Plagiocefalie: een afgeplat hoofdje

Laatst bijgewerkt: February 2016

dossier Plagiocefalie is de afplatting aan één kant van het achterhoofd bij baby's. Plagio betekent plat en cefalie betekent hoofd. Zit de afplatting vooral centraal, dan spreekt men van brachycefalie, letterlijk: een kort hoofdje.
Meestal gaat het om een afplatting aan de rechterkant van het achterhoofd, maar ook links komt voor. U kunt het het beste zien als u van bovenaf op het hoofdje kijkt. Door de afplatting ligt het oortje aan die kant ten opzichte van de andere kant meer naar voren toe. Ook ziet u als het wat erger is dat het voorhoofd aan die kant iets meer naar voren komt. Als baby’s al veel haar hebben is het minder duidelijk te zien.

Soms kan ook het gezicht asymmetrisch worden. De stand van de oren kan links en rechts ongelijk zijn. Het oor aan de afgeplatte kant staat iets meer naar voren dan het oor aan de niet afgeplatte kant. De wang en de kaak kunnen ook betrokken zijn bij de afplatting. Ook kan een oogje wat meer geopend zijn dan het andere oogje.
Het is mogelijk om de mate van afplatting van het hoofdje te meten met een speciaal bandje en uit te drukken in een getal.

Komt plagiocefalie vaak voor?

afgeplat-hoofd-baby-01-16.jpg
Voor België zijn geen preciese cijfers bekend. Volgens onderzoek in Nederland zou het voorkomen bij circa 1 à 2 op 10 zuigelingen van 0 tot 6 maanden. Het komt meer bij jongens dan bij meisjes voor.
Gelukkig verdwijnt het meestal spontaan. Op de leeftijd van twee jaar blijken vrijwel alle gevallen van plagiocefalie te zijn hersteld zonder medisch of paramedisch ingrijpen.
Een afgeplat hoofdje komt vaker voor bij kinderen die te vroeg geboren zijn, bij kinderen die in stuitligging geboren zijn, bij meerlingen of bij eerste kinderen uit een gezin.

Oorzaken

Een afgeplat hoofdje is meestal niet bij de geboorte aanwezig, maar ontstaat in de eerste weken na de geboorte.
• De oorzaak is meestal een voorkeurshouding in de eerste maanden. Meteen na de geboorte draaien baby’s hun hoofd vaak naar dezelfde kant. Meestal gaat dit binnen enkele weken vanzelf over. Sommige baby’s blijven hun hoofd telkens naar één kant draaien of houden hun hoofd stil in het midden. Door de langdurige druk op het achterhoofd wanneer de baby meestal met zijn hoofd één kant op gedraaid ligt, kan het hoofdje platter worden. De structuur van de schedelbeenderen is op jonge leeftijd namelijk nog zeer zacht waardoor de vorm van de schedel kan beïnvloed worden door inwerking van de zwaartekracht en druk. Omdat het zeer jonge kind het hoofd nog niet vlot in alle richtingen kan draaien, kan het achterhoofd afplatten Uit onderzoek blijkt dat afgeplatte hoofdjes minder voorkomen waar de kinderen in buikligging slapen ten opzichte van landen waar kinderen op de rug slapen. Ook bij ingebakerde kinderen waarbij het hoofd geïmmobiliseerd wordt, worden meer misvormingen gezien door de permanente druk op het achterhoofd.

Sinds rugligging wordt aanbevolen voor baby's om wiegendood te voorkomen, bestaat de indruk dat steeds meer kinderen afplatting en andere misvormingen van het hoofdje vertonen. Het is echter niet duidelijk of het effectief meer voorkomt dan wel dat de ouders er meer op letten.

• Soms speelt de ligging van de foetus in het bekken van de moeder een rol, bijvoorbeeld omdat het hoofdje geklemd zit tegen het bekken van de moeder (bv. bij een stuitligging of een meerlingenzwangerschap).
• De grotere hoofdomtrek bij jongens dan bij meisjes, en het minder beweeglijk zijn van mannelijke foetus, zouden het vaker voorkomen van plagiocefalie bij jongens kunnen verklaren.
• Ook omstandigheden bij de bevalling kunnen een rol spelen. Bijvoorbeeld een vroege indaling, een kunstverlossing of een langdurige bevalling
• Soms kan het een gevolg zijn van spierprobleem (bv. een scheefstand van de nek door musculaire torticollis, te lage spierspanning in de nek zoals bij syndroom van Down),wervelafwijkingen of neurologische problemen (bv. hemiparese, een halfzijdige verlamming).
• Een zeldzame oorzaak is het te vroeg sluiten van de schedelnaden (craniosynosthose) . Het kinderhoofdje groeit namelijk op de plaats van de schedelnaden. Als de schedelnaden aan elkaar groeien, zal de schedel op die plaats niet meer groeien. De schedel krijgt hierdoor een afwijkend vorm.
Dit vraagt een andere aanpak dan een afgeplat hoofdje als gevolg van een bepaalde houding.

Is plagiocefalie ernstig?

Een afgeplat hoofdje geen gevolgen voor de ontwikkeling van de hersenen. Kinderen met een afgeplat hoofdje ontwikkelen zich net zo goed als kinderen zonder afgeplat hoofdje. Een craniosynosthose (zie hoger) kan wel gevolgen hebben voor de ontwikkeling van de hersenen.

De afplatting van het hoofdje kan wel gevolgen hebben door de symmetrie van het gezicht. Vaak bolt het voorhoofd schuin tegen over de afplatting aan het achterhoofd meer naar voren toe. Ook kan de stand van de oortjes niet gelijk zijn als gevolg van de afplatting van het achterhoofd. Bij een ernstige afplatting van het hoofdje kan ook de kaak en de wang vervormd zijn.

Hoe kunt u plagiocefalie voorkomen of verminderen?

123-baby-ligt-buik-01-16.jpg
Eenvoudige aanbevelingen zoals wisselende houding vanaf zeer jonge leeftijd (wanneer het kind wakker is), stimulatie in de bewegingen van het hoofd, vroegtijdig aanleren het kind in buikligging te laten 'spelen', tips tijdens verzorging en dragen van een kind, enz. kunnen dit probleem helpen voorkomen.

Slaaphouding = rugligging; wakker = op de buik
1. Vanaf de eerste dagen moet een wakker kind (onder toezicht) minstens drie tot vijf keer per dag in buikligging gelegd worden gedurende korte periodes (één tot vijf minuten), zodat vanuit die houding de motoriek goed kan ontwikkelen.
Geleidelijk aan moeten deze periodes in tijd langer gemaakt worden (vijf keer vijftien of drie keer dertig minuten per dag op de leeftijd van drie maanden)zodat het kind went en actiever wordt in buikligging.

2. Wisselhouding van het hoofd tijdens de slaap
• Leg uw baby altijd op de rug in bed. Leg hem met zijn hoofd gedraaid naar de niet-voorkeurskant. Soms lukt dat niet en draait hij zijn hoofd meteen weer terug. Probeer zijn hoofd dan nog eens voorzichtig te draaien als hij slaapt.
• Baby’s vinden het niet zo fijn wanneer u hun hoofd beweegt. Dan is er een andere manier: leg uw baby eerst op zijn zij aan de niet-voorkeurskant. Wacht tot hij rustig is en draai hem dan voorzichtig, heel ?langzaam terug naar rugligging, terwijl het hoofd naar de zijkant blijft liggen. Zijn hoofd blijft dan gemakkelijker naar de niet-voorkeurskant gedraaid liggen.
• Leg uw baby zo neer dat het licht van de niet-voorkeurskant komt (het raam, de deur). De invalshoek van het licht is zeer belangrijk omdat wanneer een kind wakker ? wordt het steeds zijn hoofdje draait naar de richting van waaruit het licht komt. U moet hiervoor misschien het bedje omdraaien of andersom opmaken.
• Als uw baby wakker is, kan een fel gekleurd speeltje of een muziekdoosje aan de niet voorkeurskant zijn aandacht trekken. Zorg er wel voor dat uw baby hier niet bij kan komen.

3. Wisselhouding tijdens verzorging
• Verzorg uw baby het liefst recht voor u, waarbij hij met zijn voeten naar u toe ligt, of zorg dat u aan de niet-voorkeurskant staat.
• Verzorg uw baby op een ruim oppervlak. Zo kunt u hem gemakkelijk draaien en rollen tijdens het verzorgen.
• Pak uw baby tijdens het verzorgen zo min mogelijk onder de oksels op om hem te verleggen. Rol hem liever tijdens het aan- en uitkleden op zijn zij en buik, en weer terug. Bij oprichten steeds het achterhoofd en de romp ondersteunen, en de armen niet ?laten opzij vallen.
• Regelmatig (bv. bij elke verluiering of verzorging) de nek voorzichtig mobiliseren; dit kan spelenderwijze gebeuren door visuele en auditieve prikkels vanuit verschillende richtingen.

4. Zoweel mogelijk wisselhouding tijdens voeding
• Het kind dus niet altijd op dezelfde arm dragen en voeden, maar afwisselend op de rechter- en linkerarm houden of recht voor u op de benen leggen tijdens het voeden.
• Zorg dat uw baby in een licht ronde houding wordt gevoed. Het hoofd mag niet achterover liggen.
• Bij borstvoeding wordt de houding van een baby vanzelf afgewisseld door het drinken aan de rechter- en linkerborst. Ook bij voeden met de fles kunt u de houding wisselen. Probeer bij flesvoeding het hoofd in het midden te houden of iets naar de niet-voorkeurskant gedraaid.

5. Dragen
• Probeer uw baby in een ronde houding te dragen. Zo vermindert u de spanning in de nek. Daardoor kan hij zijn hoofd beter zelf draaien. Draag uw baby niet met uw handen onder zijn oksels.
• Wanneer u uw baby op uw arm draagt, moeten zijn benen en heupen licht gebogen zijn en zijn armen naar voren liggen.
• Draag uw baby zó op uw arm dat hij spontaan naar de niet-voorkeurskant gaat kijken. Dit kan verschillend zijn, afhankelijk van waar uw baby graag naar kijkt.
• U kunt uw baby ook in buikligging op uw arm dragen. Het hoofd ligt dan op uw onderarm en deze arm steunt onder de borst; uw andere arm gaat tussen de benen door en steunt onder de buik.
• Oppakken kan heel gemakkelijk in een vloeiende beweging. Zorg dat u aan de niet-voorkeurskant van uw baby staat. Leg uw handen aan weerszijden tegen de zijkanten van zijn borstkas, iets onder zijn oksels. Rol hem nu naar u toe. Wanneer uw baby op zijn zij ligt, kunt u hem rustig zijwaarts optillen, zodat hij rechtop komt. Tijdens het optillen draait u uw baby verder naar de niet-voor- keurskant (u draait door in dezelfde richting als waarmee u begon). De rug van uw baby is nu vanzelf naar u toe gekeerd. U kunt hem vervolgens zo tegen u aan dragen en eventueel wat meer onderuit laten zakken. Op deze manier oefent uw baby de nekspieren van de niet-voorkeurskant. Het oppakken met draaien kan ook als u aan het voeteneind staat.

6. Op schoot en in een stoeltje
Laat uw baby op schoot in de kuil van uw benen zitten. Hierbij liggen zijn benen wat hoger en worden zijn schouders en hoofd goed ondersteund. Zijn armen komen daarbij gemakkelijker naar voren om te spelen.
Als uw baby met zijn voeten naar u toe op schoot ligt, kunt u ook prima met hem praten, zingen of spelletjes doen. Eventueel kunt u rustig wiegen met de benen.

7. Spelen op de rug
• Leg uw baby zó in de box dat licht en geluid van de niet-voorkeurskant komen.
• Wanneer uw baby op de rug ligt, kunt u met speelgoed zijn aandacht naar de niet-voorkeurskant trekken. Hang het speelgoed midden boven hem, op borsthoogte (bijvoorbeeld een bewegende mobiel). Heeft u hiermee de aandacht van de baby, verplaats dan de speeltjes geleidelijk naar de niet-voorkeurskant. Ook belangrijk: leg geen ander speelgoed aan de voorkeurskant. Deze kant moet zo saai mogelijk en liefst ook een beetje donker zijn

8. Spelen op de buik (altijd onder toezicht!)
• Leg uw baby al vanaf zijn geboorte elke dag een paar keer op zijn buik bij het verzorgen en bij het spelen, maar alleen onder toezicht! Zo leert hij zijn hoofd op te richten en rond te kijken. Na een paar maanden kan hij op zijn buik met de ellebogen onder zijn schouders liggen en wat gaan rondkijken.
• Baby’s vinden buikligging in het begin niet altijd prettig. Sommige baby’s gaan dan huilen. Geef niet te snel hieraan toe door hem weer om te draaien. Uw baby moet wennen aan de buikligging. U kunt uw baby helpen door een niet te dikke, opgerolde handdoek onder zijn borst te leggen. Zo kan hij wat gemakkelijker zijn hoofd optillen en gaan steunen op zijn ellebogen.
• Het optillen van het hoofd is gemakkelijker voor uw baby als u met uw handen licht op zijn billen drukt. Trek zijn aandacht met een speeltje of door tegen hem te praten.
• U kunt uw baby ook op zijn buik op uw eigen buik leggen. Dat kan als u ligt, maar ook als u wat onderuit gezakt in een stoel zit.
• Ook kunt u uw baby op zijn buik dwars op uw schoot leggen. Als u uw knieën over elkaar doet, ligt hij iets schuin en kan hij gemakkelijker zijn hoofd oprichten.
• Leg de speeltjes ook in buikligging aan de niet-voorkeurskant. De voorkeurskant moet ook hier weer heel saai zijn.

9. Spelen op de zij (altijd onder toezicht!)
• Als uw baby een voorkeurshouding naar rechts heeft en uit zichzelf veel beweegt, dan kunt u hem het beste op zijn rechterzij neerleggen. Wanneer uw baby dan “rondkijkt”, zal hij zijn hoofd vaker naar links draaien. Hij versterkt daarmee de spieren die de voorkeurshouding opheffen.
• Als uw baby een voorkeurshouding naar rechts heeft en uit zichzelf niet veel beweegt, dan kunt u hem het beste op zijn linkerzij neerleggen. Uw baby laat dan zijn hoofd in het midden liggen. Wanneer uw baby later toch zijn hoofd gaat optillen, leg uw baby dan alsnog op zijn rechter zij.
• Als uw baby een voorkeurshouding naar links heeft, moet u deze adviezen waar ‘rechts’ staat uiteraard ‘links’ lezen en andersom.

10. Spelen in gesteunde zit wordt afgeraden als het kind nog niet alleen kan zitten omwille van de onrijpheid van de rompspieren.

11. Het kind niet te lang in dezelfde houding laten, bv. de zitschelp (autozitje voor jonge zuigelingen) enkel gebruiken voor verplaatsingen maar niet als wandelwagen of als zitje overdag. Uw baby mag hooguit een paar keer per dag kortdurend in een wipstoeltje liggen, liefst niet langer dan een kwartier per keer. Zet het stoeltje dan wel in de ligstand.

12. De kinderen vroeg laten steunen op de voeten wordt afgeraden omdat daardoor de ontwikkeling van coördinatie en beweeglijkheid op andere vlakken wordt tegengewerkt.

Hoe wordt plagiocefalie behandeld?

123-kine-therap-baby-beh-01-16.jpg
Bij een groot deel van de kinderen verdwijnt het afgeplatte hoofdje vanzelf wanneer kinderen meer op hun buik gaan liggen of gaan zitten en niet meer zo veel op hun hoofd liggen. Behandeling is dan niet nodig.
Kinderen met een ernstige asymmetrie van hun hoofd hebben een grotere kans op een blijvende asymmetrie dan kinderen met een geringe afplatting van het hoofd.

1. Wisselende houding is belangrijk om de langdurige druk op een zelfde plaats te helpen vermijden. Omwille van de bewustwording van de gevaren van buikligging durven ouders de kinderen vaak niet meer op de buik leggen, ook niet tijdens de wakkere periodes. De kinderen worden dan soms wel eens in zijligging gelegd hetgeen zeker voor kinderen die nooit op de buik gelegd worden, een onveilige houding is.

2. Herpositionering: voorzichtig draaien van het hoofd wanneer het kind in rugligging ligt. Dit is vaak bemoeilijkt door de eventuele asymmetrische schedelvorm waardoor het hoofd terugkeert naar de oorspronkelijke positie. Deze methode is het meest efficiënt tot de leeftijd van 6 maanden.

3. Kinesitherapie om de mobiliteit van het hoofd en nekspieren te verbeteren en de voorkeurshouding te ontmoedigen. Kinesitherapie geeft het beste resultaat bij kinderen jonger dan 6 maanden.

4. In zeldzame gevallen kan een orthese of redressiehelmbehandeling toegepast worden. Over deze behandeling bestaat echter geen consensus en ze wordt nog zelden toegepast, ook omwille van de nadelen (huidproblemen, drukproblemen, overmatig zweten...).
De helm drukt op die delen van de schedel die uit vorm zijn geraakt. Door de vorm van de helm worden de afgeplatte delen gestimuleerd in groei terwijl de meer uitpuilende delen geremd worden.
De helm wordt 23 u per dag gedragen.
Deze therapie kan slechts gestart worden wanneer een kind voldoende nek-hoofdcontrole heeft, dus vanaf de leeftijd van 5-6 maanden. De kans op herstel wordt kleiner naarmate de behandeling later gestart wordt.
De vormverbetering betreft vooral het achterhoofd en in mindere mate het voorhoofd. De afwijkende oorstand blijkt in het algemeen niet te corrigeren.
De therapie wordt gestopt op de leeftijd van 1 jaar.

5. Speciale kussentjes waarbij de baby als het ware met het hoofdje in een kom ligt, zijn vanwege de kans op wiegendood sterk af te raden.

6. Bij een kind met te vroeg gesloten schedelnaden (craniosynosthose) kan een kleine operatie nodig zijn. Bij deze operatie wordt de gesloten naad geopend en worden 1 of 2 veren in de naad geplaatst. Na 12 weken worden de veren verwijderd via het oude litteken.
Als het kind ouder dan 6 maanden is wordt een uitgebreidere correctie verricht. Het hele achterhoofdsbot wordt losgemaakt en in een meer naar achteren geplaatste positie teruggezet. Deze operatie wordt bij voorkeur uitgevoerd als het kind tussen de 6 en 12 maanden oud is.

Wanneer moet u een arts raadplegen?

• Wanneer de misvorming sterk uitgesproken is, dus bij uitgesproken afplatting en/of ?voorwaartse verplaatsing van het oor;
• Wanneer er tijdens de eerste 2 maanden duidelijke verslechtering van de toestand ?is ondanks eenvoudige adviezen;
• Wanneer bij een kind met afwijkingen op de leeftijd van 4-5 maanden geen ?duidelijke verbetering optreedt.?

Bronnen
www.kindengezin.be/veiligheid/slapen/rugligging/#Leg-een-baby-altijd-op-zi
www.kindengezin.be/gezondheid-en-vaccineren/afwijkingen/schedel/default.jsp
lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/459/206/RUG01-001459206_2011_0001_AC.pdf
mijnkinderarts.nl/ziekten/botten-en-gewrichten/afplatting-achterhoofd-plagiocefalie/
www.ncj.nl/jgz-kennisportal/themas/knooppunt/?dossid=42
www.ncj.nl/landelijke-coordinatie/overzicht-landelijke-documenten/richtlijn/?item=26
www.kinderneurologie.eu/ziektebeelden/kinderhoofdjes/afgeplathoofdje.php


verschenen op : 18/02/2016

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub