Maagverkleining door obesitaschirurgie of bariatrische heelkunde: hoe en voor wie?

Laatst bijgewerkt: September 2015 | 9 reacties

dossier Elk jaar laten in België naar schatting zowat 10.000 mensen zich opereren om gewicht te verliezen. De voorbije vijf jaar is het aantal maagoperaties meer dan verdubbeld.

Doel van obesitaschirurgie of bariatrische heelkunde is het sterk en langdurig verlagen van het lichaamsgewicht. Uit vele studies is gebleken dat een dergelijke ingreep de grootste kans biedt op een succesvolle aanpak van de individuele patiënt met ernstige obesitas, en om de daarmee gepaard gaande gezondheidsproblemen (zoals diabetes, slaapapneu, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten…) te verlagen. Afhankelijk van de gebruikte techniek en van persoonlijke kenmerken, bedraagt het gewichtsverlies na 6 tot 12 maanden tussen 30 en 80%. In principe is dit gewichtsverlies definitief, maar bij veel patiënten ontstaat na verloop van tijd toch opnieuw gewichtstoename, vaak tengevolge van verslechterende eetgewoontes en gebrek aan beweging.

Obesitaschirugie is niet alleen fysiek ingrijpend. Er zijn, zoals bij elke operatie, ook risico’s aan verbonden én het heeft een enorme impact op uw levensstijl. Het is dus géén cosmetische ingreep maar een methode om de gezondheidsproblemen tengevolge van overgewicht, te verminderen.

123-obesit-vr-soorten-dieet-220-12.jpg
Daarom is een dergelijke operatie alleen bestemd voor ernstig zwaarlijvige mensen die al alles geprobeerd hebben om te vermageren. Bespreek dit dan ook eerst uitvoerig met uw huisarts.
In de ziekenhuizen waar dergelijke ingrepen worden uitgevoerd, zult u vooraf uitgebreid onderzocht worden door een interdisciplinair team van o.m. artsen, diëtisten, psychologen enz. om na te gaan of bariatrische heelkunde voor u een goede optie is en om te controleren of u fysiek en mentaal een dergelijke ingreep aankunt en of er geen medische tegenaanwijzingen bestaan.
U moet bovendien beseffen én aanvaarden dat u na de operatie levenslang uw eet- en drinkgewoonten moet aanpassen.
U mag de operatie dan ook niet beschouwen als een wondermiddel of tovermiddel maar als een hulpmiddel waarbij, in combinatie met voedingsaanpassingen en meer beweging, een succesvolle aanpak van de obesitas bekomen wordt.

Wie komt in aanmerking voor obesitaschirurgie?

Obesitaschirurgie is in België streng gereglementeerd. Het wordt alleen terugbetaald door de ziekteverzekering als aan volgende voorwaarden is voldaan:
• Minimumleeftijd 18 jaar
• BMI van 40 of meer.
• Of BMI vanaf 35 met andere aandoeningen:
- diabetes
- obstructief slaapapneusyndroom (tijdens de slaap wordt de adem te lang ingehouden waardoor de slaapkwaliteit slecht wordt en dus vermoeidheid optreedt overdag)
- hoge bloeddruk ( > 140/90 mm Hg) ondanks inname van 3 verschillende geneesmiddelen.
• BMI vanaf 35 voor een nieuwe operatie na een eerdere mislukte ingreep.
• Gedurende minimum 1 jaar een dieet gevolgd hebben zonder blijvend succes: de operatie is een laatste optie.
• Bereidheid de eet- en leefstijl aan te passen na de operatie.
• Goedkeuring door een multidisciplinair team (chirurg, psycholoog, endocrinoloog, diëtist…).

Alleen in speciale omstandigheden wordt daarvan afgeweken, maar dan moet u de ingreep wel volledig zelf betalen. Zo worden er geregeld ook minderjarigen geopereerd, maar die komen dus niet in aanmerking voor terugbetaling.
Voor een maagballon (zie verder) gelden minder strenge voorwaarden, maar dit wordt niet terugbetaald door de ziekteverzekering.
Informeer u alleszins vooraf zeer goed wat de ingreep zal kosten (bijvoorbeeld indien u een eenpersoonskamer wenst) en hoeveel het ziekenfonds terugbetaalt. Er bestaan grote verschillen in kostprijs tussen de verschillende ziekenhuizen.

Tegenindicaties: wanneer komt u niet in aanmerking voor obesitaschirurgie?

In bepaalde omstandigheden wordt bariatrische heelkunde afgeraden.
• U bent ouder dan 65;
• Wanneer het overgewicht te wijten is aan een hormonale aandoening of een genetische afwijking;
• Bij overdreven alcohol- en/of druggebruik;
• Bij patiënten met een ernstige hart-, vaat- of longaandoening (omwille van de verdoving);
• Bij patiënten met sterk verminderde intellectuele capaciteiten of bepaalde psychiatrische afwijkingen (bv. een ernstige depressie);
• Bij patiënten met bepaalde eetstoornissen (bv. boulimie);
• Bij een te lage BMI (minder dan 35 BMI);
• Bij zwangerschap op het ogenblik van de ingreep of zwangerschapswens in het jaar (in sommige ziekenhuizen 2 jaar) volgend op de ingreep.

Voorbereidende onderzoeken

123-obesit-lintm-been-170-12.jpg
Voor de operatie worden een aantal onderzoeken uitgevoerd afhankelijk van uw leeftijd en van uw gezondheidstoestand.

• Algemeen lichamelijk onderzoek;
• Bloed- en eventueel urineonderzoek;
• Elektrocardiogram (= ECG = hartfilm);
• RX-foto van de longen;
• Echo van de lever om na te kijken of u galstenen hebt en of er abnormale vetopstapeling in de lever aanwezig is;
• Gastroscopie: een onderzoek waarbij met een dun buisje in de maag en de twaalfvingerige darm (= eerste deel van de dunne darm) gekeken wordt om onder andere slokdarmontsteking, maagzweren of een infectie met Helicobacter pylori (bacterie die een hogere kans geeft op maagzweren) uit te sluiten;
• Soms een uitgebreid hart- en/of longonderzoek;
• Psychiatrisch onderzoek;
• Evaluatie door diëtist.

De verschillende operatietechnieken

Er bestaan verschillende operatietechnieken die elk hun voor- en nadelen hebben. Bespreek dit uitvoerig met uw chirurg en vraag eventueel een tweede mening in een ander ziekenhuis. Baseer u niet te veel op wat op internetfora wordt beweerd omdat daar nogal wat onzin wordt verteld.

Er bestaan schematisch drie soorten bariatrische ingrepen:
• Restrictieve ingrepen die ervoor zorgen dat er minder eten in de maag kan en er snel een verzadigingsgevoel optreedt. Na een paar happen voelt u een vol, soms onaangenaam gevoel. Als u meer zou eten, neemt dit volle gevoel toe en kan het zijn dat u moet overgeven.
• Malabsorptieve ingrepen waardoor het voedsel maar gedeeltelijk verteert. Omwille van de risico’s en mogelijke verwikkelingen worden deze technieken (zoals de bilio-pancreactische derivatie met duodenale switch (BPD-DS) of Scopinaro-ingreep) niet meer aangeraden en alleen in uitzonderlijke omstandigheden nog toegepast. Ze worden hier dan ook niet verder besproken.
• Restrictieve-malabsorptieve ingrepen: een combinatie van twee technieken waardoor de maaginhoud verkleint en de opname (of absorptie) van voedingsstoffen in de dunne darm vermindert.
Er bestaan nog meer technieken, zoals de maagballon en de maagpacemaker, maar die worden door de ziekteverzekering niet terugbetaald.
In principe worden al deze ingrepen laparoscopisch uitgevoerd, dat wil zeggen met een kijkoperatie. Dit gebeurt met een aantal kleine sneetjes in de buik in plaats van een grote snede. Hierdoor ontstaan minder complicaties en heeft u minder pijn na de operatie.

Welke techniek kiezen?
Welke techniek wordt gekozen, is vooral afhankelijk van uw persoonlijke situatie en toestand en uw voedingspatroon.
• Voor mensen die enorme porties eten (‘volume-eters’) maar geen zoeteters zijn en die langzaam kunnen eten, wordt vaak de voorkeur gegeven aan een restrictieve ingreep.
• Voor personen die overdadige maaltijden gebruiken met veel suikerrijke en vetrijke tussendoortjes (‘zoet-eters’), en die menen dat ze na de operatie die slechte gewoonten niet kunnen laten, wordt vaak een maagomleiding of gastric bypass aangeraden.
• De gecombineerde restrictieve-malabsorptieve ingrepen leveren meestal een groter gewichtsverlies op, maar houden meer risico op complicaties en bijwerkingen in.
• Eventueel kan in overleg met de chirurg gekozen worden om bij erg zwaarlijvige mensen te beginnen met een restrictieve ingreep, zoals een maagband. Wanneer dit niet het gewenste effect heeft, kan er worden overgegaan op een maagomleiding (gastric bypass).

1. Restrictieve technieken
1.1. Verticale gastroplastie (Mason-techniek)
1.2. De aanpasbare maagring, lapband of gastric banding (laproscopic adjustable gastric band)
1.3. Sleeve maagverkleining of sleeve gastrectomie

2. De restrictieve-malabsorptieve types: maagomleiding of gastric bypass
3. Maagballon
4. Maag-pacemaker

1. Restrictieve technieken

De restrictieve ingrepen leiden tot een verkleining van het maagvolume waardoor er minder eten in de maag kan en er sneller een verzadigingsgevoel optreedt. De vertering (absorptie) van het voedsel in het darmkanaal verloopt verder volstrekt normaal.
Deze techniek vereist een gemotiveerde patiënt, hij/zij moet zich leren aanpassen aan een nieuwe manier van eten: traag eten en vet- of calorierijke dranken en tussendoortjes vermijden. Anders kan het maagreservoir en/of de vernauwing uitzetten, en de energieopname toch te groot zijn.

1.1. Verticale gastroplastie (Mason-MacLean-techniek)
1.2. De aanpasbare maagring, lapband of gastric banding (laproscopic adjustable gastric band)
1.3. Sleeve gastrectomie

verticale-gastrectomie-300.jpg
1.1. Verticale gastroplastie of verticale verkleiningsplastie (Mason-MacLean-techniek)
Bij de verticale gastroplastie wordt de voor- en achterzijde van de maag aan elkaar vastgemaakt met nietjes of een vergelijkbare techniek. Hierdoor ontstaat een kleine voormaag waardoor snel een verzadigingsgevoel optreedt.
Aan het uiteinde van de verbinding wordt een vaste siliconenring geplaatst die verhindert dat deze ruimte zich kan uitzetten en om de passage van het voedsel te vertragen. De voormaag leegt zich traag naar de rest van het maaggedeelte, waar de vertering verdergaat. De ring houdt geen vloeistoffen tegen, waardoor bijvoorbeeld hoogcalorische dranken (zoals frisdrank, chocolademelk, milkshakes enz.) doorgelaten wordt.

Voordelen verticale gastroplastie
• Deze operatie geeft goede resultaten bij ‘volume-eters’, die langzaam en rustig kunnen eten én die voldoende discipline aan de dag kunnen leggen om geen calorierijke dranken te consumeren en niet te snoepen.
• Bij deze ingreep worden er geen verbindingen van maag-dunne darm aangelegd, zodat de kans op lekkages geringer is dan bij andere technieken.

Risico’s en nadelen? van verticale gastroplastie
• Zoals aan elke operatie zijn ook aan deze ingreep de nodige risico’s verbonden: bloeding, lekken of loslating van de naden, abces, littekenbreuk, bloedklonters en een longembolie, ontsteking van de wondjes... Hoe hoger uw gewicht, hoe groter het operatierisico. Deze verwikkelingen kunnen ernstig zijn, maar zijn meestal goed te behandelen indien ze tijdig herkend worden.
• Vaak hebben patiënten last van misselijkheid en braken. Ook brandend maagzuur kan voor ongemak zorgen.
• U moet heel gemotiveerd zijn om af te vallen. De operatie bemoeilijkt wel de inname van vast voedsel, maar alles wat u aan voeding of drank binnenkrijgt wordt weldegelijk verteerd en opgenomen in het lichaam. Als u bijvoorbeeld veel calorierijke voedingsmiddelen eet die veel vet (boter, mayonaise) of suikers (koekjes, snoep, ijs) bevatten, of suikerrijke dranken blijft drinken, heeft de maagverkleining weinig effect.
• Veel patiënten forceren hun nietjes door de voormaag zeer dikwijls tot het uiterste onder spanning te zetten. Eenmaal enkele nietjes open, is het effect van de ingreep verdwenen en komt er een snelle gewichtstoename. Dat gebeurt naar schatting bij ongeveer 30 % van de patiënten na verloop van 10 jaar.
• De ingreep is slechts gedeeltelijk omkeerbaar. De chirurg kan de siliconenband wel verwijderen.

123-obesit-gastric-band-170-12.jpg
1.2. De aanpasbare maagring, lapband of gastric banding (laproscopic adjustable gastric band)
Bij deze operatie wordt gebruik gemaakt van een holle siliconenband die rond het bovenste deel van de maag wordt aangebracht. Aan de binnenzijde van de band bevindt zich een opblaasbare ballon die in verbinding staat met een klein reservoir dat in de buikwand wordt geplaatst. De ballon is opblaasbaar via het inspuiten van vloeistof in het reservoir, waardoor de doorgang naar de maag kan aangepast worden.
Hierdoor wordt de maag als bij een zandloper in twee verdeeld, met bovenaan een klein maagzakje (‘pouch’) met een inhoud van ongeveer 20 ml. Het voedsel komt eerst terecht in de voormaag, en stroomt vervolgens door een kleine opening in de rest van de maag.? Het voedsel kan er maar moeilijk door, wat het gevoel geeft alsof er niets meer bij kan. Hierdoor kunt u minder eten, maar u moet uw eetgewoonten wel aanpassen: traag eten, goed kauwen en stoppen wanneer u een verzadigingsvoel hebt.
De ingreep gebeurt meestal via een kijkoperatie (laparoscopie), soms via een kijkoperatie met slechts één insnede (SILS, Single Incision Laparoscopic Surgery). Dit type ingreep gebeurt doorgaans in daghospitalisatie of met één overnachting.

Voordelen maagring
• Het is een vrij eenvoudige en relatief goedkope ingreep, waarbij niet in de maag wordt gesneden of geniet en er ook geen deel van de maag wordt verwijderd. Het risico op complicaties is dan ook kleiner dan bij andere operaties.
• De ingreep kan meestal in daghospitalisatie worden uitgevoerd, of met een opname van één nacht.
• De maagband kan steeds aangepast worden. Zo kan hij bijvoorbeeld groter gemaakt worden tijdens een zwangerschap zodat u meer kunt eten.
• Deze procedure is bovendien volledig omkeerbaar: de band kan met behulp van laparoscopie weer verwijderd worden.
• Studies hebben aangetoond dat de meerderheid van de patiënten na één jaar gemiddeld 30 tot 50% van hun overgewicht verliezen, op voorwaarde dat ze hun eetgewoonten aanpassen. Een gezonde, evenwichtige voeding met voldoende vitaminen, mineralen en voedingsvezel is absoluut noodzakelijk.
De werking van het bandje kan teniet gedaan worden door vloeibare voedingsmiddelen in te nemen die probleemloos zelfs een nauwe doorgang kunnen passeren, zoals suikerrijke frisdranken, alcohol, zoetigheden, ijs, milkshakes, enz.

Risico’s en nadelen van maagring
• Zoals aan elke operatie zijn er risico’s verbonden aan het plaatsen van een maagband. Problemen zoals longontsteking en een trombosebeen komen vaker voor bij mensen met overgewicht. Om deze risico’s te verkleinen, moet u na de operatie direct uit bed.
• Mensen die veel snoepen, frisdranken of vet eten vallen niet goed af met een maagband, tenzij er een strikt dieet bij wordt gevolgd.
• U kunt veel minder eten, wat dus een aanpassing vraagt van uw eetgewoonten. Op restaurant gaan, wordt bijvoorbeeld een probleem. Drink niet tijdens of vlak voor de maaltijd, want dan krijgt u sneller een vol gevoel.
• Door de smalle doorgang moet u uw eten alleszins goed kauwen en traag eten. Veel patiënten met een maagband hebben last met vaste voeding zoals groenten, fruit, brood, vlees... Met als gevolg dat ze vaak overschakelen op voedsel dat wel goed verdragen wordt, zoals zoetigheden, calorierijke dranken enz. Het gevolg is dat u uiteindelijk niet vermagert en bovendien ongezond eet waardoor voedingstekorten kunnen optreden. Begeleiding door een diëtist is dus absoluut nodig.
• Omdat de doorgang van het maagbandje zeer nauw is, kunnen grotere voedselbrokken blijven steken in het maagzakje voor de band. Dit kan leiden tot braken en zure oprispingen (reflux). In het ergste geval moet het maagbandje chirurgisch verwijderd worden.
• Het maagzakje kan uitzetten (= pouchdilatatie) door overmatig eten.
• De band kan verschuiven, waardoor het maagzakje en de doorgang te groot wordt. In dit geval is een nieuwe operatie nodig.
• Doordat het ballonnetje regelmatig opnieuw moet worden opgespannen, kan de band soms te los of te strak zijn, en treedt ook slijtage op waardoor hij na enkele jaren moet vervangen worden.
• De band kan te fel spannen waardoor hij in de maagwand groeit. Verwijderen van de maagring is dan noodzakelijk.?
• Uiteindelijk moet de maagband na verloop van tijd bij zowat een kwart tot zelfs de helft van de patiënten aangepast of verwijderd worden.

123-obesit-gastric-sleeve-170-12.jpg
1.3. Sleeve maagverkleining of Sleeve gastrectomie
Bij deze ingreep wordt een groot deel (2/3) van de maag (de grote buitenbocht) verwijderd. Vervolgens wordt met het resterende deel van de maag een mouwvormige (=sleeve) verbinding gemaakt tussen de slokdarm en de dunne darm. De uiteinden van de nieuwe kleine maag worden aan elkaar vast gemaakt met nietjes en overnaaid. Het resterende deel van de maag, met een capaciteit van ongeveer 100 tot 150 cc (inhoud van een tas), is minder elastisch en zal dus minder uitzetten.? Het voedsel kan er alleen maar doorheen, het kan er niet meer in worden opgeslagen.
De werking van de sleeve is vergelijkbaar met die van de maagring: u kunt minder eten en valt daardoor af. In tegenstelling tot de maagring wordt er geen lichaamsvreemd materiaal gebruikt en is de inhoud van de restmaag groter.
Een gastric sleeve wordt soms als eerste stap uitgevoerd bij patiënten met een zeer ernstige vorm van obesitas (BMI > 60) die door hun overgewicht een verhoogd risico lopen bij een operatie. Dit wordt dan later gevolgd door een maagomleiding (gastric bypass). Op die manier verloopt de operatie veiliger.
Ook deze ingreep wordt meestal met een kijkoperatie uitgevoerd, wat het herstel en de esthetiek ten goede komt.

Voordelen sleeve gastrectomie
• Bij de sleeve-maagverkleining wordt er geen kunststof materiaal zoals een maagband in uw lichaam achtergelaten. Ook hoeven er geen verbindingen tussen organen gemaakt te worden zoals bij een maagomleiding (gastric bypass).
• De maagingang en maaguitgang blijven intact, waardoor de kans op ‘dumping’ (= inname van bepaalde voedingsstoffen zoals o.a. vetten en suikers kunnen slecht worden verdragen) gering is. De werking van de maag blijft normaal.
• De kans op complicaties zou iets lager zijn dan bij een maagomleiding (gastric bypass) omdat deze ingreep technisch makkelijker is.
• Indien u zich aan een strikt maaltijdritme houdt, zal deze ingreep tot fors gewichtsverlies (40 tot 80% van het overgewicht) leiden.
• Bij de sleeve gastrectomie wordt het deel van de maag verwijderd waar het hongerhormoon Greline wordt aangemaakt, waardoor men minder snel honger krijgt. Vooral bij patiënten die vooral grote hoeveelheden eten, is het effect van de operatie groot omdat het voortdurende hongergevoel verdwijnt.

Risico’s en nadelen sleeve gastrectomie
• Het gaat om een vrij ingrijpende techniek die dan ook de nodige risico’s inhoudt (bloeding, lekken of loslating van de naden, abces, littekenbreuk, bloedklonters en een longembolie, ontsteking van de wondjes...). Hoe hoger het gewicht, hoe groter het operatierisico. Deze verwikkelingen kunnen ernstig zijn, maar zijn meestal goed te behandelen indien ze tijdig herkend worden.
• Voor deze ingreep moet u minstens 2 à 3 nachten, soms langer, in het ziekenhuis blijven.
• Deze ingreep is niet omkeerbaar aangezien een deel van de maag is verwijderd.
• Misselijkheid en braken is mogelijk.
• Na de ingreep is het belangrijk dat u uw voedingsgewoonten aanpast. Een gezonde, evenwichtige voeding met voldoende vitaminen, mineralen en voedingsvezel is aangeraden.
Een consultatie bij onze diëtiste voor het nodige voedingsadvies is onontbeerlijk. Dit moet zowel voor als na de ingreep gebeuren.
• Het eten van hoogcalorische voedingsbestanddelen, vooral suikers, kan een onbehaaglijk gevoel geven (“dumping syndroom”). Dit ontstaat doordat de suikers te snel in de dunne darm terecht komen. Hierdoor zakt de bloeddruk en kan de patiënt last krijgen van hartkloppingen en zweten.
• Er kan een tekort aan ijzer, foliumzuur, vitamines en mineralen optreden. Daarom zult u in een eerste periode meestal een vitamine- en mineralensupplement moeten nemen. Op regelmatige tijdstippen wordt een bloedafname verricht om eventuele tekorten op te sporen.
• Haarverlies treedt vaak op bij snel vermageren. Ongeveer de helft van alle patiënten ondervindt dit in meer of mindere mate het eerste jaar na de ingreep. Het haarverlies is echter tijdelijk en nooit volledig.
• Na de operatie bestaat een verhoogde kans op galstenen, waarschijnlijk door verminderde inname van vetten.
• Soms kan de nieuwe maaguitgang vernauwen en aanleiding geven tot overmatig braken. Oprekken van de vernauwing via gastroscopie kan dit verhelpen. Zelden is een nieuwe operatie nodig.
• In de buurt van de nieuwe maaguitgang kan soms een maagzweer ontstaan. Dit kan men meestal behandelen met medicatie die de zuurproductie in de maag afremt.

2. De restrictieve-malabsorptieve ingrepen

123-obesit-roux-gastric-maagoml-170-12.jpg
De restrictieve-malabsorptieve ingrepen verkleinen de maaginhoud en verminderen het absorptieoppervlakte van de dunne darm. Hierdoor kunt u, enerzijds, minder voedsel eten en, anderzijds, vermindert de opname van voedingsstoffen door de dunne darm.
De meest gebruikte techniek is een maagomleiding of laparoscopische Roux-en-Y gastric bypass.

Wat is een maagomleiding of gastric bypass?
Bij deze operatie worden het grootste deel van de maag, de twaalfvingerige darm en een deel van de dunne darm van de spijsvertering uitgesloten.
Er wordt met nieten een kleine voormaag gecreëerd aan de overgang van de slokdarm naar de maag. Hierin komt het eten terecht. Deze voormaag is niet meer verbonden met de rest van de maag en heeft slechts een inhoud van ongeveer 20 tot 30 ml. Hierdoor kunt u minder eten en is er een sneller gevoel van verzadiging. De rest van de maag wordt niet meer gebruikt maar wordt niet verwijderd. Ze blijft nog maagzuur en andere verteringsstoffen produceren.

Vervolgens wordt de dunne darm, die onderaan de maag begint, in het middelste deel doorgesneden. Het bovenste deel van de dunne darm blijft verbonden met de ‘oude’ maag. Het onderste deel van de darm wordt naar boven gebracht en aangesloten op de kleine voormaag. Men noemt dit de voedingslis. Hierdoor komt het eten van de voormaag rechtstreeks naar de dunne darm. De ‘oude’ maag en de twaalfvingerige darm worden aldus overbrugd (bypass). De voeding gaat dus niet meer in de hoofdmaag en komt ook niet direct in contact met de verteringssappen van maag, gal en pancreas. Daardoor worden niet alle voedingsstoffen door de darm opgenomen in het bloed (malabsorptie). Bovendien gaan bepaalde hormonen beter werken: ghreline, adiponectine en GPL1, wat het gewichtsverlies bevordert.

Het einde van de twaalfvingerige darm wordt ten slotte opnieuw verbonden met de dunne darm, tussen 100 en 150 cm verder dan de verbinding van de nieuwe maag met de dunne darm. Deze nieuwe verbinding van de twaalfvingerige darm met de dunne darm zorgt ervoor dat het maagsap, het galsap en het pancreassap met het voedsel vermengd worden. Daardoor start de vertering dus heel wat verder in het darmtraject.
De ingreep wordt meestal uitgevoerd via een kijkoperatie (laparoscopie). Daarvoor worden 5 kleine gaatjes in de bovenbuik gemaakt. Soms volstaat één insnede (SILS, Single Incision Laproscopic Surgery). Er is geen grote wonde waardoor u sneller herstelt, u hebt minder pijn na de operatie en u moet minder lang in het ziekenhuis blijven.

Voordelen van een maagomleiding of gastric bypass
• Door de ingreep wordt de hoeveelheid voedsel die u kunt eten sterk beperkt zonder dat u een hongergevoel hebt en met een langdurig verzadigingsgevoel. Ook de opname van vetten wordt licht beperkt.
• Bij de maagbypass wordt er geen kunststof materiaal zoals een maagband in uw lichaam achtergelaten. Ook wordt niets van de organen verwijderd.
• Na een gastric bypass operatie verliest u gemiddeld ca. 60 tot 70% van uw overgewicht of een gemiddeld gewichtsverlies van 30 tot 40%. Vooral de eerste 5 tot 6 maanden gaat het afvallen relatief snel. Na ongeveer één jaar stopt het afvallen.
• Eventuele gezondheidsrisico’s, zoals suikerziekte of lage bloeddruk ten gevolge van het overgewicht, kunnen door deze ingreep aanzienlijk verbeteren of zelfs verdwijnen.

Risico’s en nadelen van een maagomleiding of gastric bypass
• Het gaat om een vrij ingrijpende operatie met alle risico’s vandien: bloeding, lekken of loslating van de naden, littekenbreuk, bloedklonters en een trombose of longembolie, ontsteking van de wondjes, abces en zelfs ontsteking van het buikvlies... Deze verwikkelingen kunnen ernstig zijn, maar zijn meestal goed te behandelen indien ze tijdig herkend worden. Soms is een heroperatie noodzakelijk. Hoe hoger uw gewicht, hoe groter het operatierisico.
• De ingreep is onomkeerbaar.
• Er kan een lek ontstaan op de plek waar de dunne darm aan de kleine maag wordt vastgezet. Dit wordt daags na de operatie gecontroleerd. Meestal kan dat opgelost worden, maar in het slechtste geval moet u opnieuw geopereerd worden.
• Voor deze ingreep moet u gewoonlijk 3 tot 4 nachten in het ziekenhuis blijven. U mag pas na 3 tot 6 weken weer aan het werk.
• Het eten van hoogcalorische voedingsbestanddelen, voornamelijk suikers, kan een onbehaaglijk gevoel geven (dumping syndroom) omdat de suikers te snel in de dunne darm terecht komen. Hierdoor zakt de bloeddruk en kunt u last krijgen van hartkloppingen en zweten. Dit kan anderzijds bijdragen tot meer evenwichtige eetgewoonten na de operatie.
• Er kan tijdens de eerste maanden een tekort optreden van ijzer, foliumzuur en andere mineralen en vitamines. Daarom zult u bepaalde supplementen moeten nemen. Op regelmatige tijdstippen wordt een bloedafname verricht om eventuele tekorten op te sporen. Bij vitamine B 12 tekort moet dit soms met injecties worden gecorrigeerd.
• Ongeveer de helft van de patiënten verliest tijdens het eerste jaar in meerdere of mindere mate haar. Het haarverlies is tijdelijk en nooit volledig.
• Sommige mensen zijn tijdens de eerste maanden vermoeid en prikkelbaar.
• Na de operatie bestaat een verhoogde kans op galstenen, waarschijnlijk ten gevolge van een verminderde inname van vetten.
• Er bestaat een licht verhoogde kans op een maagzweer in de buurt van de nieuwe maaguitgang. Dit kan meestal worden behandeld met medicatie die de zuurproductie in de maag afremt.
• De operatie alleen volstaat niet om blijvend gewicht te verliezen. Daarom is het belangrijk dat u ook op langere termijn gebruik blijft maken van de nazorg, een strict dieet met gezonde voeding volgt en voldoende beweegt. Bij ongeveer 15% van de patiënten neemt 5 jaar na de operatie het gewicht opnieuw toe.

3. Maagballon

maagballon-250.jpg

foto: http://members.chello.nl/~c.wigmans/maagballon.htm

Bij deze ingreep wordt een ballon met een inhoud van ± 500 cc zoutoplossing of lucht, in de maag geplaatst. De ballon is gemaakt van een zacht en flexibel soort siliconen. Nadat de lege ballon ingebracht is, vult de arts hem met een steriele zoutoplossing. De ballon zweeft vrij in de maag. Deze ingreep beperkt de hoeveelheid die men nog kan eten, en zorgt voor een sneller verzadigingsgevoel. Een goede begeleiding met betrekking tot de eetgewoonten is belangrijk.
Zowel het inbrengen als verwijderen van een maagballon gebeurt via de mond en de keel. Het plaatsen van een maagballon gebeurt onder algemene narcose, met een ziekenhuisverblijf van 1 à 2 nachten. Voor het plaatsen van de ballon gebeurt een endoscopisch onderzoek om eventuele abnormaliteiten in de maag (een maagzweer, een hernia…) uit te sluiten.
De ballon wordt na zes tot maximum zeven maanden verwijderd. Ook het verwijderen van de ballon gebeurt onder algemene narcose.

Wie komt in aanmerking voor een maagballon?
• Obese patiënten met een BMI dat te laag is voor een bariatrische ingreep. Het gaat hier om patiënten met een BMI tussen 30 en 35.
• Obese patiënten met een BMI tussen 35 en 40, waarbij een bariatrische ingreep niet mogelijk is. Bijvoorbeeld omdat het risico bij een operatie te groot is.
• Obese patiënten met een BMI hoger dan 40 of 45, als voorbereiding op een chirurgische ingreep. De plaatsing van een maagballon dient dan om het operatief risico bij bijvoorbeeld een orthopedische, cardiovasculaire of bariatrische ingreep te verkleinen.

Wanneer wordt een maagballon afgeraden?
• Patiënten ouder dan 55 jaar;
• Patiënten met een maagzweer of die een maagperforatie gehad hebben;
• Patiënten met een grote hernia hiatalis (maagbreuk);
• Patiënten met ernstige ontsteking van de slokdarm (refluxoesofagitis) of andere problemen van de slokdarm;
• Patiënten die vroeger geopereerd werden aan de maag;
• Patiënten met de ziekte van Crohn;
• Patiënten die behandeld worden met bloedverdunners of die lijden aan een stollingstoornis;
• Kankerpatiënten;
• Psychiatrische stoornissen (bv. depressie, eetstoornis);
• Drugs- of alcoholverslaving;
• Tijdens zwangerschap.

Voordelen van een maagballon
• Er is geen operatie nodig (alleen algemene verdoving)
• Het gewichtsverlies is afhankelijk van uw overgewicht én van het diëet dat u volgt. Hoe zwaarder u weegt, hoe groter het gewichtsverlies. Het gemiddelde gewichtsverlies bedraagt 13 à 14 kilogram met een BMI-afname die schommelt tussen 4,8 en 7. Een stricte opvolging door een diëtist na het verwijderen van de ballon is cruciaal om het gewichtsverlies te behouden.

Risico’s en nadelen van een maagballon
• Het is een tijdelijke oplossing, na zes maanden moet de maagballon verwijderd worden omwille van het risico op lekkage.
• Na de verwijdering van de maagballon kunt u snel weer aankomen indien u de diëet- en bewegingsadviezen verwaarloost.
• Mogelijke verwikkelingen zijn:
Opgezwollen gevoel, zuuroprispingen, misselijkheid en braken (vooral tijdens de eerste dagen of weken). Indien nodig krijgt u tijdens de eerste dagen pijnstillers, braakstillers en intraveneuze zuurremmers;
- Diarree;
- maagzweer en (zeldzaam) maagperforatie;
- reactie op de verdoving;
- leeglopen van de ballon met obstructie van de maag tot gevolg.
• Een maagballon is vrij duur en wordt niet terugbetaald door de ziekteverzekering. Hij kost tussen 1.200 en 3.500 € (plaatsing en opname), afhankelijk van het ziekenhuis.

maagballon-obalon-250.jpg
Obalon: een nieuw type van maagballon
Sinds kort heeft de EU een nieuw type van maagballon, Obalon, goedgekeurd die sinds 2013 ook in België en Nederland op de markt is.
De ballon lijkt op een pil die wordt ingeslikt met een beetje water. Deze pil is verbonden met een dunne katheter. Er is dus geen verdoving of gastroscopie nodig. De ballon wordt opgeblazen met stikstof tot een volume van 250 cc. Zodra het goede volume bereikt is, wordt de katheter verwijderd door de mond.

Bij de eerste procedure wordt één ballon geplaatst, waarna indien gewenst nog eens twee ballonnen kunnen worden ingebracht, afhankelijk van het gevoel van verzadiging, de verdraagbaarheid en het gewichtsverlies. Het is aan de arts om te bepalen hoeveel ballonnen er worden geplaatst in de behandelperiode van 12 weken. De ballonnen worden weggehaald tijdens een korte endoscopische procedure waarvoor u kort wordt verdoofd.
Uit voorlopige onderzoeksgegevens blijkt dat patiënten in 12 weken gemiddeld 8% van hun totale lichaamsgewicht verliezen, 49% van hun overtollige lichaamsgewicht en dat de BMI met gemiddeld 2,8 punten vermindert. Het feitelijk gewichtsverlies hangt sterk af van hoe u uw eetpatroon aanpast.

Voor wie is de Obalon geschikt?
De Obalon-ballon is in de EU toegelaten voor tijdelijk gebruik bij patiënten met een BMI van minimaal 27 kg/m2 die eerder geen baat hebben gehad bij andere gewichtsverliesprogramma’s. De Obalon-ballon is bedoeld om te worden gebruikt in combinatie met een dieet en een gedragsaanpassingsprogramma. Hij mag gedurende maximaal 12 weken worden gebruikt. Uiterlijk aan het einde van die periode moeten alle ballonnen verwijderd worden.

Wie mag de Obalon niet gebruiken?
• Anatomische abnormaliteiten van het maagdarmkanaal
• Functionele stoornis van het bovenste deel van het maagdarmkanaal
• Ontstekingen en andere aandoeningen aan het maagdarmkanaal
• Chronisch of acuut gebruik van medicijnen waarvan bekend is dat ze de integriteit van het maagdarmkanaal en/of het gewicht aantasten
• Eerdere operaties aan het maagdarmkanaal, uitgezonderd niet-gecompliceerde blindedarmoperaties
• Onbehandelde hypothyreoïdie of onbehandeld syndroom van Cushing
• Ernstige, onstabiele/ongecontroleerde medische aandoeningen van belangrijke orgaansystemen
• Alcoholgebruik en/of drugsgebruik
• Ondergaan van een chronische steroïde of immunosuppressieve therapie
• Zwangerschap of borstvoeding of voornemen om zwanger te worden tijdens het onderzoek
• Type 1 diabetes
• Allergieën voor van varkens afkomstige producten
• U mag niet gaan duiken of reizen in een vliegtuigcabine zonder druk.

Voordelen van de Obalon
• In vergelijking met de gewone maagballon is er geen verdoving of gastroscopie nodig.
• Het gewichtsverlies is vergelijkbaar met dat van een gewone maagballon. Net zoals bij een gewone maagballon is het gewichtsverlies sterk afhankelijk van de aanpassing van de eetgewoonten en de fysieke activiteit, ook na het verwijderen van de ballon.

Risico’s en nadelen van de Obalon
• Het is een tijdelijke oplossing, na 3 maanden moeten de ballonnen verwijderd worden.
• Na de verwijdering van de ballon kunt u snel weer aankomen indien u de diëet- en bewegingsadviezen verwaarloost.
• Mogelijke verwikkelingen zijn:
- Opgezwollen gevoel, krampen, zuuroprispingen, misselijkheid en braken (vooral tijdens de eerste dagen of weken). Indien nodig krijgt u tijdens de eerste dagen pijnstillers en een anti-braakmiddel. Ook wordt aangeraden om een zuurremmend middel te nemen.
- diarree
- maagzweer en (zeldzaam) maagperforatie
- reactie op de verdoving
- leeglopen van de ballon met verstopping van de maag tot gevolg.
• De Obalon is duur en wordt niet terugbetaald door de ziekteverzekering.
Meer info: http://nl.obalon.com

4. De maag-pacemaker

De 'maag-pacemaker' is een implantaat dat onder de huid wordt ingebracht. Het toestel zendt elektrische signalen uit die de werking van de maagspieren beïnvloeden. Dit veroorzaakt een versneld verzadigingsgevoel bij voedselinname, zodat u minder eet en vermagert.
Over de effecten van de maag-pacemaker zijn de meningen sterk verdeeld. Momenteel loopt onder meer in het Universitair ziekenhuis van Maastricht een studie met een nieuw, krachtiger type van pacemaker Die ervoor zorgt dat de sluitspier licht wordt dichtgeknepen, waardoor voedsel langer in de maag blijft zitten voordat het verder het darmkanaal in gaat. Gevolg daarvan is dat het verzadigingsgevoel langer aanhoudt en het hongergevoel langer wegblijft. Hierdoor zou een gewichtsverlies met 20% worden bereikt.

Voordelen maag-pacemaker
• Het maag-darmkanaal van de patiënt blijft intact. Het aanbrengen van de pacemaker op de maag is bovendien geen complexe of gevaarlijke operatie. De behandeling kan als dagopname en de patiënt kan de volgende dag weer naar huis.
• Met de maag-pacemaker wordt een gemiddelde daling van het overgewicht met maximaal 10 % verwacht.

Nadelen maag-pacemaker
• De maag-pacemaker is erg duur en wordt niet terugbetaald door de ziekteverzekering.
• Belangrijk voor de werking is de juiste afstelling van de pacemaker. Te veel elektrische prikkeling zou o.m. leiden tot misselijkheid.
• Het gewichtsverlies is niet gegarandeerd. De meeste studies zijn tot nu toe vrij teleurstellend. Meestal komt de gewichtsvermindering bovendien niet van de pacemaker, maar wel van het feit dat men ook naar een diëtist moet gaan.

Hoeveel gewicht zult u verliezen?

Tijdens de eerste 6 tot 9 maanden is het gewichtsverlies het grootst. Daarna gaat het vermageren trager maar houdt gemiddeld 12 tot 18 maanden aan. Daarna stabiliseert het gewicht.

Hoe snel mag u afvallen?
Tijdens de eerste paar maanden verliest u ongeveer een halve tot anderhalve kilogram per week. Dat kan schommelen van week tot week.
• Indien u na de eerste paar maanden meer dan 1,5 kg per week afvalt, loopt er waarschijnlijk iets fout. Raadpleeg dan de chirurg. Er bestaat namelijk het gevaar van uitdroging, ondervoeding en spierafbraak. Te snel afvallen wordt veroorzaakt door te weinig eten en drinken of door teveel braken.
• Het is normaal dat uw gewicht af en toe een paar weken stilstaat tijdens het afvallen. Er is iets mis als u in het eerste jaar in een periode van drie maanden minder dan vijf kilogram afvalt. Dit betekent dat u teveel calorieën per dag binnen krijgt.

Het geschatte gewichtsverlies
De meeste patiënten bereiken een gewichtsverlies van 40 tot 50% van het overtollige gewicht (het aantal kilo’s boven het ideale gewicht), soms meer, soms minder.

• Maagring: het overgewichtverlies wordt geschat op 30 à 50%.
• Verticale gastroplastie: het overgewichtsverlies wordt geschat op 50 tot 70%.
• Sleeve maagverkleining of sleeve gastrectomie: het geschatte overgewichtsverlies bedraagt 50 tot 80%.
• Maagomleiding of gastric bypass: de verwachte overgewichtsafname schommelt tussen 55 en 70%.

Het is voor de operatie onmogelijk te voorspellen hoeveel en hoe snel u gewicht zult verliezen, en of u dit gewichtsverlies kunt behouden. Dat is afhankelijk van tal van factoren.

Factoren die het gewichtsverlies bepalen
• Leeftijd
• Gewicht voor de operatie
Mensen met een hogere BMI verliezen doorgaans meer gewicht. Mensen met een lagere BMI raken meestal wel een groot percentage van hun overgewicht kwijt en zullen hun ideaal gewicht beter kunnen benaderen.
• Algemene gezondheid
Mensen met diabetes type 2 verliezen bijvoorbeeld over het algemeen iets minder gemakkelijk lichaamsgewicht dan mensen zonder diabetes type 2. Wel is er vaak een sterke verbetering van de diabetes merkbaar.
• Opvolgen van voedingsadviezen: u zult dit gewichtsverlies enkel verkrijgen en behouden als u uw hele leven lang uw eetgewoonten aanpast en een strikt dieet volgt.
• Wel of niet sporten.

Realistische verwachtingen
Het is belangrijk te beseffen dat u, ook na een bariatrische operatie, nooit echt een ideaal gewicht (een BMI onder 25) zult hebben. Vrijwel iedereen zal na de eerste jaren van afvallen weer wat aankomen. Dat is normaal.
Het uiteindelijke resultaat van het gewichtsverlies na tien jaar is na een gastric bypass operatie ongeveer een kwart van uw gewicht van vóór de operatie. Na een maagband of een
sleeve gastrectomie is dit ongeveer een zesde. De oorzaak van het langzaam aankomen in gewicht is dat u langzaam maar zeker gaat wennen aan de nieuwe manier van eten.
Het gewichtsverlies is meestal wel voldoende om de kwaliteit van uw leven te verbeteren. Uiteindelijke bedoeling van een bariatrische operatie zou moeten zijn dat u de rest van uw leven een BMI van minder dan 35 behoudt.

Niet alleen gewichtsverlies telt
Het succes van een maagverkleining moet niet alleen beoordeeld worden op het bekomen (over)gewichtsverlies, maar ook op de positieve gezondheidseffecten (diabetes type 2, cholesterol, hoge bloeddruk, slaapapneu, d.w.z. het tijdelijk ophouden van de ademhaling tijdens het slapen).
Om het medisch risico van overgewicht te verlagen, dient minstens 10% overgewichtsverlies bekomen te worden.

Risico’s en complicaties van een maagverkleining

123-afb-oper-laparasc-chir-200-12.jpg
Zoals aan elke operatie zijn ook aan een bariatrische ingreep risico’s verbonden en kunnen er complicaties optreden.
Naar schatting komen in 10% van de gevallen complicaties voor, maar in slechts 3 à 5% is sprake van een ernstige complicatie. In ongeveer 0,5% leidt de operatie of een complicatie tot overlijden.

Het risico op complicaties verschilt volgens het type ingreep en uw eigen toestand.
• Alle ernstige of minder ernstige complicaties van een operatie hebben zwaardere gevolgen bij patiënten met overgewicht dan bij patiënten zonder overgewicht.
• Vrouwen, patiënten jonger dan 45 jaar en patiënten met een BMI lager dan 50 hebben een minder groot overlijdensrisico.
• Patiënten ouider dan 65 jaar, met hoge bloeddruk of met een verhoogd risico op trombose hebben een groter overlijdensrisico.

Uit diverse studies blijkt dat ook de ervaring van de chirurg een belangrijke rol speelt. Bij chirurgen die veel operaties doen en in ziekenhuizen waar veel operaties worden uitgevoerd, komen minder ernstige en dodelijke complicaties en minder heropnames voor.
Daarom wordt in diverse aanbevelingen ervoor gepleit dat bariatrische ingrepen alleen uitgevoerd worden in ziekenhuizen waar minstens 100 ingrepen per jaar gebeuren en waar minstens twee chirurgen aanwezig zijn die elk minstens 50 ingrepen per jaar uitvoeren. Een bariatrische centrum moet bovendien beschikken over een multidisciplinair team en moet een langdurige nacontrole/begeleiding waarborgen.

Voorzorgsmaatregelen voor de operatie
Voor de operatie wordt nagegaan of u aandoeningen of ziektes heeft die het operatierisico kunnen verhogen.

• Afvallen
Elke kilo die u afvalt voor de operatie is een verbetering van uw operatierisico. Indien nodig zult u in de weken voor de operatie een laagcalorisch dieet moeten volgen.
• Stoppen met roken
Het is verstandig voor de operatie te stoppen met roken. Roken veroorzaakt doorbloedingsproblemen wat de kans op wondinfectie verhoogt en de wondheling bemoeilijkt. De rokershoest veroorzaakt pijn ter hoogte van de wonde. Het verhoogt ook het risico op een maagzweer na de operatie. Gezien u door de maagverkleining gewicht verliest, zal het stoppen van roken geen gewichtstoename veroorzaken.

Mogelijke problemen na de operatie

123-obesit-weegsch-help-170-121.jpg
Nabloeding
Bij een (na)bloeding moet soms een bloedtransfusie worden toegediend of in ernstige gevallen soms ook een tweede operatie.

Lek van maag- of darminhoud
Tijdens of na de operatie kan een lek van maag- of darminhoud optreden. Dit kan een buikvliesontsteking tot gevolg hebben. Dit is een ernstige complicatie.
Bij een buikvliesontsteking moet vaak een tweede operatie worden uitgevoerd. Meestal gebeurt ook dat via een kijkoperatie. Het lek kan vaak gedicht worden door tijdelijk een kunststof buisje te plaatsen in het spijsverteringskanaal.

Lek op de nietjesnaad
Indien de nietjesnaad lekt, moet die via een nieuwe kijkoperatie worden gehecht en moet het vocht via een slangetje afgevoerd worden.

Wondinfectie
De symptomen van een wondinfectie zijn meestal: pijn, koorts, zwelling, roodheid rond de wonde.
Wanneer u denkt dat u een wondinfectie hebt, moet u zo snel mogelijk uw arts raadplegen.
Er moet dan een kleine opening gemaakt worden in de wonde, zodat de infectie weg kan.

Trombose
Bij elke operatie bestaat een risico op een trombose. Dit risico is groter bij mensen met overgewicht.
Bij trombose ontstaan er bloedstolsels in de diepe aders van de benen (diepe veneuze trombose of trombosebeen). Deze stolsels kunnen via de bloedbaan meegevoerd worden naar de longen en een longembolie veroorzaken. Dit kan levensgevaarlijk zijn.
• U krijgt daags voor de operatie een bloedverdunner ingespoten.
• Tijdens de operatie zult u eventueel anti-embolie kousen.
• Na de operatie krijgt u dagelijks een spuitje met een bloedverdunner toegediend. Ook na uw ontslag zal u nog een tijdlang dagelijks een bloedverdunner krijgen (via een spuitje in de buik, eventueel via de thuisverpleging).
• Binnen de 24 uur moet u uit bed en moet u beginnen rondlopen. Hoe meer u de benen beweegt, hoe beter het bloed door de diepe aders van de benen stroomt.
Probeer overdag niet in bed te gaan liggen, maar zoveel mogelijk rechtop te staan of te lopen. Ook in bed moet u met de benen bewegen door af en toe de knieën een paar keer op te trekken en de voeten op en neer te bewegen.

Ademhalingsproblemen
De kans op ademhalingsstoornissen is de eerste 24 uur na de narcose bij ernstige obesitas verhoogd. Daarom wordt de ademhaling de eerste nacht na de operatie goed in de gaten gehouden op de speciale bewakingsafdeling.

Vermoeidheid
Een veel voorkomende klacht in het eerste jaar na een maagoperatie is vermoeidheid.
Dit wordt veroorzaakt door het snelle afvallen en verdwijnt meestal vanzelf als het afvallen na 6 à 12 maanden minder snel gaat.
Om dit te voorkomen moet u voldoende en regelmatig eten en de voorgeschreven vitaminesupplementen innemen. Indien een bloedstaal een ijzertekort aantoont, zult u ook ijzersupplementen moeten nemen.
Indien nodig kan uw arts tijdelijk een anabolicum toedienen waardoor u bij het vermageren vooral vet en geen spierweefsel verliest.

Pijn
Het is normaal dat u na een operatie pijn voelt. U krijgt trouwens bij ontslag uit het ziekenhuis waarschijnlijk een voorschrift voor pijnstillers mee. Gebruik bij voorkeur paracetamol. Gebruik niet te veel pijnstillers op te korte tijd, en probeer er wat bij te eten.
Indien de pijn na enkele weken echter erger wordt in plaats van minder, of als u ineens erge pijn krijgt, moet u zo snel mogelijk uw arts contacteren.

Maagzweer
Na een bariatrische operatie hebt u een verhoogde kans om een maagzweer te krijgen. Bij rokers ligt die kans nog hoger.
Om dit te voorkomen krijgt u de eerste 3 tot 12 maanden maagzuurremmers voorgeschreven.
U moet ook zeer voorzichtig zijn met niet-steroïde ontstekingsremmers (NSAID’s) zoals Ibuprofen, Voltaren enz. Deze geneesmiddelen kunnen maagzweren veroorzaken.

Nierstenen / galstenen
Na de operatie bestaat een verhoogde kans op gal- en nierstenen, waarschijnlijk door het snelle gewichtsverlies en de verminderde inname van vetten.

Haarverlies
Haarverlies treedt vaak op bij snel vermageren. Ongeveer de helft van alle patiënten ondervindt dit in meer of mindere mate het eerste jaar na de ingreep. Het haarverlies is echter tijdelijk en nooit volledig.

Maag-darmproblemen
In de eerste weken na de operatie zijn klachten van misselijkheid, braakneigingen, krampen, opgeblazen gevoel, rommelingen, honger, harde of zachte ontlasting en buikpijn normaal na de operatie. Ze gaan meestal na enkele maanden vanzelf over. Schakel eventueel enkele dagen opnieuw over van vast voedsel naar gepureerde of vloeibare voeding.
Als de klachten ook na enkele maanden niet verdwenen zijn, moet u uw arts raadplegen.

Vernauwing ter hoogte van de maag
Het kan voorkomen dat er ineens helemaal geen voedsel meer door de maag lijkt te gaan en u alles wat u eet snel weer uitbraakt door vernauwing van de verbinding tussen de maag en de darm. De vernauwing kan eventueel met een ballon worden opgerekt via een maagonderzoek.
Bij een maagband wordt dit probleem meestal veroorzaakt doordat de maag verschoven is ten opzichte van de band. Het is ook langere tijd na de operatie nog mogelijk. Er is dan een nieuwe kijkoperatie nodig om de maagband weer goed te plaatsen of om de maagband te verwijderen en alsnog een maagomleiding (gastric bypass) uit te voeren.
Enkele maanden tot jaren na de operatie kan soms een afsluiting van de darmen ontstaan door vergroeiingen in de buik, door een littekenbreuk in de buikwand, of door een verstrengeling van darmen. Dit laatste wordt een inwendige darmbreuk genoemd en ontstaat in het bijzonder als de darmen weer meer plaats krijgen door de afname van het vetweefsel in de buik bij het afvallen. Soms is een nieuwe operatie noodzakelijk.

Uitzetting van de maag
Bij een maagband of een verticale gastroplastie kan het maagzakje uitzetten door overmatig eten. Daardoor gaat het effect van de ingreep verloren en zult u opnieuw gewicht bijkomen.

Bloedarmoede, ijzertekort
Na bariatrische heelkunde eet u veel minder en krijgt u dus ook minder ijzer binnen. Bovendien wordt bij een maagomleiding (gastric bypass) en een sleeve gastrectomie ijzer minder goed in het lichaam opgenomen.
Daarom zal er op geregelde tijdstippen een bloedonderzoek gebeuren om een ijzertekort op te sporen. Indien nodig zal uw arts ijzersupplementen voorschrijven.

zie ook artikel : Anemie (Bloedarmoede)


Vitaminetekorten
Na bariatrische heelkunde eet u veel minder en krijgt u dus ook minder vitaminen en mineralen binnen. Bovendien worden bij een maagomleiding (gastric bypass) en een sleeve gastrectomie bepaalde vitaminen en mineralen minder goed in het lichaam opgenomen.
Om een tekort aan deze vitaminen en mineralen (voornamelijk vitamine B12, foliumzuur, calcium, fosfaat, ijzer, zink en vetoplosbare vitaminen A, D en E) te vermijden, moet u gedurende het eerste jaar en vaak levenslang vitamine- en eventueel ijzersupplementen nemen. Bij te snelle vermagering of braken zullen er gedurende de eerste maanden ook vitamine B1-supplementen voorgeschreven worden. Ook gebeuren er geregeld bloedcontroles om eventuele vitamine- of mineralentekorten op te sporen. In het begin gebeurt dat om de 3 à 6 maanden, later om de 1 à 2 jaar.

Veranderde opname van medicatie
De opname van geneesmiddelen via het maag-darmkanaal wijzigt na bariatrische heelkunde. Het is daarom van belang om elke arts die u raadpleegt steeds in te lichten over de operatie.
• Het innemen van geneesmiddelen kan moeilijker gaan. U zult de tabletten dan moeten breken of pletten. Pillen met omhulsel mogen niet gebroken worden: vraag dan aan de apotheker de vloeibare of oplosbare vorm van het geneesmiddel.
Indien er toch een pilletje blijft zitten, drink dan een glas water met twee theelepels poedergist. Het pilletje zal dan gemakkelijker oplossen.
• De orale anticonceptie (‘de pil’) wordt soms minder goed in het lichaam opgenomen na bariatrische heelkunde waardoor de betrouwbaarheid niet meer gegarandeerd is. Dat is zeker het geval wanneer u een gastric bypass of een andere malabsorptie-ingreep heeft gehad. Overleg met uw huisarts of gynaecoloog welke anticonceptiemethoden voor u geschikt zijn.
• Neem nooit op eigen houtje een laxerend middel, maar vraag eerst altijd advies aan uw arts.

Wanneer moet u uw arts raadplegen?
In volgende omstandigheden moet u zo snel mogelijk uw arts raadplegen omdat er wellicht iets fout loopt.
  • aanhoudende koorts van meer dan 38 °C
  • bloedingen of aanhoudend wondvocht uit een van de operatiewonden
  • toenemende zwelling van de buik
  • toenemende pijn
  • niet kunnen eten en/of drinken
  • aanhoudende misselijkheid
  • aanhoudend braken
  • hevige, bloederige of blijvende diarree
  • aanhoudende hoest of ademhalingsmoeilijkheden.

Wanneer mag u

Vast voedsel eten?
De eerste twee weken na de operatie moet de maag genezen. Om te voorkomen dat er gevaarlijke nabloedingen of andere complicaties ontstaan, mag u die eerste twee-drie weken geen vaste voeding doorslikken, alleen vloeibare en gemalen voeding. Vanaf de tweede of derde week mag u geleidelijk overstappen naar vaste voeding.

Opnieuw aan het werk?
Afhankelijk van het soort operatie, uw fysieke conditie en het soort werk mag u twee tot zes weken na de operatie opnieuw aan het werk.

Autorijden?
Vermijd de eerste 2 weken om met de auto te rijden.

Baden / douchen?
De wonde is afgedekt met een waterafstotend verband waarmee u mag douchen. U mag echter geen bad nemen zolang nog een verband of hechtingen aanwezig zijn.
U mag de eerste drie maanden niet in een sauna.

Heffen?
Heffen (> 10 kg) wordt best vermeden de eerste 2 tot 4 weken na de operatie. Ook buikspieroefeningen zijn de eerste weken uit den boze.
Mogelijk zult u in de eerste weken een buikband moeten dragen.

Leven na een maagverkleining

123-vr-obesit-dik-dun-170-12.jpg
Na een bariatrische ingreep is opvolging door de chirurg, uw huisarts en een diëtist van groot belang om het risico op complicaties te verkleinen en eventueel snel te kunnen oplossen, en om de kans op slagen en blijvend gewichtsverlies te verhogen.
• In de eerste maanden zult u geregeld op controle moeten bij de chirurg, uw huisarts en diëtist. Nadien zult u meestal jaarlijks een controle ondergaan. Nazorg is levenslang aanbevolen.
• De operatie alleen zal niet volstaan om blijvend gewicht te verliezen. U zult dit gewichtsverlies enkel verkrijgen en behouden als u uw hele leven lang uw eetgewoonten aanpast, een strikt dieet volgt, en voldoende beweegt.

zie ook artikel : Leven na een maagverkleining of bariatrische operatie

Obesitaschirurgie en zwangerschap

U bent zwanger
Een maagverkleining mag niet wanneer u zwanger bent.

U wenst zwanger te worden
Zwanger worden na een bariatrische ingreep is geen probleem. U moet wel minstens 12 tot 24 maanden wachten om zwanger te worden tot uw gewicht weer min of meer stabiel is.
Tijdens de eerste drie maanden van een zwangerschap voelen vele vrouwen zich bovendien misselijk en moeten ook vaak braken, wat het herstelproces van een pas geopereerde maag niet ten goede komt.
• Mogelijk bent u door het gewichtsverlies na een bariatrische operatie vruchtbaarder en sneller zwanger. Bovendien wordt orale anticonceptie (‘de pil’) soms minder goed in het lichaam opgenomen na bariatrische heelkunde en is de betrouwbaarheid van ‘de pil’ als anticonceptiemiddel dus niet meer gegarandeerd. Dat is zeker het geval wanneer u een gastric bypass of een andere malabsorptie-ingreep heeft gehad. Overleg met uw huisarts of gynaecoloog welke anticonceptiemethoden voor u het meest geschikt zijn.
• Als u in het eerste jaar na uw operatie toch zwanger wordt, moet u dit zo snel mogelijk melden bij uw gynaecoloog, zodat uw voeding kan worden aangepast.
Als u niet zeker bent van het type van operatie, vraag aan de chirurg die uw operatie uitgevoerd heeft of hij een brief voor uw gynaecoloog wil schrijven waarin staat wanneer u geopereerd bent, welk type ingreep u hebt gehad, of u medicatie neemt en de resultaten van uw laatste bloedname.

Uw gynaecoloog zal hij/zij u een gerichte opvolging met aangepast bloedanalyses kunnen voorstellen.
• Net zoals elke vrouw die zwanger wil worden, neemt u best een supplement foliumzuur. U kunt dit zonder voorschrift halen bij de apotheek. Zodra u stopt met anticonceptie, wordt u geadviseerd dit in te nemen.
• Na obesitaschirurgie wordt het nemen van een voedingssupplement aangeraden. U kunt nu best overschakelen naar een voedingssupplement speciaal voor zwangere vrouwen. Uw arts of apotheker kan u hierover informeren. Ondervindt u klachten hiervan zoals misselijkheid, duizeligheid, of een te grote pil, vermeld dit aan uw arts zodat er gezocht kan worden naar een alternatief.
• Net zoals bij een normale zwangerschap zijn gezonde eet-en drinkgewoonten zeer belangrijk. Als u zwanger bent, moet u meer eten. U neemt dan best contact op met een diëtist om te kijken of uw voeding compleet is.
• Hou uw gewichtstoename in het oog. Een te hoge gewichtstoename is zeker niet gewenst, maar drastisch afvallen is ook niet aangewezen tijdens een zwangerschap.
• In het geval van een maagband kan deze tijdelijk wijder gemaakt worden. Na de zwangerschap wordt de band weer strakker gemaakt en kunt u weer afvallen.
• Uit studies blijkt dat een zwangerschap na een maagverkleining gepaard gaat met minder complicaties voor de moeder (zoals zwangerschapsdiabetes en pre-eclampsia) dan een zwangerschap bij obese vrouwen.
Wel zou de kans op een vroeggeboorte en op een laag geboortegewicht mogelijk iets hoger liggen bij vrouwen die een maagverkleining ondergingen, dan bij vergelijkbare leeftijdsgenoten die geen operatie ondergingen. Vooral bij vrouwen die binnen de 18 maanden na hun maagverkleining zwanger worden, zou de kans op een vroeggeboorte iets hoger liggen.

Na de bevalling
• Borstvoeding is voor uw baby en uzelf een goede keuze. Informeer de kinderarts wel over de operatie die u heeft gehad.
• Blijf gezond en gevarieerd eten en probeer voldoende lichaamsbeweging te nemen.
• Blijf uw voedingssupplementen innemen.

Plastische heelkunde na vermageringsingrepen

buikwandplastiek.jpg
Wie snel vermagert, krijgt vaak te maken met overtollige huid op buik, billen, borsten en armen. Hoeveel de huid krimpt, verschilt overigens van persoon tot persoon en is afhankelijk van o.m. leeftijd, huidtype en andere factoren zoals roken. Fitnessen en zwemmen kunnen helpen, maar toch niet volledig voorkomen dat het gewicht sneller krimpt dan het vel. Het huidoverschot zit vooral op de buik maar op de rug, dijen en billen, op bovenarmen, borsten en soms het gelaat.

Het is mogelijk de overtollige huid te verwijderen en de contouren van het lichaam te verbeteren door middel van plastisch chirurgische ingrepen.
• Een plastische operatie is pas mogelijk als u niet meer afvalt en uw gewicht al enige tijd stabiel is, dus meestal pas één jaar na de bariatrische operatie.
• Indien u rookt, wordt aangeraden om 3 à 4 maanden voor de ingreep te stoppen. Roken veroorzaakt doorbloedingsproblemen wat de kans op wondinfectie verhoogt en de wondheling bemoeilijkt met minder mooie littekenvorming tot gevolg.
• Bij elke plastische operatie blijft er een soms groot litteken over. De chirurg zorgt er wel voor dat dit zo weinig mogelijk zichtbaar is.
• De duur van de ziekenhuisopname hangt af van het type ingreep.
• Reken op een werkonbekwaamheid van 2 tot 6 weken, afhankelijk van het type werk en het type ingreep.
• Informeer vooraf bij uw ziekenfonds en/of private ziekteverzekering of deze ingrepen worden terugbetaald.

Borstcorrectie
Na fors gewichtsverlies kunnen de borsten in volume afnemen, waardoor ze leeg aanvoelen en afhangen.
Afhankelijk van de preciese situatie kunnen vorm en volume hersteld worden met een borstlift, al dan niet gecombineerd met een prothese. In andere gevallen zal een borstverkleining worden uitgevoerd.

Buikwandcorrectie
Een buikwandcorrectie (abdominoplastie) al dan niet gecombineerd met een liposuctie en het bij elkaar brengen van de buikwandspieren, is mogelijk.

Rug
Huidoverschot op de rug kan met een circulaire plastie (bodylift) verholpen worden.

Armlift
Een armlift (brachyplastie) is mogelijk, eventueel gecombineerd met liposuctie ter verbetering van de doorhanging van de bovenarm.

Dijlift
Overschot aan de binnenzijde van de dijen (dijlift) of vetophoping aan de buitenzijde (rijbroek) kan door middel van excisie en/of liposuctie weggewerkt worden.

Facelift
In het gelaat kan een facelift het teveel aan huid wegwerken, eventueel met liposuctie en/of lift van de halsregio en/of de oogleden.

Bronnen
www.obesitasgent.be/nl/obesity
www.uzgent.be/wps/wcm/connect/nl/web3/Gezondheidsdossiers/Obesitas/
www.zna.be/nl-BE/overZNA/Medisch%20aanbod/Obesitascentrum%20ZNA%20Stuivenberg/Hoe%20wordt%20obesitas%20behandeld/Gastric%20Bypass.aspx
www.uzleuven.be/obesitaskliniek/behandelingen-obesitas
www.uzleuven.be/voeding-tijdens-zwangerschap/wat-is-obesitaschirurgie
www.uzbrussel.be/u/view/nl/3728676-Obesitasheelkunde.html
www.maguza.be/dossiers/p/artikel-dossier/obesitas-chirurgie-als-laatste-optie
www.azsintjan.be/obesitaschirurgie/veelgestelde-vragen.aspx
www.heelkunde-olv.be/ingrepen/bariatrische%20heelkunde/bariatrischeheelkunde.htm
www.stlucas.be/raadplegingen/obesitascentrum_chirurgisch.htm
www.maasstadziekenhuis.nl
www.chirurgie-digestive.com


verschenen op : 02/01/2014 , bijgewerkt op 24/09/2015

9 reacties

bekijk alle 9 reacties

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub