Leesproblemen bij het kind

Laatst bijgewerkt: October 2014 | 13 reacties

dossier Leerstoornissen zijn het gevolg van specifieke problemen die zich manifesteren in het leren van schoolse vaardigheden, zonder dat andere gebieden van de ontwikkeling vertraagd hoeven te zijn. Kinderen met een leerstoornis hebben dus opvallende problemen met het leren van specifieke vaardigheden zoals lezen, spellen en/of rekenen.
Afhankelijk van de situatie spreekt men dan van een leesstoornis, een spellingstoornis of een rekenstoornis. Deze problemen kunnen ook in combinatie voorkomen.

school-bord-ll-klas-170-400_03.jpg
Leesstoornissen zouden voorkomen bij 4% van de kinderen.
Bij moeilijkheden bij het leren lezen is een multidisciplinaire aanpak aanbevolen. Daardoor kan men bijvoorbeeld een zuiver leesprobleem onderscheiden van een ander (breder) probleem waarin het leesprobleem kadert. Het blijkt irrelevant om een onderscheid te maken tussen trage en snelle lezers, of tussen 'spellers' en 'raders': uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat kinderen met ernstige leesproblemen eerder hun strategie aanpassen aan de omstandigheden (zoals moeilijkheidsgraad van de tekst of graad van vermoeidheid) dan dat ze steeds dezelfde strategie aanwenden.

Mogelijke relatie tussen oog- en leesproblemen

Refractieafwijking
Refractieafwijkingen kunnen aan de oorsprong liggen van leesproblemen. Deze aandoeningen spoort men best op door de gezichtsscherpte op afstand, voor elk oog afzonderlijk, te bepalen.
Voor een definitieve diagnose is een gespecialiseerd refractieonderzoek nodig.
Zonodig zal de oogarts een aangepaste behandeling voorschrijven om de oogafwijking optimaal te verhelpen. Dit kan van bijzonder groot belang zijn tijdens de periode waarbij het kind leert lezen.

zie ook artikel : Refractieve oogchirurgie

Asthenopie
Bij sommige kinderen met leesproblemen is er sprake van asthenopie, dit is snelle vermoeidheid van de ogen, al dan niet geassocieerd met hoofdpijn, verminderd zicht, lichtschuwheid en tranenvloed. Oorzaken hiervan zijn o.a. accommodatie- en convergentiestoornissen.
• Bij accommodatiestoornissen maakt men een onderscheid tussen een accommodatieinsufficiëntie (bijvoorbeeld door verziendheid) en een accomodatiespasme.
Voornaamste oorzaken hiervan zijn virale encefalopathieën en restletsels na een hoofdtrauma. Accommodatiestoornissen vereisen een gespecialiseerd onderzoek door de oogarts.
• Bij convergentiestoornissen is er sprake van een krampachtig of gestoord binoculair (tweeogig) zicht. Tekenen die daarop kunnen wijzen zijn het spontaan dichtknijpen van één oog tijdens het lezen of het afdekken van een brillenglas

Asthenope klachten - zoals vermoeide ogen, hoofdpijn en/of diplopie na een tijdje lezen - wijzen op een moeizaam fusioneren van de beelden van het linker- en rechteroog. Om een stoornis van het binoculair zicht aan te duiden is een gespecialiseerd oogonderzoek noodzakelijk.
Om het onderscheid te maken tussen accommodatie- en convergentiestoornissen kan het nodig zijn om een proefocclusie uit te voeren: één oog wordt dan gedurende enkele uren afgedekt in omstandigheden waarin de leesklachten meestal optreden (bvb in de klas of ’s avonds voor het huiswerk). Indien de klachten herhaaldelijk verminderen wanneer slechts één oog gebruikt wordt ligt een binoculair probleem aan de oorsprong van de leesklachten. Zoniet ligt de oorzaak van de leesmoeilijkheden niet bij de functie 'binoculair zien'.

schoolbord-2.jpg
Stoornis van visuele banen
Dyslexie verwijst naar de leerstoornis in het leren lezen en spellen. Tot op vandaag bestaat er nog veel onduidelijkheid over de oorzaken ervan. Er wordt aangenomen dat deze lees- en spellingsproblemen vooral veroorzaakt worden door beperkte fonologische vaardigheden, onafhankelijk van de algemene intelligentie. Maar steeds meer onderzoek toont aan dat er bij dyslexie wellicht ook sprake is van problemen in het snel verwerken van visuele informatie als oorzaak van leesproblemen.
Voor wat betreft de visuele banen zijn er drie grote voorwaarden vereist om goed te kunnen lezen:
• Het aanbod van een goed oculair beeld;
• Een goede geleiding van het beeld langs de visuele zenuwbanen;
• De opslag van een stabiel woordbeeld in de hersenen.
Sommige studies wijzen op een specifiek probleem ter hoogte van de visuele banen bij dyslexie.
Dyslectische kinderen vertonen voornamelijk specifieke moeilijkheden bij het aanleren van de geschreven taal en soms ook problemen met de spreektaal. Bij 80% van deze kinderen blijkt de oorzaak hiervan ter hoogte van de auditieve banen (gehoor) te liggen. Bij de resterende 20% zou het echter gaan om een storing van het visuele systeem. Het gaat hierbij om een tekort in één van de twee subsystemen van de visuele hersenbanen, namelijk in het zogenaamde magno-cellulaire systeem (dwz gevormd door grote cellen): dit systeem is verantwoordelijk voor de perceptie van globale vormen en beweging.
Bij het lezen maken de ogen regelmatige en afwisselende bewegingen van saccaden en fixaties. In de praktijk stelt men vast dat kinderen met leesmoeilijkheden vaak een onregelmatig oogbewegingspatroon vertonen tijdens het lezen. In een recente Vlaamse studie bij dyslectische kinderen werd aangetoond dat een deel van deze kinderen een probleem van convergentie vertonen (de convergentie kan niet volgehouden worden of de fusiebreedte is onvoldoende) .
Bij beginnende lezers zijn alle details van de letters van belang. Een storing in de visuele waarneming zou het nodige evenwicht van de oogbewegingen verstoren. Tijdens de kritische periode waarin het kind leert lezen (tot en met het tweede leerjaar) is het dus van cruciaal belang dat een goed letter- en woordbeeld opgebouwd worden. Indien dat niet het geval is, kan het hele leesproces daardoor in het gedrang komen.

zie ook artikel : Dyslexie

Behandeling

Kinderen met leesproblemen worden best multidisciplinair aangepakt door het team van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB). Een systematische doorverwijzing naar een oogarts is verantwoord omdat een probleem van convergentie of van fusiebreedte slechts uitgesloten kan worden door een volledig oogonderzoek.
Het tijdstip van de verwijzing is daarbij van groot belang: bril en convergentieoefeningen kunnen een leesprobleem niet oplossen, maar kunnen zorgen voor een goede start van het leerproces.

Het zogenaamde 'Irlen® syndroom'

Een commercieel centrum, dat regelmatig folders verspreid, beweert een nieuw syndroom te hebben ontdekt. Volgens hun folder zou het zogenaamde Irlen® syndroom een stoornis zijn die optreedt tijdens het visuele waarnemingsproces. Het volgende staat te lezen: 'Wanneer personen, die lijden aan het Irlen® syndroom, voortdurend worden blootgesteld aan het volledige lichtspectrum, vertonen zij concentratiestoornissen, gedragstoornissen en klagen over vermoeidheid van de ogen en over hoofdpijn… De gepatenteerde Irlen® methode maakt gebruik van spectrumwijzigende filters... Vooraleer zij het oog binnenkomen filteren de Irlen® filters selectief specifieke golflengten van het licht. Deze filters zijn met precisie gekleurde brillenglazen…”.
Onderzoek heeft evenwel aangetoond dat het gebruik van dergelijke filters bij kinderen met leesproblemen geen objectieve verbetering opbrengt, noch van de oculaire functie noch van de visuele hersenverwerking. Een eventueel placebo effect van deze filters kan echter niet uitgesloten worden, maar gezien de zeer hoge prijs van deze filters raden we het gebruik hiervan zeker NIET aan.

bron: VWV voor Jeugdgezondheidszorg
verschenen op : 01/10/2014 , bijgewerkt op 21/10/2014

13 reacties

Leesproblemen - traagheid

door anoniem, 11 June 2016 om 17:38

hallo, hoe is het uiteindelijk verder verlopen; ik herken je verhaal en mijn zoon is ook in deze situatie. ik stel me vragen hoe en wat ik moet reageren.

Leesproblemen - traagheid

door els, 11 June 2016 om 17:38

hallo, hoe is het uiteindelijk verder verlopen; ik herken je verhaal en mijn zoon is ook in deze situatie. ik stel me vragen hoe en wat ik moet reageren.

leesproblemen bij kinderen

door anoniem, 30 October 2014 om 09:53

Mijn dochter moest het 2de lj dubbelen met cijfers van 80% voor rekenen en Nederlands enkel en alleen omdat ze het moeilijk had met lezen. Ze had leesniveau 2 op het einde van het 2e leerjaar. Na de zomervakantie heb ik haar van school veranderd: zonder een letter te lezen in juli en augustus had ze in nieuwe school op de 1ste schooldag leesniveau 4 en behaalde ze voor rekenen en Nederlands 100% => heeft mijn kind daarom haar 2de leerjaar moeten overdoen?!! De nieuwe school weigerde mijn dochter naar het 3de lj te laten overgaan omdat "de vorige school geoordeeld had dat ze haar jaar moest overdoen".De gevolgen draagt ze nu nog: pesterijen omdat ze een jaar gedubbeld heeft, iedere volwassene vraagt of ze nu in het 1ste middelbaar zit (want ze is 12j) = je kunt het dubbelen zelfs niet 'vergeten'; telkens wordt je als ouder en kind eraan herinnert, met achter de rug geroddel 'dat kind is dom'. Mijn dochter is voor altijd gestigmatiseert.

Een bijsluiter bij uw bril. HET BRAFO KIJKADVIES

door Stichting Brafo, 28 December 2006 om 13:56

Iedere bril met rechts en links verschillende sterkten en/of as richting veroorzaakt steeds wisselende forieën waardoor asthenopische klachten ontstaan, zoals hoofdpijn, duizeligheid, nek- en rugklachten en bij dyslexie kan dit in sommige gevallen zó storen dat lezen en schrijven bijna onmogelijk is. Het Brafo kijkadvies geeft aan in welke richtingen de minste klachten optreden en daardoor kan in veel gevallen weer comfortabel gezien worden. Afzender: Stichting Brafo Rijksweg 172 3784 LZ TERSCHUUR Nederland

Optoloog

door Margreet van Waveren, 16 February 2005 om 22:49

Ik ben moeder van een zoon die nu bijna 9 jaar oud is. Bij de controle's op het consultatie bureau constateerden ze dat mijn zoon niet goed kon zien. Ik ben toen bij de oogarts geweest en die meldde niet veel bijzonders wel dat hij een bril moest gaan dragen. Rechter bril glas SPH +2,50 -CYL -1,50 en AS 2. Het linkerbril glas moest SPH +5,25 - CYL -2,00 en AS 1. Dit was in het jaar 2000. Al die tijd hebben we bij de logopedist gelopen en hij moest zelfs zijn 'goede' oog een hele lange tijd afplakken zodat het slechte oog beter zou gaan werken. Er kwamen problemen op school met onthouden en zijn motoriek. Hij is daar door het PCL team bekeken en ook nog door een orhopedagoog/gz psycholoog onderzocht en ze dachten misschien aan dyslexie. Mijn man en ik dachten van ja dit komt niet in de familie voor maar als het zo is dan is het zo. Vlak bij ons huis zit een optoloog en als laatste wilde we deze een test laten doen zodat we echt alles hadden gedaan wat we konden laten testen. Dit was in 2003 Tot onze grote schrik hoorden wij dat zijn ogen heel erg slecht waren. Hij had totaal geen breedte zicht en zag alles in kokers. Wij zijn toen met lichttherapie gestart wat onze zoon vrij goed af ging. Daarna heeft hij nog ongeveer 8 visuele trainingen gehad en nu draagt hij geen bril meer. Net zoals u in het bovengenoemde bericht vermeld ben ik zeer teleurgesteld in onze oogarts want door deze toestanden heeft onze zoon een bijzondere grote achterstand opgelopen, zijn zelfvertrouwen is beneden peil en op school weten ze niet hoe ze hem moeten helpen met het op tempo gaan lezen. Ze beginnen weer over dyslexie. Ik zou zo graag willen weten of zeker al bij consultatie bureau's dit aan de aandacht gebracht moet worden en ook bij huisartsen want je kan al zoveel ellende voorkomen door de juiste onderzoeken. Ook u hoor ik niet over een optoloog. Ik zou graag reactie van u willen horen want ik ben niet de enige moeder die met dit probleem zit. Er zijn al twee moeders die mij benaderd hebben en hun verhaal kwijt moeten. Ik hoor het graag

bekijk alle 13 reacties

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub