jeugdgezondheidszorg
verschenen op : 01/10/2014 , bijgewerkt op 21/10/2014
pub