Wereld Osteoporosedag: Preventie van osteoporose: Welke factoren verhogen het risico op osteoporose?

Laatst bijgewerkt: October 2016 | 1 reacties
Fotolia_3vr-osteoporsosis-31-15.jpg

tips Osteoporose of botontkalking ontstaat wanneer het bot sneller wordt afgebroken dan nieuw bot wordt aangemaakt. Daardoor worden uw botten broos en stijgt de kans op breuken. Bij jonge, gezonde mensen zijn de botaanmaak en -afbraak in evenwicht. Rond de leeftijd van 35 jaar is de maximale botmassa (piekbotmassa) bereikt. Daarna wordt er meer bot afgebroken dan opgebouwd. Bij oudere mensen en vrouwen na de menopauze is er te veel botafbraak en te weinig botaanmaak. Hoe hoger de piekbotmassa (die wordt opgebouwd voor de leeftijd van 35 jaar), hoe groter de botreserve en hoe kleiner de kans op osteoporose of hoe later osteoporose zal optreden.

Hoe kunt u osteoporose herkennen?
Osteoporose geeft op zich geen klachten. Zolang er geen breuken optreden, verloopt de afbraak van het bot pijnloos. Daardoor wordt de ziekte soms pas in een laat stadium ontdekt.
• Onverklaarbare pijn in de lendenen of onderrug is soms het eerste teken.
• Of u wordt kleiner (minimaal drie centimeter) en uw houding verandert door de inzakking of breuk van broos geworden wervels.
• Er kunnen ook spontane breuken voorkomen die wijzen op osteoporose, zoals een pols- of heupbreuk zonder ernstig trauma.

Risicofactoren
Is leeftijd de belangrijkste risicofactor voor osteoporose, ook tal van andere factoren kunnen een rol spelen. Een combinatie van risicofactoren verhoogt natuurlijk de kans op osteoporose en op botbreuken.

zie ook artikel : Doe eens de osteoporose-risico Test

Een deel van die risicofactoren kunnen we tot op zekere hoogte beïnvloeden om onze botten sterk en gezond te houden. Bent u nog geen 30 jaar, dan is het belangrijk om sterke botten op te bouwen. Bent u ouder dan 30 jaar, dan is het zaak uw botten stevig te houden en het verlies van botmassa tot een minimum te beperkten.

1. Leeftijd
Het risico neemt sterk toe vanaf 65 à 70 jaar. Osteoporose komt voor bij ongeveer 3% van de mannen en 19% van de vrouwen boven de 65 jaar.

2. Menopauze
Een op de vijf vrouwen krijgt na de menopauze last van osteoporose. Vrouwen hebben van nature gemiddeld minder botmassa dan mannen. Na de menopauze vermindert bovendien de aanmaak van oestrogenen. Hierdoor komt calcium niet meer in de botten terecht en dan wordt de botafbraak groter dan de botaanmaak. Dit heeft een rechtstreekse invloed op de snelheid van de botafbraak.
• De kans op postmenopauzale osteoporose bij vrouwen ouder dan 50 schommelt tussen de 15 en 30 %.
• Een vervroegde menopauze (voor de leeftijd van 45 jaar) en een verwijdering van de baarmoeder en de eierstokken op jonge leeftijd, verhoogt sterk de kans op osteoporose.

3. Erfelijkheid
75 % van de maximale botmassa is erfelijk bepaald. Hoe lichter de beenderstructuur, hoe groter de kans op osteoporose. Vrouwen wiens oma, moeder of zus osteoporose hebben, lopen meer kans op botverlies.
Tot nu toe zijn er nog geen hoog-risico-genen gevonden die osteoporose kunnen voorspellen. Er zijn wel een aantal veel voorkomende genmutaties gevonden die betrokken zijn bij de botgroei en -afbraak, en die waarschijnlijk een rol spelen bij het risico op osteoporose. Tussen 15 en 45 % van de bevolking zou een of meerdere van deze genmutaties hebben.

4. Langdurig uitblijven van de maandstonden
Vrouwen die lange tijd geen maandstonden hebben (omdat ze te mager zijn, te veel sport doen... of vanwege bepaalde endocrinologische aandoeningen zoals diabetes of Cushing's syndroom) hebben een verhoogde kans op botontkalking door het tekort aan oestrogenen.

5. Te weinig geslachtshormonen bij de man (hypogonadisme)
Mannelijke hormonen (androgenen) zijn noodzakelijk om de optimale piekbotmassa te bereiken en de botmassa bij de mannen te bewaren. Jonge mannen met een laag testosterongehalte hebben een lage botmineraaldensiteit.
Een tekort aan geslachtshormoon (testosteron) kan meerdere oorzaken hebben.
• Het kan aangeboren zijn, bijvoorbeeld niet ingedaalde teelballen, afwezigheid of onvoldoende ontwikkeling van de zaadballen, Syndroom van Klinefelter.
• Het kan een gevolg zijn van een ontsteking van de zaadballen, een operatie waarbij de zaadballen zijn verwijderd of bepaalde geneesmiddelen (zoals chemotherapie bij kanker).
• Het kan ook een gevolg zijn van een slecht werkende hypofyse (het gebied in de hersenen dat de zaadballen stimuleert tot de aanmaak van testosteron), bijvoorbeeld bij kinderen met het syndroom van Prader-Willi, door het gebruik van bepaalde geneesmiddelen, te veel ijzer in het lichaam of bepaalde aandoeningen van de hypofyse (bv. een gezwel).
• Met de leeftijd daalt het testosterongehalte op een regelmatige en continue manier. Het is echter niet aangetoond dat een laag testosterongehalte bij oudere mannen de kans op osteoporose verhoogt.

6. Onevenwichtige voeding met gebrek aan Calcium, Vitamine D en/of eiwitten
Voor het gezond houden van uw botten is het vooral van belang, dat u genoeg calcium binnenkrijgt, eerst tijdens de kinderjaren voor de opbouw van de maximale botsterkte, nadien voor het in stand houden van de botmassa en later voor het zoveel mogelijk beperken van het verlies aan botmassa. Voldoende aanbreng van calcium blijft een leven lang noodzakelijk.

• Voor menopauzale vrouwen en mannen boven de 50 wordt aangeraden om dagelijks 1,2 g calcium te gebruiken. Dat komt overeen met ongeveer 0,5 tot 0,7 l liter melk (of yoghurt, platte kaas, verrijkte sojamelk, enz.) plus 2 sneetjes kaas. Sommige groenten (o.m. spinazie, broccoli, groene kool), graanproducten, noten (amandelen, hazelnoten), droge vijgen, sardientjes en zalm in blik... bevatten eveneens calcium. Maar lang niet voldoende om melk te vervangen. Bovendien neemt het lichaam calcium minder goed op uit plantaardige voedingsmiddelen dan uit melkproducten.

• Voor 50-plussers die te weinig zuivelproducten eten – waarschijnlijk dat nogal wat mensen en zeker heel wat bejaarden niet aan 0,7 l melk per dag komen – kan een calciumsupplement worden aanbevolen. Meestal zal een extra inname van 0,5 tot 1 g elementair calcium per dag meer dan volstaan, bv. als calciumcarbonaat of calciumcitraat, of een combinatie met vitamine D.
• Een gebrek aan vitamine D komt zeer vaak voor bij ouderen en allochtonen, onder andere als gevolg van verminderde blootstelling aan zonlicht.
- Voor tieners tot 18 jaar raadt de Hoge Gezondheidsraad een voedingssupplement met vitamine D van 15 microgram (600 IE) per dag aan, afhankelijk van hun blootstelling aan zonlicht.
- Voor volwassenen die weinig in de zon komen (bijvoorbeeld omwille van nachtwerk, die gesluierd zijn) en tijdens de winter en voor mensen met donkere huidskleur: een voedingssupplement met 10 microgram (400 IE) per dag.
- Voor personen met een risico op osteoporose: 15 microgram (600 IE) per dag
- Voor ouderen: 20 microgram (800 IE) per dag
• Ook voldoende inname van eiwitten (uit vlees, gevogelte, vis, noten, granen...) is nodig voor een gezond bot. Het botverlies ter hoogte van de heup en de wervelzuil is groter bij oudere vrouwen en mannen waarbij de eiwit-inname zwak is, in vergelijking met zij die voldoende hoge hoeveelheden eiwitten innemen.

zie ook artikel : Wat is goed om te eten bij botontkalking?

7. Een laag lichaamsgewicht
Een laag lichaamsgewicht (minder dan 60 kg en/of een BMI onder de 20) is een risicofactor voor osteoporose.
Zwaardere personen hebben de neiging om een hogere botmineraaldensiteit te hebben en hebben dus sterkere botten.

8. Eetstoornissen
Osteoporose kan het gevolg zijn van eetstoornissen zoals, anorexia en boulimie. Door het onevenwichtige dieet wordt te weinig calcium opgenomen. Bovendien kan het belangrijke gewichtsverlies een impact hebben op de eierstokken die stoppen met de hormoonproductie, waardoor een oestrogeentekort optreedt, vergelijkbaar met wat er na de menopauze gebeurt. Hierdoor bestaat het risico dat de piekbotmassa uiteindelijk zeer laag ligt, en men reeds op jongere leeftijd osteoporose krijgt. 35 tot 50 % van de mensen met anorexia zou uiteindelijk osteoporose ontwikkelen.

9. Te weinig lichaamsbeweging
Hoe minder u beweegt, hoe minder sterk uw botten en spieren worden. Fysieke activiteit zorgt bovendien ook voor een verbeterde soepelheid en bewegingscoördinatie en een grotere spierkracht, waardoor de kans op vallen vermindert.
Als de botten verplicht worden meer gewicht te dragen, reageren ze door meer bot aan te maken. Studies tonen bijvoorbeeld aan dat schoolkinderen die regelmatig fysiek actief zijn, een hogere botdensiteit hebben dan zij die een sedentair leven leiden.
Elke vorm van lichaamsbeweging waarbij het lichaam met zijn eigen gewicht wordt belast, is zinvol. Bijvoorbeeld wandelen, tuinieren, joggen, tennissen, (rol)schaatsen, dansen en touwtje springen, en in mindere mate fietsen en roeien.

Zwemmen is minder effectief, omdat het lichaam dan niet echt wordt belast
• In de leeftijd van 6 tot 20 jaar wordt minimaal één uur fysieke inspanning per dag aanbevolen. De jaren daarna minstens dertig minuten matig fysieke inspanning per dag.
Langdurige bedrust verhoogt de kans op osteoporose.

10. Overmatig alcoholgebruik
Meer dan 2 eenheden alcohol per dag kan de kans op osteoporose en (heup)breuken bij mannen en vrouwen verhogen. Meer dan 4 eenheden alcohol per dag zou de kans op heupbreuken bij mannen en vrouwen zelfs verdubbelen.
Deze verhoging van het risico is deels te wijten aan de vermindering van de botmineraaldensiteit, die waarschijnlijk veroorzaakt wordt door een rechtstreeks giftig effect van alcohol op de cellen die het botweefsel opbouwen (osteoblasten).

11. Roken
Tabak vergroot de kans op osteoporose en botbreuken. Tabak verlaagt namelijk de botdensiteit en leidt tot een vermindering van de buitenste schil van het bot. Dit is zeker het geval bij postmenopauzale vrouwen, maar wordt ook reeds vastgesteld bij jongeren die roken. Dit zou kunnen betekenen dat de piekbotmassa lager ligt, waardoor de kans op osteoporose op latere leeftijd verhoogt. Mogelijk heeft het negatieve effect van roken ook te maken met een lager gewicht van rokers.

12. Gebruik van bepaalde geneesmiddelen
• Langdurig gebruik (meer dan 3 maanden) van sommige geneesmiddelen zoals corticoïden of een behandeling met sommige anti-epileptica, kunnen leiden tot versterkte botafbraak en verminderde botvorming.
• Ook een antihormonale behandeling bij onder meer borst- of prostaatkanker, kan de kans op osteoporose verhogen.
• Van andere geneesmiddelen (bijvoorbeeld sommige antidepressiva, benzodiazepines, maagzuurbindende middelen en protonpompremmers) is het minder duidelijk of ze al dan niet de kans op osteoporose verhogen.

13. Bepaalde chirurgische ingrepen
Bepaalde chirurgische ingrepen, zoals het verwijderen van de baarmoeder (hysterectomie) en de eierstokken (ovariectomie) bij vrouwen, of de verwijdering van een of beide teelballen bij mannen (orchidectomie) veroorzaken bij vrouwen een tekort aan oestrogenen en bij mannen een tekort aan testosteron. Hierdoor wordt minder bot aangemaakt.

14. Ziekten die de botstofwisseling beïnvloeden
Bepaalde aandoeningen kunnen bijdragen tot botafbraak, omdat ze een direct effect hebben op de botaanmaak en/of afbraak (bijvoorbeeld omdat ze de hormoonproductie beïnvloeden of de calciumopname tegengaan), of omwille van de geneesmiddelen die worden voorgeschreven, zoals corticosteroïden.

Het gaat ondermeer om:
• Schildklieraandoeningen: zoals hyperthyroïdie (overactieve schildklier);
• Diabetes mellitus (suikerziekte);
• Reumatische aandoeningen zoals reumatoïde arthritis, spondylitis ankylopoetica en systemische Lupus enrythematodes (SLE);
• Inflammatoire darmziekten (zoals ziekte van Crohn);
• Coeliakie;
• Chronisch obstructieve longziekte (COPD);
• Een ernstige lever- of nieraandoening,
• Diverse genetische aandoeningen, zoals cystische fibrose, Ehlers-Danlos Syndroom, Glycogeenstapelingsziekte, Hypercalciurie?, Ziekte van Gaucher, Hemochromatose, Homocystinurie, Osteogenesis imperfecta, Porfyrie?, Marfan syndroom...
• Diverse hematologische (bloed)aandoeningen, zoals Multipele myeloom, Sikkel cel ziekte, ?-Thalassemie, Hemofilie, Leukemie...
• Diverse erfelijke aandoeningen waarbij te weinig mannelijk hormoon wordt aangepaakt, zoals Klinefelter syndroom?, Turner syndroom, Prader-Willi Syndroom...

Bronnen:
http://www.nationaalkompas.nl/gezondheid-en-ziekte/ziekten-en-aandoeningen/bewegingsstelsel-en-bindweefsel/osteoporose/welke-factoren-beinvloeden-de-kans-op-osteoporose/
https://www.nhg.org/sites/default/files/content/nhg_org/uploads/osteoporose-en-fractuurpreventie.pdf
https://www.iofbonehealth.org/whos-risk
http://docplayer.nl/13767991-Zorg-voor-gezonde-beenderen-versla-en-stop-de-breuk-ken-en-verminder-uw-risico-s-op-osteoporose.html


verschenen op : 20/10/2016 , bijgewerkt op 19/10/2016

1 reacties

bekijk alle 1 reacties

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub