Interview: Geluk: zit het in een klein hoekje? - deel 2

Laatst bijgewerkt: December 2016
123-man-depr-blij-psych-stress-12-15.jpg

boeken/interviews 'Geluk': het is binnen handbereik, het sluimert in ieder van ons! Lees hier het vervolg van het deel 1.

zie ook artikel : Interview: Geluk: zit het in een klein hoekje? - deel 1

Is geluk leeftijdsgebonden?

Wim: Geluk wordt met de leeftijd minder de energieke opgewonden ervaring. Zoals bijvoorbeeld van een feestende tiener die thuis een party houdt terwijl de ouders niet thuis zijn. Naarmate je ouder wordt, is geluk meer de vredevolle ontspannende ervaring. Bijvoorbeeld wanneer je na een drukke werkdag een heerlijk warm bad neemt.
De ouder is niet minder ‘gelukkig’ dan de jongere, het gaat om een andere invulling.
In de eerste fase van ons leven beschouwen we een doel relatief gezien meer als iets wat we kunnen bereiken en waarmee we onze situatie kunnen verbeteren. Later in ons leven zijn we iets meer gemotiveerd om minder te verliezen van wat we hebben opgebouwd en om de dingen vlot te laten lopen.

Sophie: Geluk is niet leeftijdsgebonden maar er zijn een paar uitzonderingen. De meeste kinderen zijn voor hun zevende levensjaar vaak gelukkiger omdat ze nog niet kunnen piekeren. Het is ook een feit dat de meeste mensen vaak gemakkelijker een mentaal evenwicht, het vertrouwen op zichzelf en een eigenheid vinden wanneer ze ouder worden. Tijdens ons leven zoeken we voortdurend naar antwoorden op de vraag hoe we ongelukkige gevoelens zoals angst, verdriet en liefdesperikelen kunnen vermijden of weg krijgen. Als alles goed loopt, vinden we meer antwoorden naarmate we ouder worden en die kunnen ons helpen om in balans te geraken. Zolang we nog geen antwoorden gevonden hebben die bij ons passen, blijven we vaak op zoek.

Is geluk cultuurgebonden?

123-man-depr-blij-psych-stress-12-15.jpg
Wim: Wanneer je aan verschillende culturen de vraag stelt in hoeverre iemand tevreden is met de kwaliteit van zijn/haar leven als geheel, kan je het geluksniveau meten en over verschillende culturen vergelijken. Onderzoekers dachten vroeger dat ‘geluk’ misschien meer een Westers concept is, maar uit de bevragingen in niet-Westerse landen blijkt dat dat niet zo is. ‘Geluk’ in zijn verschillende vertalingen blijkt herkenbaar en universeel. Wat we wel zien, is dat het geluksniveau systematisch hoger ligt in landen met een voldoende hoge levensstandaard, waar vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en rechtvaardigheid geen loze woorden zijn.

Sophie: Geluk is wel en niet cultuurgebonden. Niet cultuurgebonden: alle mensen streven ernaar om ongelukkige gevoelens weg te werken en gelukkige gevoelens te vermeerderen. Zo zijn alle zoogdieren geprogrammeerd. Dat hebben we dus allemaal gemeen. Wel cultuurgebonden: de manier waarop we dat doen. Elke cultuur heeft daar zo zijn eigen mening over en methodes voor. Geen enkele cultuur weet echter een algemeen antwoord want we zijn nog steeds niet met zijn allen gelukkig.

Speelt er een erfelijke factor?

Wim: Prof. dr. David Lykken, emeritus hoogleraar gedragsgenetica aan de Universiteit van Minnesota, ondervroeg gevangenen in de plaatselijke maximum security prison naar hun geluksgevoel. De meesten daarvan hadden nog meer dan tien jaar opsluiting voor de boeg. Een aantal bleek bijzonder ongelukkig, maar de meerderheid scoorde op zijn geluksschaal 'ver boven het gemiddelde van de brave burger'. Het verraste dr. Lykken niet, want geluk is volgens hem deels een genetische aangelegenheid. Hoe gelukkig een individu is, wordt voor zo'n 50% door zijn genen bepaald, schat hij. Bovendien heeft ieder mens een vast 'gelukspunt' waarnaar hij na een tijdje altijd weer terugkeert, of hij nu in de gevangenis zit of de lotto wint. Dat punt ligt vrij hoog, beweert hij: mensen die geleerd hebben om met tegenslagen om te gaan, hebben een voordeel. Dus al met al zijn zij een gelukkige soort.

Sophie: Er zijn zeker erfelijke factoren die een rol spelen. De familiale aanwezigheid van persoonlijkheidsstoornissen, angsten of depressies, speelt een enorme rol in de ontwikkeling van emotionele problemen. Ook hoogsensitiviteit speelt een grote rol: hoe sensitiever we zijn, hoe sneller we ons emotioneel in onbalans voelen.
Maar je kunt het ook omdraaien en denken: hoe emotioneler we zijn of hoe meer we in de knoop zitten, hoe gemotiveerder we zijn om gezond te leren omgaan met onze gevoelens. Hoe minder ook we echte problemen nodig hebben om te beseffen dat we alert moeten zijn met wat onze gevoelens proberen aan te geven.
Conclusie: ofwel geraken we sneller in de knoop door onze familiale predispositie ofwel leren we sneller hoe het juist in elkaar zit. Erfelijke factoren hangen duidelijk samen met hoe we er zelf mee omgaan of hoe je omgeving ermee omgaat (of ermee omging).

Welke rol speelt je omgeving?

Wim: We hebben geluk en welzijn niet volledig in eigen handen en de bredere omgeving waarin we leven kan wel degelijk een belangrijke rol spelen. Die omgeving kan ons inperken, maar ook de mogelijkheden scheppen om geluk te creëren.
De Amerikaanse onderzoekers Nicolas Christakis en James Fowler zeggen dat niet alleen onze directe relaties invloed hebben op ons leven, maar ook onze buren, familieleden, vrienden en collega’s. En zelfs vrienden van vrienden, die we waarschijnlijk nog nooit hebben ontmoet.
Uit hun onderzoek kwam naar voren dat wie een directe vriend heeft die gelukkig is, 15% meer kans heeft om zelf ook blij en tevreden te zijn. En daar houdt het niet op: een gelukkige vriend-van-een-vriend geeft ons 10% meer kans op dagelijks geluk, en bij een gelukkige vriend-van-een-vriend-van-een-vriend is nog altijd 6%. Dit uit zich ook in de geografische afstand die we hebben tot onze vrienden: vooral de personen die binnen anderhalve kilometer van ons vandaan wonen, verhogen onze kans op geluk.

Sophie: De omgeving speelt uiteraard een enorme rol. In de psychologie gaan ze ervan uit dat ongeveer de helft van je gelukkige gevoelens bepaald worden door je genen en de andere helft door je omgeving en omgevingsfactoren. Laten we er nu even van uitgaan dat we spreken over mensen die in België leven. Omgevingsfactoren met een negatieve invloed kan je samenvatten onder drie noemers:
- Een te strenge opvoeding met het accent op zelfbeheersing waarbij je niet leerde om naar jezelf te luisteren. Hierdoor geraak je in de knoop over wie je bent en hoe je met je innerlijke wereld best omgaat. Je ontwikkelt vaak angsten en te grote volgzaamheid of perfectionisme.
- Je opvoeders weten niet veel over gevoelens en hoe ermee om te gaan. Ze leren je verkeerde dingen die je gelooft en verkeerd blijft toepassen. Gebrek aan erkenning van je ouders vaak ook, waardoor je niet leert bezinnen en niet leert hoe je de moeilijkheden en uitdagingen in het leven moet beheersen.
- Je ouders hebben zelf moeite met zelfbeheersing en verliezen zichzelf ten opzichte van jou of van elkaar, waardoor je in een onveilige situatie opgroeit. Door deze onveiligheid creëer je overlevingsmechanismen die bij je blijven voor de rest van je leven en je beperken in het luisteren naar jezelf en wat je nodig hebt om balans te vinden. Dit is heel moeilijk te verwerken en op te lossen zonder een vertrouwensfiguur die je bijstaat.

Wat doet een geluksgevoel met je lichaam en geest?

Wim: Dat ziekte een weerslag heeft op het psychisch welbevinden, ligt voor de hand.
Maar ook omgekeerd heeft de emotionele toestand een directe invloed op de gezondheid. Zo heeft men berekend dat echtscheiding de sterftekans van mannen evenzeer vergroot als het roken van meer dan twintig sigaretten per dag. Maar mensen met een huisdier hebben 20% minder kans op een hartinfarct. Het verzorgen van planten is ook heel gezond. Na het zien van een humoristische film is het aantal afweercellen tegen infecties enkele uren meetbaar vergroot.

Sophie: Zich gelukkig voelen is als thuiskomen. We weten: nu is het goed, nu kan ik rusten, nu ben ik in balans. Zolang we ongelukkig zijn, klopt er iets niet. We moeten nog iets verwerken of beter leren omgaan met onze gedachten of ons leven dichter bij onszelf brengen. Dit geeft stress en stress is ongezond voor ons lichaam. Vooral omdat er dan energie verloren gaat naar het onderdrukken van gevoelens, of omgekeerd, naar de constante aanmaak van adrenaline. Hierdoor kan ons lichaam zijn energie niet laten stromen naar ons immuunsysteem of naar ons lichamelijk herstel. Stress veroorzaakt allerlei secundaire klachten en het zorgt er bovendien voor dat we voortdurend in overlevingsmodus zitten en niet rustig kunnen nadenken of contact kunnen leggen met onze intuïtie.
We zullen echter nooit permanent gelukkig zijn, omdat we steeds blijven streven naar verbetering en groei. Een beetje stress kan dus ook stimulerend werken, indien het afgewisseld wordt door periodes van rust en herstel.

Conclusie

Iedereen kan ‘geluk’ bereiken. Het is te vinden waar we zelf zijn. Als we onszelf ernstig nemen, naar onze emoties luisteren, niet weglopen van of vechten tegen wat is, komen de antwoorden op onze ongelukkige gevoelens en omstandigheden als vanzelf bovendrijven. We lossen het op en groeien. En daarna voelen we ons gelukkig.

bron: Wim Annerel en Sophie Maes
verschenen op : 04/01/2016 , bijgewerkt op 27/12/2016

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub