Bij een bipolaire stemmingsstoornis beweegt de stemming zich tussen twee extreme polen: perioden van euforie worden afgewisseld door depressieve perioden. Vroeger werden de patiënten dan ook wel manisch-depressief genoemd. Soms kan die schommeling meerdere malen per jaar optreden. De ernst van de stoornis kan zeer sterk variëren. De oorzaak of oorzaken van de afwijking zijn nog steeds duister. Naar schatting lijden tienduizenden mensen in België aan deze aandoening, die hun normale functioneren ernstig belemmert, maar die met geneesmiddelen vrij goed onder controle kan worden gehouden.
Meestal begint de stoornis bij jonge mensen vanaf de leeftijd tussen16 en 25 jaar, maar de stoornis kan ook achter in de dertig voor het eerst optreden. Naar schatting zou ong. 1% van alle volwassenen vanaf 16 jaar en ouder in minder of meerdere mate last hebben van een bipolaire stemmingsstoornis. De stoornis komt voor in alle sociale klassen en komt evenveel voor bij vrouwen als bij mannen. Een typische bipolaire stoornis (type 1) wordt gekenmerkt door afwisselende episoden van (ernstige) depressie en manie. Tussen die episoden functioneert men volkomen normaal, al blijven bij een aantal patiënten constant lichte verschijnselen aanwezig.
Bij een bipolaire stoornis van type 2 worden perioden van (ernstige) depressie afgewisseld met perioden van milde manie (hypomanie) Depressie en manie kunnen soms gelijktijdig aanwezig zijn, maar wisselen elkaar meestal af met vaak daartussen perioden zonder symptomen. Deze tussenperioden kunnen soms lang zijn, bijvoorbeeld één of enkele jaren. In feite is er een cyclus van ziek zijn (manisch of depressief) afgewisseld met niet-ziek zijn. Onbehandelde manische of depressieve perioden duren gemiddeld drie tot zes maanden, maar korter of langer kan. Bij sommige patiënten volgen de ziekte-episoden elkaar zeer snel op, soms zelfs meerdere keren per week.
Gedurende depressieve fasen die doorgaans minstens twee tot vier weken duren, heeft men veelal last van lusteloosheid, heeft men voor veel activiteiten geen interesse meer, ervaart men gevoelens van wanhoop en verwijt men zich van alles. Vaak slapen mensen met een depressie slecht of erg veel, en bewegen ze zich trager dan normaal. Verder is hun denkvermogen verminderd, hun geheugen verslechterd en kan men zich maar met moeite concentreren.
Men spreekt van een depressie wanneer vijf of meer van de volgende symptomen (bijna) dagelijks aanwezig zijn binnen een periode van twee weken: • depressieve stemming gedurende het grootste deel van de dag • duidelijk verlies van interesse of plezier, inclusief seks • duidelijke gewichtstoename of -verlies • slapeloosheid of overdreven slaperigheid • fysieke opgewondheid of omgekeerd loomheid • moeheid of verlies van energie • gevoelens van waardeloosheid • buitensporige of onterechte schuldgevoelens • besluiteloosheid, concentratieproblemen, geheugenproblemen • zelfmoordgedachten Deze symptomen veroorzaken een duidelijke verstoring van het normaal functioneren, zijn niet te wijten aan een lichamelijke aandoening (bv. ziekte van Parkinson), alcohol- of drugmisbruik en zijn niet het gevolg van een acuut rouwproces.
De diagnostische criteria voor manische en de wat minder ernstige hypomane fasen zijn in vele opzichten tegengesteld aan de kenmerken die horen bij depressies. Gedurende deze perioden voelt men zich juist uitgelaten of geprikkeld, soms zelfs zo ernstig dat werk, sociale activiteiten of relaties er schade door oplopen. Men slaapt minder, spreekt vaak snel, opgewonden en indringend, en wisselt vaak en gemakkelijk van onderwerp. Patiënten zijn meestal bijzonder overtuigd van het belang en de juistheid van hun eigen ideeën; door deze zelfoverschatting is er vaak verminderd inzicht in situaties en meer impulsief gedrag. Manische of hypomane mensen kunnen soms veel geld uitgeven, roekeloos autorijden of twijfelachtige zakelijke of seksuele relaties aangaan. Zowel depressies als manieën kunnen naast de genoemde ook psychotische kenmerken hebben zoals wanen en hallucinaties.
Men spreekt van een manische episode als drie of meer van de volgende symptomen dagelijks gedurende minstens een week aanwezig zijn: • opgeblazen gevoel van eigenwaarde of grootheidsideeën • minder slaapbehoefte • verhoogde spraakzaamheid • verminderde concentratie, gemakkelijk af te leiden • toename van doelgerichte activiteit of psychomotorische agitatie • zich overmatig bezighouden met aangename activiteiten De klachten moeten een verstoring betekenen van het normale functioneren, en niet het gevolg zijn van een lichamelijke aandoening of van alcohol- of drugsmisbruik.
Een milde manische of zg. hypomane episode, is een periode met verhoogde, prikkelbare stemming gedurende tenminste vier dagen, plus minstens drie van de volgende symptomen: 1. Opgeblazen gevoel van eigenwaarde of grootheidsideeën 2. Afgenomen behoefte aan slaap 3. Spraakzamer 4. Gedachtenvlucht 5. Verhoogde afleidbaarheid 6. Toename van doelgerichte activiteit 7. Overmatig bezighouden met aangename activiteiten waarbij een grote kans op pijnlijke gevolgen
Soms kunnen manische en/of depressieve periodes gepaard gaan met psychotische symptomen zoals hallucinaties, waanideeën...
Er is niet één afzonderlijke oorzaak aan te wijzen voor een stemmingsstoornis. Er is meestal sprake van een combinatie van factoren. Waarschijnlijk ligt een of ander defect in de hersenen waardoor het evenwicht in de neurotransmitters in de hersenen die de zenuwsignalen overbrengen, verstoord is. Gezien de aandoening vaker voorkomt in bepaalde families, is er zeker sprake van een erfelijke factor. Daarnaast kunnen ook allerlei omgevingsfactoren meespelen, zoals een lichamelijke ziekte, geneesmiddelenmisbruik, alcohol en andere drugs, gebrek aan vaardigheden om met problemen om te gaan, ingrijpende gebeurtenissen in het leven, enz.
Een acute depressie of manie wordt in de regel behandeld met Lithium, eventueel gedurende korte tijd aangevuld met carbamazepine of valproaat (twee stemmingsregulatoren), en zo nodig tijdelijk een anti-depressivum, een kalmerende middel (benzodiazepine), enz. Uiteraard dient de behandeling te gebeuren op voorschrift en onder toezicht van een psychiater of een onderlegd huisarts. De hoeveelheid lithium die iemand per dag nodig heeft verschilt van persoon tot persoon. Wanneer u lithium gebruikt kan het enige weken duren voor de werking volledig is. De ervaring leert dat pas een wat langere periode van gebruik zicht geeft op het effect, ook bij depressies. Respecteer strict de voorgeschreven dosis. Een vergeten dosis mag u nooit de volgende dag inhalen om overdosis te vermijden.
In vele gevallen zullen mensen die aan deze stoornis lijden ook tijdens niet-acute perioden een zg. onderhoudsbehandeling met lithium en/of eventueel een ander geneesmiddel krijgen om manische of depressieve periodes te voorkomen. Dit is bijna altijd het geval bij patiënten die een grote kans op recidief hebben (om dus te hervallen) of die een vrij ernstige depressieve of manische periode hebben doorgemaakt. De duur van de onderhoudsbehandeling hangt van veel factoren af maar is in principe levenslang. Lithium werkt niet verslavend zoals sommige andere geneesmiddelen. Het veroorzaakt in een normale dosis geen slaperigheid. De werking van lithium blijft ook na jaren gebruik gelijk. Gewoonlijk zijn de bijwerkingen onschuldig en voorbijgaand van aard. Meest voorkomende klachten zijn misselijkheid en buikkramp, een droge mond en trillende handen. Bij mensen die lithium innemen moeten de tanden regelmatig onderzocht worden op cariës en ze dienen ook op hun voedingsgewoonten te letten om gewichtstoename te vermijden. Verder zal de behandelende arts regelmatig de schildklierfunctie controleren. Vermits lithium een invloed kan hebben op andere geneesmiddelen dient u steeds de arts in te lichten wanneer er een geneesmiddel wordt voorgeschreven. Ook bij zwangerschapswens moet de gynaecoloog ingelicht worden van het lithiumgebruik. Naast een behandeling met geneesmiddelen zal de arts meestal ook een bepaalde psychotherapie starten.
Bij een tekort aan vocht en zout kan, bij een gelijkblijvende dosis lithium, de lithiumspiegel toenemen. Dit kan bijvoorbeeld optreden: • bij diarree en braken • bij extreem vochtverlies door transpireren • door een extreem vermageringsdiëet • door een zoutarm dieet • door eetlustverlies en tijdens een acute ziekte • bij gebruik van bepaalde andere medicijnen. Zorg daarom steeds voor voldoende zout en vochtinname bij warmte, ziekte, hevig transpireren en langdurige inspanning. Denk hieraan bij reizen naar warme streken.
Symptomen van een mogelijke lithiumvergiftiging: Voorheen niet bestaande en snel erger wordende sufheid, sloomheid, lusteloosheid, spierzwakte, zwaar gevoel in de armen en benen, een onzekere 'dronkemans'-loop of 'dronkemans'-spraak, sterk beven van handen en/of kaak, braken, diarree en spiertrekkingen. Stop in een dergelijk geval de lithium-innames en neem zo spoedig mogelijk contact op met uw arts.
Deze informatie is bedoeld voor (vaak jonge) mensen die een eerste psychose meemaken en voor familieleden die op zoek zijn naar hulp voor hun familielid.
Sinds 1987 zet deze vereniging, aanvankelijk in de vorm van een stichting, zich in voor mensen met een manisch depressieve stoornis (MDS) en hun betrokkenen. Dat zijn partners, ouders, kinderen of andere familieleden, maar ook vrienden van de patiënt.