Gelukkiger met een minder gevulde kleerkast

Laatst bijgewerkt: January 2017

dossier Het klinkt op het eerste gezicht als een contradictio in terminis, zeker voor een vrouw, maar het is een waarheid als een koe: een overvolle kleerkast maakt je niet gelukkig en bezorgt je (keuze)stress. En nu de soldenperiode is aangebroken, wordt er wellicht alweer een nieuwe lading kleren bij gepropt.
Hoog tijd dus om eens orde op zaken te stellen en je kleerkast een ‘minimalistische look’ te geven: minder gevuld maar beter ingevuld.

Maak plaats voor de essentie

Snel orde op zaken stellen en een gestroomlijnde garderobe creëren, is niet zo gemakkelijk. Wat moet er verdwijnen om de keuze te vereenvoudigen, hoe onderscheid je de ballast van de essentie?
De uitdaging is om de stukken die niet essentieel zijn en de kledij die niet 100% je ding is, te verwijderen. Zo kan je meer focus leggen op de juiste stuff die overblijft. Met andere woorden: gooi alles weg wat je niet mooi maakt of waarmee je je niet goed in je vel voelt en maak ruimte voor dingen die dat wel doen. 

123m-HD-kiezen-kledij-01-170.jpg
Bij een minimalistische levensstijl draait het niet om zo weinig mogelijk hebben en doen; het gaat over de juiste dingen hebben en doen, dingen die je leven waardevoller en beter maken. Bij een minimalistische kleerkast is dat net hetzelfde. Het doet er niet toe hoe je kleerkast er nu uitziet, met deze zes stappen kan je ze (terug) ‘in vorm’ brengen en daar zelfs plezier aan beleven!

1. Wees selectief: Reserveer je kastruimte voor je ‘coups de coeur’

Jezelf leren of dwingen om selectiever te zijn, is de meest efficiënte manier om je kleerkast of dressing een upgrade te geven. Probeer je je dressing in te beelden als een VIP ruimte, een clubje voor members only. Alleen de items waarvan je echt houdt en die je een goed gevoel geven, zijn uitgenodigd. Alles wat niet 100% past, versleten is, ongemak of irritatie veroorzaakt, net niet goed genoeg is, of wat niet compatibel is met jouw persoonlijke stijl is niet welkom.
Aan de start begin je dus met een eerste opruimingsbeurt.

Hoe evalueer je de inhoud?

Maak de kast of dressing volledig leeg, leg alles overzichtelijk open en verdeel de inhoud over drie stapels:

1. De blijvers
- kleren die je flatteren, kledij waarin je je goed voelt en die je heel vaak draagt.
- accessoires of kleren die een emotionele waarde hebben: een paar handschoenen van je moeder, een mooie zijden das van je vader ….

2. De ballast
- kleren die je nooit meer draagt. Als ze al twee jaar onaangeroerd in je kast hangen, dan zal je ze het derde jaar ook niet meer aantrekken.
- kledij die te klein of te groot is, die versleten is of helemaal passé.
Nieuwe bestemming: de kringloopwinkel of de kledingcontainer. Of verkoop de nog bruikbare stukken tweedehands.

3. De herkansers
Leg de twijfelgevallen samen en noteer welke stukken in welke kleuren je nodig hebt om ze ermee te combineren. Misschien blijven ze hangen omdat je niets hebt wat erbij past.
Zijn die twijfelgevallen een jaar later nog steeds niet gedragen, dan horen ze thuis in de volgende nieuwe stapel nummer twee (de ballast).
Om te checken of een kledinstuk al dan niet weg mag, hang je de kapstok omgekeerd wanneer je het aantrekt. Controleer na een jaar hoeveel kapstokken er nog niet zijn omgedraaid.

2. Orden je garderobe na de opruiming en geef ze een upgrade

123m-HD-kast-kledij-01-170.jpg
Hang al je préférés netjes aan mooie (houten) hangers die breed genoeg zijn, en rangschik ze per soort of per kleur. Je kunt ze ook per passende ensembles combineren of per seizoen, maar per soort krijg je het beste overzicht. Hang de lege kleerhangers aan de zijkant.
Vouw alle truien, topjes en T-shirts volgens kleur ‘boetieksgewijs’ op en leg ze in kleine stapels of in een ‘hokjeskast’. T-shirts met korte mouwen vormen een stapel, die met lange mouwen vormen een afzonderlijke stapel.
Leg alle accessoires (riemen, sjaals, mutsen, handschoenen, dassen …) per soort mooi opgerold of gevouwen samen in stijlvolle bakjes of dozen of gebruik hiervoor je kast/dressingindeling.
Vouw kousen en lingerie elegant op en schik ze overzichtelijk in lades of mandjes.
Leg overal fris ruikende geurballetjes of –zakjes.

3. Wees authentiek: Vergeet de conventionele stijltypes zoals ‘klassiek’ of ‘sportief’ en creëer je eigen unieke look.

Nu alles gescreend en geordend is, heb je een goede basis die je verder kunt uitbouwen volgens je eigen ‘persoonlijke stijl’. Baseer je daarbij niet op specifieke stijltypes en lijstjes van ‘garderobe essentials’, want die zijn niet geschikt als inspiratie voor stijlzoekers. Je kunt ze vergelijken met het effect dat dieethypes hebben op mensen die snel een paar kilo’s willen verliezen: het zijn snelle niet gepersonaliseerde oplossingen die je een tijdje het gevoel geven dat je op de goede weg bent, maar die uiteindelijk de basis van het probleem niet aanpakken. Met zo’n kant-en-klare ‘taille unique’ benadering - geen maatwerk maar hetzelfde stuk of dezelfde look voor iedereen - krijg je uiteindelijk ook een kant-en-klare taille unique dressing. Door de regeltjes en de platgetreden paden te volgen, ga je niet richting een sterke, echt persoonlijke stijl.
Het kan natuurlijk wel dat je van dezelfde kleuren, materialen en snit houdt als iemand anders, maar de manier waarop je deze stukken tot een outfit combineert, de stukken die jij uitkiest voor verschillende gelegenheden, en de looks die jij je aanmeet, zijn een reflectie van jouw unieke voorkeuren en van de invloeden die je doorheen de jaren hebt opgepikt.

4. Ga voor kwaliteit: Bouw een garderobe uit met kwaliteitsstukken die meer dan een (paar) jaar meegaan.

123m-HD-vr-blauw-kledij-2-01-17.jpg
Wie kiest voor kwantiteit in plaats van kwaliteit, moet aan het eind van het seizoen meestal veel kledingstukken weggooien. Dat is je reinste verspilling. Als je je oude motto wijzigt en ‘wees modieus’ inruilt voor ‘cultiveer je eigen persoonlijke stijl’ dan wijzigt je koopgedrag 180 graden. Zodra je selectiever wordt als het over de inhoud van je kleerkast gaat, over wat je overhoudt, zal je ook meer waarde hechten aan elk afzonderlijk stuk, en zal je waarschijnlijk niet meer tevreden zijn met goedkope, slecht gemaakte items. Je zult enkel nog kledij willen die goed aanvoelt op je huid. Degelijke kledij die niet uiteenvalt of –rafelt na een seizoen. Kledij die past bij je figuur, die je niet hindert in je bewegingen en die perfect matcht bij de contouren van je lichaam.

5. Word fan van modetrends die passen bij jouw stijl, maar laat de andere links liggen.

Stijl overtreft mode. Veel grote stijliconen van de laatste eeuw zijn of waren persoonlijkheden die niet willens nillens elke nieuwe trend volgden. Ze hadden hun eigen zeer specifieke looks en ze weken daar zelden van af. Mode moet net als muziek een feest van creativiteit zijn, het moet aangenaam aanvoelen. Ben je helemaal van kop tot teen volgens de laatste modetrend uitgedost en vind je dat fijn, dan moet je je daar niet slecht bij voelen. Maar je moet je zeker ook niet slecht voelen bij een outfit die jouw stijl is, maar die niet beantwoordt aan de huidige look.

6. Investeer in voldoende tijd en denkwerk om je eigen stijl te ontplooien en de juiste kledingstukken uit te kiezen.

Zoals met alles in het leven vraagt de juiste styling ook praktijkervaring. Je moet je oog trainen, experimenteren met een aantal looks en kleuren, en een stijlgevoel ontwikkelen dat natuurlijk en comfortabel aanvoelt. Je moet uitzoeken welke soorten kledingstukken het best passen bij jouw levensstijl en jouw figuur en je moet die veelzijdige garderobe kunnen bespelen. Je moet leren hoe je al die afzonderlijke stukken best gebruikt om ze te combineren tot een outfit die jij leuk vindt en waarin je er goed uitziet. En dat alles vraagt tijd!


Geïnspireerd op een artikel in Mindbodygreen en andere.

bron: Hilde Deweer, lifestylejournaliste
verschenen op : 09/01/2017

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub