Inleiding van de bevalling (inductie)

Laatst bijgewerkt: July 2016 | 1 reacties

dossier Een inductie of inleiding van de baring is het kunstmatig op gang brengen van de arbeid en de bevalling. In België zou 1 op 3 bevallingen kunstmatig opgewekt worden.

Dit kan om verschillende redenen gebeuren: medische en niet-medische of electieve inductie. Tenzij er dringende medische redenen zijn, wordt afgeraden om een zwangerschap voor 37 weken op gang te brengen.

Medische inductie

123-zw-buik-uurw-overtijd-inleid-170-08.jpg
Het inleiden van de baring is nodig om medische redenen. Dit kan zowel bij de moeder als bij de baby liggen. De voor- en nadelen van het verderzetten van de zwangerschap worden daarbij afgewogen tegen de voor- en nadelen van het beëindigen van de zwangerschap.

De gynaecoloog adviseert meestal een inleiding als hij of zij verwacht dat de situatie voor uw kind buiten de baarmoeder gunstiger zal zijn dan daarbinnen. De bevalling wordt dan opgewekt op een tijdstip dat de toestand van het kind nog goed is en men verwacht dat de baby een normale bevalling kan doorstaan.
Er zijn tal van medische redenen voor een inductie. Enkele voorbeelden.

• Voortijdig of langdurig gebroken vliezen
Het breken van de vliezen is vaak het eerste teken van het begin van de bevalling. Als de vliezen gebroken zijn en de weeën niet op gang komen (PROM), bestaat er een risico op een infectie van de baby en de baarmoeder. Daarom zal uw temperatuur regelmatig gecontroleerd worden om te zien of u geen koorts hebt. Aanbevolen wordt om de bevalling in te leiden 24 uur nadat de vliezen gebroken zijn. Op die manier wordt het risico op infecties beperkt.
Als de vliezen voor de 37ste zwangerschapsweek breken (PPROM) en als er geen tekenen van infectie zijn, wacht men soms langer met de inleiding.

Zie ook: Zwangerschapsproblemen: voortijdig breken van de vliezen zonder weeën(later online)

• Groeivertraging van de baby
Als blijkt dat uw baby onvoldoende groeit (intra-uteriene groeivertraging), zal het welzijn van de baby extra goed opgevolgd worden, onder meer door cardiotocografie en echografie. Er is geen medische noodzaak om in geval van een goede foetale conditie, vóór de verwachte bevallingsdatum in te leiden.
Als er twijfel bestaat over het welzijn van uw baby (bv. te weinig vruchtwater, terugvallen van de hartslag), kan worden beslist om de bevalling in te leiden.

zie ook artikel : Groeibeperking van de baby tijdens de zwangerschap (IUGR)

• Vermoeden van een te grote baby (macrosomie)
Het vermoeden van een grote baby (meer dan 4 kg) is meestal geen reden om de bevalling in te leiden (voor 42 weken). Enerzijds is het heel moeilijk om een betrouwbare gewichtsbepaling uit te voeren en anderzijds zorgt het niet voor betere resultaten. Er worden namelijk veel meer keizersneden vastgesteld bij inducties om deze reden. Bij een vrouw die aan diabetes lijdt, zal de bevalling bij een vermoeden van een te zware baby meestal wel ingeleid worden.

• De placenta begint slechter te functioneren
De baby krijgt voeding en zuurstof via de placenta (moederkoek). Onder andere bij een te hoge bloeddruk of bij suikerziekte tijdens de zwangerschap kan de moederkoek minder goed gaan functioneren. Als blijkt dat het voor de baby beter is om geboren te worden, wordt de bevalling ingeleid.

• Overtijd zijn (Postterme zwangerschap)
Zowat 5 à 10% van de zwangschappen gaan overtijd: dat betekent dat de zwangerschap langer duurt dan 42 weken (twee weken na de uitgerekende datum). Er bestaat dan een verhoogd risico voor moeder en kind op complicaties.
Daarom wordt als richtlijn genomen om vrouwen vanaf 41 weken zwangerschap de mogelijkheid te geven de zwangerschap in te leiden, zeker als de conditie van de foetus achteruitgaat.

zie ook artikel : Risico’s van een te lange (overdragen) zwangerschap (serotoniteit)

Hoogrisicozwangerschap / zwangerschapscomplicaties
Bij een vrouw die voor de zwangerschap een bepaalde aandoening heeft, of wanneer tijdens de zwangerschap bepaalde complicaties optreden, kan een inductie nodig zijn. Ook bij een tweeling zal dat vaak het geval zijn (bij meerlingen zal in de regel een keizersnede gebeuren).

Bestaande aandoeningen van de moeder die aanleiding kunnen geven tot een inductie zijn bijvoorbeeld:
• diabetes (vooral als die slecht onder controle is),
• hartafwijkingen,
• immuunziekten (o.a. SLE),
• ernstige hypertensie,
• bloedstollingsstoornissen,
• maag/darmziekten
• gynaecologische kankers (zoals borst-, baarmoederhals- en eierstokkanker).

Complicaties die tijdens de zwangerschap kunnen optreden en die aanleiding kunnen zijn voor een inductie, zijn bijvoorbeeld:
• Zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie),
• Zwangerschapsdiabetes,
• Groeivertraging van de baby (intra-uteriene groeiretardatie),
• Ernstig rhesus-antagonisme (een rhesuspositieve moeder produceert antilichamen tegen het rhesuspositieve kind),
• Een slecht functionerende moederkoek,
• Overlijden van de foetus in de baarmoeder.

Niet medische inductie

De bevalling kan ingeleid worden om niet-medische redenen. Bijvoorbeeld om organisatorische of logistieke redenen, of om het comfort van de arts of de moeder te verbeteren.

Dit soort inducties mag slechts in uitzonderlijke gevallen aangeboden worden en, volgens de ‘Richtlijn voor goede klinische praktijk bij laag risico bevallingen’ van het KCE, niet voor de 41ste week van de zwangerschap. Ook moet gekeken worden naar de rijpheid van uw baarmoederhals en of het uw eerste bevalling is of niet.

Wanneer kan de bevalling ingeleid worden?

• Niet voor 37 weken
Volgens de ‘Richtlijn voor goede klinische praktijk bij laag risico bevallingen’ van het KCE mag een bevalling pas ingeleid worden vanaf een zwangerschapsduur van 37 weken, tenzij er dringende medische redenen zijn.
Voor niet-medische inleidingen is een minimumduur van 41 weken vereist.

• Rijpheid baarmoederhals
Een inleiding kan pas plaatsvinden als de baarmoedermond al een beetje open en verweekt is. Bij een onrijpe baarmoederhals is de kans dat uiteindelijk een keizersnede moet gebeuren, groter.
Wanneer de baarmoedermond onrijp is en er toch een dringende reden is om de bevalling op gang te brengen, kan besloten worden de baarmoedermond ‘rijp’ te maken. Dan wordt een pre-inductie uitgevoerd (zie verder).

Hoe gebeurt een inleiding?

pre-induct-ballon-rijping-170-08.jpeg
Een inleiding vindt altijd plaats in het ziekenhuis.

Pre-inductie: het kunstmatig uitrijpen van de baarmoederhals (‘primen’)
Indien de baarmoederhals nog niet rijp is (stug en hard, minder dan 3 cm opening), wordt door de opening van de baarmoederhals een pil of gel met hormonen ingebracht. Dit kan ook via een sonde gebeuren, die blijft zitten tot de baarmoederhals voldoende ‘gerijpt’ is. De baarmoederhals wordt hierdoor zachter, hij wordt korter en wordt ontsloten. Soms moet de behandeling enkele keren herhaald worden voor de baarmoederhals voldoende gerijpt is.
U wordt hiervoor de avond voor de geplande inductie in het ziekenhuis opgenomen.
Na het gebruik van de prostaglandines controleert men de conditie van het kind met behulp van een Cardiotocogram (CTG). Hierbij worden de hartslag en de bewegingen van de baby opgevolgd.

vliezen-breken-170-08.jpg
Breken van de vliezen (amniotomie)
Als de baarmoederhals voldoende ontsloten is, zal de arts de vliezen breken met een haakje (een vliezenbreker) via de vagina. Dit voelt meestal aan als een gewoon inwendig onderzoek. Meestal is dat voldoende om de weeën op gang te brengen.
Bij het breken van de vliezen kan de navelstreng uitzakken langs het hoofd als dit niet goed is ingedaald, of bij een stuitligging langs het stuitje. Een keizersnede is dan noodzakelijk.

Weeënstimulerende middelen
Wanneer u weinig of geen weeën krijgt na het breken van de vliezen, wordt een infuus geplaatst. Daarin is een hormoon (zoals oxytocine) opgelost dat de weeën opwekt of versterkt. De dosering wordt stapsgewijs verhoogd. De weeën worden langzamerhand heviger en frequenter. Indien de weeën te hevig worden of te snel opvolgen (hyperstimulatie) kan dit bijgestuurd worden door de infuuspomp te verlagen.
Meestal zal de bevalling dan in de loop van de volgende dag plaatsvinden.

De bevalling

Na het starten van de inleiding is het verloop in principe hetzelfde als bij een ‘normale’ bevalling. De meeste inleidingen verlopen zonder complicaties en de risico's van een ingeleide bevalling zijn meestal niet groter dan die van een normale bevalling.

Tijdens de hele procedure wordt de conditie van uw kind opgevolgd met een Cardiotocogram (CTG). Ook kan een dun slangetje (drukkatheter) in de baarmoeder ingebracht worden om de sterkte van de weeën te meten.

Bij een inleiding van de arbeid, en zeker wanneer de baarmoederhals nog erg onrijp is, kan de bevalling iets langer duren en voelt u meestal meer weeënpijn. Daarom kiezen vrouwen bij een inleiding vaker voor een epidurale verdoving.

Daarnaast is er meer kans op een instrumentale verlossing (met een zuignap of verlostang) en iets meer kans op een keizersnede (zeker bij meerlingen).

Bronnen
https://kce.fgov.be/sites/default/files/page_documents/kce_139a_richtlijn_laag_risico_bevalling.pdf
www.uzleuven.be/zwangerschap-en-bevalling/inleiding-van-de-bevalling
www.vrouwenkliniek.be
www.vvog.be/artikel?id=13210004,c=105,sectie=browse
www.nvog.nl
www.watverwachtu.nl/page.asp?page_id=29


verschenen op : 20/07/2016 , bijgewerkt op 19/07/2016

1 reacties

Inleiding van de bevalling (inductie)

door anoniem, 11 August 2015 om 13:00

De nadelen van een inductie zijn: meer nood aan pijnstilling, meer kans op een keizersnede of vacuumpompverlossing, meer kans op bloedingen, meer kans op foetale nood... samengevat: meer kans op complicaties als bij een normale bevalling.

bekijk alle 1 reacties

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub