Strottenhoofdkanker (keelkanker - larynxkanker))

Laatst bijgewerkt: November 2015 | 32 reacties

dossier Het strottenhoofd heeft twee belangrijke functies. Ten eerste de scheiding van adem- en voedselweg en ten tweede de vorming van de stem. Het strottenhoofd (de larynx) ligt onder de keelholte en vormt de ingang van de luchtpijp. In het strottenhoofd bevinden zich de stembanden.
Het heeft een stevig kraakbenig skelet, waardoor u het gemakkelijk kunt voelen. Bij mannen is de voorkant van het strottenhoofd (adamsappel) vaak duidelijk zichtbaar. Achter het strottenhoofd bevindt zich de toegang tot de slokdarm.
Aan de bovenkant van het strottenhoofd zit het strottenklepje. Het strottenklepje sluit de luchtpijp af tijdens het slikken.

Strottenhoofdkanker begint meestal vanuit het slijmvlies van het strottenhoofd te groeien.
Er bestaan verschillende soorten strottenhoofdkanker:
• tumor van de stembanden (Glottische tumor): Deze tumor begint te groeien op of vlak bij de stembanden.
• Supraglottische tumor: de tumor in het gebied boven de stembanden.
• Subglottische tumor: de tumorgroei begint onder de stembanden.
Strottenhoofdkankercellen kunnen uitzaaien via de lymfe en/of het bloed. Bij verspreiding via de lymfevaten ontstaan in eerste instantie uitzaaiingen in de lymfeklieren in de hals. Uitzaaiingen die zich via het bloed verspreiden komen meestal in de longen terecht.

externe link : Bfp-fbp.be

Symptomen

anatomie-trachea.jpg

1.Strottenhoofd (larynx)
2.Schildklier
3.Luchtpijp

• Heesheid kan wijzen op kleine tumoren op de stemband.
• Slikmoeilijkheden en verslikken, pijn in de keel, soms uitstralend naar een of beide oren, of het ophoesten van bloederig slijm, kunnen wijzen op een tumor boven de stembanden (supraglottis).
• Een brok gevoel in de keel of een slechte adem kunnen ook voorkomen. Soms is een halskliermetastase (een zwelling in de hals) het eerste symptoom.

zie ook artikel : Heesheid

zie ook artikel : Slechte adem (Halitose)

Voorkomen

Naar schatting krijgen zo'n 700 mensen per jaar in ons land strottenhoofdkanker. Strottenhoofdkanker komt voornamelijk voor bij mannen. Deze soort kanker ontstaat bij mannen meestal tussen de 50 en de 70 jaar. Vrouwelijke patiënten zijn meestal 5 tot 10 jaar jonger.
De kans dat een man tot zijn 74e levensjaar strottenhoofdkanker krijgt is 0.72 %. De kans dat een vrouw tot haar 74e levensjaar deze kanker krijgt is 0.12 %. Dit betekent dat 1 op de 139 mannen en 1 op de 833 vrouwen strottenhoofdkanker krijgt.
De overleving na 5 jaar (percentage van de patiënten dat na 5 jaar nog leeft) bedraagt bij strottenhoofdkanker 77 %.

Oorzaken

Hoe strottenhoofdkanker precies ontstaat, is nog onbekend. Wel zijn er risicofactoren bekend die de kans op het ontstaan van strottenhoofdkanker vergroten:
- Roken
- Overmatig alcohol gebruik
- Het inademen van asbestvezels
- Het inademen van sommige dampen van metalen en chemicaliën
- Veelvuldig blootstaan aan radioactieve straling

Er zijn geen duidelijke aanwijzingen dat strottenhoofdkanker erfelijk is. Mogelijk is wel de aanleg om door roken en overmatig alcoholgebruik strottenhoofdkanker te krijgen erfelijk.

zie ook artikel : Test jezelf: Rookverslaving

zie ook artikel : Stoppen met roken: een uitdaging

zie ook artikel : Gezondheidsrisico van asbest

Diagnose

endosc-stembanden.jpg

Onderzoek stembanden via laryngoscopie

Bij een vermoeden van strottenhoofdkanker kunnen de volgende onderzoeken worden uitgevoerd:

• Spiegelen. De arts kijkt met een spiegeltje via de mond in de keel.
• Buigzame laryngoscopie. De arts brengt via de neus een buigzaam slangetje in de keel. Door deze zogeheten scoop kan hij het strottenhoofd bekijken.
• Stroboscopie. De arts brengt de stroboscoop via de mond in de keel. Wanneer u spreekt kan de arts de stembanden zien trillen.
• Kijkoperatie: Een directe laryngoscopie onder narcose De arts bekijkt door middel van een laryngoscoop het strottenhoofd en het begin van de slokdarm. De arts kan door dit onderzoek inschatten hoe groot de tumor is. Daarnaast neemt hij stukjes weefsel voor weefselonderzoek weg.
• Echografie met punctie van de halsklieren. Bij dit onderzoek kan de arts lymfeklieren zien die mogelijk uitzaaiingen kunnen bevatten. Hij zal hieruit een stukje weefsel met een naald opzuigen. Dit wordt later in het laboratorium onderzocht.
• Een CT-scan van de hals
• Een MRI van de hals
• Röntgenfoto's van de longen
• Weefselonderzoek: om de diagnose te bevestigen zal altijd een weefselonderzoek of biopsie worden uitgevoerd, waarbij een klein stukje weefsel in het laboratorium onderzocht wordt op de aanwezigheid van kankercellen.

externe link : Vindeentherapeut.be

Behandeling

De behandeling van strottenhoofdkanker is afhankelijk van:
• De grootte van de tumor
• De plaats van de tumor
• In hoeverre de tumor eventueel is doorgegroeid in omliggend weefsel
• Uitzaaiingen
• leeftijd
• algemene conditie

De meest toegepaste behandelingen bij strottenhoofdkanker zijn:
1. Laserbehandeling
2. Bestraling (radiotherapie)
3. Chemotherapie
4. Operatie

keelkanker-endosc.jpg

keelkanker

1. Laserbehandeling
Door een bepaalde soort lichtstralen (CO2 laser) is het soms mogelijk de tumor plaatselijk te vernietigen. Dit gebeurt onder narcose en vereist een opname van twee of drie dagen in het ziekenhuis.
Een laserbehandeling kan worden toegepast als de tumor zeer klein is of de luchtweg dreigt af te sluiten. In dit geval zal de tumor later alsnog geopereerd worden om de rest te verwijderen.
Gedurende de eerste dagen mag de patiënt niet praten. De stem is na een dergelijke operatie niet volledig normaal, maar na enkele weken neemt de heesheid duidelijk af. Slik en pijnklachten zijn meestal minimaal.

2. Bestraling (radiotherapie)
Radioactieve straling doodt kankercellen. Hierdoor verdwijnt de tumor geheel of gedeeltelijk. U krijgt meestal gedurende 4 tot 7 weken elke werkdag een bestraling.
Bij de meeste tumoren wordt gekozen voor radiotherapie. De duur en uitgebreidheid van de bestraling hangt af van de uitgebreidheid van de tumor en mogelijke uitzaaiingen.

Radiotherapie kan volgende nevenwerkingen hebben:
- Een minder heldere stem
- Vermoeidheid
- Verminderde eetlust
- Lichte misselijkheid
- Irritatie van de huid. De huid wordt rood, droger en kan stuk gaan. Nadien kan de huid donkerder van kleur blijven.
- Droge mond en keel. Dit komt vooral voor als de speekselklieren ook worden meebestraald.
- Branderig gevoel tijdens het eten

3. Chemotherapie
Bij strottenhoofdkanker is chemotherapie, een behandeling met celdelingremmende medicijnen, niet zo'n veelbelovende behandeling. Het wordt vaak alleen gegeven om eventuele klachten te verminderen en/of de ziekte terug te dringen (palliatieve behandeling).
Bijwerkingen van chemotherapie zijn:
- Misselijkheid en braken
- Darmstoornissen
- Haaruitval
- Vermoeidheid
- Zweertjes in de mond
De meeste bijwerkingen verdwijnen geleidelijk na afloop van de behandeling.

Bron onderstaande afbeeldingen: http://www.atosmedical.com/pdf/products/provox/larycare_nl_200202.pdf

zie ook artikel : Chemotherapie

voor-en-na-laryng.jpg

Vòòr en na operatie

4. Operatie (laryngectomie)
Wanneer en tumor niet reageert op de bestraling of na enige maanden terugkomt is de enige mogelijkheid over het algemeen een operatie. Dit kan zijn een gedeeltelijke of totale laryngectomie.
Bij een gedeeltelijke laryngectomie kan een deel van het strottenhoofd gespaard worden. Dit is alleen mogelijk bij vrij kleine tumoren.
Bij grotere tumoren moet het hele strottenhoofd verwijderd worden. Ook wanneer de tumor initiëel zo groot is dat bestraling hoogstwaarschijnlijk niet meer effectief is of wanneer de functie van het strottenhoofd na de bestraling onvoldoende is om te kunnen spreken en slikken, wordt gekozen voor een totale laryngectomie.

Een laryngectomie houdt in dat het strottenhoofd met de stembanden en het strottenklepje volledig wordt vewijderd. Als tijdens onderzoek is gebleken dat u uitzaaiingen in de halsklieren heeft, zal de arts deze klieren tijdens dezelfde operatie verwijderen.
Door deze operatie wordt de luchtpijp op de huid laag in de hals (tracheostoma) vastgehecht en wordt de slokdarm direct met de mond verbonden is. Na de operatie heeft u nu een opening (tracheostoma) in de hals naar buiten. Hierdoor ademt u voortaan.
Eten blijft dus normaal mogelijk maar spreken moet opnieuw worden aangeleerd, middels een stemprothese.
De operatie duurt 2 tot 4 uur en wordt uitgevoerd onder algehele narcose. Meestal volgt na de operatie een korte (12-24 uur) observatie op de "intensive care" afdeling (IC).
De patiënt krijgt vloeibare voeding via de voedings(neus)sonde omdat de voedselpassage en het drinken via de verse operatiewond de eerste 10 dagen absoluut niet is toegestaan. Het infuus wordt verwijderd wanneer de patiënt de voeding via de neussonde goed verdraagt en geen bloedtransfusie of medicijnen via het infuus nodig heeft. Meestal is dit de tweede of derde dag na de operatie.
Rond de 10de dag na de operatie wordt meestal gestart met het hervatten van orale voeding, eerst een vloeibaar dieet, dat meestal snel wordt uitgebreid tot een normaal dieet.

externe link : Vind-een-psycholoog.be

Kans op genezing

keel-stoma-vrouw.jpg
Ongeveer 80 tot 90% van de mensen die in verband met een kleine glottische tumor bestraald zijn, genezen.
Bij 60% van de mensen die een totale laryngectomie hebben ondergaan, komt de ziekte binnen 5 jaar niet terug.
Als de tumor terugkeert op de plaats waar is geopereerd of bestraald, dan gebeurt dat meestal in de eerste 2 jaar na de behandeling.

Gevolgen van een laryngectomie?

Een laryngectomie is een ingrijpende operatie. Tijdens de operatie wordt via een kunstmatige opening (tracheostoma) in de hals een opening naar de luchtpijp gecreëerd. Na de operatie ademt u door deze opening in de hals. Het spreken met uw normale stem is na verwijdering van het strottenhoofd onmogelijk.

• U heeft een gaatje in de hals. Bij sommige patiënten heeft het stracheostoma de neiging tot krimpen. In die gevallen moet 's avonds of continu een (siliconen) canule worden gedragen.
• De ademhalingsweg verandert. De neus bevochtigt niet langer de ingeademde lucht. Na een laryngectomie is de lucht die u inademt droog, koud en ongefilterd. Hierdoor wordt uw ademhaling afhankelijker van de omgeving. Om deze reden kan het zijn dat u meer gaat hoesten en meer sputum gaat produceren, maar deze problemen zijn op te lossen.
Ook is het niet meer mogelijk om de neus op de gebruikelijke wijze te snuiten. Hoesten verloopt ook minder gemakkelijk, omdat geen druk kan worden opgebouwd. Bij het hoesten was u gewend om de hand voor de mond te houden. U zult nu de hand voor het stoma moeten houden.

warmte-vochtwisselaar.jpg

warmte-vochtwisselaar

Bij het douchen en baden moet u voorzorgsmaatregelen nemen om te voorkomen dat er water via het stoma in de luchtpijp komt.
Omdat niet meer via de neus wordt geademd, is de lucht erg droog en niet door de neus gereinigd. Hierdoor kunnen de longen geïrrriteerd raken en meer slijm gaan produceren. Daarom is het dragen van een filter van groot belang. Er bestaan tegenwoordig ook warmtewisselaars om het stoma af te dekken waardoor de temperatuur van de ingeademde lucht stijgt, wordt bevochtigd en gefilterd.
Bij lage buitentemperaturen is een rolkraag of sjaal aan te bevelen. Een hoge luchtvochtigheid (ca. 60-70 %) houdt het slijm dun en voorkomt veelvuldig hoesten. Het is daarom belangrijk dat de lucht in huis vochtig blijft met bijvoorbeeld bakjes water aan de verwarming of een vernevelaar.
De eerste maanden hebt u thuis een aërosol en een aspiratietoestel nodig. Dit kan u ontlenen via uw ziekenfonds.

• Omdat niet meer via de neus wordt geademd is de reuk, en vaak ook de smaak, blijvend verminderd. U dient te beseffen dat u een gevaarsignaal (zoals gas of dampen) misschien niet zult ruiken en dat u parfum en voedsel anders zult ervaren dan vroeger.
De logopediste kan u weer leren te ruiken. Door het ruiken komt ook uw smaak weer terug. Bij deze methode moet u een soort gaapbeweging met gesloten lippen maken. Hierdoor wordt de lucht via de neus in de mond gezogen en kunt u weer ruiken. De meeste mensen kunnen deze methode leren.

• U moet opnieuw leren praten.
De patiënt kan de eerste 10 dagen in het geheel niet spreken en het communiceren moet met behulp van pen en papier gebeuren. Na deze 10 dagen begint de spraakrevalidatie, waarbij de patiënt opnieuw leert spreken onder begeleiding van een logopedist. U moet zich erop voorbereiden dat de sociale contacten na de operatie (tijdelijk) zullen verminderen en dat ook het uiting geven aan emoties in de huiselijke omgeving moeilijker kan zijn.
Omdat de stemplooien zijn weggenomen, moeten de geluidstrillingen op een andere wijze tot stand worden gebracht. De plooien van het bovenste deel van de slokdarm kunnen ook als geluidsbron werken. Wanneer er lucht langs deze plooien wordt gevoerd, ontstaat er geluid.
Dit kan op drie verschillende manieren:
1. Een stemprothese
2. Slokdarmspraak
3. Elektronische spreekapparatuur

stemprothese.jpg

Stemprothese

1.Stemprothese.
Eén methode is het spreken met behulp van een stemprothese. Een andere naam is knoopspraak of button-oesophagusspraak.
Deze stemprothese is een klein kunststof ventieltje. De arts maakt tijdens de operatie een opening tussen de luchtpijp en de slokdarm. Hierin plaatst hij de stemprothese.
Door het stoma bij de uitademing af te sluiten kan de lucht vanuit de longen, via de stemprothese, in de slokdarm komen. Deze lucht komt vervolgens in de mond en u kunt praten.
Span u hierbij niet te veel in. Wanneer er namelijk te
veel spanning in de nekspieren optreedt, wordt het moeilijker om te praten. De kwaliteit van uw stemgeluid is afhankelijk van de elasticiteit en flexibiliteit van de slokdarmwand en de omringende spieren.
Dit betekent dat het vormen van de nieuwe stem bij sommigen van u enige tijd kan duren omdat er na de operatie weefselzwelling is opgetreden. Wanneer u te hard tegen de stoma drukt, kan de slokdarm afgeklemd raken waardoor uw spraak minder vloeiend wordt. Anderzijds kan bij een te lage spanning in de slokdarm een zachte vingerdruk op de hals helpen om het stemgeluid te produceren. U kunt zowel het volume als de toonhoogte van uw nieuwe stem variëren. Dit gebeurt op dezelfde manier als bij een normale stem, namelijk door de luchtstroom tijdens het uitademen te veranderen.
Ondertussen bestaat er ook een 'automatische klep' gekomen die het afdrukken van de stoma, noodzakelijk bij gebruik van de spreekknop onnodig maakt, zodat men handvrij is.
Het ventieltje zorgt ervoor dat er geen voedsel in de longen kan komen. De klep gaat dicht tijdens het slikken en zorgt er zo voor dat er geen voedsel en vloeistof in de longen terecht kunnen komen.
Het belangrijkste voordeel van deze techniek is dat u tamelijk kort na de operatie alweer een nieuwe stem hebt. Een tweede voordeel is dat u met deze methode de controle heeft over volume, intonatie en zinslengte.
Meer dan 90% van de patiënten kan op deze manier weer leren spreken.
Vroeg of laat zullen de meeste siliconenmaterialen in de mond of keel te maken krijgen met schimmels. Wanneer op de siliconenklep schimmels beginnen te groeien, kan deze niet meer stevig tegen de plastic klepzitting sluiten en zal er vloeistof door de prothese gaan lekken wanneer u drinkt. Wanneer dit gebeurt, is het tijd om uw stemprothese te vervangen.
Er bestaan speciale borstels en schoonmaakproducten om schimmelgroei te vertragen. In geval van schimmelvorming zal de arts een schimmelwerend product voorschrijven.
De stemprothese moet geregeld verwisseld worden. De prothese kan namelijk verstoppen of gaan lekken. De arts verwisselt de prothese op de polikliniek onder lokale verdoving.

slokdarmspraak.jpg

Slokdarmspraak

2. Slokdarmspraak
Bij deze methode leert u als het ware lucht in te slikken om deze vervolgens weer omhoog te brengen. Met deze lucht kunt u praten. Voor het aanleren van deze spraak is een gedegen oefenprogramma onder leiding van een logopedist nodig.
Niet alle gelaryngectomeerden krijgen deze techniek onder de knie. Als het u lukt, heeft u echter altijd de beschikking over 'hands free' spraak. De stem klinkt over het algemeen minder duidelijk dan bij de methode met de stemprothese. Daarentegen bent u hierbij niet afhankelijk van hulpmiddelen en artsen.
Ook als u een stemprothese heeft zal de logopediste er naar streven om u de slokdarmspraak aan te leren. Het kan namelijk in sommige gevallen praktischer zijn om ook door middel van de slokdarmspraak te kunnen spreken. Bijvoorbeeld als de stemprothese lekt of verstopt is.
De kwaliteit van het slokdarmspreken hangt sterk van de weersomstandigheden af. De patiënten hebben vaak last van slijm in de luchtwegen en een verkoudheid brengt hen dan ook meteen in de problemen. Droog zonnig weer is voor hen ideaal.

Elektronische-spreekapparatuur.jpg

Elektronische spraak

3.Elektronische spreekapparatuur
Dit apparaat ziet er uit als een soort microfoon. Tijdens het spreken houdt u dit apparaat tegen de hals of de wang. Via de huid wordt daarmee een trilling naar de mondholte gebracht. De lucht in de mond gaat trillen. Hierdoor ontstaat geluid en kunt u spreken.
Deze manier van spreken klinkt erg elektronisch. Het is daarom beter om eerst te proberen een van de andere spraakmethoden aan te leren. Als dit echter niet lukt, is de elektronische spreekapparatuur een goede oplossing.

Hulpmiddelen na laryngectomie

Al snel na de laryngectomie zullen patiënten moeten wennen aan het gebuik van hulpmiddelen. De eerste dagen na de operatie zal dit voornamelijk gericht zijn op de verzorging van het tracheostoma en het gebruik van de pleisters en canules.

Stomalampje
Een stomalampje is onontbeerlijk tijdens de verzorging van het tracheostoma en de stemprothese. Meestal is de stemprothese met behulp van het lampje en een spiegel goed zichtbaar te maken.

Knieboogpincet
Een knieboogpincet heeft een gebogen punt, wat het makkelijker maakt slijmresten en korsten uit het tracheostoma en eventueel de stemprothese te verwijderen. De pincet is gebogen zodat de hand niet het licht in het stoma belemmert.

Douchebeschermers
Er verschillende types beschermers die ervoor zorgen dat er tijdens het douchen geen water in het tracheostoma komt.

Schoonmaakdoekjes
Voordat de stomapleister kan worden geplakt, moet de huid rond het stoma worden schoongemaakt en ontvet. Het is belangrijk vóór het plakken van de pleisters de huid goed te laten drogen. Indien de huid geïrriteerd raakt bij het gebruik van deze doekjes, kan eventueel zeepvrije babygel worden gebruikt.

Borsteltje voor stemprothese
Als slijm zich ophoopt in de stemprothese moet deze worden schoongemaakt. Meestal moet dit elke ochtend gebeuren, nadat de patiënt het tracheostoma heeft gedruppeld met een zoutoplossing (0,9% NaCl) en schoongemaakt. Het borsteltje moet nat gemaakt worden (onder de warme kraan) en draaiend in de stemprothese worden gebracht tot het blauwe ringetje de prothese raakt. Daarna wordt het borsteltje weer draaiend naar buiten gehaald. Zonodig schoonmaken en herhalen. Het borsteltje kan na reiniging hergebruikt worden. Bij schimmelovergroei kan het borsteltje ook in betadine jodium of nystatine worden gedompeld vóór het reinigen.
Het is belangrijk dat de positie van de stemprothese goed is na het schoonmaken (het ovale deel moet naar beneden wijzen) omdat dan het "afdakje" aan de kant van de slokdarm ervoor zorgt dat eten en drinken niet tegen het klepje aankomen, hetgeen tot lekkage kan leiden.

'Douche' voor de stemprothese
Als het schoonmaken van de stemprothese met het borsteltje moeilijk is, kan ook gekozen worden voor het schoonmaken met behulp van een "douche". Een klein beetje water of zoutoplossing (0,9% NaCl) kan worden opgezogen door in het ballonnetje te knijpen. Het uiteinde kan in de stemprothese worden geplaatst en de vloeistof kan hier doorheen worden gespoten.

plug.jpg
Plug
De stemprothese gaat lekken als ten gevolge van schimmelvorming of slijtage het klepje aan de slokdarmzijde niet meer goed sluit. De patiënt merkt dit doordat hij tijdens het drinken begint te hoesten, te vergelijken met verslikken. De patiënt kan dan uitproberen of het vermijden van dun vloeibaar drinken lekkage voorkomt.
Helpt dit onvoldoende, dan kan de plug met behulp van de achterzijde van het borsteltje in de ventielstemprothese worden geplaatst. Na het eten of drinken kan de plug worden verwijderd, zodat spreken weer mogelijk is. De prothese moet dan zo snel mogelijk worden vervangen.

Befjes
Befjes zijn er in verschillende soorten (rolkraagbefjes en sjaalbefjes), materialen (katoen of synthetisch) en dikten. Evenals de gazen zorgen de befjes voor luchtwegbescherming (de mate van deze 'filterfunctie' is afhankelijk van het type befje). Het gebruik van een befje kan het afsluiten van het tracheostoma makkelijker maken bij gebruik van de stemprothese.
Bovendien onttrekt het befje het tracheostoma aan het zicht. Ook 'gewone' sjaaltjes zijn voor dit laatste doel geschikt, mits ze niet tegen het tracheostoma worden aangezogen. Moet een patiënt na de laryngectomie nog worden bestraald, dan zullen befjes vaak de enige wijze van bescherming van de luchtwegen zijn. Het dragen van de zogenaamde Tergal-befjes met optimaal beschermende functie is dan aan te raden.

Stomapleisters en -filters
In het algemeen worden stomapleisters en -filters van het merk Provox gebruikt. Andere merken zijn bijvoorbeeld Neo Naze en Free Vent.
Het plakken van deze stomapleisters gebeurt pas als de huid rond het tracheostoma voldoende genezen is en de hechtingen zijn verwijderd.
Er zijn drie typen pleisters: "Regular", "Flexiderm" en "Optiderm", in twee vormen: "Round" en "Oval".
"Regular" is de standaard uitvoering.
"Flexiderm" is soepel en is makkelijk om het stoma heen te plakken.
"Optiderm" is meer geschikt voor een gevoelige huid.
Van belang is een Optiderm-pleister eerst in de handpalm te verwarmen om het materiaal soepel te maken en de pleister in ieder geval 15 minuten te laten hechten voor te beginnen met spreken (in tegenstelling tot ongeveer 5 minuten bij de andere pleisters).
De ovale pleisters hebben de grootste plakrand, en zorgen voor de beste hechting. Bij een vlak tracheostoma kunnen de ronde pleisters ook goed voldoen.
De pleister kan het beste pas worden vervangen als deze loslaat, om huidirritatie te voorkomen.
Filters vervangen de filterfunctie van de neus die door de laryngectomie verloren is gegaan. De kleine vochtdeeltjes die tijdens het uitademen op het filter terechtkomen, zorgen ervoor dat de lucht tijdens het inademen tevens enigszins wordt bevochtigd. Bovendien wordt de ademweerstand hersteld, hetgeen beter is voor de algehele longfunctie. Ook zorgt de filter ervoor dat de temperatuur van de ingeademde lucht verhoogd word in de richting van de lichaamstemperatuur.
Er zijn twee soorten filters: normaal en "High Flow". In principe wordt gestart met de normale filters.
De filters kunnen makkelijk in het pleister worden geplaatst. In geval van hoesten en ophoping van slijm, kunnen de filters eenvoudig uit de pleister worden verwijderd en zonodig vervangen.
Patiënten vinden het dragen van een filter vaak prettig, omdat er weer weerstand is tijdens het ademen, wat zij vóór de operatie ook gewend waren, toen de lucht via de neus- en keelholte werd in- en uitgeademd. Vinden patiënten het ademen met de normale filter te zwaar, of moet er lichamelijke inspanning worden geleverd, dan kunnen de High Flow filters uitkomst bieden.
Het is af te raden 's nachts filters te dragen, omdat slijm het filter kan verstoppen.
Een filter mag maximaal één dag worden gedragen.

Siliconenlijm
Het kan voorkomen dat de pleisters erg snel loslaten (zeker tijdens het gebruik van een spreekklep). Om de hechting sterker te maken, kan siliconenlijm worden gebruikt. Tijdens het aanbrengen van de lijm rond het tracheostoma is het belangrijk ervoor te zorgen dat de damp zo min mogelijk worden ingeademd en dat er geen lijm in het tracheostoma komt.
Tevens moet 3-4 minuten worden gewacht voordat de pleister wordt geplakt en daarna nog eens 5-15 minuten voordat gestart mag worden met spreken om een maximale hechting te verkrijgen.
Voor het verwijderen van lijmresten kan een speciale lijmoplosser worden gebruikt. Een lijmoplosser kan ook huidproblemen veroorzaken; neem bij twijfel contact op met uw arts of verpleegkundige.

Huidbescherming
De huid kan geïrriteerd raken bij het gebruik van pleisters en/of lijm en het reinigingsmiddel.
Enkele middelen die voor huidbescherming kunnen worden gebruikt zijn "Cavilon" (spray of "lolly") van de firma 3M of "Skinprotector" van de firma Simcare. Deze moeten vóór het plakken van de pleister op de huid worden aangebracht, beïnvloeden de plakfunctie niet, en zorgen ervoor dat de huid kan blijven ademen. Lees de gebruiksaanwijzing.

lary-tube.jpg
Larytube
Is er sprake van krimpen van het tracheostoma, dan zal een patiënt 's nachts en soms ook overdag een canule moeten dragen om het stoma open te houden. Spreken met de ventielstemprothese wordt dan veel moeilijker omdat de lucht de prothese niet goed kan bereiken.
De Larytube is een canule gemaakt van zacht siliconen-materiaal en verkrijkgaar in verschillende diktes en lengtes . Op de plaats van de ventielstemprothese kunnen met behulp van een soort appelboortje gaatjes worden gemaakt, zodat de lucht de ventielstemprothese wél kan bereiken.
Er zijn Larytube canules die met een bandje in de nek kunnen worden vastgemaakt. Een ander type (met de blauwe ring) past in een Provox stomapleister. Op beide canules passen de stomafilters, de Provox en de Blom Singer automatische spreekklep.

Barton-Mayo.jpg

Barton-Mayo

Barton Mayo
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom stomapleisters niet kunnen worden gebruikt.
Als de huid rond het stoma erg gevoelig is, worden de pleisters niet goed verdragen. Om toch een filter of automatische spreekklep te kunnen dragen, kan een zogenaamde Barton Mayo worden gebruikt. Dit is een buisje van siliconen-materiaal in verschillende lengten en diameters, dat in het tracheostoma kan worden geplaatst. In deze Barton Mayo past tevens een Blom Singer spreekklep.
Het is bijzonder belangrijk dat deze Barton Mayo goed past. Als het hulpmiddel te groot is, ontstaat er druk op de stomarand, met mogelijk irritatie tot gevolg. Is de Barton Mayo te klein, dan blijft deze niet goed in het stoma zitten en kan uit het stoma glippen (vooral bij hoesten en gebruik van de spreekklep).

Vervanging van de prothese

De Provox stemprothese heeft een gemiddelde levensduur van 3-5 maanden, maar er kunnen vele variaties optreden. Een korter levensduur van 6-8 weken en veel langere gebruiksperioden (tot twee jaar) komen voor.
De belangrijkste reden voor vervanging is een niet te stoppen lekkage door de prothese heen. Zo nu en dan kan in beperkte mate lekkage optreden gedurende de eerste twee weken na het inbrengen van een prothese. Dit probleem is vaak van tijdelijke aard en geen reden voor onmiddellijke vervanging.
Verwisseling van de prothese wordt uitgevoerd door de KNO-arts. Om te voorkomen dat u moet braken is het het beste om 3 uur voor de vervangingsprocedure niets te eten. Gedurende deze procedure kan een geringe bloeding aan de randen van de fistel (gaatje tussen de luchtpijp en de slokdarm waarin de prothese geplaatst wordt) optreden. Dit is normaal en geen reden voor bezorgdheid. Aanhoudende bloeding dient u echter aan uw arts te melden.
Soms kan de prothese tijdens het slikken in de keel gevoeld worden. Dit is geen reden voor bezorgdheid.

Kan ik zwemmen of een douche nemen?

De patiënt dient er rekening mee houden dat water via het stoma rechtstreeks in de longen terecht kan komen. Daarom moet voor het douchen de douchekop zo ingesteld worden dat het water onder het stoma terechtkomt. Als de patiënt zijn/haar hoofd wilt afspoelen kan hij/zij met een holle hand of een nat washandje het stoma afdekken. Er zijn ook speciale voorzieningen in de handel zoals een douchebeschermer en bij het zwemmen een speciale snorkel.

Heb ik na een laryngectomie recht op bepaalde tegemoetkomingen?

Een laryngectomie geeft u een invaliditeitspercentage dat afhankelijk is van uw situatie. Dit kan u recht geven op een aantal bestaande voorzieningen, nl. :
- een tegemoetkoming voor mindervaliden via het Ministerie van Sociale Voorzorg dat varieert naargelang het inkomen
- vrijstelling van kijk- en luistergeld met daaraan gekoppeld vermindering op de kabeldistributie
- sociaal telefoontarief, afhankelijk van uw inkomen.
- parkeerkaart
- vrijstelling voor het dragen van een autogordel
- vermindering van de onroerende voorheffing.
Voor niet gepensioneerden komt daar nog bij:
- Belastingsvermindering.
- Bij werkhervatting kan het Vlaams Fonds tussenkomen in een tijdelijk of blijvend rendementsverlies

zie ook artikel : Mijn verhaal: kwaadaardige keeltumor


verschenen op : 28/01/2004 , bijgewerkt op 01/11/2015

32 reacties

Strottenhoofdkanker (keelkanker - larynxkanker))

door volders eddy, 6 December 2016 om 18:05

Heb 2 jaar gekeden rechse stembanden kanker gehad mijn eerste dokter zag het nie in geel dan ben ik na leuven geweest daar zagen zr het dadelijk nie te geloven

Strottenhoofdkanker (keelkanker - larynxkanker))

door volders eddy, 6 December 2016 om 18:04

Heb 2 jaar gekeden rechse stembanden kanker gehad mijn eerste dokter zag het nie in geel dan ben ik na leuven geweest daar zagen zr het dadelijk nie te geloven

Strottenhoofdkanker (keelkanker - larynxkanker))

door volders eddy, 6 December 2016 om 18:04

Heb 2 jaar gekeden rechse stembanden kanker gehad mijn eerste dokter zag het nie in geel dan ben ik na leuven geweest daar zagen zr het dadelijk nie te geloven

parkeerkaart

door Simon Wkke, 1 October 2014 om 21:41

ik las over een parkeerkaart, ik woon in Alkmaar / Nederland en ik krijg hem niet, ook niet alleen voor ziekenhuis controle, erg veel. Is er een manier dat ik hem wel krijg. Vriendelijke groeten, Simon

bekijk alle 32 reacties

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub