Hoe verloopt immunotherapie tegen luchtwegallergie?

Laatst bijgewerkt: April 2015 | 1 reacties
Fotolia_ma,-allerg-vekoudh-niezen-hooiko-04-15.jpg

tips Er bestaan verschillende vormen van immunotherapie:
• via inspuiting (subcutane immunotherapie of SCIT),
• via druppels of tabletten die men onder de tong laat smelten (sublinguale immunotherapie of SLIT),
• via de neus (lokale nasale immunotherapie of LNIT), maar dit wordt in België nauwelijks of niet gebruikt.

SUBCUTANE IMMUNOTHERAPIE (SCIT)
Bij subcutane immunotherapie worden er injecties toegediend in de bovenarm. Dit gebeurt het best in een gespecialiseerde allergiedienst in het ziekenhuis.

Instelfase
In de instelfase, die twee tot vier maanden duurt, worden er elke week één of meerdere onderhuidse injecties gegeven (in bovenarm of bovenbeen), afhankelijk van het aantal te behandelen allergieën. Bij sommige patiënten wordt gekozen voor een snelle instelfase, waarbij op één dag meerdere injecties worden gegeven. De hoeveelheid wordt in de instelfase wekelijks opgehoogd tot de hoogste dosering is bereikt. Daarna gaat de behandeling over in de onderhoudsfase.

Onderhoudsfase
In de onderhoudsfase wordt gedurende 3 à 5 jaar iedere maand een injectie gegeven. Die injecties kunnen eventueel door de huisarts worden gegeven.

Mogelijke bijwerkingen
• Vaak treden milde en eerder onschuldige en voorbijgaande lokale reacties op op de injectieplaats (zwelling, pijn…). Deze reacties treden meestal op in de eerste minuten na de injectie, maar kunnen ook pas enkele uren later optreden. Als de zwelling pas na een aantal uren optreedt, kunt u zelf een paar dingen doen om de klachten te verminderen, zoals koelen van de zwelling door middel van een ijspakking. Als de klachten hevig zijn, kunt u een aspirine nemen. Omwille van deze mogelijke bijwerkingen wordt preventief meestal een antihistaminicum en een puffer voorgeschreven. Deze moet u alleen gebruiken indien zich nevenwerkingen voordoen.
• Soms kan ook een ernstige veralgemeende reactie optreden, zoals jeuk over het hele lichaam, uitslag, neusloop, misselijkheid, buikpijn, piepende ademhaling enz. Er bestaat een uiterst klein risico op ernstige reacties, zoals een bloeddrukdaling, shock of hartstilstand. Daarom mogen de injecties alleen door een arts worden uitgevoerd en moet u na de injectie minstens 30 minuten onder toezicht van een arts blijven zodat de dokter meteen kan ingrijpen als er zich een ernstige allergische reactie zou voordoen.
Bij mensen die ook astma hebben, is de kans op ernstige nevenwerkingen groter.


SUBLINGUALE IMMUNOTHERAPIE (SLIT)
Bij deze vorm van immunotherapie wordt het allergeen via de mond toegediend, onder de vorm van druppels of een pilletje dat men gedurende enkele minuten onder de tong moet laten smelten. Deze methode wordt tegenwoordig meer en meer toegepast voor luchtwegallergenen zoals een pollen-, huismijt- en huisdierenallergie.
In vergelijking met SCIT zijn bij SLIT hogere dosissen van het allergeen nodig. De behandeling moet minstens 3 jaar voortgezet worden.
SLIT heeft als grote voordeel dat er, eens de behandeling is opgestart, geen arts nodig is bij het verder toedienen van de immunotherapie en dat de behandeling dus thuis kan worden toegepast. Er zijn wel regelmatige controles door de arts nodig.

Mogelijke bijwerkingen
Soms treden milde en voorbijgaande lokale reacties op, zoals zwelling en jeuk of een branderig gevoel onder de tong. Ernstige veralgemeende reacties werden nooit vastgesteld. Uitzonderlijk werd wel een astma-aanval gesignaleerd.
SLIT is dus veiliger dan SCIT door de afwezigheid van systemische reacties.

Werkzaamheid
Volgens diverse recente studies en rapporten zijn beide vormen van immunotherapie nagenoeg even effectief tegen allergische rhinitis door gras-, boom- en onkruidpollen en huisstofmijt, en dit zowel bij kinderen als volwassenen, indien correct en voldoende lang toegepast, met de vereiste dosissen en met kwaliteitsvolle vaccins.
Het effect is het grootst voor de neus- en oogklachten. Ook de klachten van allergisch astma nemen af, maar minder dan bij SCIT.

Wanneer starten met immunotherapie?
De behandeling start, afhankelijk van het allergeen waar u gevoelig voor bent, in een bepaalde tijd van het jaar.

• Huisstofmijt: De meeste huisstofmijten zijn er in het najaar. Daarom start de immunotherapie voor huisstofmijtallergie bij voorkeur juist in het voorjaar.

• Stuifmeel
- Bomen bloeien van februari t/m mei. De behandeling kan starten vanaf juli.?- Grassen bloeien van mei t/m september. De behandeling kan starten vanaf september/ oktober.
- Onkruid bloeit vooral in augustus. De behandeling start bij voorkeur in het voor- of najaar.
- Katten: De allergie voor katten staat los van de seizoenen. Mits u geen kat in huis heeft kan de therapie het hele jaar door starten.
Wat SLIT betreft is er geen verschil in effectiviteit wanneer het wordt toegediend net voor het pollenseizoen (vanaf februari) of SLIT gedurende heel het jaar.

Voorzorgsmaatregelen
• In het begin kan er vermoeidheid optreden. Daarom moet intense sportbeoefening, zware arbeid, sauna, een warm bad of overmatig alcoholgebruik vermeden worden in de eerste drie uur na de injectie.

Geneesmiddelen
Indien u begint met een immunotherapie moet u steeds aan uw arts meedelen of en welke geneesmiddelen u inneemt. Ook tijdens de behandeling moet u de arts steeds melden als u nieuwe geneesmiddelen moet nemen.
Beta-blokkers mogen bijvoorbeeld niet ingenomen worden tijdens de behandeling.

Ziekte
Indien u verkouden bent, zich griepachtig voelt, koorts hebt of onlangs ziek geweest bent of gevaccineerd bent (bv. voor reizen), moet de behandeling minstens één week uitgesteld worden.

Zwangerschap
Het wordt afgeraden om de immunotherapie op te starten gedurende de zwangerschap. Eenmaal de onderhoudsdosis bereikt is, mag de kuur wel verder gegeven worden.

Immunotherapie en andere vaccinaties
Tussen de immunotherapie (de laatste injectie) en andere vaccinaties (griepprik, injecties voor vakantie enz.) moet altijd minstens 1 week zitten.

Bronnen
www.uzgent.be/nl/zorgaanbod/gezondheidsdossier/allergie/Paginas/Immunotherapie.aspx
• Juryrapport Consensusvergadering ‘Doelmatige behandeling van allergische aandoeningen (rhinoconjunctivitis, astma, anafylaxie op hymenopteragif), anafylaxie en angio-oedeem’ RIZIV 2010 - www.riziv.fgov.be
• NHG-Standaard Allergische en niet-allergische rhinitis -
http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_richtlijnen/k_nhgstandaarden/NHGStandaard/M48_std.htm
www.azgroeninge.be/6186
www.worldallergy.org/airway-allergies
www.worldallergy.org/UserFiles/file/WhiteBook2-2013-v8.pdf
www.aaaai.org/conditions-and-treatments/library/allergy-library/immunotherapy-can-provide-lasting-relief.aspx
• GA2LEN/EAACI pocket guide for allergen-specific immunotherapy for allergic rhinitis and asthma - http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.1398-9995.2010.02474.x/full
Sublingual immunotherapy: World Allergy Organization position paper 2013 update - www.waojournal.org/content/7/1/6


verschenen op : 15/04/2015

1 reacties

Immunotherapie

door anoniem, 21 April 2015 om 11:24

Toch wel opletten, mijn zoon (8 jaar) kreeg injecties tegen zijn allergie. Hij kreeg ze in het ziekenhuis onder strikt toezicht. Na de derde keer kreeg hij na kort ogenblik een hartstilstand. Hij kon gelukkig onmiddellijk gereanimeerd worden gezien hij in het ziekenhuis was! Hij kreeg geen verdere injecties meer, zijn allergie is toch met 50 % verminderd. Maar het is toch opletten.

bekijk alle 1 reacties

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub