Hoe en wanneer aan uw kind vertellen dat het via een donor (KID) is verwekt?

Laatst bijgewerkt: April 2016 | 1 reacties

dossier Alhoewel er in ons land steeds meer koppels of alleenstaanden hun kinderwens met behulp van een sperma- of eiceldonor vervullen, hebben vele ouders er blijkbaar nog problemen mee om dat aan hun eigen kind te vertellen.
In het begin van de donorconceptiepraktijk werd meestal aangeraden om er met niemand over te praten. Men dacht immers dat het bekendmaken traumatisch zou zijn voor het kind, vernederend voor de ouders en/of dat het de band tussen ouder en kind negatief zou beïnvloeden.
Intussen zijn de tijden gelukkig veranderd en is men vrij algemeen van oordeel dat het beter is om er zo open en eerlijk mogelijk over te praten. Deze veranderde houding vloeit voort vanuit de overtuiging dat kinderen het recht hebben om de waarheid te kennen, en dat geheimhouding een ontkenning van de realiteit inhoudt en gezinsrelaties onder druk kan zetten.

Ouders beslissen

123-zw-buik-geschenk-strik-04-16.jpg
Maar uiteindelijk ligt de beslissing bij de ouders. Omdat het gebruik van donorsperma, -eicellen of -embryo’s door heteroseksuele koppels gewoonlijk niet zichtbaar is voor de buitenwereld, aarzelen vele ouders of weigeren ze er zelfs over te praten. Doordat er helaas nog steeds een maatschappelijk taboe rust op onvruchtbaarheid – zeker bij mannen – is het begrijpelijk dat zij het moeilijk vinden om hiermee naar buiten te komen, zelfs ten opzichte van hun eigen kinderen. Vaak zijn ouders ook gewoon bang om het te vertellen, bijvoorbeeld omdat ze bezorgd zijn over het effect van deze informatie op de band met het kind. Maar angst is natuurlijk geen geldige reden om de waarheid achter te houden. Voor lesbische koppels of alleenstaande vrouwen is het onmogelijk om niet open te zijn over het gebruik van donorsperma. Voor deze twee groepen van ouders is het “hoe” eerder dan het “al dan niet vertellen” de meest belangrijke vraag. Op de website van de Verdwaalde Ooievaar is een gratis boekje beschikbaar, 'Het vertellen en erover praten' met heel wat waardevolle tips.

Wat u als ouder ook beslist, het is belangrijk om van bij de aanvang van de behandeling daarover na te denken en samen te beslissen of jullie het kind al dan niet en zo ja wanneer zult vertellen over de donorconceptie.

Waarom het beter is om erover te praten

De vzw Donorkind ijvert ervoor dat ouders hun kinderen open en eerlijk inlichten over de manier waarop ze verwekt zijn. Volgens de vereniging heeft elk donorkind recht om zijn genetische en biologische achtergrond te kennen. Het getuigt van respect voor elk kind (jongere, volwassene) als een uniek individu.
Daarvoor bestaan meerdere argumenten.

• Als ouder bent u een belangrijke vertrouwenspersoon voor uw kind, en een levenslange leugen over een essentieel aspect van zijn of haar wezen staat hiermee in schril contrast. Geheimen hebben een negatieve impact op familie relaties en/of het kind.

• Geheimhouding kan aanvankelijk de gemakkelijkste keuze lijken, maar veel ouders geven aan dat het geheim na vele jaren toch zwaarder begint te wegen, en dat ze zich er steeds ongemakkelijker of schuldiger over voelen. Hoe meer tijd er intussen verstreken is, hoe moeilijker het wordt om het geheim alsnog te onthullen, en hoe groter de kans dat het kind toch geschokt of boos zal reageren.

• Wanneer er thuis over gesproken wordt en er ‘normaal’ mee omgegaan wordt, zal jullie kind aanvoelen dat hij/zij zich er niet over moet schamen, maar krijgt hij juist vertrouwen mee. Oudere kinderen kunnen ook al een gevoel van privacy ontwikkelen, en beseffen dat er een verschil is tussen privacy en geheimhouding. Ze merken en weten dat u niet alles van thuis aan iedereen vertelt. In het geval dat hij/zij opmerkingen zou krijgen van anderen, heeft hij ook de vaardigheden om deze te corrigeren of hierop te reageren.

• Kinderen voelen vaak dat er iets ‘anders’ is (door verschillen in uiterlijk, in talenten, door onbeantwoorde vragen of ontwijkende antwoorden…) en dit kan hun zelfwaarde en de familierelaties beïnvloeden, bv. sommige kinderen dachten dat ze geadopteerd waren.

• Medische informatie is belangrijk, ook de afwezigheid ervan. Zo kunnen artsen rekening houden met de afwezigheid van medische informatie en is het advies dat hij kan geven nauwkeuriger. In families met een genetische aandoening, kan het bij kinderen de angst wegnemen ook erfelijk belast te zijn.

• Als u het zelf vertelt, hebt u controle op de manier waarop uw kind het verneemt en dat uw kind ook de juiste informatie krijgt.

• U hebt als ouder nooit de volledige controle over een geheim. Er zijn intussen al vele gevallen bekend van donorkinderen die "het" per toeval ontdekten, bijvoorbeeld door in de biologieles te leren over erfelijkheid en vast te stellen dat hun bloedgroep niet klopte met die van hun beide ouders. Andere donorkinderen vernamen het van een familielid aan wie het geheim was toevertrouwd, maar die toch zijn mond voorbij praatte. Nog anderen kwamen het ongelukkiglijk te weten tijdens een vechtscheiding, waarbij een van de ouders het geheim verklapte in de hoop de andere ouder te benadelen. Dit zijn zeer pijnlijke situaties, die u als ouder beter voorkomt door van in het begin het kind eerlijk te vertellen hoe de vork in de steel zit.

Welke reacties mag u verwachten van kinderen?

Reacties zijn natuurlijk afhankelijk van de leeftijd. Een peuter luistert voornamelijk naar een verhaaltje over zijn geboorte, en geniet van het voorlezen op zich. Kleuters kunnen erg gefascineerd zijn door het gegeven hoe baby’s in de buik komen. Het vertellen van hun geboorteverhaal gaat in stukjes en beetjes omdat hun aandachtsspanne ook nog erg kort is en de interesse erg kan wisselen. Ze hebben ook nog geen ‘referentiekader’ en beseffen niet hoe hun verhaal anders is dan dat van leeftijdsgenootjes. Zonder ‘een norm’ wordt de informatie gewoon opgenomen zonder vragen.
Kinderen van de lagere schoolleeftijd reageren over het algemeen minder op een emotionele manier op het gegeven van de donorconceptie en stellen eerder technische vragen, indien ze er stellen. Dat is heel normaal. Het gemis aan reactie van hun kind, maakte dat sommige ouders zich ontgoocheld voelen omdat ze zelf eerder wat zenuwachtig, ongemakkelijk of spanning voelden bij het vertellen. Jonge kinderen begrijpen nog maar zeer weinig van de implicaties van donorconceptie.
Hoe meer kennis kinderen op school opdoen, hoe meer ze ook beginnen te begrijpen van erfelijkheid en overerving van kenmerken. Mede afhankelijk van de persoonlijkheid en interesse van jullie kind, en hoe jullie ermee omgaan, zal jullie kind andere vragen gaan stellen. Sommige jongeren kunnen verdrietig zijn omdat ze geen bloedband delen met een van de ouders, net zoals jullie ook liever een genetische band hadden willen delen met jullie kind. Jullie zoon/dochter kan vragen hebben over de persoon van de donor. Dit is een normale interesse in zijn/haar biologische achtergrond. Het zegt niets over de kwaliteit van jullie relatie.

Erover praten met familie en vrienden of niet?

123-tek-koppel-vinger-verdriet-04-16.jpg
In het begin, wanneer u de diagnose van onvruchtbaarheid verwerkt en/of wanneer u een behandeling met donormateriaal overweegt, hebben velen nood aan steun en een luisterend oor. Voor sommigen loopt de verwerking gemakkelijker wanneer ze erover kunnen praten. U kunt steun vinden bij elkaar, maar daarnaast kiezen velen er ook voor om erover te praten met familie en/of goede vrienden.
Best spreekt u duidelijk met elkaar af wie u wenst in te lichten en wanneer en wie (nog) niet. Hoe langer u wacht, hoe moeilijker het soms wordt.

Bovendien groeit het kind waarschijnlijk op in een atmosfeer van acceptatie als familie en vrienden het vanaf het begin geweten hebben. Op die manier valt niet te verwachten dat ze als 'anders' gezien worden en kunnen ze zelf rustig praten over hun oorsprong.
Vertel familie/vrienden wel dat u als ouder uw kind eerst zelf wil informeren.
Eens u jullie zoon/dochter verteld hebt over de donorconceptie, hebt u er geen controle meer over: jullie kind kan (en mag) er ook over praten met anderen. U kunt niet van uw kind vragen (of verwachten) dat hij/zij er met niemand mag over praten.

Vertellen aan leerkracht, arts?

Voor (huis)artsen is het belangrijk op de hoogte te zijn van de donorconceptie, om een correcte inschatting te kunnen maken en geen onjuiste genetische aanleg - dat jullie beiden de biologische ouders zijn van jullie kind - te veronderstellen. Ook al hebt u geen medische informatie van de donor, en is deze gecontroleerd bij de donatie, die informatie is niet up-to-date. Soms leert de donor ook meer over zijn familiale genetische aanleg en belasting naarmate hij ouder wordt. Daarom is het belangrijk uw arts hierover te informeren.
Of u ook de kleuterjuf of de leerkracht moet informeren, moet u zelf beoordelen. Een goede vuistregel is na te gaan of het in het voordeel is van uw kind. Gepest worden op jonge leeftijd kan bijvoorbeeld soms een probleem zijn voor kinderen van alleenstaande moeders of lesbische gezinnen en heeft vaak eerder te maken met het waargenomen ontbreken van een vader dan met de donorconceptie zelf. Het samen ingrijpen door de leerkrachten en ouders ter ondersteuning van het kind kan helpen.

Als het kind in de puberteit zit, komt de beslissing over openheid bij de jongere te liggen. Het is normaal voor een tiener dat hij/zij een aantal jaren niet over zijn/haar ontstaanswijze wil praten.

Anoniem of niet-anoniem?
Als wensouder hebt u in België niet echt te kiezen tussen een anonieme of niet-anonieme donor. Hoewel gameetdonaties in ons land in principe anoniem gebeuren, voorziet de wet ook de mogelijkheid tot niet-anonieme donatie. Deze optie (vaker 'gekende donatie' genoemd) werd voornamelijk toegevoegd omwille van de moeilijkheid die men ondervond om geschikte vrijwillige eiceldonoren te vinden. Om onredelijke wachttijden te voorkomen, besloot men om ontvangers toe te laten zelf een donor mee te brengen die ze persoonlijk kennen (vaak een zus of goede vriendin).

Hoewel het in principe wel toegelaten is, wordt gekende donatie zelden tot nooit toegepast bij spermadonatie. De meeste klinieken hebben een uitgesproken voorkeur voor anonieme donatie en raden dit dan ook aan aan wensouders. Ongeveer de helft van de Belgische fertiliteitsklinieken weigert zelfs om met gekende donoren te werken.

Zogenaamde 'identificeerbare donoren', die op het moment van de conceptie anoniem zijn voor de ontvangers, maar later via een bemiddelingsinstantie wel door hun nakomelingen getraceerd kunnen worden, zijn helaas nog niet toegelaten in ons land.
Momenteel liggen er verschillende wetsvoorstellen op tafel die hier verandering in willen brengen. Als u wensouder bent en donorconceptie overweegt, is het dus hoog tijd om u te bezinnen over de betekenis en impact van donoranonimiteit.

Veel ouders zien geen heil in gekende of identificeerbare donoren, en kiezen dus heel bewust en resoluut voor een anonieme donor. Voor ouders is het op het moment van de conceptie vaak comfortabeler dat de donor anoniem is. Ze dromen al lang van een eigen gezin, en willen verhinderen dat een onbekende buitenstaander hierin een rol zou spelen. Paradoxaal genoeg speelt deze nobele onbekende wel degelijk een rol in het gezin: vijftig procent van de genen van het kind werden er immers door aangeleverd.
Hoewel de ouders dit gegeven vaak onbelangrijk vinden, kan dit voor het kind zelf heel anders zijn. Veel donorkinderen geven aan dat hun donor deel is van wie ze zijn, en dat ze er ook graag meer over willen weten. Willen weten van wie u afstamt is een heel normale en zelfs universele behoefte, die los staat van de liefde die een kind voor zijn opvoedende ouders voelt. Het is zelfs zo dat sommige donorkinderen hun nieuwsgierigheid naar hun biologische afkomst verzwijgen voor hun ouders, omdat ze bang zijn hen hiermee te kwetsen.

Neem als ouder dus een open houding aan ten aanzien van de gevoelens en behoeften van uw kind, tracht ze te begrijpen, en probeer je niet bedreigd te voelen in uw rol als ouder, want dit is meestal nergens voor nodig.
www.donorkind.be/ouders

Wanneer vertellen?

Veel ouders zeggen dat ze het hun kind willen vertellen dat het via KID is verwekt als ze oud genoeg zijn om het hele verhaal te snappen. Dit is begrijpelijk. Het praten met heel jonge kinderen over zoiets persoonlijks lijkt een vreemd idee. Echter, het uitstellen tot later kan leiden tot moeilijkheden. U zal intussen aan familie en vrienden, maar ook aan het kind, misschien allerlei leugentjes en uitvluchten hebben moeten vertellen. De verstoorde verhouding door de leugens kunnen erger zijn dan de wetenschap over het gebruik van donorsperma/eitjes.
Alleenstaande vrouwen en lesbische moeders hebben meestal geen keuze: zij zullen bijna onvermijdelijk al vrij vroeg geconfronteerd worden met vragen van hun kind.

Voor de leeftijd van vijf jaar
Donorkinderen vertellen over hun achtergrond als ze nog jong zijn (zelfs als u hen niet veel informatie over hun donor kunt geven) is waarschijnlijk het beste voor hen. Ideaal is wanneer jullie zoon/dochter nooit anders geweten heeft dan dat jullie een donorgezin zijn.
Wanneer dat precies moet gebeuren, varieert naargelang de situatie van de individuele gezinnen, maar het beste moment om ermee te beginnen ligt volgens de meeste experts voor de leeftijd van vijf jaar. De twee meest geschikte kansen zijn wanneer uw kind nog een baby is of wanneer kinderen nieuwsgierig beginnen te worden naar waar baby’s vandaan komen en hoe ze zelf zijn ontstaan.
Dat wordt bevestigd door een recente Zweedse studie gepubliceerd in december 2015 in het vakblad Human Reproduction.
Indien het om de een of andere reden niet gelukt is jullie kind op jonge leeftijd in te lichten, of u bent bv. later van mening veranderd, dan is dit nog altijd mogelijk met de nodige voorbereiding.

Wanneer het proces van ‘het vertellen’ pas begint op de leeftijd van zes-zeven jaar, dan zal het begrip groter zijn naarmate ze dichter bij zeven jaar aanleunen, net zoals hun nood aan informatie groter zal zijn, inclusief over seks en niet-geassisteerde voortplanting. Het kan verleidelijk zijn om te denken dat wachten met ‘het vertellen’ tot ze zeven of zo zijn verstandig is, maar een groter begrip kan ook betekenen dat er meer kans is dat het kind geschokt is door het nieuws.
Het betekent enkel een beetje meer voorbereiden en oefenen op voorhand. Dit omdat een kind van zeven of ouder zal onthouden wat er gezegd is, welke toon in de stem heerst en welke de gebruikte lichaamstaal is, op een manier die niet zou voorkomen bij een jonger kind. Zelfvertrouwen en een comfortabel gevoel bij de ouders zijn de beste voorspellende factoren dat een kind er zich hetzelfde over zal voelen.

Hoe later de leeftijd waarop jullie kind op de hoogte wordt gebracht van de donorconceptie, hoe meer u rekening moet houden met de vraag waarom hij/zij niet eerder werd ingelicht. Het kan als een shock aankomen, wanneer hij/zij ineens beseft dat er geen genetische band is met een ouder.
De tienertijd is geen goede tijd om de informatie over de donorinseminatie/eiceldonatie voor het eerst te vertellen. Jonge mensen zijn druk bezig met uit te vinden wie ze zijn door hun eigen en hun ouders grenzen te verkennen. Nieuwe informatie die twijfel brengt in de vertrouwensrelatie, helpt niet in deze tijd van verandering. Onderzoek heeft aangetoond dat vertellen over de situatie in de puberteit of op volwassen leeftijd schade kan toebrengen aan huidige en toekomstige relaties. Het is moeilijk om weer vertrouwen te krijgen in mensen als blijkt dat men lang is voorgelogen.

Erg belangrijk is in ieder geval dat jullie zoon/dochter het niet van derden hoort, maar van jullie, zijn/haar ouders.

Hoe vertellen?

123-moeder-dochter-knuffelen-04-16.jpg

Zie het vertellen als een proces en niet als een eenmalige mededeling. Het verhaal dat u vertelt, zal meegroeien met jullie kind, zijn woordenschat en vragen, en zijn mogelijkheden om de informatie te begrijpen. Bekommer u niet om het feit dat u in het begin misschien moeite hebt met het taalgebruik. Beantwoord de vragen van uw kind (liever dan vertellen wat u als volwassene denkt dat hij/zij wil vragen) en gebruik daarbij eenvoudige, voor kinderen begrijpelijke woorden. Laat de details waar uw kinderen toch geen boodschap aan hebben achterwege. Een overvloed aan details kan hen misschien met een schuldgevoel opzadelen. Benadruk steeds de positieve aspecten van hun verwekking, druk uw kinderen bijvoorbeeld op het hart dat ze erg gewenst waren en dat u van ze houdt. U kunt daarbij gebruik maken van voorleesboekjes zoals bijvoorbeeld 'Een wereldwondertje'.

Vanaf de leeftijd van 2-3 jaar
Als uw kind begint te vragen waar baby's vandaan komen, of eerder als u dat zelf wilt - zeker als u al een kind hebt of iemand in uw naaste omgeving zwanger is - begin dan kleine stukjes informatie in het gesprek te geven, zoals: Soms hebben mama's en papa's hulp nodig van een dokter om een baby te maken.

Daarna kunt u bijvoorbeeld zeggen: 'Baby's worden meestal gemaakt van een eitje van een mama en een zaadje van een papa, maar omdat papa (een beetje ziek is geweest/geen zaadjes meer heeft/papa's zaadjes niet naar het eitje konden zwemmen), ben jij gemaakt van een eitje van mama en een zaadje van een aardige man die ons wilde helpen.' Of andersom in geval van eiceldonatie. U kunt die andere man of vrouw dan benoemen als de donor. Het woord ‘vader’ of ‘moeder’ gebruiken of ‘echte vader/moeder’ kan leiden tot het verwarren van de rol van de donor met die van een persoon die op een dagelijkse basis de moeder of vader is van het kind. De donor heeft een niet te ontkennen genetische verwantschap met de kinderen die hij of zij hielp creëren en verdient daarom om met respect en dankbaarheid naar verwezen te worden. Maar hij/zij heeft geen rol als ouder en maakt geen deel uit van het gezin.
Als het gaat om een donor die u kent, zult u van tevoren afspraken met elkaar moeten maken over de manier waarop u hierover met uw kind wilt praten. Als de donor een familielid is of een bekende die (regelmatig) bij jullie over de vloer komt, is het zeker belangrijk om dit goed af te stemmen, zodat geen van de partijen in onverwachte situaties beland.
• Maak gebruik van de gelegenheid, bijvoorbeeld als er iets op TV is of iemand in de omgeving zwanger is of net een baby gekregen heeft, om steeds dit soort informatie te herhalen en voeg er iets aan toe als 'dit deden papa en mama toen ze jou wilden krijgen' of 'zo ben jij er gekomen'.

Drie jaar is een goede leeftijd om het boek ‘Een wereldwondertje’ te introduceren als je dit nog niet gedaan hebt in een vroeger stadium.
Wees niet verbaasd als u geen enkele reactie krijgt. Kinderen hebben belangrijker dingen aan hun hoofd. Kom er gewoon af en toe op terug. Als u uw kind een bad geeft, kan bijvoorbeeld een goed moment zijn om wat over ditjes en datjes en zijn ontstaanswijze te praten. En wees voorbereid om mogelijkheden die zich voordoen aan te grijpen om informatie te herhalen of te checken wat ze hebben begrepen.

Rond de leeftijd van vijf jaar start een nieuwe fase in het leven van het kind. Een toename in hun denkcapaciteiten houdt in dat ze nu het verschil kunnen maken tussen fantasie en realiteit en dat ze als gevolg hiervan beginnen te vergelijken hoe dingen of mensen hetzelfde of anders zijn. Voor sommige kinderen kan een eenvoudig maar reëel begrip over hun ontstaan door donatie plaatsgrijpen en vragen, als ze komen, kunnen nieuwsgierigheid en/of enige vorm van ongerustheid omvatten.
De beste manier om hierop in te spelen is door blijvend gebruik te maken van aanknopingspunten in het dagelijkse leven om van tijd tot tijd de aandacht van uw kind bij het onderwerp te brengen. Bij het kijken naar een TV programma, het bericht van de zwangerschap van een vriendin, een bezoek aan het ziekenhuis voor een tweede kind of het lezen van een boek over gezinnen...

Vanaf een jaar of acht kunnen sommige kinderen meer gedetailleerde informatie willen over de behandeling en over wat voor een soort persoon de donor was en welke eigenschappen ze van hem/haar geërfd kunnen hebben.
Voel u niet schuldig als u de vragen van het kind over de donor niet kunt beantwoorden. Vertel wat u weet over de donor, maar besteed tegelijkertijd ook aandacht aan dingen die het kind hetzelfde doet als zijn/haar vader en moeder. Kinderen nemen immers gewoontes van hun ouders over. Ieder mens is een uniek wezen dat enerzijds wordt gevormd door zijn genetische oorsprong en anderzijds door zijn opvoeding en ervaringen.

Als uw kind gevoelens van boosheid, verdriet, frustratie of iets dergelijks voelt , in verband met het verhaal van zijn ontstaan of het gebrek aan informatie over de donor, luister naar hem/haar. Geef het kind de kans deze gevoelens te uiten en bevestig dat u begrijpt dat hij/zij zich zo voelt. Door het kind eerlijk, luisterend en steunend tegemoet te treden en voor hem/haar klaar te staan doet u alles wat u kunt om hem/haar het gereedschap te geven (veerkracht, gevoel van eigenwaarde, zelfbewustzijn) om uitgerust te zijn voor de dingen die het leven voor hem/haar in petto heeft.
Donorkinderen geven vaak aan dat ze blij zijn dat ze bestaan en beseffen dat ze er niet geweest zouden zijn zonder de donor.

Een online spel - De appel valt niet ver van de boom?

maakb-mens-spelappel-boom.png

De appel valt niet ver van de boom? is een online spel voor jong en oud. Zoek bij elk kind de juiste ouder. Laat je echter niet vangen, kinderen lijken op hun ouders maar uiterlijk zegt niet alles. Je hebt 90 seconden om de juiste combinaties te vinden. Met dit spel wil De Maakbare Mens het traditionele, sterk biologische denken over ouderschap nuanceren. Gezinnen bestaan er in allerlei soorten en vormen. Belangrijker dan hoe een gezin is ontstaan is dat het een warm nest is.
Speel hier het spel

Op de website van de Verdwaalde Ooievaar is een gratis boekje beschikbaar, 'Het vertellen en erover praten' met heel wat waardevolle tips.

Meer lezen
www.donorkind.be/ouders
www.deverdwaaldeooievaar.be/assets/uploads/het_vertellen_en_erover_praten.pdf
www.donorfamilies.be/informatie/je-kind-informeren
www.eicelacceptatie.be
www.freya.nl/web_kid/kidvertel.php?smnr=8
http://humrep.oxfordjournals.org/content/early/2015/12/04/humrep.dev293.full
http://humupd.oxfordjournals.org/content/19/6/714.full


verschenen op : 07/04/2016 , bijgewerkt op 06/04/2016

1 reacties

bekijk alle 1 reacties

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub