Additieven - Wat zit er in mijn eten?

Laatst bijgewerkt: November 2015 | 9 reacties

dossier De meeste industriële voedingsmiddelen bevatten toegevoegde stoffen, de zogeheten additieven of E-nummers. Veel mensen staan ten onrechte erg argwanend tegenover deze stoffen.

Elk voedingsmiddel bevat van nature enkele duizenden bestanddelen. Het gaat zowel om stoffen die essentieel zijn voor onze gezondheid - zoals vitaminen, mineralen, eiwitten, suikers en vetten - als om stoffen die geen echte voedingswaarde hebben, zoals natuurlijke kleurstoffen, gommen, harsen, enz.

kleurst-additiev-drank-kleur-1470_400_09.jpg
Daarnaast worden er ook allerlei stoffen aan toe gevoegd om het eindproduct aantrekkelijker te maken, een mooiere kleur te geven, om de bewaarduur te verlengen, enz. Dit zijn de additieven. Soms kan een voedingsmiddel ook nog bepaalde ongewenste stoffen bevatten, bijvoorbeeld resten van bestrijdingsmiddelen. In dat geval spreekt men van contaminanten.

E-nummers

• Het gebruik van additieven is wettelijk geregeld. In principe mogen alleen additieven worden toegevoegd die onschadelijk zijn voor de gezondheid of in hoeveelheden waarvan wordt aangenomen dat ze onschadelijk zijn. En anderzijds mogen ze alleen gebruikt worden wanneer ze technisch onontbeerlijk zijn bij gebrek aan andere oplossingen. Ze mogen niet worden aangewend om kwaliteitsgebreken te verdoezelen of de consument te misleiden over de precieze samenstelling van een productie (bv. een gele kleurstof om het gebrek aan eieren te verdoezelen).

• Ten tweede mogen alleen additieven worden gebruikt die voorkomen op een zogeheten positieve lijst, enkel voor de daarin vermelde eetwaren en hoogstens de opgegeven maximumdoses. Al die toegelaten additieven hebben een codenummer dat in heel Europa geldt en dat is samengesteld uit de letter E (van Europa) gevolgd door 3 cijfers.

Concreet gaat het om volgende groepen:

1.Kleurstoffen (E100 tot E199). Het gaat hier zowel om synthetische als om natuurlijke kleurstoffen. Dit laatste betekent niet noodzakelijk dat ze van nature in het product voorkomen, wel dat ze afkomstig zijn van natuurlijke producten zoals bv. bietenrood (E162) of carotenoïden (E160).

2. Bewaarmiddelen (E200 tot E299). Dit zijn stoffen die de ontwikkeling van bacteriën, schimmels, enz. in vlees, kaas, wijn, enz. afremmen.

3. Anti-oxydantia (E300 tot E399) worden gebruikt om voedselbederf door contact met lucht te vertragen. Het meest gebruikt product is ascorbinezuur of vitamine C (E300 tot E302).

4. Emulgeer-, bind- en geleermiddelen (E400 tot E499) dienen om het product stevigheid te verlenen of te behouden.

5. Smaakversterkers (E620 tot E640) zijn bedoeld om de smaak te versterken of te wijzigen. Het bekendste voorbeeld zijn de glutamaten, bekend van het zg. Chinees restaurantsyndroom (een op een allergie gelijkende reactie die het eerst werd vastgesteld na het eten van Chinese gerechten).

6. Zoetstoffen (E420, E421, E950 tot E960). Het gaat hier om kunstmatige zoetstoffen die suiker vervangen in sommige light-producten.

De levensmiddelenfabrikant heeft de keuze om op de verpakking van een voedingsmiddel de generische naam van het additief te vermelden (bv. de kleurstof amarant of de zoetstof saccharine), dan wel het E-nummer. Op sommige producten, zoals bv. wijn, moet de aanwezigheid van additieven niet worden vermeld.

zie ook artikel : E-nummers

Nut

ei-insp-funct-food-addit-170_400_09.jpg
Een additief mag in principe alleen gebruikt worden wanneer het onmisbaar of minstens zinvol is. Dat principe is evident voor de meeste bewaarmiddelen en de anti-oxydantia. Al kan de vraag gesteld worden of ze altijd onmisbaar zijn, bv. in limonades of smeerpasta. Ook de emulgeer- en bindmiddelen die bv. toelaten om minder vet te gebruiken in een bepaald product of gebruikt worden om kristalvorming in ijs te verhinderen, zijn zeker zinvol. Maar wanneer ze gebruikt worden om de afwezigheid van eieren in ijs te maskeren of om de waterinhoud van gekookte ham te verhogen, rijzen wel bedenkingen.

Bij kleurstoffen, die enkel worden toegevoegd om een voedingsmiddel aantrekkelijker te maken, of smaakversterkers ligt het 'nuttigheidsprincipe' minder voor de hand. Verbruikersorganisaties pleiten dan ook voor een algemeen verbod op dit soort additieven. Enerzijds omdat sommige mensen overgevoelig kunnen reageren op deze stoffen. Maar vooral omdat ze ervan uitgaan dat deze additieven in feite bedoeld zijn om een product mooier voor te stellen dan het is en dus om de consument te misleiden.

Overigens is de industrie niet ongevoelig voor de argwaan van de consument, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het feit dat chemische kleurstoffen steeds vaker worden vervangen door natuurlijke kleurstoffen (zo kan de "natuurlijke" rode kleurstof cochenillerood of E 124 de chemische rode kleurstof E 123 of amarant vervangen). "Natuurlijk" betekent in deze context echter niet per se gezonder. Zo komt één van de meest omstreden additieven, de smaakversterker glutamaat, van nature in tal van producten voor.

Veiligheid

Voor een additief wordt toegestaan, wordt de stof onderworpen aan een uitgebreide serie tests waarbij wordt gepeild naar de mogelijke gezondheidsrisico's. Na het doorlopen van deze tests stelt men een "No Observed Effect Level" of NOEL vast. Dit is de hoogst mogelijke dosis van een stof die aan proefdieren kan worden toegediend zonder dat enig nadelig effect wordt waargenomen.

Om tot een voor de mens maximaal aanvaardbare dagelijkse dosis te komen (de ADI of Acceptable Daily Intake) deelt men deze NOEL-waarde meestal door 100. Een voorbeeld: wanneer een proefkonijn bv. tot 100 mg per kg lichaamsgewicht per dag van een stof kan innemen zonder hiervan enig nadelig effect te ondervinden, wordt voor de mens een dagelijkse dosis van slechts 1 mg per kg lichaamsgewicht toegestaan (= veiligheidsfactor 100).

In gevallen waarbij een minder strenge veiligheidsfactor wordt gebruikt, zijn er duidelijke redenen om aan te nemen dat de risic's voor de mens uitgesproken klein zijn.

Omdat de ADI een weinig handig instrument is - hoe kan de consument weten of hij op één dag de ADI al dan niet overschreden heeft? - wordt gewerkt met maximumconcentraties van additieven in bepaalde soorten van levensmiddelen of groepen van levensmiddelen. De maximum toegelaten hoeveelheid additief wordt zo bepaald dat wie een normaal voedingspatroon in acht neemt, de maximale dosis nooit zal overschrijden.

Dit betekent dat voor een voedingsmiddel dat in grote hoeveelheden wordt gegeten (bv. brood) de toegestane dosis van een bepaald additief veel kleiner is dan voor een voedingsmiddel waarvan maar weinig wordt gegeten (bv. kaviaar).

In de praktijk komt het erop neer dat iemand bijna dagelijks onmenselijke porties van één bepaald voedingsmiddel moet verorberen, om de maximale dosis van een bepaald additief te overschrijden.

Als uit nieuwe toxicologische studies blijkt dat een additief minder onschadelijk is dan tot dan toe werd aangenomen, wordt het additief hetzij afgevoerd van de positieve lijst, of wordt de ADI verlaagd, wat gevolgen heeft voor de maximaal toegelaten concentratie in de levensmiddelen.

zie ook artikel : Gezondheidsbeweringen van voedingsmiddelen

Ongewenste effecten

etiketten-rood.jpg
Door al deze veiligheidsmaatregelen is de kans op schadelijke effecten van additieven zeer klein, al kunnen ze nooit helemaal worden uitgesloten. Wel moeten de gebruikte additieven (meestal) op het etiket worden vermeld, zodat mensen met een uitgesproken allergie of overgevoeligheid voor een specifieke stof het gebruik hiervan kunnen vermijden.

Maar net zo min als men tarwe moet verbieden omdat een klein aantal mensen overgevoelig is voor het gluten in tarwe, moet men bepaalde additieven afvoeren omdat sommige mensen hieraan overgevoelig zijn.

Overigens blijken overgevoeligheids- en allergische reacties in de meeste gevallen geen reacties te zijn op een of ander additief, maar wel op een natuurlijk bestanddeel van het voedingsproduct, zoals melkeiwit, soja-eiwit, enz.

Vanuit gezondheidsstandpunt vormen de additieven zeker niet het grootste risico. Maar wel verkeerde eetgewoonten (teveel zout, teveel vet, enz.) en ziekteverwekkers zoals bacteriën, schimmels en allerlei giftige stoffen die van nature of door bepaalde bewerkingen of onzorgvuldige bewaring in het voedsel aanwezig zijn. Om het met een boutade te zeggen: het zijn niet de kleurstoffen die snoep, of de glutamaten die chips ongezond maken, maar het vele vet. En er worden elk jaar veel meer mensen ziek na een barbecue door voedselvergiftiging, dan door de aanwezigheid van glutamaten of nitrieten in het vlees. Dit rechtvaardigt het soms overdreven gebruik van additieven niet, maar het relativeert wel het risico ervan voor de gezondheid.

Is natuurlijk gezond?

Bepaalde bestanddelen die van nature in onze voeding voorkomen, worden niet of slechts zeer beperkt op veiligheid onderzocht en er is ook geen sprake van maximaal toegestane hoeveelheden.

Toch kunnen deze "natuurlijke" voedingsstoffen ook ongewenste effecten veroorzaken. Dat is evident voor bepaalde vetstoffen of voor purines in vlees. Maar zelfs een overdreven inname van vitaminen kan soms tot vergiftigingsverschijnselen leiden. Zelfs een overmaat aan water kan dodelijk zijn. "Natuurlijk" is dus niet per definitie synoniem van "gezond". Of zoals Paracelcus het in de 16de eeuw al zei: "dosis facit venenum", of vrij vertaald: er bestaat geen gif, alleen giftige doses.

Maar kan de dagelijkse inname van natuurlijke stoffen in de praktijk tot schadelijke doseringen leiden?

Voor additieven wordt een veiligheidsfactor van 100 of meer aangehouden. Voor natuurlijke voedingsbestanddelen zijn deze veiligheidsmarges vaak veel kleiner. Een paar voorbeelden:

• Zo heeft men heeft dagelijks ongeveer 3 gram zout nodig nodig, terwijl 12 gram per dag schadelijk kan zijn. Veiligheidsmarge: factor 4.

• Van fluor wordt de behoefte op 1 gram per dag geschat, terwijl 5 gram reeds schadelijk kan zijn. Veiligheidsmarge: factor 5.

• De behoefte aan vitamine D bedraagt 400 eenheden, terwijl 2000 eenheden reeds schadelijk kunnen zijn. Veiligheidsmarge: factor 5.

zie ook artikel : Aanbevelingen voor vitaminen

zie ook artikel : Aanbevelingen voor mineralen en sporenelementen


verschenen op : 01/09/2000 , bijgewerkt op 03/11/2015

9 reacties

ADHD

door Johan, 18 October 2011 om 14:34

Wordt er inderdaad dikwijls mee in verband gebracht. Additieven worden wel getest, maar bijlange niet allemaal. Tevens zijn er geen termijngegevens ter beschikking. Wat gebeurt er als iemand elke dag een bepaalde stof opneemt gedurende zijn leven lang. En als laatste, en wellicht het belangrijkste, er zijn geen gegevens om de COMBINATIE van diverse additieven. Men test (als men het al test) slechts 1 additief. Als je onze industriële voeding bekijkt is het geen kunst om dagelijks 50 additieven in je lichaam te stoppen. Het feit dat er heden ten dage 7 keer meer kanker voorkomt dan 40 jaar geleden zal ook wel van ergens komen...

ADHD

door anoniem, 13 October 2005 om 19:25

hebben additieven een invloed op het gedrag van kinderen? bv: ADHD ofzo?

Dieet zonder additieven?

door anoniem, 27 September 2005 om 23:16

Ik ben op zoek naar informatie over diëten die vrij zijn van additieven of waarin de additieven toch beperkt worden. Dit wordt naar verluid gebruikt, bijvoorbeeld voor kinderen met ADHD. Weet er iemand waar ik hierover voor mijn eindwerk informatie kan vinden?

cafeine

door joke, 4 January 2005 om 16:03

is cafeine eigenlijk een additief want het heeft geen E nummer? dit is een vraag voor mijn gip dus ik zou u zeer dankbaar zijn zou u mij zo snel mogelijk een antwoord kunnen geven

aspergillus niger

door jana, 10 February 2004 om 19:35

Uit aspergiliius niger wordt inderdaad citroenzuur gemaakt. Dit additief heeft het nummer E330.

bekijk alle 9 reacties

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub